Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-02-07
ECLI:NL:GHSHE:2025:787
Strafrecht
Hoger beroep
2,953 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-002801-24
Uitspraak : 7 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 1 december 2023, parketnummer 16-204972-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 21-004429-21, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening’ (het tenlastegelegde onder 1) en ‘wederspannigheid’ (het tenlastegelegde onder 2) veroordeeld tot een geldboete van € 300,00, subsidiair 6 dagen hechtenis. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, in de zaak met parketnummer 21-004429-21, is afgewezen.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, behoudens de beslissing ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, in de zaak met parketnummer 21-004429-21, en dat het hof, opnieuw rechtdoende, de tenuitvoerlegging van die straf zal gelasten.
De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd. Met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, in de zaak met parketnummer 21-004429-21, heeft de verdediging verzocht dat het hof deze vordering zal afwijzen.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 16 augustus 2023 te Utrecht opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] (hoofdagent politie eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: “kankerhoer”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2.hij op of omstreeks 16 augustus 2023 te Utrecht zich met geweld en/of bedreiging met geweld heeft verzet tegen één of meer ambtenaren, [verbalisant 1] (hoofdagent politie eenheid Midden-Nederland) en/of [verbalisant 2] (agent politie eenheid Midden-Nederland) en/of [verbalisant 3] (hoofdagent politie eenheid Midden-Nederland), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar/zijn/hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door zijn benen en/of zijn lichaam (met kracht) uit de politieauto te (proberen te) bewegen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.hij op 16 augustus 2023 te Utrecht opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] (hoofdagent politie eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: “kankerhoer”;
2.hij op 16 augustus 2023 te Utrecht zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren, [verbalisant 2] (agent politie eenheid Midden-Nederland) en [verbalisant 3] (hoofdagent politie eenheid Midden-Nederland), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door zijn benen (met kracht) uit de politieauto te (proberen te) bewegen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
Dictum
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
wederspannigheid.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van een politieambtenaar in functie. Dit handelen getuigt van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag. Door de verbalisant te beledigen heeft de verdachte haar aangetast in haar eer en goede naam. Ambtenaren met een publieke taak moeten – in het belang van de openbare orde en de veiligheid – kunnen functioneren zonder daarbij geconfronteerd te worden met beledigingen. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid. Ook dit handelen van de verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag en voor het publieke belang dat door opsporingsambtenaren wordt gediend. Opsporingsambtenaren moeten ongehinderd hun werk kunnen doen.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie, d.d. 5 november 2024, betrekking hebbend op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van het beledigen van ambtenaren. Het hof weegt die omstandigheid ten nadele van de verdachte mee bij de strafoplegging.
Bij de straftoemeting heeft het hof voorts gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, welke tijdens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep zijn gebleken. De verdachte heeft in dat kader naar voren gebracht dat hij op zichzelf woont en hulp krijgt van Fivoor voor zijn administratie. Daarnaast heeft hij naar voren gebracht dat hij voorheen werkzaam was bij de fietsenstalling op het station Utrecht, dat zijn contract niet is verlengd en dat hij momenteel geen dagbesteding heeft.
Anders dan de verdediging primair en subsidiair heeft bepleit, te weten de oplegging van een voorwaardelijke geldboete dan wel een voorwaardelijke taakstraf, is het hof van oordeel dat, gelet op de ernst en de aard van het bewezenverklaarde in samenhang met verdachtes strafblad, een dergelijke afdoening niet passend is.
Hoewel van een eerder opgelegde taakstraf (opgelegd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 april 2022, parketnummer 21-004429-21) de vervangende hechtenis in 2023 (gedeeltelijk) ten uitvoer is gelegd, is het hof, alles afwegende, en in het bijzonder gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, van oordeel dat in onderhavige zaak de oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, passend en geboden is.
Vordering tot tenuitvoerlegging
De officier van justitie te Midden-Nederland heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren (het hof begrijpt: 40 uren), opgelegd bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 april 2022 onder parketnummer 21-004429-21. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting omtrent de persoon van de verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat de tenuitvoerlegging van deze straf niet opportuun is en zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Midden-Nederland van 8 november 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 april 2022, parketnummer 21-004429-21, voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 40 uren.
Aldus gewezen door:
mr. S.V. Pelsser, voorzitter,
mr. A.C. Bosch en mr. R.G.A. Beaujean, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J. de Leijer, griffier,
en op 7 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.