Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-02-26
ECLI:NL:GHSHE:2025:2465
Strafrecht
Hoger beroep
9,900 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-001013-24
Uitspraak : 26 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 april 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-267198-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘medeplichtigheid aan witwassen’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met – kort gezegd – de navolgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden (of een andere gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden). Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot een bedrag van € 2.900,00 geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met inbegrip van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] , met aanvulling van de bewijsmiddelen (met de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte) en met uitzondering van de strafoplegging en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden.
De verdediging heeft primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Subsidiair, in geval van een bewezenverklaring, heeft de verdediging zich achter de door de advocaat-generaal gevorderde strafoplegging geschaard. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met aanvulling van de bewijsoverwegingen en de toepasselijke wettelijke voorschriften.
Aanvullende bewijsoverweging
De politierechter heeft vastgesteld dat een onbekend gebleven persoon op 17 januari 2023 te Etten-Leur een geldbedrag van € 2.900,00 heeft verworven, wetende dat dit geld afkomstig was uit enig misdrijf – kort gezegd: uit Whatsappfraude gepleegd jegens de benadeelde partij [benadeelde] – en dat de verdachte daaraan medeplichtig is door hiervoor haar bankrekening ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
In aanvulling op de bewijsoverwegingen van de politierechter dienaangaande, overweegt het hof nog als volgt.
Uit de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen volgt dat [benadeelde] op 17 januari 2023 een bedrag van € 2.900,00 heeft overgemaakt naar een bankrekeningnummer van [bank] bank, welke bankrekening op 5 januari 2023 is geopend op naam van de verdachte. Ondanks de ontkennende verklaring van de verdachte dat zij op enigerlei wijze betrokken zou zijn geweest bij het openen van deze bankrekening, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte degene is die de desbetreffende bankrekening op 5 januari 2023 heeft geopend. Immers, uit de algemeen toegankelijke bron “ [bank] .nl”, te weten de website van [bank] bank, valt zonder noemenswaardige moeite te achterhalen dat het openen van een bankrekening bij [bank] bank – nu dit een online bank zonder filialen betreft – uitsluitend mogelijk is door de [bank] App te downloaden. In die app dient degene die een bankrekening wil openen zijn/haar persoonlijke gegevens in te voeren en vervolgens zijn/haar paspoort of identiteitsbewijs te scannen. Wanneer de [bank] App voor de eerste keer wordt opgestart, moet de app aan een toestel worden gekoppeld door via die app een foto van het identiteitsbewijs en een gezichtsscan te maken. Gelet op dat laatste vereiste kan het niet anders zijn dan dat de verdachte de desbetreffende bankrekening bij [bank] bank zelf heeft geopend dan wel dat zij minst genomen daarbij behulpzaam is geweest door in de [bank] App een gezichtsscan te maken. Gelet hierop is het hof, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verdachte opzettelijk een actieve en ondersteunende bijdrage heeft geleverd aan het gronddelict (witwassen) door de bankrekening op 5 januari 2023 te openen en die rekening op 17 januari 2023 ter beschikking te (blijven) stellen aan een onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
Het hof verwerpt derhalve het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging en acht, met de politierechter, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan witwassen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof vult de door de politierechter opgenomen toepasselijke wettelijke voorschriften aan met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. dr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,
mr. R. Lonterman en mr. J.H. de Krijger, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort en mr. A.M.D.J. Aerts, griffiers,
en op 26 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-001013-24
Uitspraak : 26 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 april 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-267198-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘medeplichtigheid aan witwassen’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met – kort gezegd – de navolgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden (of een andere gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden). Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot een bedrag van € 2.900,00 geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met inbegrip van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] , met aanvulling van de bewijsmiddelen (met de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte) en met uitzondering van de strafoplegging en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden.
De verdediging heeft primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Subsidiair, in geval van een bewezenverklaring, heeft de verdediging zich achter de door de advocaat-generaal gevorderde strafoplegging geschaard. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met aanvulling van de bewijsoverwegingen en de toepasselijke wettelijke voorschriften.
Aanvullende bewijsoverweging
De politierechter heeft vastgesteld dat een onbekend gebleven persoon op 17 januari 2023 te Etten-Leur een geldbedrag van € 2.900,00 heeft verworven, wetende dat dit geld afkomstig was uit enig misdrijf – kort gezegd: uit Whatsappfraude gepleegd jegens de benadeelde partij [benadeelde] – en dat de verdachte daaraan medeplichtig is door hiervoor haar bankrekening ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
In aanvulling op de bewijsoverwegingen van de politierechter dienaangaande, overweegt het hof nog als volgt.
