Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-04-21
ECLI:NL:GHSHE:2026:1064
Parketnummer : 20-000860-23 Uitspraak : 21 april 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 13 maart 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-154547-21 tegen: [VERDACHTE] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963, thans gedetineerd in [detentieadres]. Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van: ‘een afbeelding of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de medeschuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd’ (feiten 1, 2, 3, 5, 8, 11 en 13) ‘met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de medeschuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd’ (feiten 4, 6 en 12) ‘met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de medeschuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige’ (feit 7) ‘met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de medeschuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd’ (feit 9) en ‘met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de medeschuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd’ (feit 10) , waarbij de rechtbank heeft bepaald dat de feiten 9 en 10 zijn begaan in eendaadse samenloop voor wat betreft de periode van 9 oktober 2020 tot 8 januari 2021, en ‘een afbeelding of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd’ (feit 14), veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd. De rechtbank heeft daarnaast ten aanzien van drie van de onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerpen de onttrekking aan het verkeer gelast en ten aanzien van de overige elf onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerpen de teruggave aan de verdachte bevolen. Tevens heeft de rechtbank beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en is ten behoeve van de slachtoffers, voor zover hun vorderingen als benadeelde partij zijn toegewezen, de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Ten slotte heeft de rechtbank ten behoeve van drie slachtoffers die zich niet als benadeelde partij hebben gevoegd, de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en de verdachte, opnieuw rechtdoende, zal veroordelen tot een hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 17 januari 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL)) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 2]), een minderjarig kind dat aan zijn en/of zijn mededaders zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid en/of in bezit heeft/hebben gehad, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit: het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van die [slachtoffer 2], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam]); 3. hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 25 januari 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL)) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3]), een minderjarig kind die aan zijn en/of zijn mededaders zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en/of in bezit heeft/hebben gehad, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit: het met de/een vinger(s) vaginaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 3], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnaam: [bestandsnaam]) het met de hand(en) en/of vinger(s) en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van die [slachtoffer 3], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door die [slachtoffer 3], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam]) en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 3], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 3], althans deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp (een riem om haar nek) en/of in een (erotisch getinte) houding, (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnaam: [bestandsnaam]) en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 3], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt to hij op 11 juli 2020 en/of 8 augustus 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 5]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan zijn en/of zijn mededaders zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meer handeling(en) heeft/hebben gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 5], immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader, meermalen, althans eenmaal, (11 juli 2020) - [ slachtoffer 5] opgemaakt met make-up en/of (zwarte) netkousen aangetrokken en/of - de schaamlippen van die [slachtoffer 5] aangeraakt/betast met haar, (mede)verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) en/of - de hand gepakt van die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 5] de tepel/borst van haar, verdachte, laten betasten en/of - die [slachtoffer 5] een tongzoen gegeven en/of - die [slachtoffer 5] een vibrator/dildo tegen haar eigen vagina laten aanhouden en/of - haar vagina tegen het gezicht van die [slachtoffer 5] gehouden en/of nabij het gezicht van die [slachtoffer 5] gehouden en/of over het gezicht, in elk geval lichaam, van die [slachtoffer 5] geplast en/of gesquirt en/of - een vibrator/dildo in de mond van die [slachtoffer 5] geduwd/gestopt en/of (hierbij) heeft gezegd “jij ook in jouw hoerenbek, jij ook in je hoerenbek, nog een keer in je hoerenbek”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of (8 augustus 2020) - [ slachtoffer 5] (deels) uitgekleed en/of - de schaamlippen van die [slachtoffer 5] aangeraakt/betast met haar, (mede)verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) en/of - die [slachtoffer 5] een vibrator/dildo in haar eigen mond laten brengen en/of houden en/of eraan doen likken en/of - zichzelf gemasturbeerd in de nabijheid van die [slachtoffer 5] en/of - gespuugd op de vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer 5] en/of (vervolgens) over de vagina van die [slachtoffer 5] gewreven en/of - die [slachtoffer 5] haar eigen vagina laten insmeren met een vloeibare stof en/of - de vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 5] geduwd/gebracht en/of gehouden; 7. hij op of omstreeks 3 oktober 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 5]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en/of een minderjarig kind was dat aan zijn en/of zijn mededaders zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft/hebben gepleegd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader meermalen, althans eenmaal; - zichzelf gemasturbeerd in de nabijheid van die [slachtoffer 5] en/of - haar vagina tegen het gezicht van die [slachtoffer 5] gehouden en/of nabij het gezicht van die [slachtoffer 5] gehouden en/of over het gezicht, in elk geval lichaam, van die [slachtoffer 5] geplast en/of gesquirt; 8. hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 11 juli 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 3] en/of Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL)) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 5]), een minderjarig kind dat aan zijn en/of zijn mededaders zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 25 september 2020 tot en met 8 januari 2021 te [pleegplaats 3] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum 6]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en/of een minderjarig kind was dat aan zijn en/of zijn mededaders zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft/hebben gepleegd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader meermalen, althans eenmaal, - die [slachtoffer 6] gekust en/of - de billen van die [slachtoffer 6] betast/aangeraakt en/of - [ slachtoffer 6] (deels) uitgekleed en/of - tegen die [slachtoffer 6] gezegd “jawel [slachtoffer 6], raak maar eens aan, raak jezelf maar eens aan. Ja nu!”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of - die [slachtoffer 6] een tongzoen gegeven en/of - daarbij gezegd “doe nog es je tong naar buiten” en/of “Ja tong naar buiten nu!”