Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-02-07
ECLI:NL:GHSHE:2025:320
Strafrecht
Hoger beroep
4,520 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-001848-24
Uitspraak : 7 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 28 juni 2024, in de strafzaak met parketnummer 96-015056-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter de eerder aan de verdachte uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en haar vrijgesproken van de tenlastegelegde ‘overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A1 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990’.
De officier van justitie heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de eerder uitgevaardigde strafbeschikking zal vernietigen, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte ter zake daarvan zal veroordelen tot een geldboete ter hoogte van € 419,00 subsidiair 8 dagen hechtenis.
De verdachte heeft vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat het vonnis niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 22 juli 2023 te Maastricht als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Viaductweg, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 – op welk bord een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur was aangegeven – heeft gereden met een snelheid van ongeveer 84 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op 22 juli 2023 te Maastricht als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Viaductweg, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 – op welk bord een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur was aangegeven – heeft gereden met een snelheid van ongeveer 84 kilometer per uur.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De verdachte heeft vrijspraak bepleit. De verdachte heeft – in de kern weergegeven – aangevoerd dat sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM) vanwege het feit dat het aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2025 aan haar is verstrekt slechts één dag voor de terechtzitting in hoger beroep. Daarnaast is aangevoerd dat voormeld aanvullend proces-verbaal – zo begrijpt het hof – onvoldoende betrouwbaar is om tot het bewijs te bezigen omdat het meer dan 1,5 jaar na het tenlastegelegde feit is opgemaakt en het menselijk brein geneigd is gaten in herinneringen op te vullen, waarbij dat risico extra reëel is bij een verbalisant die van veel mensen de snelheid meet.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt in de eerste plaats vast dat geen sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Weliswaar is het aanvullend proces-verbaal slechts één dag voor de zitting aan de verdachte toegezonden maar gelet op de omvang daarvan (3 pagina’s) is het hof van oordeel dat dit geen dergelijke schending met zich brengt. Bovendien stelt het hof vast dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep uitgebreid inhoudelijk verweer heeft gevoerd, waardoor zij ook overigens niet in haar belangen is geschaad door het late toezenden.
Het hof stelt in de tweede plaats vast dat het geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de inhoud van het aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2025, nu sprake is van een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal en aanvullende informatie in een nader proces-verbaal ook uit eerder gemaakte eigen aantekeningen kan volgen (zo is het oorspronkelijke proces-verbaal van overtreding ook van 27 november 2023 en dus ook al vier maanden na het tenlastegelegde feit).
Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en overweegt daaromtrent als volgt.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep een bekennende verklaring afgelegd. Zij heeft immers desgevraagd verklaard niet te betwisten dat zij op de tenlastegelegde datum en plaats te hard heeft gereden en heeft (desgevraagd) ook verklaard dat de meting van de verbalisant – resulterend in een (gecorrigeerde) snelheid van 84 kilometer per uur – niet door haar wordt betwist.
Het hof is gelet hierop dan ook van oordeel dat de verdachte – gelet op haar bekennende verklaring, het proces-verbaal van overtreding d.d. 27 november 2023 en het aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2025 – het tenlastegelegde heeft begaan.
Ten overvloede overweegt het hof dat zelfs indien wél zou worden uitgegaan van de lezing van de verdachte, inhoudende dat de desbetreffende verbalisant bij het Shell tankstation stond (en zelfs wanneer de verdachte geen bekennende verklaring zou hebben afgelegd), dit het oordeel niet anders zou maken. De ‘Aanwijzing meting snelheidsovertredingen’ schrijft namelijk de minimale afstand voor tussen (A) het gebodsbord en (B) de meetplaats, dat wil zeggen: de plek waar de verdachte reed op het moment dat haar snelheid werd gemeten. Op grond van die aanwijzing zou deze afstand minimaal 140 meter moeten zijn bij een gebodsbord met een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur.
Uit het proces-verbaal van overtreding d.d. 27 november 2023 blijkt dat de meetplaats op de Viaductweg te Maastricht was.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 30 oktober 2023 onder CJIB-nummer [CJIB-nummer] ;
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 419,00 (vierhonderdnegentien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door:
mr. G.J. Schiffers, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. S.C. van Duijn, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,
en op 7 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Schiffers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
Parketnummer : 20-001848-24
Uitspraak : 7 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 28 juni 2024, in de strafzaak met parketnummer 96-015056-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter de eerder aan de verdachte uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en haar vrijgesproken van de tenlastegelegde ‘overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A1 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990’.
De officier van justitie heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de eerder uitgevaardigde strafbeschikking zal vernietigen, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte ter zake daarvan zal veroordelen tot een geldboete ter hoogte van € 419,00 subsidiair 8 dagen hechtenis.
De verdachte heeft vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat het vonnis niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 22 juli 2023 te Maastricht als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Viaductweg, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 – op welk bord een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur was aangegeven – heeft gereden met een snelheid van ongeveer 84 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op 22 juli 2023 te Maastricht als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Viaductweg, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 – op welk bord een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur was aangegeven – heeft gereden met een snelheid van ongeveer 84 kilometer per uur.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De verdachte heeft vrijspraak bepleit. De verdachte heeft – in de kern weergegeven – aangevoerd dat sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM) vanwege het feit dat het aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2025 aan haar is verstrekt slechts één dag voor de terechtzitting in hoger beroep. Daarnaast is aangevoerd dat voormeld aanvullend proces-verbaal – zo begrijpt het hof – onvoldoende betrouwbaar is om tot het bewijs te bezigen omdat het meer dan 1,5 jaar na het tenlastegelegde feit is opgemaakt en het menselijk brein geneigd is gaten in herinneringen op te vullen, waarbij dat risico extra reëel is bij een verbalisant die van veel mensen de snelheid meet.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt in de eerste plaats vast dat geen sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Weliswaar is het aanvullend proces-verbaal slechts één dag voor de zitting aan de verdachte toegezonden maar gelet op de omvang daarvan (3 pagina’s) is het hof van oordeel dat dit geen dergelijke schending met zich brengt. Bovendien stelt het hof vast dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep uitgebreid inhoudelijk verweer heeft gevoerd, waardoor zij ook overigens niet in haar belangen is geschaad door het late toezenden.
Het hof stelt in de tweede plaats vast dat het geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de inhoud van het aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2025, nu sprake is van een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal en aanvullende informatie in een nader proces-verbaal ook uit eerder gemaakte eigen aantekeningen kan volgen (zo is het oorspronkelijke proces-verbaal van overtreding ook van 27 november 2023 en dus ook al vier maanden na het tenlastegelegde feit).
Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en overweegt daaromtrent als volgt.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep een bekennende verklaring afgelegd. Zij heeft immers desgevraagd verklaard niet te betwisten dat zij op de tenlastegelegde datum en plaats te hard heeft gereden en heeft (desgevraagd) ook verklaard dat de meting van de verbalisant – resulterend in een (gecorrigeerde) snelheid van 84 kilometer per uur – niet door haar wordt betwist.
Het hof is gelet hierop dan ook van oordeel dat de verdachte – gelet op haar bekennende verklaring, het proces-verbaal van overtreding d.d. 27 november 2023 en het aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2025 – het tenlastegelegde heeft begaan.
Ten overvloede overweegt het hof dat zelfs indien wél zou worden uitgegaan van de lezing van de verdachte, inhoudende dat de desbetreffende verbalisant bij het Shell tankstation stond (en zelfs wanneer de verdachte geen bekennende verklaring zou hebben afgelegd), dit het oordeel niet anders zou maken. De ‘Aanwijzing meting snelheidsovertredingen’ schrijft namelijk de minimale afstand voor tussen (A) het gebodsbord en (B) de meetplaats, dat wil zeggen: de plek waar de verdachte reed op het moment dat haar snelheid werd gemeten. Op grond van die aanwijzing zou deze afstand minimaal 140 meter moeten zijn bij een gebodsbord met een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur.
Uit het proces-verbaal van overtreding d.d. 27 november 2023 blijkt dat de meetplaats op de Viaductweg te Maastricht was.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 30 oktober 2023 onder CJIB-nummer [CJIB-nummer] ;
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 419,00 (vierhonderdnegentien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door:
mr. G.J. Schiffers, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. S.C. van Duijn, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,
en op 7 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Schiffers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.