Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-03-14
ECLI:NL:GHSHE:2025:701
Strafrecht
Hoger beroep
737 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-003487-23
Uitspraak : 14 maart 2025
TEGENSPRAAK (279 Sv. ttz 4 september 2024)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 18 december 2023, parketnummer
02-187048-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer
02-258476-22, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
wonende te [adres 1] ,
doch verblijvende te [adres 2] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte terzake
diefstal,
veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.
Voorts is de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 02-258476-22.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust,
- onder aanvulling van de opgelegde gevangenisstraf met de bepaling dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht
en
- onder aanvulling van de wettelijke voorschriften met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. dr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,
mr. C.A. van Roosmalen en mr. T. Farber, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,
en op 14 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. T. Farber is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen