Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-03-20
ECLI:NL:GHSHE:2025:766
Civiel recht
Hoger beroep
5,065 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 20 maart 2025
Zaaknummer : 200.346.926/01
Zaaknummer (HZ HB) : 200.347.243/01
in de zaak van
Maatschap [appellant] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. R.H. van de Beeten te Zevenaar,
tegen
1 [verweerder 1] vof,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [verweerder 2] ,
3. [verweerder 3] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
verweerders,
hierna te noemen: [verweerders] ,
advocaat: mr. D.B. Dubach te ‘s-Hertogenbosch.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Bij verzoekschrift met producties (nr. 1 tot en met 3), ingekomen ter griffie van dit hof op 9 oktober 2024, heeft [appellant] – kort weergegeven – het hof (in eerste aanleg) verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopig deskundigenbericht te bevelen.
1.2.
Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van dit hof op 16 december 2024, heeft [verweerders] zich gerefereerd aan het oordeel van het hof met betrekking tot de vraag of een deskundige moet worden aangewezen. Wel heeft [verweerders] bezwaar gemaakt tegen de deskundige die [appellant] in zijn verzoekschrift heeft voorgesteld. [verweerders] heeft een andere deskundige voorgesteld. Verder heeft [verweerders] het hof verzocht om de kosten te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
1.3.
Bij brief van 3 januari 2025 heeft mr. Van de Beeten het hof bericht dat partijen hebben afgesproken aan het hof te vragen om géén van beide door partijen voorgedragen deskundigen te benoemen, maar om zelf een persoon aan te wijzen. Partijen hebben daarnaast afgesproken dat [verweerders] ook nog eigen vragen voor de deskundige kon aandragen en dat ieder de eigen proceskosten van deze procedure draagt. Mr. Van de Beeten heeft het hof verder bericht dat partijen op basis van deze afspraken ervan uitgaan dat de mondelinge behandeling bij het hof op 8 januari 2025 geen doorgang behoeft te vinden.
1.4.
Bij e-mail van 3 januari 2025 heeft mr. Dubach laten weten dat [verweerders] akkoord is met het gestelde in voormelde e-mail.
1.5.
Het hof heeft partijen vervolgens bericht dat de op 8 januari 2025 bepaalde mondelinge behandeling niet doorgaat en partijen een termijn gegeven voor het indienen van de nadere vragen en de reactie daarop.
1.6.
Bij V8-formulier, ingekomen ter griffie op 21 januari 2025, heeft mr. Dubach namens [verweerders] aanvullende vragen ingediend.
1.7.
Bij brief van 3 februari 2025 is namens [appellant] daarop gereageerd.
1.8.
Het hof heeft de beschikking bepaald op heden.
Beoordeling
2.1.
Het gaat – kort weergegeven – om het volgende.
a. In april 2018 heeft [appellant] van [verweerders] een gebruikte 3-assige mestwagen gekocht. Deze mestwagen was door [verweerders] “gerebuild”, wat wil zeggen dat de wagen weer in nieuwstaat was gebracht. Daarvoor heeft [verweerders] (onder meer) nieuwe assen gemonteerd.
In juli 2021 is de mestwagen tijdens het rijden op een rotonde omgevallen en beschadigd geraakt.
Voor de schade heeft [appellant] [verweerders] aansprakelijk gesteld.
Twee afzonderlijke deskundigen hebben geconstateerd dat de assen niet correct gemonteerd waren. De verzekeraar van [verweerders] heeft daarom geweigerd de schade te dekken.
[verweerders] heeft geweigerd de schade zelf te vergoeden, omdat volgens hem niet vaststaat dat de wagen is omgevallen als gevolg van het verkeerd monteren van de assen. Een door [verweerders] ingeschakelde deskundige ondersteunt dat standpunt.
[appellant] heeft vervolgens bij de rechtbank een schadevergoeding gevorderd en een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst is ontbonden, maar de rechtbank heeft die vorderingen afgewezen. Volgens de rechtbank heeft [appellant] niet aangetoond dat de schade het gevolg is van het verkeerd monteren van de assen. Tegen dat vonnis is [appellant] in hoger beroep gegaan bij dit hof.