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of - haar, (mede)verdachtes, vagina betast/aangeraakt in bijzijn van die [slachtoffer 6] en/of - zij, (mede)verdachte, zichzelf gemasturbeerd in het bijzijn van die [slachtoffer 6] en/of dichtbij het gezicht van die [slachtoffer 6] en/of - met de hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of schaamlip(pen) van die [slachtoffer 6] betast/aangeraakt en/of erover heen gewreven en/of - op de vagina van die [slachtoffer 6] gespuugd en/of - met de tong over de schaamlippen van die [slachtoffer 6] gelikt en/of - met de vinger(s) en/of hand(en) de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer 6] betast en/of erover heen gewreven en/of - met de vinger(s) de anus van de [slachtoffer 6] betast en/of erover gewreven; 11 hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 25 september 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 3] en/of Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL/ goednummer 676834)) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum 6]), een minderjarig kind dat aan zijn en/of zijn mededaders zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en/of in bezit heeft/hebben gehad, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit: het met de tong en/of vinger(s) anaal en/of oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 6], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam]) en/of het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of billen en/of mond van die [slachtoffer 6], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam]) en/of het met de/een vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, van een (ander) persoon door die [slachtoffer 6], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsna(a)m(en):[bestandsnaam]) en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 6], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (bestandsna(a)m(en): [bestand AAAAH kom maar vieze hoer, kom maar kleine slet” en/of - die [slachtoffer 7] met haar vinger(s) en/of hand(en) de vagina van haar, (mede)verdachte, laten aanraken/betasten en/of over de vagina van haar, (mede)verdachte, laten wrijven en/of - geplast over het lichaam van die [slachtoffer 7] en/of (daarbij) gezegd “[slachtoffer 7] proeven”, althans woorden van soortgelijke strekking; 13 hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 29 augustus 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL / goednummer 676834)) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedatum 7]), een minderjarig kind dat aan zijn en/of zijn mededaders zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en/of in bezit heeft/hebben gehad, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit: het met de/een vinger(s) en/of hand(en) en/of tong en/of dildo en/of vibrator oraal en/of anaal vaginaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam]) en/of het met de vinger(s) en/of hand(en) en/of tong en/of mond en/of vibrator betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of billen van die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsn(a)am(en): [bestandsnaam]) en/of het met de vinger(s) en/of hand(en) en/of tong en/of mond en/of gezicht betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam]) en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 7], althans deze persoon, gekleed (te weten een zwart rokje van tule en/of zwarte kousen) is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp (een riem om haar nek) en/of in een (erotisch getinte) houding, (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam]) en/of het plassen boven/bij/op het lichaam van die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnaam: [bestandsnaam]) en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam]) en/of het houden van de vagina bij/naast het gezicht en/of lichaam van die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam]; 14 hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 december (bestandsnaam: [bestandsnaam]) en het laten poseren van/door dat [slachtoffer 1], waarbij dat [slachtoffer 1] poseert in een omgeving en met een voorwerp (vibrator in haar hand houden en aan een vibrator likken) en op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnamen: [bestandsnaam]), en het houden van de blote vagina bij het gezicht van [slachtoffer 1], waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnaam: [bestandsnaam]; 2 in de periode van 17 januari 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, afbeeldingen en/of films/video's - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL)) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) (geboren op [geboortedatum 2]), een minderjarig kind dat aan zijn mededaders zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken heeft vervaardigd en heeft verspreid en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en aanraken van het geslachtsdeel van dat [slachtoffer 2], (bestandsnamen: [bestandsnaam]); 3 in de periode van 25 januari 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL)) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3]) (geboren op [geboortedatum 3]), een minderjarig kind dat aan zijn mededaders zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken, heeft vervaardigd en heeft verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de vinger vaginaal penetreren van het lichaam van dat [slachtoffer 3] (bestandsnaam: [bestandsnaam]) en/of het met de vingers en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van dat [slachtoffer 3] en/of het met de handen betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een andere persoon door dat [slachtoffer 3] (bestandsnamen: [bestandsnaam]) en/of het gedeeltelijk naakt laten poseren van/door dat [slachtoffer 3], waarbij dat [slachtoffer 3] poseert in een erotisch getinte houding, op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnaam: [bestandsnaam]) en/of het masturberen boven/bij het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 3], waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnaam: [bestandsnaam]); 4 op 15 februari 2020 en 27 juni 2020 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met een ander, met [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4]) (geboren op [geboortedatum 4]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan zijn mededaders zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 4], immers heeft zijn mededader, meermalen, althans eenmaal, (15 februari 2020) - zichzelf gemas 2020 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met een ander, met [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 5], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en een minderjarig kind was dat aan zijn mededaders zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft zijn mededader - zichzelf gemasturbeerd in de nabijheid van dat [slachtoffer 5] en/of - haar vagina tegen het gezicht van dat [slachtoffer 5] gehouden en nabij het gezicht van dat [slachtoffer 5] gehouden en over het gezicht en lichaam van dat [slachtoffer 5] geplast en/of gesquirt; 8 in de periode van 11 juli 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL)) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 5], een minderjarig kind dat aan zijn mededaders zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken, heeft vervaardigd en heeft verspreid (via de mobiele telefoon) en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de tong en vibrator oraal en met de vinger en vibrator/dildo anaal penetreren van het lichaam van dat [slachtoffer 5] (bestandsnamen: [bestandsnaam] en/of het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van dat [slachtoffer 5] (bestandsnamen: [bestandsnaam]) en/of het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van/door dat [slachtoffer 5], waarbij dat [slachtoffer 5] gekleed is en opgemaakt is (te weten zwarte netkousen draagt) en poseert in een erotisch getinte houding, op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnamen: [bestandsnaam]) en/of het masturberen boven/bij en ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 5] en/of het houden van een vagina bij het gezicht van dat [slachtoffer 5] en/of het urineren over het gezicht en/of het lichaam van dat [slachtoffer 5] waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnamen: [bestandsnaam]); 9 in de periode van 9 oktober 2020 tot en met 8 januari 2021 te [pleegplaats 3] , tezamen en in vereniging met een ander, met [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6]) , geboren op [geboortedatum 6], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan zijn mededaders zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 6], immers heeft zijn mededader (meermalen) - dat [slachtoffer 6] een tongzoen gegeven en/of - daarbij gezegd "doe nog esje tong naar buiten" en "Ja tong naar buiten nu!" en/of - met de tong over en tussen de schaamlippen van dat [slachtoffer 6] gelikt en/of - de vinger in de anus van dat [slachtoffer 6] gebracht/gehouden en vervolgens heen en weer bewogen en daarbij gezegd "[slachtoffer 6], dan ga ik je neuken in je k....reet. Blijf maar lekker zo liggen ja" en/of "ik wil niks horen! Ja goed zo, zitten blijven" en/of - de hand en/of vinger(s)van dat [slachtoffer 6] tegen haar, medeverdachtes, vagina gehouden en [slachtoffer 6] met haar vinger(s) haar, medeverdachte, laten vingeren en hierbij gezegd "ga maar door, jaa, toe maar, doe mamma maar vingeren he, doe je hand er maar in”, en/of - de vinger en/of een voorwerp in de anus van dat [slachtoffer 6] gebracht/gehouden en/of - de vinger(s) tussen de schaamlippen van dat Ja nu!", en/of - dat [slachtoffer 6] een tongzoen gegeven en/of - daarbij gezegd "doe nog esje tong naar