Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-10-07
ECLI:NL:GHSHE:2025:2742
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.340.319/01 arrest van 7 oktober 2025 in de zaak van System Flex B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, hierna aan te duiden als System Flex, advocaat: mr. G.A. van Gorcom te Veenendaal, tegen [geïntimeerde] h.o.d.n. [YY] Solutions, wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , advocaat: mr. J.E.G. Joosten te 's-Hertogenbosch. op het bij exploot van dagvaarding van 15 april 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 27 maart 2024, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg, gewezen tussen System Flex als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde. 1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10530048 CV EXPL 23-2052) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2 Het geding in hoger beroep 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven tevens vermeerdering van grondslag van eis met producties I en II; de memorie van antwoord met producties 3 tot en met 5; de mondelinge behandeling van 24 juni 2025, waarbij System Flex spreekaantekeningen heeft overgelegd. 2.2. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3 De beoordeling De feiten 3.1. In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten. System Flex exploiteert een onderneming in de afbouwbranche. [geïntimeerde] exploiteert een eenmanszaak in, onder andere, loodgieters- en fitterswerk. [geïntimeerde] heeft tussen 17 en 20 november 2020 in opdracht en voor rekening van System Flex werkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden zagen op de uitbreiding van de toiletgroepen op het werk van Lifeplus in [A] . Na afronding van het werk heeft [geïntimeerde] een factuur voor de werkzaamheden aan System Flex toegezonden. System Flex heeft de factuur betaald. Op 21 februari 2022 heeft System Flex [geïntimeerde] op de hoogte gesteld van een waterschade- melding van Lifeplus. Zij geeft aan onderzoek te hebben gedaan en dat is gebleken dat de waterschade het gevolg is van de door [geïntimeerde] gebrekkig verrichte werkzaamheden. Zij vraagt [geïntimeerde] contact op te nemen hoe de schademelding wordt opgelost. In de daaropvolgende correspondentie hebben [geïntimeerde] en zijn verzekeraar aansprakelijkheid voor de schade van de hand gewezen. De procedure in eerste aanleg 3.2.1. In de onderhavige procedure heeft System Flex gevorderd om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] jegens System Flex aansprakelijk is (op grond van een toekenbare tekortkoming en/of een onrechtmatige daad) vanwege de gebrekkige uitvoering van zijn werkzaamheden c.q. het niet goed en deugdelijk verlijmen van een T-stuk wat tot waterschade heeft geleid; [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van de daaruit voortvloeiende schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 7.978,71, te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente; [geïntimeerde] te veroordelen in de proces- en nakosten. 3.2.2. Aan deze vordering heeft System Flex, kort samengevat, ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn contractuele verplichtingen en zijn werkzaamheden niet juist heeft uitgevoerd. 3.2.3. [geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 3.2.4. In het tussenvonnis van 30 augustus 2023 heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling gelast. 3.2.5. In het eindvonnis van 27 maart 2024 heeft de kantonrechter de vordering van System Flex afgewezen en haar in de proceskosten veroordeeld. Deze veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De omvang van het hoger beroep 3.3.1. System Flex heeft in hoger beroep drie grieven aangevoerd en heeft de (grondslag van) haar eis gewijzigd. System Flex heeft geconclu Naar het oordeel van het hof is met de ontvangst van de factuur het werk aan System Flex ter beschikking gesteld. [geïntimeerde] heeft conform de planning van System Flex gewerkt en System Flex heeft vervolgens de wanden dicht gezet of laten dicht zetten, hetgeen natuurlijk alleen mogelijk was nadat het werk van [geïntimeerde] aan haar ter beschikking was gesteld. 3.5.3. Na de terbeschikkingstelling is het aan System Flex om het werk van [geïntimeerde] te keuren. System Flex stelt dat er slechts enkele dagen zaten tussen het ter beschikking stellen van het werk en het dichtzetten van de wanden (waarna de leidingen niet meer zichtbaar waren). Dat is geen redelijke termijn, aldus System Flex. Gesteld noch gebleken is echter dat [geïntimeerde] een termijn heeft gesteld waarbinnen System Flex zijn werk had moeten keuren. Het feit dat System Flex twee tot drie dagen had om dit werk te keuren, is (kennelijk) een gevolg van het feit dat volgens de planning kort daarna de wanden moesten worden dicht gezet. Daarvan valt [geïntimeerde] geen verwijt te maken. Dit ligt in de risicosfeer van System Flex. De redelijke termijn van artikel 7:758 lid 1 BW is opgenomen om het moment van de stilzwijgende aanvaarding te kunnen bepalen en strekt dus niet ter bescherming van de opdrachtgever. Ten overvloede merkt het hof nog op dat System Flex niet heeft onderbouwd waarom een termijn van twee tot drie dagen geen redelijke termijn is om het qua aard en omvang zeer overzichtelijke werk van [geïntimeerde] (op lekkages) te keuren. 3.5.4. Tussen partijen staat vast dat System Flex het werk feitelijk niet heeft gekeurd en dat zij de leidingen heeft ingebouwd of laten inbouwen. Naar het oordeel van het hof heeft zij aldus het werk stilzwijgend aanvaard. Dit volgt uit het bepaalde in lid 1 van artikel 7:758 BW. Daarmede is het werk opgeleverd en is, op grond van het bepaalde in lid 3 van voormelde wetsbepaling [geïntimeerde] ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die System Flex op het moment van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. 3.5.5. In februari 2022, ruim een jaar na oplevering, heeft System Flex aan [geïntimeerde] gemeld dat de leiding waaraan [geïntimeerde] had gewerkt, water lekte. System Flex heeft [geïntimeerde] foto’s en twee video-opnames gestuurd. Op een van de foto’s was te zien dat een T-stuk zowel aan de boven- als aan de onderkant met duct-tape was vastgezet. Op de video-opnames was te zien dat er een lekkage was, terwijl al één van de beide duct-tapes was verwijderd. 3.5.6. System Flex stelt dat [geïntimeerde] zijn contractuele verplichting toerekenbaar niet is nagekomen: hij heeft lekkende leidingen opgeleverd. [geïntimeerde] betwist dit, stellende dat hij de leidingen op lekkage heeft gecontroleerd en dat hij de duct-tape niet heeft aangebracht. De stelplicht en de bewijslast van de gestelde tekortkoming rust op System Flex. Zij biedt aan te bewijzen dat er geen andere werkzaamheden zijn verricht aan of nabij het T-stuk en de leidingen die [geïntimeerde] heeft aangebracht. Het hof passeert dit bewijsaanbod om de navolgende reden. 3.5.7. In de inleidende dagvaarding heeft System Flex gesteld dat de tekortkoming van [geïntimeerde] daarin was gelegen dat hij het lekkende T-stuk niet had verlijmd maar met duct-tape had vastgezet. In hoger beroep wijzigt zij dit standpunt. Zij volgt [geïntimeerde] in zijn standpunt dat hij heeft gewerkt met schuifmoffen en rubber manchetten die in elkaar gezet worden zonder deze te verlijmen. System Flex stelt nu dat het T-stuk lekte aan het horizontale deel en niet aan de boven- en onderzijde waar de tape zat. De horizontale leiding die [geïntimeerde] heeft aangelegd en middels het T-stuk aan de bestaande leiding heeft gekoppeld, is te kort afgezaagd waardoor aldaar een lek is ontstaan. System Flex verwijst naar de eerste video. 3.5.8. System Flex heeft, na verwijdering van de wanden en de glaswol, de duct-tape verwijderd en de leidingen ontkoppeld. [geïntimeerde] noch het hof heeft k