Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-12-23
ECLI:NL:GHSHE:2025:3796
Strafrecht
Hoger beroep
14,400 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2025:3796 text/xml public 2026-04-30T11:56:18 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-12-23 20-000526-24 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3796 text/html public 2026-04-28T14:45:38 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2025:3796 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 23-12-2025 / 20-000526-24 Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod. Parketnummer : 20-000526-24 Uitspraak : 23 december 2025 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 14 februari 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-275463-23, tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod’, de verdachte strafbaar verklaard en haar veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de inbeslaggenomen personenauto onttrokken aan het verkeer. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 19 oktober 2023 te Zevenbergschen Hoek, gemeente Moerdijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 7 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: zij op 19 oktober 2023 te Zevenbergschen Hoek, gemeente Moerdijk, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 7 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de Landelijke Politie-Eenheid, proces-verbaalnummer PL2000-2023268192, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent bij de Landelijke Eenheid, gesloten d.d. 28 oktober 2023, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, alsmede geschriften, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-72. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. 1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 oktober 2023, dossierpagina’s 8-11, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] : Op donderdag 19 oktober 2023 omstreeks 21.00 uur kregen wij, verbalisanten, een ANPR hit op de rijksweg A16, rechterrijbaan, ter hoogte van de Brienenoordbrug te Rotterdam. Het ging hierbij om een voertuig voorzien van het Franse kenteken: [kenteken] . Ik, verbalisant [verbalisant 3] , bevroeg het voertuig in het Falcon-i systeem waar je de historische ANPR-hits kan bekijken. Ik zag hierin dat het voertuig de volgende route gereden had: - 19 oktober 2023 om 19.56 uur, A4 LI Grensovergang Woensdrecht - 19 oktober 2023 om 20.20 uur, A29 LI Haringvlietbrug - 19 oktober 2023 om 20.30 uur, A29 LI Heinenoord - 19 oktober 2023 om 20.37 uur, A16 LI Brienenoord - 19 oktober 2023 om 21.01 uur, A16 RE Brienenoord - 19 oktober 2023 om 21.15 uur, A16 RE Moerdijkbrug Wij, verbalisanten, kregen het voertuig in het zicht op de rijksweg A16, rechterrijbaan, ter hoogte van Zevenbergschen Hoek (het hof begrijpt: in de gemeente Moerdijk) in de richting van België. Wij, verbalisanten, gaven de bestuurster een volgteken in de Franse taal, waarna wij haar staande hielden op verzorgingsplaats " [locatie] " op de A16 ter hoogte van hectometer 51.7m. Wij zagen dat er 1 vrouw in het voertuig zat en tevens de bestuurster van het voertuig was. De vrouw bleek te zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] . Ik, verbalisant [verbalisant 3] , keek in het politiesysteem. Ik zag dat het betrokken voertuig op 1 oktober 2023 was gecontroleerd en dat daar door de politie was vastgesteld dat er een verborgen ruimte aanwezig was onder de stoel van de bijrijder en onder de achterbank van dit voertuig. Wij, verbalisanten, besloten om dit voertuig te doorzoeken zoals bedoeld in artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering. Dit gezien de eerder aangetroffen verborgen ruimte in dit voertuig. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , zag dat onder de voorstoel een ruimte was aangebracht. Ik zag dat aan de rails van de voorstoel 2 haken gemonteerd waren waardoor de zitting niet omhoog kon. Ik zag dat er een kleine opening aanwezig was. Ik heb door deze opening een endoscoop geplaatst. Ik zag via de endoscoop dat er ingesealde pakketten in de ruimte onder de voorstoel lagen. Ik zag dat het rechthoekige pakketten waren. Ik zag dat deze pakketten ongeveer 30 centimeter bij 15 centimeter groot waren en 4 centimeter dik. Ik zag dat deze pakketten omwikkeld waren met bruin tape. Ik vroeg haar wat ze in Nederland deed, waar ze geweest was en waar ze nu naartoe ging. Ik hoorde dat [verdachte] mij vertelde: "Ik ben nu onderweg naar huis omdat ik morgen moet werken.” Ik, verbalisant [verbalisant 2] , deed onderzoek naar de werking van de verborgen ruimtes. Na dit onderzoek zag ik dat de ruimte onder de voorstoel als volgt open ging: Stap 1: contact van het voertuig aanzetten; Stap 2: achterruitverwarming aanzetten; Stap 3: middels een magneet contact maken net boven de versnellingspook Stap 4: door dit contract werd een mechanisme geactiveerd waardoor de voorstoel omhoog kon. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , keek in de ruimte. Ik zag dat er meerdere, zoals eerder omschreven, pakketten in de ruimte lagen. Wij, verbalisanten, zagen dat er in totaal 7 pakketten in de ruimte lagen. Wij zagen dat er in totaal 4 pakketten met opschrift Dior, 2 met opschrift B7T en 1 met opschrift Rolex in de verborgen ruimte lagen. Wij, verbalisanten, namen de aangetroffen pakketten, het voertuig en telefoon van verdachte [verdachte] in beslag. 2. Het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte [verdachte] , dossierpagina’s 41-42, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] : Op donderdag 19 oktober 2023 om 21:40 uur, werd door ons, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , op de locatie A16 ter hoogte van hectometerpaal 51.0 rechter rijbaan, Zevenbergschen Hoek, binnen de gemeente Moerdijk, aangehouden als verdachte van overtreding van artikel 2/A Opiumwet, artikel 10/1/A Opiumwet. 3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d.