buiten" en "Ja tong naar buiten nu!", en/of - haar, medeverdachtes, vagina betast/aangeraakt in bijzijn van dat [slachtoffer 6] en/of - zij, medeverdachte, zichzelf gemasturbeerd in het bijzijn van dat [slachtoffer 6] en dichtbij het gezicht van dat [slachtoffer 6] en/of - met de vinger(s) de vagina en schaamlippen van dat [slachtoffer 6] betast/aangeraakt en/of erover heen gewreven en/of - op de vagina van dat [slachtoffer 6] gespuugd en/of - met de tong over de schaamlippen van dat [slachtoffer 6] gelikt en/of - met de vinger(s) de vagina en/of schaamlippen van dat [slachtoffer 6] betast en erover heen gewreven en/of - met de vinger(s) de anus van [slachtoffer 6] betast en erover gewreven; 11 in de periode van 25 september 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 3] en/of Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL/goednummer 676834)) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 6], een minderjarig kind dat aan zijn mededaders zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken, heeft vervaardigd en heeft verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de tong en/of vinger anaal en/of oraal penetreren van het lichaam van dat [slachtoffer 6], (bestandsnamen: [bestandsnaam] en/of het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en aanraken van het geslachtsdeel en billen van dat [slachtoffer 6] (bestandsnamen: [bestandsnaam] en/of het met de vinger betasten en aanraken van het geslachtsdeel, van een andere persoon door dat [slachtoffer 6] (bestandsnamen: [bestandsnaam]), en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 6], waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnamen: [bestandsnaam]); 12 op 29 augustus 2020 en/of 12 juni 2021 te [pleegplaats 4] , tezamen en in vereniging met een ander, met [slachtoffer 7] (hierna: [slachtoffer 7]) (geboren op [geboortedatum 7]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan zijn mededaders zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 7], immers heeft zijn mededader, (meermalen) - [ slachtoffer 7] uitgekleed en/of - met de hand(en) en/of vinger(s) over de schaamlippen en vagina van dat [slachtoffer 7] gewreven en de schaamlippen en vagina van dat [slachtoffer 7] betast/aangeraakt en/of - een vloeistof over/tussen de schaamlippen en/of vagina van dat [slachtoffer 7] gewreven/gesmeerd en/of - vervolgens netkousen/panty’s bij dat [slachtoffer 7] aangetrokken en/of - [ slachtoffer 7] make-up opgedaan en/of - dat [slachtoffer 7] een kus gegeven en/of - dat [slachtoffer 7] een tongzoen gegeven en (hierbij) gezegd "nou gaat [slachtoffer 7] mamma kussen, nou gaat [slachtoffer 7] mamma kussen’’ en "Kom dan kus!” en "aah lekker, kusje aah”, en/of - een riem om de nek van dat [slachtoffer 7] gedaan/gehouden en/of - ( vervolgens) dat [slachtoffer 7] aan die riem naar zich toegetrokken en/of - een dildo/vibrator in de mond van dat [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en gehouden en hierbij het hoofd van dat [slachtoffer 7] met de hand(en) vastgehouden en [slachtoffer 7] aan haar paardenstaart vas 13 in de periode van 29 augustus 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , tezamen en in vereniging met een ander, (meermalen), afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of een Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL/goednummer 676834)) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 7], geboren op [geboortedatum 7], een minderjarig kind dat aan zijn mededaders zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken, heeft vervaardigd en heeft verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de/een vinger(s) en/of hand(en) en/of tong en/of dildo en/of vibrator oraal en/of anaal vaginaal penetreren van het lichaam van dat [slachtoffer 7] (bestandsnamen: [bestandsnaam]) en/of het met de vinger(s) en/of hand(en) en/of tong en/of mond en/of vibrator betasten/aanraken van het geslachtsdeel en/of billen van dat [slachtoffer 7] (bestandsnamen: [bestandsnaam]) en/of het met de hand en/of tong en/of mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een andere persoon door dat [slachtoffer 7] (bestandsnamen: [bestandsnaam]) en/of het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van dat [slachtoffer 7], waarbij dat [slachtoffer 7], gekleed (te weten een zwart rokje van tule en/of zwarte kousen) is en/of opgemaakt is en/of poseert met een voorwerp (een riem om haar nek) en in een erotisch getinte houding, die niet bij haar leeftijd past en waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnamen: [bestandsnaam]) en/of het plassen op het lichaam van dat [slachtoffer 7], waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnaam: [bestandsnaam]) en/of het masturberen boven/bij het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 7] (bestandsna(a)m(en):[bestandsnaam]) en/of het houden van de vagina bij/naast het gezicht en/of lichaam van dat [slachtoffer 7], waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (bestandsnamen: [bestandsnaam]); 14 in de periode van 7 oktober 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 2] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, afbeeldingen - en/of een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen - te weten een Samsung mobiele telefoon AMA202F, goednummer 676834, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met een penis en/of eikel en/of dildo en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnamen: [bestandsnaam]), en/of het met een vinger vaginaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnaam: [bestandsnaam] en/of het met een hand en/of vinger betasten/aanraken van het eigen geslachtsdeel, door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnaam: [bestandsnaam]) en/of het door een dier vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnaam: [bestandsnaam] en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de Bij [slachtoffer 1] is te zien dat de medeverdachte haar vagina ter hoogte van het gezicht van [slachtoffer 1] houdt. Ook wordt een vibrator in de mond van [slachtoffer 1] geduwd, terwijl ze een zwarte blinddoek voor haar ogen heeft. Op het beeldmateriaal van [slachtoffer 2] (17 januari 2020 en 12 maart 2020) is te zien dat de medeverdachte het meisje in de schaamstreek pakt, erin knijpt en over de stof wrijft tussen de benen van [slachtoffer 2] (pagina 1945). Van de meisjes [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], die in hetzelfde huis wonen, is beeldmateriaal gedateerd van 25 januari 2020, 15 februari 2020 en 27 juni 2020. Ook heeft de verdachte via videobellen meegekeken. Bij [slachtoffer 3] (pagina 1970) is op videobeelden onder andere te zien dat zij op haar rug ligt met haar rompertje omhoog. De medeverdachte beweegt haar tong tussen de schaamlippen op en neer, gaat met de vinger over de vagina, spuit een vloeistof over de schaamlippen, steekt een pink in de vagina en duwt een handje van [slachtoffer 3] tegen haar eigen vagina. [slachtoffer 3] begint te huilen. Op de beelden van [slachtoffer 4] (pagina 1509) is onder meer te zien dat de medeverdachte over de billen en het kruis van de luier van [slachtoffer 4] wrijft, met de vingers tussen de schaamlippen gaat, zij zichzelf vingert bij het gezicht van [slachtoffer 4], een vibrator tussen de schaamlippen stopt, haar anus en vagina likt en een vinger in de anus van [slachtoffer 4] steekt. De beschrijving van het seksueel misbruik van [slachtoffer 5] (pagina 1469 e.v.) op 11 juli 2020, 8 augustus 2020 en 3 oktober 2020 laat zien dat [slachtoffer 5] op schoot zit bij de medeverdachte, die een naakt bovenlichaam heeft. [slachtoffer 5] heeft zwarte netkousen aan en de medeverdachte doet lippenstift op de lippen van [slachtoffer 5]. De medeverdachte zegt dat ze een mooi hoertje is. Ze pakt de rechterhand van [slachtoffer 5] en wrijft met die hand over haar tepel. Verder is onder meer te zien dat de medeverdachte een vibrator in de mond van [slachtoffer 5] doet, dat [slachtoffer 5] een slaapmasker op heeft dat de medeverdachte het hoofd van [slachtoffer 5] tegen haar vagina duwt en er vloeistof vanuit de vagina van de medeverdachte over haar gezicht spuit. Te zien is dat [slachtoffer 5] huilt. Bij [slachtoffer 5] is de verdachte via videobellen aanwezig geweest. Van [slachtoffer 6] is van de 8 oppasmomenten 3 keer op beeldmateriaal seksueel misbruik vastgelegd op 25 september 2020, 9 oktober 2020 en 8 januari 2021 (pagina 1524 e.v.). Bij de overige oppasmomenten is wel sprake geweest van videobellen. Op het beeldmateriaal is onder meer te zien dat een vinger in de anus wordt gestopt bij [slachtoffer 6] en zij roept: ‘pijn!’. De medeverdachte duwt haar vinger dieper in de anus en haalt deze er na 38 seconden uit. [slachtoffer 6] zegt: ‘Niet de vinger in de billen.’ De medeverdachte zegt daarop streng: ‘Niet praten!’. Als [slachtoffer 6] huilt zegt de medeverdachte dat ze haar niet wil horen. Van [slachtoffer 7] is op beeldmateriaal (pagina 1482 e.v.) van 29 augustus 2020 en 12 juni 2021 te zien dat zij zwarte kousen aanheeft, lippenstift op heeft en oogschaduw. De medeverdachte vingert zichzelf en spuit een op urine gelijkende vloeistof tegen de buik van [slachtoffer 7]. De medeverdachte vraagt: ‘proeven?’. Ze duwt haar vagina tegen het gezicht van [slachtoffer 7]. Als [slachtoffer 7] snikt zegt ze: ‘Stil!’. Verder is onder meer te zien dat de medeverdachte een vibrator in de anus van het kind steekt en heen en weer beweegt. De medeverdachte zegt dat ze een ‘goeie hoer’ is. Het gezicht van [slachtoffer 7] wordt tegen de vagina van de medeverdachte gehouden, gewreven en geduwd. Een voorbinddildo wordt in de mond van [slachtoffer 7] geduwd. Zij wordt een vieze slet genoemd. Op de beelden hoor je [slachtoffer 7] kokhalzen en huilen. De verdachte is via videobellen aanwezig geweest op twee oppasmomenten. Wanneer de verdachte niet via videobellen aanwezig was, is beeldmateriaal met hem ged Ter terechtzitting in hoger beroep zijn [deskundige 1] en [deskundige 2] gehoord, respectievelijk als psycholoog en psychiater werkzaam bij het Pieter Baan Centrum, waar de verdachte en de medeverdachte zijn geobserveerd en onderzocht. De deskundigen hebben aangegeven dat het in het spel van BDSM niet uitmaakt welke rol wordt vervuld. In de relatie tussen de verdachte en de medeverdachte werden voortdurend grenzen en fantasieën verlegd. De een brengt dit in en de ander dat. Beide rollen moeten worden ingevuld anders werkt het niet. Het is niet zo dat degene die de onderdanige rol in het spel vervult, willoos is. Beide rollen moeten gelijkwaardig zijn. De meester is niet per se de baas. Er moet een balans zijn. Het was geen eenrichtingsverkeer van de verdachte naar de medeverdachte. De onderdanige geeft de grenzen aan van het spel. Vanuit de medeverdachte was er een actieve inbreng. Beiden waren aan elkaar gewaagd. Het hof neemt deze conclusies van de deskundigen over. Daarmee kan niet op basis van de ontstane BDSM-relatie, en de rollen die daarin werden vervuld, gezegd worden dat de verdachte de medeverdachte geheel in zijn macht had. Uit de chatgesprekken is, naar het oordeel van het hof, niet precies vast te stellen wie precies de initiatiefnemer is geweest om over kinderen te gaan fantaseren of om, door zich op oppassites aan te melden, daadwerkelijk over te gaan tot seksueel misbruik van kinderen. Het is slechts de medeverdachte die dit heeft gesteld. De daadwerkelijke uitvoering is, zo veel is wel duidelijk, uiteindelijk aan de medeverdachte toe te rekenen. Op basis van het onderzoek ter terechtzitting is het hof, alles overziende en los van de vraag wie precies de initiatiefnemer was of als eerste kwam met fantasieën over kinderen, van oordeel dat zowel de verdachte als de medeverdachte ieder op hun eigen wijze een wezenlijke rol hebben gespeeld in de totstandkoming van het tenlastegelegde, waarbij zij ieder op zich elkaar hebben versterkt en aangevuld en zijn meegegaan met de ander, zonder op de rem te trappen en dat niet valt te concluderen dat de rol van de een als erger moet worden beschouwd dan de rol van de ander. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de medeschuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd. Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de medeschuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd. Het onder 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de medeschuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd. Het onder 4 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de medeschuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waa Het onder 14 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Op grond van de hierna onder het kopje ‘Op te leggen sanctie’ weergegeven bevindingen en conclusies van de deskundigen [deskundige 2] en [deskundige 1] is het hof van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten in verminderde mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend. Het hof zal hiermee rekening houden bij het bepalen van de op te leggen straf. Er zijn overigens geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte geheel uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Standpunt advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren, met aftrek van voorarrest, en dat aan hem de niet op voorhand gemaximeerde maatregel van tbs met bevel tot verpleging wordt opgelegd. Standpunt verdediging De verdediging heeft zich voor wat betreft de op te leggen maatregel – tbs met dwangverpleging dan wel tbs met voorwaarden – gerefereerd aan het oordeel van het hof. In het kader van de op te leggen straf heeft de verdediging primair verzocht om een gevangenisstraf op te leggen die aanzienlijk lager is dan door de rechtbank is opgelegd en door het Openbaar Ministerie is geëist. De verdediging stelt zich op het standpunt dat onder meer rekening dient te worden gehouden met de ware verhoudingen tussen de verdachte en medeverdachte. Het betreft een misverstand om te denken dat de verdachte de medeverdachte in zijn macht had en dat de relatie tussen hen ongelijkwaardig was. Dit is ten onrechte door de rechtbank ten nadele meegewogen in de straf, terwijl de verdachte geen fysieke dader is. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd; de vergelijking met de zaak van [naam 2] (ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885) gaat niet op. Voorts is de redelijke termijn overschreden en zijn de tenlastegelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Nu het een combinatiestraf betreft van zowel gevangenisstraf als tbs met dwangverpleging dient dat consequenties te hebben voor de duur van de gevangenisstraf. Deze dient aanzienlijk gematigd worden nu er een tbs met dwangverpleging wordt opgelegd. De behandeling dient immers zo snel mogelijk aan te vangen. Subsidiair heeft de verdediging bepleit een behandeling in het kader van tbs eerder te laten starten door het geven van een advies op de voet van artikel 37b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het hof overweegt als volgt. Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf en maatregel gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De verdachte en de medeverdachte hebben zich in de periode van 21 september 2019 tot 13 juni 2021 tijdens 28 oppasmomenten door de medeverdachte (veelal in de ouderlijke woning van de meisjes) schuldig gemaakt aan het plegen van seksuele misdrijven jegens zeven zeer jonge meisjes. Deze seksuele misdrijven bestonden uit het vervaardigen van pornografische video’s en afbeeldingen, die de medeverdachte en de verdachte met elkaar hebben gedeeld, alsmede het plegen van handelingen di Het hof rekent het de verdachten bovendien zeer aan dat zij op deze wijze het vertrouwen van de ouders hebben beschaamd en hen doelbewust hebben misleid. Daar komt bij dat de verdachte zich ook nog schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen. Ook het (enkele) bezit van afbeeldingen levert een ernstig strafbaar feit op, omdat bij de vervaardiging van die kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. De verdachte is aldus medeverantwoordelijk te houden voor dat misbruik, omdat hij door kinderporno te verzamelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar dergelijk strafbaar beeldmateriaal. Het hof rekent de verdachte ook dit feit ernstig aan. Anders dan de rechtbank overweegt het hof omtrent de rolverdeling tussen de verdachte, als niet fysieke medepleger, en de medeverdachte, als fysieke medepleger, voorafgaand en ten tijde van de door hen samen begane bewezenverklaarde feiten dat ieder een wezenlijke bijdrage heeft gehad in de totstandkoming van het ten laste gelegde, waarbij ieders rol als gelijkwaardig kan worden aangemerkt. In het kader van de op te leggen straf heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 december 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit volgt dat hij weliswaar in het verleden onherroepelijk is veroordeeld ter zake van een soortgelijk feit, doch dat dit in 1991 heeft plaatsgevonden en derhalve geen gewicht meer in de schaal legt. Voorts heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. De verdachte heeft aangegeven dat hij wordt afgeperst in de gevangenis en besloten heeft deel te nemen aan een euthanasietraject. De verdachte heeft aangegeven berouw te hebben, deze zaak netjes te willen afwikkelen en de schade te willen vergoeden aan de benadeelde partijen, waartoe hij al geld beschikbaar heeft gesteld. Op te leggen straf Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het de hierop gestelde wettelijk strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. In eerste aanleg heeft de officier van justitie een gevangenisstraf geëist voor de duur van 15 jaren, naast de oplegging van de maatregel van tbs met dwangverpleging. De rechtbank heeft een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 12 jaren met aftrek van voorarrest en tbs met dwangverpleging. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal een gevangenisstraf geëist voor de duur van 18 jaren, naast tbs met dwangverpleging. Daarbij heeft de advocaat-generaal aangegeven dat het hier gaat om een ‘buitencategorie qua weerzinwekkendheid’. Volgens de advocaat-generaal is de zaak zo uniek qua gruwelijkheid en geraffineerdheid dat een hogere eis dan de eis van de officier van justitie gerechtvaardigd is. De advocaat-generaal heeft de vergelijking gemaakt met de zaak van [naam 2] (HR 16 september 2014, ECLI:HR:2014:2668). Het hof acht deze vergelijking niet opgaan. In de genoemde zaak is een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren en 11 maanden opgelegd, naast tbs met dwangverpleging, ter zake van 82 zedendelicten, gepleegd in een periode van vier jaren, naast het vervaardigen en verspreiden van kinderpornografie, waarbij sprake was van verspreiding van beelden via internet. Bij de feiten was ook sprake van penetratie met het geslachtsdeel van de verdachte. Ook was sprake van een relevante eerdere veroordeling. Zowel reeds qua omvang van de feiten als qua duur van de pleegperiode en qua ernst van het misbruik alsmede de recidive is derhalve geen overeenkomst vast te stellen met de onderhavige zaak. Het hof houdt ook rekening met de omstandighe Het hof heeft kennisgenomen van de volgende de verdachte betreffende rapportages: Het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 30 oktober 2022, opgesteld door [deskundige 3], psychiater, deels in samenwerking met [deskundige 4], psychiater in opleiding; Het psychologisch onderzoek Pro Justitia d.d. 27 oktober 2022, opgesteld door [deskundige 5], gezondheidszorgpsycholoog, gerechtelijk deskundige; Het rapport Pro Justitia, locatie Pieter Baan Centrum (PBC) van 8 juli 2024, opgesteld door [deskundige 2], psychiater en [deskundige 1], GZ-psycholoog; Het aanvullend ambulant onderzoek d.d. 12 november 2025, opgesteld door [deskundige 2], psychiater en [deskundige 1], GZ-psycholoog. Het rapport Pro Justitia, locatie Pieter Baan Centrum, van 8 juli 2024 houdt – voor zover hier relevant – het volgende in: (pagina 134 e.v.) “Betrokkene is een man die al vele jaren psychische klachten heeft, ook vele jaren behandeld is en bij aanvang (maar niet meer bij het einde) van de observatie in een (tweede) euthanasietraject zat. Uit de uitgebreide behandelvoorgeschiedenis van betrokkene kwam zowel naar voren dat betrokkene al lang een depressieve stoornis heeft, alsook een persoonlijkheidsstoornis. Gedurende de jaren waarin betrokkene werd behandeld, heeft de classificatie van beide aandoeningen weleens gewisseld, echter zonder relevante of opmerkelijke verschillen. Ook onderzoekend psycholoog en psychiater komen tot vaststelling van deze aandoeningen: betrokkene lijdt aan een dysthyme stoornis en aan een persoonlijkheidsstoornis waarin een narcistische dynamiek centraal staat, maar waarbij aan de oppervlakte zowel narcistische als ontwijkende trekken gezien werden. Uit het forensisch milieuonderzoek komt vervolgens naar voren dat betrokkenes seksualiteit in de relatie met de moeder van zijn kinderen opmerkelijk zou zijn geweest. Betrokkene stelt zelf dat haar verhaal niet klopt. Er zijn evenwel ook andere aanwijzingen voor een relatief grote behoefte aan seksuele bevrediging, dan wel voor bijzondere seksuele voorkeuren. Het is onderzoekend psycholoog en psychiater niet goed gelukt volledig zicht te krijgen op de seksuele belevingswereld van betrokkene. Wel is het helder geworden dat hij in de seksuele relatie met medeverdachte genoot van hun BDSM-spel (waarbij betrokkene de sadistische rol speelde), en ook dat seks met jonge kinderen (al dan niet gepleegd door medeverdachte) voor betrokkene opwindend is. Betrokkene voldoet aan de criteria voor een seksueel sadisme stoornis en aan die van een pedofiele stoornis, overigens zonder aanwijzingen voor een hele diepe worteling van deze voorkeuren. Deze lijken vooral (maar gezien de aangetroffen kinderporno uit 2015 mogelijk niet uitsluitend) tot wasdom gekomen te zijn in de relatie met medeverdachte. Vastgestelde stoornissen bestonden alle ten tijde van het tot stand komen van de aan betrokkene ten laste gelegde feiten, indien bewezen. (…) Onderzoekend psycholoog en psychiater zien een doorwerking van alle stoornissen van betrokkene in de aan hem ten laste gelegde feiten en adviseren deze op gedragskundige gronden allen in verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen. Betrokkene is op grond van zijn persoonlijkheidsstoornis, gestoeld op een diepgewortelde narcistische dynamiek, alsook de dysthymie, chronisch somber en op zoek naar vervulling van een grote behoefte aan positieve weerspiegeling. Zoals betrokkene het zelf verwoordde: hij keek altijd naar alles door de (afkeurende) ogen van zijn moeder. Betrokkene was inmiddels na zijn scheiding en enkele stukgelopen relaties, weer op zichzelf teruggeworpen, wat de depressieve gevoelens (over het uitblijven van die weerspiegeling) aanwakkerde. Via een datingsite kwam hij in contact met medeverdachte. Na enkele afspraken liet betrokkene haar weten dat hij geen relatie met haar wilde. Betrokkene stelde haar evenwel voor, wat hij naar eigen zeggen nooit eerder gedaan had, dan een seksuele relatie met haar te beginnen, die een BDSM-karakter kende. Betrokken De ernst van de persoonlijkheids- en stemmingsproblematiek van betrokkene beperkt dat effect evenwel, zo menen onderzoekend psycholoog en psychiater. Door de beperkte integratie tussen voelen, denken en doen zal het kennen van de gevolgen van eventueel nieuw seksueel delictgedrag naar verwachting minder preventief doorwerken in het gedrag van betrokkene zolang het broze zelfbeeld van betrokkene blijft vragen om seksuele bevrediging. (…) Om de dynamische risicofactoren van betrokkene in positieve zin te beïnvloeden en met betrokkene 'echt' in gesprek te raken over zijn seksuele fantasieën en wensen, is een intensief behandeltraject nodig, ook omdat de persoonlijkheids- en stemmingsstoornissen van betrokkene hierbij in de weg zullen zitten. Dat betrokkene zich gemotiveerd toont voor behandeling, doet daaraan niet af: betrokkene wil zich minder somber voelen, maar het verkennen van zijn verborgen belevingswereld kan het broze zelfbeeld aanvankelijk verder aantasten, wat tot een toename van klachten zou kunnen leiden. Onderzoekend psycholoog en psychiater zien daarom indicatie voor niet alleen een intensief, maar ook een langdurig behandeltraject. Daarbij is het noodzakelijk betrokkenes vrijheden zo te beperken dat seksueel delictgedrag zich intussen niet kan voortzetten. Daarmee zijn de contouren zichtbaar van een klinische behandeling in een beveiligde setting. Er is evenwel bij het ontbreken van structureel agressief of ondermijnend gedrag geen noodzaak om betrokkene in het hoogste beveiligingsniveau te plaatsen en ook is het denkbaar dat de klinische fase van de behandeling tot enkele jaren beperkt zou kunnen worden. Gezien de vastgestelde problematiek en de risico inschatting, achten onderzoekend psycholoog en psychiater het in theorie denkbaar dat een tbs-maatregel met voorwaarden dit traject voldoende zou kunnen borgen. De lengte van de opgelegde gevangenisstraf in eerste aanleg doet echter vermoeden dat de optie van een tbs met voorwaarden niet mogelijk zal zijn. Hoe het risiconiveau zal zijn na een langdurige detentie, kan, zoals gezegd, niet goed ingeschat worden. Om de mogelijkheid voor een langdurige en intensieve klinische behandeling dan ook te hebben, zien onderzoekend psycholoog en psychiater geen andere optie dan aan betrokkene een tbs-maatregel met bevel tot verpleging op te leggen. Een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel is daartoe niet voldoende zeker en voegt aansluitend aan een opgelegde tbs-maatregel ook niets meer toe.” Uit het aanvullend ambulant onderzoek van 12 november 2025 volgt voorts – samengevat – dat het aanvullend onderzoek voor wat betreft de in de rapportage van 8 juli 2024 vastgestelde stoornissen, de mate van doorwerking van die stoornissen in het tenlastegelegde, het recidiverisico en het kader waarin dat recidiverisico zou kunnen worden beperkt, niet tot andere inzichten of conclusies heeft geleid. Ten slotte zijn voornoemde [deskundige 2] en [deskundige 1] ter terechtzitting van het hof van 11 maart 2026 gehoord. Het hof leidt uit de verklaringen van de deskundigen ter terechtzitting af dat zij persisteren bij hetgeen in de rapportages van 8 juli 2024 en 12 november 2025 is geconcludeerd en geadviseerd. [deskundige 1] heeft