2.2.
[appellant] heeft in haar verzoekschrift – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat [verweerders] de assen onder de mestwagen verkeerd heeft gemonteerd en dat de wagen als gevolg daarvan is omgevallen. Om dat aan te tonen wil zij een deskundigenonderzoek laten doen en aan de deskundige de volgende vragen stellen:
Het rechtervoorwiel tankchassis is omgeklapt en tank helde dus ook naar rechts. Uit schade aan de tank blijkt dat de tank over dat wiel heen gerold is. Is dat juist, afgaande op de kenbare schades? En wat zegt dat over de mogelijke schadeoorzaak?
In hoeverre is het verschijnsel van krakende remkasten relevant, al dan niet in samenhang met het voorgaande? Is er een relevante samenhang met het verschijnsel van krakende remkasten?
Volgens [appellant] is eerst de spoorstang afgebroken, daarna pas de stuurstang: is dat waarschijnlijk? En zo ja, wat zegt dat over de mogelijke schadeoorzaak?
Is van betekenis of onderdelen waren uitgevoerd in staal of gietstaal?
Is relevant dat [appellant] veerbalgjes verving?
Is de verbinding van de spoorstang op de assen van betekenis?
In hoeverre en met welke mate van waarschijnlijkheid is de verkeerde montage van de assen (al dan niet in combinatie met andere effecten daarvan zoals afbreken stuurstang en niet functioneren stuurkogels) de oorzaak van het ongeval en daarbij opgetreden schade?
2.3.
[verweerders] heeft zich ten aanzien van de vraag of een deskundigenonderzoek zal worden gelast gerefereerd aan het oordeel van het hof. [verweerders] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de door [appellant] geformuleerde vragen. [verweerders] heeft zelf de volgende vragen geformuleerd:
Wat is volgens uw deskundige mening de oorzaak van het kantelen van de aanhanger?
Is deze oorzaak met uitsluiting van iedere andere oorzaak vast te stellen? Zo niet, met welke mate van zekerheid kan die wel worden vastgesteld?
Welke feiten en omstandigheden hebben volgens uw deskundige mening geleid tot het kantelen van de aanhanger? Kunt u daarbij aangeven of de volgende omstandigheden hebben bijgedragen (indien u deze kunt vaststellen) of bij zouden hebben kunnen dragen aan het ongeval (indien u deze niet kunt vaststellen)? Zo nee, waarom niet? En zo ja, in welke mate?
a. Een omstandigheid gerelateerd aan de tractor die de aanhanger trok, waaronder:
i. Een vastgeslagen achterwiel van de tractor;
ii. Het profiel van de banden van de tractor;
iii. Een mankement in de aansturing van het remsysteem van de aanhanger vanaf de tractor;
iv. De snelheid van de tractor tijdens het oprijden/rijden/verlaten van de rotonde;
b. Een gebrekkig of niet functioneren remsysteem van de aanhanger;
c. De hoeveelheid mest in de tank op de aanhanger;
d. Het breken van de spoorstang van de aanhanger;
e. Het breken van de stuurstang van de aanhanger;
4. Wat voor breuk hebt u aangetroffen op de spoorstang? En op de stuurstang?
5. Hoe ontstaat de door u geconstateerde breuk?
a. Is daarbij de leeftijd van de stuurstang relevant?
b. Is de mate van het gebruik van de aanhanger door [appellant] relevant (intensief/dagelijks, niet intensief/niet dagelijks)?
c. Is de hoeveelheid mest in de tank op de aanhanger relevant?
6. Kunt u vaststellen welke breuk als eerst heeft plaatsgevonden, die op de spoorstang of die op de stuurstang?
7. Is vanaf aflevering van de aanhanger sprake geweest van uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden en aanpassingen aan de mesttank? Zo ja, hoe beoordeelt u de kwaliteit van het uitgevoerde onderhoud en de aanpassingen van de aanhanger?
a. Indien aanpassingen van toepassing zijn, wat is de invloed van deze aanpassingen op de wielassen gerelateerd aan de rijrichting van de as in verband met de naloopwerking?