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2025:3796 text/xml public 2026-04-30T11:56:18 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-12-23 20-000526-24 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3796 text/html public 2026-04-28T14:45:38 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2025:3796 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 23-12-2025 / 20-000526-24 Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod. Parketnummer : 20-000526-24 Uitspraak : 23 december 2025 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 14 februari 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-275463-23, tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod’, de verdachte strafbaar verklaard en haar veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de inbeslaggenomen personenauto onttrokken aan het verkeer. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 19 oktober 2023 te Zevenbergschen Hoek, gemeente Moerdijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 7 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: zij op 19 oktober 2023 te Zevenbergschen Hoek, gemeente Moerdijk, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 7 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de Landelijke Politie-Eenheid, proces-verbaalnummer PL2000-2023268192, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent bij de Landelijke Eenheid, gesloten d.d. 28 oktober 2023, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, alsmede geschriften, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-72. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. 1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 oktober 2023, dossierpagina’s 8-11, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] : Op donderdag 19 oktober 2023 omstreeks 21.00 uur kregen wij, verbalisanten, een ANPR hit op de rijksweg A16, rechterrijbaan, ter hoogte van de Brienenoordbrug te Rotterdam. Het ging hierbij om een voertuig voorzien van het Franse kenteken: [kenteken] . Ik, verbalisant [verbalisant 3] , bevroeg het voertuig in het Falcon-i systeem waar je de historische ANPR-hits kan bekijken. Ik zag hierin dat het voertuig de volgende route gereden had: - 19 oktober 2023 om 19.56 uur, A4 LI Grensovergang Woensdrecht - 19 oktober 2023 om 20.20 uur, A29 LI Haringvlietbrug - 19 oktober 2023 om 20.30 uur, A29 LI Heinenoord - 19 oktober 2023 om 20.37 uur, A16 LI Brienenoord - 19 oktober 2023 om 21.01 uur, A16 RE Brienenoord - 19 oktober 2023 om 21.15 uur, A16 RE Moerdijkbrug Wij, verbalisanten, kregen het voertuig in het zicht op de rijksweg A16, rechterrijbaan, ter hoogte van Zevenbergschen Hoek (het hof begrijpt: in de gemeente Moerdijk) in de richting van België. Wij, verbalisanten, gaven de bestuurster een volgteken in de Franse taal, waarna wij haar staande hielden op verzorgingsplaats " [locatie] " op de A16 ter hoogte van hectometer 51.7m. Wij zagen dat er 1 vrouw in het voertuig zat en tevens de bestuurster van het voertuig was. De vrouw bleek te zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] . Ik, verbalisant [verbalisant 3] , keek in het politiesysteem. Ik zag dat het betrokken voertuig op 1 oktober 2023 was gecontroleerd en dat daar door de politie was vastgesteld dat er een verborgen ruimte aanwezig was onder de stoel van de bijrijder en onder de achterbank van dit voertuig. Wij, verbalisanten, besloten om dit voertuig te doorzoeken zoals bedoeld in artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering. Dit gezien de eerder aangetroffen verborgen ruimte in dit voertuig. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , zag dat onder de voorstoel een ruimte was aangebracht. Ik zag dat aan de rails van de voorstoel 2 haken gemonteerd waren waardoor de zitting niet omhoog kon. Ik zag dat er een kleine opening aanwezig was. Ik heb door deze opening een endoscoop geplaatst. Ik zag via de endoscoop dat er ingesealde pakketten in de ruimte onder de voorstoel lagen. Ik zag dat het rechthoekige pakketten waren. Ik zag dat deze pakketten ongeveer 30 centimeter bij 15 centimeter groot waren en 4 centimeter dik. Ik zag dat deze pakketten omwikkeld waren met bruin tape. Ik vroeg haar wat ze in Nederland deed, waar ze geweest was en waar ze nu naartoe ging. Ik hoorde dat [verdachte] mij vertelde: "Ik ben nu onderweg naar huis omdat ik morgen moet werken.” Ik, verbalisant [verbalisant 2] , deed onderzoek naar de werking van de verborgen ruimtes. Na dit onderzoek zag ik dat de ruimte onder de voorstoel als volgt open ging: Stap 1: contact van het voertuig aanzetten; Stap 2: achterruitverwarming aanzetten; Stap 3: middels een magneet contact maken net boven de versnellingspook Stap 4: door dit contract werd een mechanisme geactiveerd waardoor de voorstoel omhoog kon. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , keek in de ruimte. Ik zag dat er meerdere, zoals eerder omschreven, pakketten in de ruimte lagen. Wij, verbalisanten, zagen dat er in totaal 7 pakketten in de ruimte lagen. Wij zagen dat er in totaal 4 pakketten met opschrift Dior, 2 met opschrift B7T en 1 met opschrift Rolex in de verborgen ruimte lagen. Wij, verbalisanten, namen de aangetroffen pakketten, het voertuig en telefoon van verdachte [verdachte] in beslag. 2. Het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte [verdachte] , dossierpagina’s 41-42, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] : Op donderdag 19 oktober 2023 om 21:40 uur, werd door ons, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , op de locatie A16 ter hoogte van hectometerpaal 51.0 rechter rijbaan, Zevenbergschen Hoek, binnen de gemeente Moerdijk, aangehouden als verdachte van overtreding van artikel 2/A Opiumwet, artikel 10/1/A Opiumwet. 3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d.
Volledig
20 oktober 2023, dossierpagina’s 28-30, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] : Op vrijdag 20 oktober 2023 onderzocht ik, [verbalisant 4] , de inbeslaggenomen mobiele telefoon van de verdachte. Ik zag dat de mobiele telefoon een iPhone 14 Pro Max betrof. Ik opende de applicatie Snapchat en ik zag dat hier een ongelezen bericht stond van [medeverdachte] (logo van Formule 1 auto). Ik zag dat [medeverdachte] gisteren om 21:29 uur de volgende tekst had gestuurd; Y'a quoi Dit leur tétait cher de la famille I1'lon controler la derniere foi Dít c'etait ton zjnc 4. Het proces-verbaal van de openbare zitting op 31 januari 2024 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, voor zover inhoudende: Het klopt dat ik op 19 oktober 2023 in een Smart Forfour met Frans kenteken [kenteken] reed. Ik was op weg naar huis (Frankrijk). (..) De rechtbank laat daarop de tolk de tekst op pagina 28 (het hof: de Franse tekst van het Snapchatbericht zoals genoemd in bewijsmiddel 3) van het eindproces-verbaal vertalen: ‘Wat is er? Zeg hun dat je bij familie was. Ze hebben het gecontroleerd de laatste keer. Zeg dat het je neef was. ’ 5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 20 oktober 2023, dossierpagina’s 55-62, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte: Het verhoor wordt afgenomen in een vraag- en antwoord- en opmerkingsvorm. "V" Staat voor vraag verbalisant/verbalisanten. "A" Staat voor antwoord- opmerking verdachte. V: Wat kunt u verder vertellen over de Smart? A: Dat was een auto die we terug moesten nemen naar Parijs en dat was een dienst. V: Kunt u dit nader uitleggen? A: Ik was met 2 mensen uit Parijs gekomen met een Golf. Ik moest in Rotterdam de Smart terughalen om deze naar Parijs terug te rijden. (..) Dat was in ruil voor 200,- euro. A: We zijn in Rotterdam om 20:40 uur aangekomen. (..) De persoon die ik ken stapte in de auto (het hof begrijpt: de VW Golf) en heeft me de sleutels gegeven van de andere auto (het hof begrijpt: de Smart). Dus ik ben uit de auto gestapt en ben naar de andere auto (het hof begrijpt: de Smart) toegegaan. V: U heeft gisteren tegen de politie verklaard "Ik ben vanochtend Nederland binnengereden onderweg naar Rotterdam. Dit in verband met een bruiloft van mijn broer. Ik ben nu onderweg naar huis omdat ik morgen moet werken". Klopt deze verklaring? A: Ja dat heb ik gezegd maar dat klopte niet. Ik werk wel vandaag maar ik was hier niet voor de bruiloft van mijn broer. De jongens hadden tegen mij gezegd dat als ik had gezegd dat ik een auto kwam halen er vragen zouden worden gesteld. Dus ik heb dit gezegd. 6. Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 20 oktober 2023, dossierpagina’s 24-27, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] : Deze partij was in beslag genomen bij de verdachte [verdachte] , geboren [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] . De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit: - 2649173: 7000 gram (netto) wit poeder verpakt in zeven blokken. 4x blok met de opdruk 'Dior' 2x blok met de opdruk 'B7T' lx blok met de opdruk 'Rolex' Uit de aangeboden hoeveelheid materiaal werd door mij een representatief monster genomen dat werd gewaarmerkt zoals in de onderstaande sporenlijst is vermeld. Deze monsters werden ieder getest waarbij gebruik werd gemaakt van de Detectachem MobileDetect Cocaïne. De tests gaven een POSITIEVE reactie op Cocaïne, zijnde een stof die is vermeld op Lijst I van de Opiumwet. Sporenlijst: SIN :AAQR7183NL monster : 2649445 (2,57 gram) 'Dior' bronpartij : 2649173 (7000 gram) SIN : AAQR7182NL monster : 2649448 (1,35 gram) 'B7T bron partij : 2649173 (7000 gram) SIN: AAQR7181NL Monster: 2649450 (1,47 gram) 'Rolex' Bronpartij: 2649173 (7000 gram) De genoemde bemonstering is voorzien van het vereiste Spoor ldentificatie Nummer, via Team Forensische Opsporing verzonden aan het Nederlands Forensisch Instituut waarbij is verzocht onderzoek in te stellen naar de aard en samenstelling hiervan. 7. Het afzonderlijk, niet in het eindproces-verbaal opgenomen rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, d.d. 27 oktober 2023, nummer 2023.10.27.166 (aanvraag 003), opgemaakt door NFI-deskundige drugsidentificatie ing. [deskundige] , voor zover inhoudende als relaas van de rapporteur: Resultaten en conclusie De ontvangen data voldoen aan de gestelde criteria voor het NFiDENT-proces. De resultaten en conclusie van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1. Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie Kenmerk Omschrijving FO Conclusie AAQR7183NL poeder en brokjes, wit, uit 7000 gram; aantal ' bemonsteringen in onderzoek: een bevat cocaïne 8. Het afzonderlijk, niet in het eindproces-verbaal opgenomen rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, d.d. 27 oktober 2023, nummer 2023.10.27.166 (aanvraag 002), opgemaakt door NFI-deskundige drugsidentificatie ing. [deskundige] , voor zover inhoudende als relaas van de rapporteur: Resultaten en conclusie De ontvangen data voldoen aan de gestelde criteria voor het NFiDENT-proces. De resultaten en conclusie van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1. Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie Kenmerk Omschrijving FO Conclusie AAQR7182NL poeder en brokjes, wit, uit 7000 gram; aantal ' bemonsteringen in onderzoek: een bevat cocaïne 9. Het afzonderlijk, niet in het eindproces-verbaal opgenomen rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, d.d. 27 oktober 2023, nummer 2023.10.27.166 (aanvraag 001), opgemaakt door NFI-deskundige drugsidentificatie ing. [deskundige] , voor zover inhoudende als relaas van de rapporteur: Resultaten en conclusie De ontvangen data voldoen aan de gestelde criteria voor het NFiDENT-proces. De resultaten en conclusie van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1. Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie Kenmerk Omschrijving FO Conclusie AAQR7181NL poeder en brokjes, wit, uit 7000 gram; aantal ' bemonsteringen in onderzoek: een bevat cocaïne Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De raadsman van de verdachte heeft op gronden zoals vermeld in zijn pleitnota vrijspraak bepleit. Daartoe is in de kern aangevoerd dat de verdachte geen wetenschap had van de verborgen ruimte in de auto en de aanwezigheid van de in die ruimte aangetroffen cocaïne, zodat het tenlastegelegde opzet op de uitvoer van de drugs naar het buitenland niet kan worden bewezen, ook niet in voorwaardelijke zin, Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting stelt het hof het volgende vast. Op 19 oktober 2023 om 21.00 uur kregen de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op hun ANPR-systeem een hit op een voertuig (Smart Forfour, hierna ook: Smart) met het Franse kenteken [kenteken] , waarbij aandacht werd gevraagd met betrekking tot verdovende middelen in een verborgen ruimte in dit voertuig. Op 19 oktober 2023 om 21.15 uur is het door de verdachte bestuurde voertuig (Smart) met het Franse kenteken [kenteken] gezien (ANPR-hit) op de A16 rechterrijbaan op de Moerdijkbrug. Kort daarna is het voertuig door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] waargenomen op de rijksweg A16, rechterrijbaan, ter hoogte van de Zevenbergschen Hoek, in de richting van België. De verbalisanten gaven de bestuurster een volgteken waarna zij haar staande hielden op een parkeerplaats langs de A16. Bij de doorzoeking van de auto werden in een verborgen ruimte onder de voorstoel ingesealde pakketten aangetroffen. De verdachte is hierop om 21.40 uur aangehouden. In deze pakketten zat in totaal ongeveer 7 kilogram cocaïne. De verdachte verklaarde dat zij met de door haar bestuurde Smart op weg was naar Frankrijk maar niet wist van de verborgen ruimtes in het voertuig en dat zich in een van die ruimtes cocaïne bevond.
Volledig
20 oktober 2023, dossierpagina’s 28-30, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] : Op vrijdag 20 oktober 2023 onderzocht ik, [verbalisant 4] , de inbeslaggenomen mobiele telefoon van de verdachte. Ik zag dat de mobiele telefoon een iPhone 14 Pro Max betrof. Ik opende de applicatie Snapchat en ik zag dat hier een ongelezen bericht stond van [medeverdachte] (logo van Formule 1 auto). Ik zag dat [medeverdachte] gisteren om 21:29 uur de volgende tekst had gestuurd; Y'a quoi Dit leur tétait cher de la famille I1'lon controler la derniere foi Dít c'etait ton zjnc 4. Het proces-verbaal van de openbare zitting op 31 januari 2024 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, voor zover inhoudende: Het klopt dat ik op 19 oktober 2023 in een Smart Forfour met Frans kenteken [kenteken] reed. Ik was op weg naar huis (Frankrijk). (..) De rechtbank laat daarop de tolk de tekst op pagina 28 (het hof: de Franse tekst van het Snapchatbericht zoals genoemd in bewijsmiddel 3) van het eindproces-verbaal vertalen: ‘Wat is er? Zeg hun dat je bij familie was. Ze hebben het gecontroleerd de laatste keer. Zeg dat het je neef was. ’ 5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 20 oktober 2023, dossierpagina’s 55-62, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte: Het verhoor wordt afgenomen in een vraag- en antwoord- en opmerkingsvorm. "V" Staat voor vraag verbalisant/verbalisanten. "A" Staat voor antwoord- opmerking verdachte. V: Wat kunt u verder vertellen over de Smart? A: Dat was een auto die we terug moesten nemen naar Parijs en dat was een dienst. V: Kunt u dit nader uitleggen? A: Ik was met 2 mensen uit Parijs gekomen met een Golf. Ik moest in Rotterdam de Smart terughalen om deze naar Parijs terug te rijden. (..) Dat was in ruil voor 200,- euro. A: We zijn in Rotterdam om 20:40 uur aangekomen. (..) De persoon die ik ken stapte in de auto (het hof begrijpt: de VW Golf) en heeft me de sleutels gegeven van de andere auto (het hof begrijpt: de Smart). Dus ik ben uit de auto gestapt en ben naar de andere auto (het hof begrijpt: de Smart) toegegaan. V: U heeft gisteren tegen de politie verklaard "Ik ben vanochtend Nederland binnengereden onderweg naar Rotterdam. Dit in verband met een bruiloft van mijn broer. Ik ben nu onderweg naar huis omdat ik morgen moet werken". Klopt deze verklaring? A: Ja dat heb ik gezegd maar dat klopte niet. Ik werk wel vandaag maar ik was hier niet voor de bruiloft van mijn broer. De jongens hadden tegen mij gezegd dat als ik had gezegd dat ik een auto kwam halen er vragen zouden worden gesteld. Dus ik heb dit gezegd. 6. Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 20 oktober 2023, dossierpagina’s 24-27, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] : Deze partij was in beslag genomen bij de verdachte [verdachte] , geboren [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] . De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit: - 2649173: 7000 gram (netto) wit poeder verpakt in zeven blokken. 4x blok met de opdruk 'Dior' 2x blok met de opdruk 'B7T' lx blok met de opdruk 'Rolex' Uit de aangeboden hoeveelheid materiaal werd door mij een representatief monster genomen dat werd gewaarmerkt zoals in de onderstaande sporenlijst is vermeld. Deze monsters werden ieder getest waarbij gebruik werd gemaakt van de Detectachem MobileDetect Cocaïne. De tests gaven een POSITIEVE reactie op Cocaïne, zijnde een stof die is vermeld op Lijst I van de Opiumwet. Sporenlijst: SIN :AAQR7183NL monster : 2649445 (2,57 gram) 'Dior' bronpartij : 2649173 (7000 gram) SIN : AAQR7182NL monster : 2649448 (1,35 gram) 'B7T bron partij : 2649173 (7000 gram) SIN: AAQR7181NL Monster: 2649450 (1,47 gram) 'Rolex' Bronpartij: 2649173 (7000 gram) De genoemde bemonstering is voorzien van het vereiste Spoor ldentificatie Nummer, via Team Forensische Opsporing verzonden aan het Nederlands Forensisch Instituut waarbij is verzocht onderzoek in te stellen naar de aard en samenstelling hiervan. 7. Het afzonderlijk, niet in het eindproces-verbaal opgenomen rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, d.d. 27 oktober 2023, nummer 2023.10.27.166 (aanvraag 003), opgemaakt door NFI-deskundige drugsidentificatie ing. [deskundige] , voor zover inhoudende als relaas van de rapporteur: Resultaten en conclusie De ontvangen data voldoen aan de gestelde criteria voor het NFiDENT-proces. De resultaten en conclusie van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1. Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie Kenmerk Omschrijving FO Conclusie AAQR7183NL poeder en brokjes, wit, uit 7000 gram; aantal ' bemonsteringen in onderzoek: een bevat cocaïne 8. Het afzonderlijk, niet in het eindproces-verbaal opgenomen rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, d.d. 27 oktober 2023, nummer 2023.10.27.166 (aanvraag 002), opgemaakt door NFI-deskundige drugsidentificatie ing. [deskundige] , voor zover inhoudende als relaas van de rapporteur: Resultaten en conclusie De ontvangen data voldoen aan de gestelde criteria voor het NFiDENT-proces. De resultaten en conclusie van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1. Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie Kenmerk Omschrijving FO Conclusie AAQR7182NL poeder en brokjes, wit, uit 7000 gram; aantal ' bemonsteringen in onderzoek: een bevat cocaïne 9. Het afzonderlijk, niet in het eindproces-verbaal opgenomen rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, d.d. 27 oktober 2023, nummer 2023.10.27.166 (aanvraag 001), opgemaakt door NFI-deskundige drugsidentificatie ing. [deskundige] , voor zover inhoudende als relaas van de rapporteur: Resultaten en conclusie De ontvangen data voldoen aan de gestelde criteria voor het NFiDENT-proces. De resultaten en conclusie van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1. Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie Kenmerk Omschrijving FO Conclusie AAQR7181NL poeder en brokjes, wit, uit 7000 gram; aantal ' bemonsteringen in onderzoek: een bevat cocaïne Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De raadsman van de verdachte heeft op gronden zoals vermeld in zijn pleitnota vrijspraak bepleit. Daartoe is in de kern aangevoerd dat de verdachte geen wetenschap had van de verborgen ruimte in de auto en de aanwezigheid van de in die ruimte aangetroffen cocaïne, zodat het tenlastegelegde opzet op de uitvoer van de drugs naar het buitenland niet kan worden bewezen, ook niet in voorwaardelijke zin, Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting stelt het hof het volgende vast. Op 19 oktober 2023 om 21.00 uur kregen de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op hun ANPR-systeem een hit op een voertuig (Smart Forfour, hierna ook: Smart) met het Franse kenteken [kenteken] , waarbij aandacht werd gevraagd met betrekking tot verdovende middelen in een verborgen ruimte in dit voertuig. Op 19 oktober 2023 om 21.15 uur is het door de verdachte bestuurde voertuig (Smart) met het Franse kenteken [kenteken] gezien (ANPR-hit) op de A16 rechterrijbaan op de Moerdijkbrug. Kort daarna is het voertuig door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] waargenomen op de rijksweg A16, rechterrijbaan, ter hoogte van de Zevenbergschen Hoek, in de richting van België. De verbalisanten gaven de bestuurster een volgteken waarna zij haar staande hielden op een parkeerplaats langs de A16. Bij de doorzoeking van de auto werden in een verborgen ruimte onder de voorstoel ingesealde pakketten aangetroffen. De verdachte is hierop om 21.40 uur aangehouden. In deze pakketten zat in totaal ongeveer 7 kilogram cocaïne. De verdachte verklaarde dat zij met de door haar bestuurde Smart op weg was naar Frankrijk maar niet wist van de verborgen ruimtes in het voertuig en dat zich in een van die ruimtes cocaïne bevond.