ook ter terechtzitting benadrukt dat het noodzakelijk is dat middels behandeling binnen een forensische kader, zoals tbs, inzicht wordt verkregen in de seksualiteit van de verdachte. Binnen een dergelijke behandeling wordt de seksualiteit van de verdachte minutieus besproken en wordt er veel verdieping aangebracht, hetgeen wezenlijk anders is dan de behandeling die de verdachte momenteel volgt binnen de penitentiaire inrichting. Het hof verenigt zich met de bevindingen en conclusies van de deskundigen zoals hiervoor weergegeven en legt deze ten grondslag aan zijn beslissing. Het hof stelt op grond van de rapportages vast dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de bewezenverklaarde feiten sprake was van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekeli Het hof heeft hierbij ook acht geslagen op het door de GGD Amsterdam opgemaakte rapport “De resultaten uit wetenschappelijk onderzoek (2013-2018) van de Amsterdamse Zedenzaak” waarin wordt geconcludeerd dat het misbruik bij deze zeer jonge kinderen op korte en lange termijn minder vaak lijkt te resulteren in klassieke klachten zoals posttraumatische stressreacties en dissociatie, maar des te meer in atypische klachten zoals internaliserende en externaliserende problemen, onveilig gehechtheidsgedrag en seksueel afwijkend gedrag (bijlage 2 bij het schadevergoedingsformulier van [slachtoffer 5]). Naar het oordeel van het hof is derhalve sprake van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW van de 7 meisjes. Gelet op alle omstandigheden van dit geval, in het bijzonder de aard en de ernst van de seksuele misdrijven, de gevolgen van de seksuele misdrijven (in toekomst) voor de meisjes en het aan hen toegebrachte leed, alsmede de omstandigheden waaronder de misdrijven jegens de meisjes zijn begaan, begroot het hof de immateriële schade die de meisjes als gevolg van de bewezenverklaarde respectieve seksuele misdrijven hebben geleden naar billijkheid, als volgt: voor het maken, bezitten en verspreiden van de afbeeldingen van seksuele gedragingen met de meisjes € 4.000,- per meisje. Het hof begroot deze schade op een lager bedrag dan de rechtbank omdat er geen aanwijzingen zijn dat het beeldmateriaal door de verdachte en/of de medeverdachte met derden is gedeeld; voor de ontucht met [slachtoffer 2] een bedrag van € 2.000,-; voor het (meermalen) seksueel binnendringen van het lichaam van de meisjes [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] een bedrag van € 12.500,- per meisje en voor de meisjes [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op een bedrag van € 10.000,- per meisje. Het hof begroot de immateriële schade van de meisjes [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] op een hoger bedrag aangezien het hof het seksueel misbruik bij deze meisjes als ernstiger beoordeelt dan het seksueel misbruik dat de verdachte en de medeverdachte hebben gepleegd bij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]. Bij de begroting heeft het hof gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in (enigszins) vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Het hof heeft hierbij ook acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de begroting van schade als hier aan de orde. Algemene overwegingen over reiskosten (Reis-)kosten gemaakt voor het bevorderen van het herstel van de door de verdachte en/of de medeverdachte toegebrachte schade (bijvoorbeeld voor medische behandelingen, ook voor psychische klachten) zijn toewijsbaar als materiële schade (op grond van artikel 6:96, tweede lid, aanhef en onder a, BW) mits in redelijkheid gemaakt en redelijk van hoogte. Reiskosten die zijn gemaakt in verband met bezoeken aan Slachtofferhulp Nederland, de politie, de advocaat en de officier van justitie zijn niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit zoals bedoeld in artikel 51f, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De vordering zal in zoverre worden afgewezen. De artikelen 237 tot en met 240 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) geven, behoudens bijzondere omstandigheden, een zowel limitatieve als exclusieve regeling van de kosten waarin een in het ongelijk gestelde partij kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 238, eerste en tweede lid, en artikel 239 Rv, in onderlinge samenhang bezien, komen alleen voor vergoeding in aanmerking reis-, verlet- en verblijfkosten voor het bijwonen van de zitting van de partij die aanspraak heeft op proceskostenvergoeding indien in persoon mag worden geprocedeerd en in persoon is geprocedeerd. Voor andere reis-, verlet- en verblijfskosten - zoals voor het bezoe De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 25.000,- aan immateriële schade (€ 20.000,- voor de op verschillende momenten gepleegde ontuchtige handelingen waaronder begrepen het seksueel binnendringen en € 5.000,- voor het vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderpornografisch materiaal), te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte gevorderd. De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de verdachte veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 13.000,- aan immateriële schade (€ 5.000,- voor het vervaardigen van kinderporno en € 8.000,- voor het seksueel binnendringen), te vermeerderen met de wettelijke rente, en bepaald dat de verdachte niet gehouden is tot betaling voor zover dit bedrag door de medeverdachte is betaald, met veroordeling van de verdachte in de kosten. De rechtbank heeft de benadeelde partij in het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De vaststellingsovereenkomst De wettelijk vertegenwoordigers van het minderjarige [slachtoffer 5], optredend namens [slachtoffer 5], en de verdachte hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten als bedoeld in artikel 7:900 BW en verder. Deze overeenkomst is door de wettelijk vertegenwoordigers op 8 maart 2026 en door de verdachte op 10 maart 2026 ondertekend. Deze overeenkomst is op 11 maart 2026 door de gemachtigde van de benadeelde partij aan het hof voorgelegd. De gemachtigde van de benadeelde partij heeft het hof ter terechtzitting van 11 maart 2026 verzocht de in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen schadevergoeding in dit strafproces toe te wijzen aan de benadeelde partij. De advocaat-generaal heeft het hof verzocht de verdachte en de medeverdachte hoofdelijk te veroordelen tot het in de vaststellingsovereenkomst genoemde bedrag. De verdediging heeft in de pleitnotities gesteld dat zij niets heeft toe voegen ten opzichte van hetgeen de gemachtigde van de benadeelde ter zitting heeft toegelicht en voorts verzocht te bepalen dat de verdachte en de medeverdachte hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door het hof toe kennen schadevergoeding. Het hof overweegt als volgt. In artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst is uitdrukkelijk bepaald dat de wettelijk vertegenwoordigers voor de schade zoals gevorderd namens de minderjarige als benadeelde partij in het strafproces jegens de wederpartij finale kwijting verleent en dat door de ondertekening van deze overeenkomst de wettelijk vertegenwoordigers verklaren geen vordering benadeelde partij in het strafproces jegens de wederpartij meer te hebben. Dit brengt met zich mee dat de vordering van de benadeelde partij reeds civielrechtelijk is afgewikkeld, waardoor de strafrechtelijke weg niet langer openstaat, zodat de vordering van de benadeelde partij zal worden afgewezen. Gelet hierop ziet het hof evenmin aanleiding tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel . De omstandigheid dat de in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen schadevergoeding nog niet is betaald, leidt niet tot een ander oordeel. Gelet op het vorenstaande zal het hof de kosten compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] (feiten 9, 10 en 11). De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 826,18 aan materiële schade (€ 249,60 aan reiskosten en € 576,58 aan verletkosten) en € 30.000,- aan immateriële schade (€ 25.000,- voor het op verschillende momenten gepleegde seksueel misbruik en € 5.000,- voor het vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderpornografisch materiaal), te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte e De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De vaststellingsovereenkomst De wettelijk vertegenwoordigers van het minderjarige [slachtoffer 7], optredend namens [slachtoffer 7], en de verdachte hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten als bedoeld in artikel 7:900 BW en verder. Deze overeenkomst is door de wettelijk vertegenwoordigers op 31 oktober 2025 en door de verdachte op 15 februari 2026 ondertekend. Deze overeenkomst is op 11 maart 2026 door de gemachtigde van de benadeelde partij aan