8. Deelt u als deskundige de mening van [deskundige 1] ?
9. Deelt u als deskundige de mening van [deskundige 2] ?
10. Heeft u nog andere opmerkingen die van belang zijn voor de beoordeling van deze zaak?
2.4.
Tegen deze vragen heeft [appellant] op haar beurt ook geen bezwaar gemaakt. [appellant] heeft daarnaast laten weten dat beide tanks nog bij [appellant] voorhanden zijn en dus beschikbaar zijn voor onderzoek.
2.5.
Het hof komt tot de volgende beoordeling.
Het verzoekschrift is ingediend op 9 oktober 2024 zodat het vóór 1 januari 2025 geldende bewijsrecht hierop nog van toepassing is.
2.5.1.
Bij de beoordeling moet voorop worden gesteld dat een verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht, als het overigens aan de eisen voor toewijzing daarvan voldoet, slechts kan worden afgewezen op de grond dat de verzoeker daarbij geen belang heeft (artikel 3:303 BW), dat van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt (artikel 3:13 BW), dat het strijdig is met een goede procesorde, dan wel dat het moet afstuiten op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar (vergelijk HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1105, r.o. 3.2 en HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1112, r.o. 3.2.2-3.2.4) .
2.5.2.
Omdat het verzoek aan alle formele vereisten voldoet (artikel 203 lid 2 Rv) en afwijzingsgronden niet zijn gebleken, zal het hof het verzoek toewijzen zoals nader in het dictum omschreven. De kosten van het onderzoek zullen – in overeenstemming met de hoofdregel van artikel 205 lid 1 Rv jo artikel 195 Rv – moeten worden voorgeschoten door [appellant] .
2.5.3.
Het hof zal overgaan tot benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het hof zal de volgende deskundige benoemen:
[deskundige 3] BV
De heer [betrokkene]
[adres]
[plaats]
telefoon: [telefoonnummer]
e-mail: [e-mailadres]
website: [website]
2.5.4.
Gelet op de standpunten van partijen met betrekking tot de aan de deskundige te stelen vragen zal het hof de door beide partijen ingebrachte vragen aan de deskundige voorleggen.
Dictum
Het hof:
3.1.
benoemt tot deskundige:
[deskundige 3] BV
De heer [betrokkene]
[adres]
[plaats]
telefoon: [telefoonnummer]
e-mail: [e-mailadres]
website: [website]
3.2.
bepaalt dat de deskundige onderzoek verricht naar de volgende vragen:
Vragenset [appellant]
1. Het rechtervoorwiel tankchassis is omgeklapt en tank helde dus ook naar rechts. Uit schade aan de tank blijkt dat de tank over dat wiel heen gerold is. Is dat juist, afgaande op de kenbare schades? En wat zegt dat over de mogelijke schadeoorzaak?
2. In hoeverre is het verschijnsel van krakende remkasten relevant, al dan niet in samenhang met het voorgaande? Is er een relevante samenhang met het verschijnsel van krakende remkasten?
3. Volgens [appellant] is eerst de spoorstang afgebroken, daarna pas de stuurstang: is dat waarschijnlijk? En zo ja, wat zegt dat over de mogelijke schadeoorzaak?
4. Is van betekenis of onderdelen waren uitgevoerd in staal of gietstaal?
5. Is relevant dat [appellant] veerbalgjes verving?
6. Is de verbinding van de spoorstang op de assen van betekenis?
7. In hoeverre en met welke mate van waarschijnlijkheid is de verkeerde montage van de assen (al dan niet in combinatie met andere effecten daarvan zoals afbreken stuurstang en niet functioneren stuurkogels) de oorzaak van het ongeval en daarbij opgetreden schade?
en
Vragenset [verweerders]
1. Wat is volgens uw deskundige mening de oorzaak van het kantelen van de aanhanger?
2. Is deze oorzaak met uitsluiting van iedere andere oorzaak vast te stellen? Zo niet, met welke mate van zekerheid kan die wel worden vastgesteld?