Volledig
Het hof stelt voorop dat voor de vraag of de verdachte opzettelijk drugs heeft uitgevoerd een gelijksoortige afweging dient plaats te vinden als ter zake van de bestendige jurisprudentie aangaande het aanwezig hebben van drugs. Op grond van die jurisprudentie is niet doorslaggevend aan wie de drugs toebehoren. Ook is niet vereist dat bij de verdachte sprake is van beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de drugs. Voor het tenlastegelegde opzettelijk uitvoeren (en aanwezig hebben) van verdovende middelen is vereist dat deze zich a) in de machtssfeer van de verdachte bevinden, dat wil zeggen dat de verdachte feitelijke macht over de verdovende middelen kan uitoefenen in de zin dat hij/zij daarover kan beschikken. De verdovende middelen hoeven zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. Daarnaast is vereist dat de verdachte b) wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Daarbij geldt dat ook de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat die middelen aanwezig zijn in een bepaalde ruimte onder deze wetenschap kan worden geschaard. De hoedanigheid van bestuurder van een auto waarin drugs wordt aangetroffen, veronderstelt naar het oordeel van het hof in het algemeen reeds enige feitelijke macht over alsmede wetenschap van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden waaruit voortvloeit dat dit in dit geval anders is. Het hof overweegt hiertoe als volgt. De verdachte heeft na haar aanhouding bij politie en ook ter terechtzitting in eerste aanleg onjuiste, wisselende en onderling tegenstrijdige verklaringen afgelegd over de reden van haar aanwezigheid in Nederland en over haar bekendheid met de Smart, kennelijk met als doel de waarheid te bemantelen. De verdachte heeft meteen na haar aanhouding tegenover verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] verklaard dat zij die ochtend Nederland binnen was gereden onderweg naar Rotterdam in verband met een bruiloft van haar broer (dossierpagina 9). Bij gelegenheid van haar verhoor van 20 oktober 2023 heeft de verdachte verklaard dat het niet klopte dat zij in Nederland was voor de bruiloft van haar broer en dat de jongens (het hof begrijpt: de jongens die samen met de verdachte op 19 oktober 2023 in de VW Golf naar Nederland zouden zijn gereden) tegen haar hadden gezegd dat als zij tegenover de politie had verklaard dat zij een auto kwam halen, er vragen gesteld zouden worden. Het hof is van oordeel dat hieruit reeds blijkt dat de verdachte wetenschap, al dan niet in voorwaardelijke zin, moet hebben gehad dat er met de auto die zij vanuit Nederland naar Frankijk zou rijden iets illegaals aan de hand was. Dit volgt ook uit het (niet geopende) Snapchatbericht dat de verdachte op 19 oktober 2023 om 21.29 uur, zijnde kort voor haar aanhouding om 21.40 uur en kennelijk nadat zij reeds een volgteken van de politie had gekregen, op haar telefoon heeft ontvangen, inhoudende: “ Wat is er? Zeg hun dat je bij familie was. Ze hebben het gecontroleerd de laatste keer. Zeg dat het je neef was .” Het hof kan dit bericht niet anders begrijpen dan dat de verdachte, nadat zij het volgteken van de politie kreeg, aan deze jongens heeft bericht dat zij zou worden staande gehouden door de politie, waaruit wederom volgt dat de verdachte wetenschap moet hebben gehad dat er met de auto die zij naar Frankijk zou rijden iets illegaals aan de hand was. Voorts heeft de verdachte tegenstrijdig verklaard over de auto (Smart) waarin zij reed. Tijdens haar verhoor op 20 oktober 2023 heeft de verdachte op de vraag of zij de jongens wel eens eerder had gezien met die Smart, geantwoord; “ Hij zei tegen mij dat hij de Smart net had gekocht. Als ik erover nadenk denk ik dat ik de auto eerder heb gezien in Dreux in de parkeergarage” (dossierpagina 60). Pas nadat de verdachte wordt geconfronteerd met de foto’s van de betreffende auto (Smart) (dossierpagina’s 31-34) op haar telefoon verklaart zij dat zij al eerder een weekje in de auto had gereden (dossierpagina’s 65-66). Een van deze foto’s betreft een groene kaart van een verzekeringmaatschappij, waarbij de betreffende Smart is verzekerd op naam van de verdachte. De foto betrof een zogeheten printscreen gemaakt op 16 september 2023. De verdachte heeft hierover bij de politie verklaard: “Ik heb dat papier aan hem gevraagd. Want ik wilde niet in een gestolen auto rijden. Want het is een lange afstand rijden. Ik volg altijd de wet. Ik wilde niet de wet overtreden. De auto is dan verzekerd voor deze periode”. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte echter informatie laten zien waaruit blijkt dat de verzekering van de Smart per 15 oktober 2023 is beëindigd, terwijl zij nadien op 19 oktober 2023 met de auto vanuit Nederland naar Frankrijk wilde rijden. Het hof is van oordeel dat, gelet op de omstandigheden van het geval, mede in aanmerking nemende de wisselende en tegenstrijdige verklaringen van de verdachte kennelijk met als doel om de waarheid te verhullen, alsmede het snapchatbericht op de telefoon van de verdachte dat het vorenstaande bevestigt, de verdovende middelen die in de door de verdachte bestuurde auto zijn aangetroffen, zich in haar machtssfeer bevonden èn dat zij zich ook bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van de verdovende middelen, in die zin dat zij de aanmerkelijke kans op de aanwezigheid en dus ook het uitvoeren daarvan, gezien de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze plaatsvond, bewust heeft aanvaard. De verdachte had daarmee minst genomen voorwaardelijk opzet op het uitvoeren van de cocaïne naar Frankrijk. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen. Resumerend acht het hof op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals is bewezenverklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert wordt als volgt gekwalificeerd: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf zal bevestigen. De raadsman heeft het hof verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij zich opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan de uitvoer van harddrugs. Het uitvoeren van harddrugs is naar het oordeel van het hof een ernstig feit. Dit feit draagt immers bij aan allerlei vormen van ernstige criminaliteit en veroorzaakt hierdoor veel maatschappelijke onrust. Harddrugs als cocaïne leveren bovendien, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren op voor de gezondheid van die gebruikers, terwijl die gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige schade wordt berokkend. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat zij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard. Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie, d.d.