het hof voorgelegd. De gemachtigde van de benadeelde partij heeft het hof ter terechtzitting van 11 maart 2026 verzocht de in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen schadevergoeding in dit strafproces toe te wijzen aan de benadeelde partij. De advocaat-generaal heeft het hof verzocht de verdachte en de medeverdachte hoofdelijk te veroordelen tot het in de vaststellingsovereenkomst genoemde bedrag. De verdediging heeft in de pleitnotities gesteld dat zij niets heeft toe voegen ten opzichte van hetgeen de gemachtigde van de benadeelde ter zitting heeft toegelicht en voorts verzocht te bepalen dat de verdachte en de medeverdachte hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door het hof toe kennen schadevergoeding. Het hof overweegt als volgt. In artikel 10 van deze overeenkomst is uitdrukkelijk bepaald dat de wettelijk vertegenwoordigers voor de schade zoals gevorderd namens de minderjarige als benadeelde partij in het strafproces jegens de wederpartij finale kwijting verleent en dat door de ondertekening van deze overeenkomst de wettelijk vertegenwoordigers verklaren geen vordering benadeelde partij in het strafproces jegens de wederpartij meer te hebben. Dit brengt met zich mee dat de vordering van de benadeelde partij reeds civielrechtelijk is afgewikkeld, waardoor de strafrechtelijke weg niet langer openstaat, zodat de vordering van de benadeelde partij zal worden afgewezen. Gelet hierop ziet het hof evenmin aanleiding tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel . De omstandigheid dat de in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen schadevergoeding nog niet is betaald, leidt niet tot een ander oordeel. Gelet op het vorenstaande zal het hof de kosten compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De vorderingen van de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 2], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] (hierna ook te noemen: de benadeelde partijen de ouders). De benadeelde partijen de ouders hebben in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 2.500,- aan immateriële schade per ouder, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte gevorderd. De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de benadeelde partijen de ouders telkens niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding en bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt. De benadeelde partijen de ouders hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De gemachtigden van de benadeelde partijen de ouders hebben gesteld dat de verdachte en de medeverdachte door het onrechtmatig handelen jegens hun dochter ook jegens hen een (zelfstandige) onrechtmatige daad hebben gepleegd, als gevolg waarvan zij ‘op andere wijze’ in hun persoon zijn aangetast als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW en rechtstreeks schade hebben geleden die zij in deze strafprocedure op de verdachte en de medeverdachte willen verhalen. Daartoe is gesteld dat de verdachte en de medeverdachte de gezinnen zorgvuldig hebben geselecteerd via oppassites louter met als doel om de kinderen van deze ouders te gaan misbruiken. De medeverdachte presenteerde zich tijdens de kennismakingsgesprekken als een professionele oppas die over een VOG beschikte. De verdachte en de medeverdachte hebben aldus toegang gekregen tot het gezin en de woning. D De rechtbank heeft de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] in de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij de vader van [slachtoffer 7] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 10.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en € 498,- aan kosten. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte gevorderd. De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de benadeelde partij de vader van [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding en bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt. De benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 7] hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De gemachtigde van de ouders van [slachtoffer 7] heeft gesteld dat door de directe confrontatie met de beelden van het misbruik bij de ouders een zodanige emotionele schok teweeg is gebracht, waaruit geestelijk letsel is voortgevloeid, dat de verdachte en de medeverdachte daardoor jegens de ouders van [slachtoffer 7] een zelfstandige onrechtmatige daad hebben gepleegd die leidt tot schadeplichtigheid jegens de ouders van [slachtoffer 7]. De advocaat-generaal heeft primair verzocht de gevorderde schade integraal toe te wijzen en subsidiair een door het hof naar billijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente en met hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte. De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de door de moeder van [slachtoffer 7] gevorderde materiële schade. Voor het overige heeft de verdediging bepleit de benadeelden partijen de ouders van [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen. Het hof overweegt als volgt. Het toetsingskader voor schokschade In het arrest van 28 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:958) heeft de Hoge Raad zijn rechtspraak over vergoeding van schokschade nader uiteengezet en gepreciseerd. De Hoge Raad overwoog als volgt: 3.4. Iemand die een ander door zijn onrechtmatige daad doodt of verwondt, kan – afhankelijk van de omstandigheden waaronder die onrechtmatige daad en de confrontatie met die daad of de gevolgen daarvan, plaatsvinden – ook onrechtmatig handelen jegens degene bij wie die confrontatie een hevige emotionele schok teweeg brengt. Het recht op vergoeding van schade is beperkt tot de schade die volgt uit door die laatste onrechtmatige daad veroorzaakt geestelijk letsel, zoals hierna onder 3.7. nader omschreven. 3.5. Gezichtspunten die een rol spelen bij de beoordeling van de onrechtmatigheid jegens degene bij wie een hevige emotionele schok is teweeggebracht als hiervoor bedoeld zijn onder meer: - De aard, de toedracht en de gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het primaire slachtoffer toegebrachte leed; - De wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan. Daarbij kan onder meer worden betrokken of hij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis kreeg van het onrechtmatige handelen jegens het primaire slachtoffer, of dat hij nadien met de gevolgen van dit handelen werd geconfronteerd. Bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre zij onverhoeds was. Bij het aan dit gezichtspunt toe te kennen gewicht kan meewegen of het secundaire slachtoffer beroepsmatig of anderszins bedacht moest zijn op een dergelijke schokkende gebeurtenis; - De aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire slachtoffer en het secundaire slachtoffer, waarbij geldt dat bij het ontbreken van een nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid kan worden aangenomen. 3.6 De feitenrechter moet aan de hand van onder meer deze gezichtspunten in hun onderlinge samenhang beschouwd De klachten lijken volgens de intakerapportage/ behandelplan van de GZ-psycholoog van 15 oktober 2021 (bijlage 2 bij het schadevergoedings-formulier) op overspannenheid door de gebeurtenissen rondom haar dochter, de moeder raakt weer sneller getriggerd door beelden op tv en bepaalde handelingen die haar dochter uitvoert (zoals tong uitsteken) en er is sprake van opdringende nare fantasieplaatjes van de gebeurtenis. De moeder van [slachtoffer 7] heeft vervolgens van 14 oktober 2021 tot en met 15 februari 2022 nog 8 behandelingen gehad en EMDR- en schrijftherapie gevolgd, gericht op het uiten van haar woede en verdriet, en de verdere verwerking van de gebeurtenissen. Het hof concludeert dat de ouders van [slachtoffer 7] door het waarnemen van de beelden en de door de medeverdachte verrichte seksuele handelingen met de gevolgen van het onrechtmatig handelen van de verdachte en de medeverdachte jegens [slachtoffer 7] zijn geconfronteerd. Zij zijn daarnaast door de medeverdachte om de tuin geleid doordat zij zich voordeed als een betrouwbare oppas aan wie zij hun dochter konden toevertrouwen, terwijl de verdachte en de medeverdachte de kinderen uitzochten op oppassites louter met als doel de zeer jeugdige kinderen seksueel te misbruiken. Welke gevolgen het seksueel misbruik voor [slachtoffer 7] heeft is nog onbekend, maar zoals hiervoor in de algemene overwegingen voor de schadevergoeding is omschreven, is het een feit van algemene bekendheid dat seksueel misbruik van zeer jeugdige kinderen (ook pas op langere termijn) langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers. Uit de beschrijving van de camerabeelden van het seksueel misbruik van 12 juni 2021 blijkt ook dat aan [slachtoffer 7] door het seksueel misbruik leed is toegebracht. Ten aanzien van de moeder van [slachtoffer 7] Vaststaat dat de verdachte en de medeverdachte onrechtmatig jegens [slachtoffer 7] hebben gehandeld. Het hof stelt vast dat de benadeelde partij als moeder van [slachtoffer 7] een hechte – nauwe en affectieve – relatie heeft met het slachtoffer. Uit vorenomschreven rapportages van de behandelend GZ-psycholoog blijkt dat de moeder van [slachtoffer 7] als gevolg van de confrontatie met de beelden van het jegens haar dochter gepleegde seksueel misbruik psychische klachten heeft gekregen waarvoor zij van juli 2021 tot februari 2022 onder behandeling is geweest bij een GZ-psycholoog en onder meer EMDR-therapie heeft gevolgd. Het hof is van oordeel dat uit deze rapportages voldoende blijkt dat bij de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] sprake is van geestelijk letsel dat het gevolg van is het bewezenverklaarde strafbare feit. De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, in hun onderlinge samenhang bezien, brengen in het licht van de hiervoor vermelde gezichtspunten mee dat de verdachte en de medeverdachte ook onrechtmatig hebben gehandeld jegens de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] bij wie de confrontatie met het seksuele misbruik van haar dochtertje en de gevolgen daarvan onmiskenbaar een hevige emotionele schok heeft teweeggebracht die heeft geleid tot geestelijk letsel dat gelet op de aard, duur en/of gevolgen ernstig is, en in voldoende mate objectiveerbaar. Nu sprake is van geestelijk letsel als hier bedoeld, komt zowel de materiële als de immateriële schade die daarvan het gevolg is voor vergoeding in aanmerking . Voor zover het gaat om immateriële schade is die vergoeding gebaseerd op het bepaalde in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW (aantasting van de persoon op andere wijze), zodat de benadeelde partij recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen immateriële schadevergoeding. Materiële schade Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven algemene overwegingen over reiskosten zullen de reiskosten voor bezoeken aan de psycholoog (reiskosten a) worden toegewezen tot een bedrag van € 73,63 (283,2 km x € 0,26). De kosten van de drie behandelingen bij de GZ-psycholoog in 2022 [slachtoffer 1] (feit 1) , [slachtoffer 3] (feit 3) en [slachtoffer 4] (feiten 4 en 5) Door en namens [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zijn geen vorderingen benadeelde partij ingediend. De rechtbank heeft in het vonnis waarvan beroep geoordeeld dat de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het/de strafbare feit(en) aan de slachtoffers is toegebracht en, op vordering van de officier van justitie, ten behoeve van deze slachtoffers de schadevergoedingsmaatregel opgelegd: voor [slachtoffer 1] € 5.000,-, voor [slachtoffer 3] € 5.000,- en voor [slachtoffer 4] € 13.000,-. De rechtbank heeft voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding aansluiting gezocht bij de toegewezen bedragen aan de benadeelde partijen [slachtoffer 2], [slachtoffer 6], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7], en voorts bepaald dat de verdachte met de medeverdachte hoofdelijk voor deze schade aansprakelijk is. De vaststellingsovereenkomst [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] De wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], optredend namens [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], en de verdachte hebben vaststellingsovereenkomsten gesloten als bedoeld in artikel 7:900 BW en verder. Deze overeenkomsten zijn door de wettelijk vertegenwoordigers op 8 maart 2026 en door de verdachte op 10 maart 2026 ondertekend. Deze overeenkomsten zijn op 11 maart 2026 door de advocaat van de wettelijk vertegenwoordigers aan het hof voorgelegd. De gemachtigde van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft het hof ter terechtzitting van 11 maart 2026 verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor vergoeding van de schade zoals overeengekomen in de respectieve vaststellingsovereenkomsten. De advocaat-generaal heeft het hof verzocht ten behoeve van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor vergoeding van de schade zoals overeengekomen in de respectieve vaststellingsovereenkomsten. De verdediging heeft in de pleitnotities verzocht te bepalen dat de verdachte en de medeverdachte hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door het hof toe kennen schadevergoeding. Het hof overweegt als volgt. In artikel 5 van de respectieve overeenkomsten is uitdrukkelijk bepaald dat de wettelijk vertegenwoordigers voor de schade van de minderjarige [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] jegens de wederpartij finale kwijting verleent en dat door de ondertekening van de respectieve overeenkomsten de wettelijk vertegenwoordigers verklaren dat de door de rechtbank aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel in het hoger beroep niet opnieuw behoeft te worden opgelegd, nu partijen de schade van de minderjarigen in een minnelijk overleg hebben geregeld. Gelet hierop ziet het hof geen aanleiding tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]. De vaststellingsovereenkomst [slachtoffer 1] De wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige [slachtoffer 1], optredend namens [slachtoffer 1], en de verdachte hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten als bedoeld in artikel 7:900 BW en verder. Deze overeenkomst is door de wettelijk vertegenwoordiger op 9 maart 2026 en door de verdachte op 10 maart 2026 ondertekend. Deze overeenkomst is op 11 maart 2026 door de advocaat van de wettelijk vertegenwoordiger aan het hof voorgelegd. De gemachtigde van [slachtoffer 1] heeft het hof ter terechtzitting van 11 maart 2026 verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor vergoeding van de schade zoals overeengekomen in de vaststellingsovereenkomst. De advocaat-generaal heeft het hof verzocht ten behoeve van [slachtoffer 1] de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor vergoeding van de schade zoals overeengekomen in de vaststellingsovereenkomst. De verdediging heeft in de pleitnotities verzocht te bepalen dat de verdachte en de medeverdachte hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door het hof toe kennen schadevergoeding. Het hof o Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op; bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt; bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 13 juni 2021; De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] (feiten 6, 7 en 8) wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] tot schadevergoeding af; compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] (feiten 9, 10 en 11) wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] tot schadevergoeding af; compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] (feiten 12 en 13) wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] tot schadevergoeding af; compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; De vordering van de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 2] verklaart de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 2] in de kosten, tot op heden aan de zijde van de verdachte begroot op nihil; De vordering van de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 5] verklaart de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 5] in de kosten, tot op heden aan de zijde van de verdachte begroot op nihil; De vordering van de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 6] verklaart de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 6] in de kosten, tot op heden aan de zijde van de verdachte begroot op nihil; De vordering van de benadeelde partij moeder [slachtoffer 7] wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] ter zake van het onder 12 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.387,07 (vijfduizend driehonderdzevenentachtig euro en zeven cent) bestaande uit € 387,07 (driehonderdzevenentachtig euro en zeven cent) aan materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de verdachte en de mededader hoofdelijk in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 498,00 (vierhonderdachtennegentig euro); legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd moeder van [slachtoffer 7], ter zake van het onder 12 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.387,07 (vijfduizend driehonderdzevenentachtig euro en zeven cent) bestaande uit € 387,07 (driehonderdzevenentachtig euro en zeven cent) aan materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening; bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 51 (eenenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op; bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt; bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 15 februari 2022 en van de imm