3. Welke feiten en omstandigheden hebben volgens uw deskundige mening geleid tot het kantelen van de aanhanger? Kunt u daarbij aangeven of de volgende omstandigheden hebben bijgedragen (indien u deze kunt vaststellen) of bij zouden hebben kunnen dragen aan het ongeval (indien u deze niet kunt vaststellen)? Zo nee, waarom niet? En zo ja, in welke mate?
4. Een omstandigheid gerelateerd aan de tractor die de aanhanger trok, waaronder:
i. Een vastgeslagen achterwiel van de tractor;
ii. Het profiel van de banden van de tractor;
iii. Een mankement in de aansturing van het remsysteem van de aanhanger vanaf de tractor;
iv. De snelheid van de tractor tijdens het oprijden/rijden/verlaten van de rotonde;
Een gebrekkig of niet functioneren remsysteem van de aanhanger;
De hoeveelheid mest in de tank op de aanhanger;
Het breken van de spoorstang van de aanhanger;
Het breken van de stuurstang van de aanhanger;
4. Wat voor breuk hebt u aangetroffen op de spoorstang? En op de stuurstang?
5. Hoe ontstaat de door u geconstateerde breuk?
6. Is daarbij de leeftijd van de stuurstang relevant?
7. Is de mate van het gebruik van de aanhanger door [appellant] relevant (intensief/dagelijks, niet intensief/niet dagelijks)?
8. Is de hoeveelheid mest in de tank op de aanhanger relevant?
6. Kunt u vaststellen welke breuk als eerst heeft plaatsgevonden, die op de spoorstang of die op de stuurstang?
7. Is vanaf aflevering van de aanhanger sprake geweest van uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden en aanpassingen aan de mesttank? Zo ja, hoe beoordeelt u de kwaliteit van het uitgevoerde onderhoud en de aanpassingen van de aanhanger?
8. Indien aanpassingen van toepassing zijn, wat is de invloed van deze aanpassingen op de wielassen gerelateerd aan de rijrichting van de as in verband met de naloopwerking?
8. Deelt u als deskundige de mening van [deskundige 1] ?
9. Deelt u als deskundige de mening van [deskundige 2] ?
10.
Dictum
Heeft u nog andere opmerkingen die van belang zijn voor de beoordeling van deze zaak?
het onderzoek
3.3.
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de deskundige toezendt;
3.4.
bepaalt dat [appellant] binnen twee weken na de datum van deze beschikking (een afschrift van) de processtukken in de hoofdzaak aan de deskundige ter beschikking zal stellen en dat partijen alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken, waarbij gegevens die door de ene partij aan de deskundige worden verschaft, tegelijkertijd in afschrift of ter inzage worden verstrekt aan de wederpartij;
3.5.
bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen en dat de deskundige het onderzoek zelfstandig instelt op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
3.6.
wijst de deskundige er op dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek moet kennisnemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk moet staken en contact moet opnemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan;
- indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd;
3.7.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven tot het verrichten van het onderzoek;
het schriftelijk rapport
3.8.
bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;
3.9.
bepaalt dat partijen binnen vier weken moeten reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;
3.10.
draagt de deskundige op een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;
3.11.
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;
3.12.
bepaalt dat de deskundige bij het definitieve rapport een specificatie dient te voegen van de daadwerkelijke tijdsbesteding en de in dat kader gemaakte kosten,
het voorschot
3.13.
stelt het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 6.050,00 inclusief btw;
3.14.
bepaalt dat [appellant] het voorschot zal voldoen binnen twee weken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
3.15.
benoemt mr. J.B. Smits tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;
3.16.
compenseert de proceskosten van dit verzoek, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.B. Smits, S.M.A.M. Venhuizen en R.L.G. Kraaijvanger en is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.