Volledig
Het hof stelt voorop dat voor de vraag of de verdachte opzettelijk drugs heeft uitgevoerd een gelijksoortige afweging dient plaats te vinden als ter zake van de bestendige jurisprudentie aangaande het aanwezig hebben van drugs. Op grond van die jurisprudentie is niet doorslaggevend aan wie de drugs toebehoren. Ook is niet vereist dat bij de verdachte sprake is van beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de drugs. Voor het tenlastegelegde opzettelijk uitvoeren (en aanwezig hebben) van verdovende middelen is vereist dat deze zich a) in de machtssfeer van de verdachte bevinden, dat wil zeggen dat de verdachte feitelijke macht over de verdovende middelen kan uitoefenen in de zin dat hij/zij daarover kan beschikken. De verdovende middelen hoeven zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. Daarnaast is vereist dat de verdachte b) wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Daarbij geldt dat ook de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat die middelen aanwezig zijn in een bepaalde ruimte onder deze wetenschap kan worden geschaard. De hoedanigheid van bestuurder van een auto waarin drugs wordt aangetroffen, veronderstelt naar het oordeel van het hof in het algemeen reeds enige feitelijke macht over alsmede wetenschap van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden waaruit voortvloeit dat dit in dit geval anders is. Het hof overweegt hiertoe als volgt. De verdachte heeft na haar aanhouding bij politie en ook ter terechtzitting in eerste aanleg onjuiste, wisselende en onderling tegenstrijdige verklaringen afgelegd over de reden van haar aanwezigheid in Nederland en over haar bekendheid met de Smart, kennelijk met als doel de waarheid te bemantelen. De verdachte heeft meteen na haar aanhouding tegenover verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] verklaard dat zij die ochtend Nederland binnen was gereden onderweg naar Rotterdam in verband met een bruiloft van haar broer (dossierpagina 9). Bij gelegenheid van haar verhoor van 20 oktober 2023 heeft de verdachte verklaard dat het niet klopte dat zij in Nederland was voor de bruiloft van haar broer en dat de jongens (het hof begrijpt: de jongens die samen met de verdachte op 19 oktober 2023 in de VW Golf naar Nederland zouden zijn gereden) tegen haar hadden gezegd dat als zij tegenover de politie had verklaard dat zij een auto kwam halen, er vragen gesteld zouden worden. Het hof is van oordeel dat hieruit reeds blijkt dat de verdachte wetenschap, al dan niet in voorwaardelijke zin, moet hebben gehad dat er met de auto die zij vanuit Nederland naar Frankijk zou rijden iets illegaals aan de hand was. Dit volgt ook uit het (niet geopende) Snapchatbericht dat de verdachte op 19 oktober 2023 om 21.29 uur, zijnde kort voor haar aanhouding om 21.40 uur en kennelijk nadat zij reeds een volgteken van de politie had gekregen, op haar telefoon heeft ontvangen, inhoudende: “ Wat is er? Zeg hun dat je bij familie was. Ze hebben het gecontroleerd de laatste keer. Zeg dat het je neef was .” Het hof kan dit bericht niet anders begrijpen dan dat de verdachte, nadat zij het volgteken van de politie kreeg, aan deze jongens heeft bericht dat zij zou worden staande gehouden door de politie, waaruit wederom volgt dat de verdachte wetenschap moet hebben gehad dat er met de auto die zij naar Frankijk zou rijden iets illegaals aan de hand was. Voorts heeft de verdachte tegenstrijdig verklaard over de auto (Smart) waarin zij reed. Tijdens haar verhoor op 20 oktober 2023 heeft de verdachte op de vraag of zij de jongens wel eens eerder had gezien met die Smart, geantwoord; “ Hij zei tegen mij dat hij de Smart net had gekocht. Als ik erover nadenk denk ik dat ik de auto eerder heb gezien in Dreux in de parkeergarage” (dossierpagina 60). Pas nadat de verdachte wordt geconfronteerd met de foto’s van de betreffende auto (Smart) (dossierpagina’s 31-34) op haar telefoon verklaart zij dat zij al eerder een weekje in de auto had gereden (dossierpagina’s 65-66). Een van deze foto’s betreft een groene kaart van een verzekeringmaatschappij, waarbij de betreffende Smart is verzekerd op naam van de verdachte. De foto betrof een zogeheten printscreen gemaakt op 16 september 2023. De verdachte heeft hierover bij de politie verklaard: “Ik heb dat papier aan hem gevraagd. Want ik wilde niet in een gestolen auto rijden. Want het is een lange afstand rijden. Ik volg altijd de wet. Ik wilde niet de wet overtreden. De auto is dan verzekerd voor deze periode”. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte echter informatie laten zien waaruit blijkt dat de verzekering van de Smart per 15 oktober 2023 is beëindigd, terwijl zij nadien op 19 oktober 2023 met de auto vanuit Nederland naar Frankrijk wilde rijden. Het hof is van oordeel dat, gelet op de omstandigheden van het geval, mede in aanmerking nemende de wisselende en tegenstrijdige verklaringen van de verdachte kennelijk met als doel om de waarheid te verhullen, alsmede het snapchatbericht op de telefoon van de verdachte dat het vorenstaande bevestigt, de verdovende middelen die in de door de verdachte bestuurde auto zijn aangetroffen, zich in haar machtssfeer bevonden èn dat zij zich ook bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van de verdovende middelen, in die zin dat zij de aanmerkelijke kans op de aanwezigheid en dus ook het uitvoeren daarvan, gezien de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze plaatsvond, bewust heeft aanvaard. De verdachte had daarmee minst genomen voorwaardelijk opzet op het uitvoeren van de cocaïne naar Frankrijk. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen. Resumerend acht het hof op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals is bewezenverklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert wordt als volgt gekwalificeerd: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf zal bevestigen. De raadsman heeft het hof verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij zich opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan de uitvoer van harddrugs. Het uitvoeren van harddrugs is naar het oordeel van het hof een ernstig feit. Dit feit draagt immers bij aan allerlei vormen van ernstige criminaliteit en veroorzaakt hierdoor veel maatschappelijke onrust. Harddrugs als cocaïne leveren bovendien, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren op voor de gezondheid van die gebruikers, terwijl die gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige schade wordt berokkend. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat zij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard. Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie, d.d.
Volledig
14 oktober 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte waaruit volgt dat de verdachte niet eerder hier te lande onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Het hof heeft bij de bepaling van de straf voorts acht geslagen op de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als oriëntatiepunt voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid. Het oriëntatiepunt voor een overtreding van artikel 2 onder A van de Opiumwet geeft als indicatie bij een hoeveelheid tussen de 6.000 en 7.000 gram een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 40 tot 42 maanden en bij een hoeveelheid tussen de 7.000 en 8.000 gram een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 tot 44 maanden. Verder heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de raadsman naar voren gebracht dat de verdachte kampt met ernstige psychische problemen waarvoor zij een behandeling ondergaat. Een deel van deze psychische problemen komt voort uit haar detentieperiode in Nederland, waarbij sprake zou zijn geweest van seksueel geweld. Het hof is van oordeel dat, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof worden opgelegd en uit het oogpunt van vergelding, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Hoewel sprake is van een zeer ernstig feit waar hoge onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor staan, ziet het hof omstandigheden om de straf te matigen. Ondanks het feit dat het hof haar zal vrijspreken van het medeplegen van de uitvoer, acht het hof het niet onaannemelijk dat andere personen betrokken zijn geweest bij de uitvoer van cocaïne naar Frankrijk. In die zin was de rol van verdachte in dezen beperkt tot die van koerier. Daar komt nog bij dat zij te kampen heeft met ernstige psychische problemen waarvan een deel van deze problemen zijn voortgekomen uit de detentieperiode hier in Nederland. Tijdens haar gevangenschap is de Nederlandse staat kennelijk niet in staat geweest om de verdachte in bescherming te nemen en haar op een veilige manier haar detentie te laten ondergaan. Voorgaande, maakt dat het hof de door de rechtbank opgelegde straf verder zal matigen. Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Beslag Uit het dossier volgt dat de inbeslaggenomen personenauto twee professioneel geprepareerde verborgen ruimtes bevat. Een van deze verborgen ruimtes is gebruikt voor het vervoeren van harddrugs. Het hof is, gelet op voorgaande, van oordeel dat de inbeslaggenomen, en nog niet teruggegeven personenauto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, nu deze personenauto een voorwerp betreft met behulp van welke het feit is begaan, terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een personenauto (goednummer: G2649171). Aldus gewezen door: mr. S. Riemens, voorzitter, mr. J. Platschorre en mr. K.J. van Dijk, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier, en op 23 december 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Volledig
14 oktober 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte waaruit volgt dat de verdachte niet eerder hier te lande onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Het hof heeft bij de bepaling van de straf voorts acht geslagen op de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als oriëntatiepunt voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid. Het oriëntatiepunt voor een overtreding van artikel 2 onder A van de Opiumwet geeft als indicatie bij een hoeveelheid tussen de 6.000 en 7.000 gram een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 40 tot 42 maanden en bij een hoeveelheid tussen de 7.000 en 8.000 gram een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 tot 44 maanden. Verder heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de raadsman naar voren gebracht dat de verdachte kampt met ernstige psychische problemen waarvoor zij een behandeling ondergaat. Een deel van deze psychische problemen komt voort uit haar detentieperiode in Nederland, waarbij sprake zou zijn geweest van seksueel geweld. Het hof is van oordeel dat, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof worden opgelegd en uit het oogpunt van vergelding, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Hoewel sprake is van een zeer ernstig feit waar hoge onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor staan, ziet het hof omstandigheden om de straf te matigen. Ondanks het feit dat het hof haar zal vrijspreken van het medeplegen van de uitvoer, acht het hof het niet onaannemelijk dat andere personen betrokken zijn geweest bij de uitvoer van cocaïne naar Frankrijk. In die zin was de rol van verdachte in dezen beperkt tot die van koerier. Daar komt nog bij dat zij te kampen heeft met ernstige psychische problemen waarvan een deel van deze problemen zijn voortgekomen uit de detentieperiode hier in Nederland. Tijdens haar gevangenschap is de Nederlandse staat kennelijk niet in staat geweest om de verdachte in bescherming te nemen en haar op een veilige manier haar detentie te laten ondergaan. Voorgaande, maakt dat het hof de door de rechtbank opgelegde straf verder zal matigen. Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Beslag Uit het dossier volgt dat de inbeslaggenomen personenauto twee professioneel geprepareerde verborgen ruimtes bevat. Een van deze verborgen ruimtes is gebruikt voor het vervoeren van harddrugs. Het hof is, gelet op voorgaande, van oordeel dat de inbeslaggenomen, en nog niet teruggegeven personenauto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, nu deze personenauto een voorwerp betreft met behulp van welke het feit is begaan, terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een personenauto (goednummer: G2649171). Aldus gewezen door: mr. S. Riemens, voorzitter, mr. J. Platschorre en mr. K.J. van Dijk, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier, en op 23 december 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.