Uit de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen volgt dat [benadeelde] op 17 januari 2023 een bedrag van € 2.900,00 heeft overgemaakt naar een bankrekeningnummer van [bank] bank, welke bankrekening op 5 januari 2023 is geopend op naam van de verdachte. Ondanks de ontkennende verklaring van de verdachte dat zij op enigerlei wijze betrokken zou zijn geweest bij het openen van deze bankrekening, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte degene is die de desbetreffende bankrekening op 5 januari 2023 heeft geopend. Immers, uit de algemeen toegankelijke bron “ [bank] .nl”, te weten de website van [bank] bank, valt zonder noemenswaardige moeite te achterhalen dat het openen van een bankrekening bij [bank] bank – nu dit een online bank zonder filialen betreft – uitsluitend mogelijk is door de [bank] App te downloaden. In die app dient degene die een bankrekening wil openen zijn/haar persoonlijke gegevens in te voeren en vervolgens zijn/haar paspoort of identiteitsbewijs te scannen. Wanneer de [bank] App voor de eerste keer wordt opgestart, moet de app aan een toestel worden gekoppeld door via die app een foto van het identiteitsbewijs en een gezichtsscan te maken. Gelet op dat laatste vereiste kan het niet anders zijn dan dat de verdachte de desbetreffende bankrekening bij [bank] bank zelf heeft geopend dan wel dat zij minst genomen daarbij behulpzaam is geweest door in de [bank] App een gezichtsscan te maken. Gelet hierop is het hof, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verdachte opzettelijk een actieve en ondersteunende bijdrage heeft geleverd aan het gronddelict (witwassen) door de bankrekening op 5 januari 2023 te openen en die rekening op 17 januari 2023 ter beschikking te (blijven) stellen aan een onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
Het hof verwerpt derhalve het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging en acht, met de politierechter, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan witwassen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof vult de door de politierechter opgenomen toepasselijke wettelijke voorschriften aan met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. dr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,
mr. R. Lonterman en mr. J.H. de Krijger, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort en mr. A.M.D.J. Aerts, griffiers,
en op 26 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-001013-24
Uitspraak : 26 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 april 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-267198-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘medeplichtigheid aan witwassen’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met – kort gezegd – de navolgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden (of een andere gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden). Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot een bedrag van € 2.900,00 geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met inbegrip van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] , met aanvulling van de bewijsmiddelen (met de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte) en met uitzondering van de strafoplegging en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden.
De verdediging heeft primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Subsidiair, in geval van een bewezenverklaring, heeft de verdediging zich achter de door de advocaat-generaal gevorderde strafoplegging geschaard. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met aanvulling van de bewijsoverwegingen en de toepasselijke wettelijke voorschriften.
Aanvullende bewijsoverweging
De politierechter heeft vastgesteld dat een onbekend gebleven persoon op 17 januari 2023 te Etten-Leur een geldbedrag van € 2.900,00 heeft verworven, wetende dat dit geld afkomstig was uit enig misdrijf – kort gezegd: uit Whatsappfraude gepleegd jegens de benadeelde partij [benadeelde] – en dat de verdachte daaraan medeplichtig is door hiervoor haar bankrekening ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
In aanvulling op de bewijsoverwegingen van de politierechter dienaangaande, overweegt het hof nog als volgt.
Uit de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen volgt dat [benadeelde] op 17 januari 2023 een bedrag van € 2.900,00 heeft overgemaakt naar een bankrekeningnummer van [bank] bank, welke bankrekening op 5 januari 2023 is geopend op naam van de verdachte. Ondanks de ontkennende verklaring van de verdachte dat zij op enigerlei wijze betrokken zou zijn geweest bij het openen van deze bankrekening, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte degene is die de desbetreffende bankrekening op 5 januari 2023 heeft geopend. Immers, uit de algemeen toegankelijke bron “ [bank] .nl”, te weten de website van [bank] bank, valt zonder noemenswaardige moeite te achterhalen dat het openen van een bankrekening bij [bank] bank – nu dit een online bank zonder filialen betreft – uitsluitend mogelijk is door de [bank] App te downloaden. In die app dient degene die een bankrekening wil openen zijn/haar persoonlijke gegevens in te voeren en vervolgens zijn/haar paspoort of identiteitsbewijs te scannen. Wanneer de [bank] App voor de eerste keer wordt opgestart, moet de app aan een toestel worden gekoppeld door via die app een foto van het identiteitsbewijs en een gezichtsscan te maken. Gelet op dat laatste vereiste kan het niet anders zijn dan dat de verdachte de desbetreffende bankrekening bij [bank] bank zelf heeft geopend dan wel dat zij minst genomen daarbij behulpzaam is geweest door in de [bank] App een gezichtsscan te maken. Gelet hierop is het hof, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verdachte opzettelijk een actieve en ondersteunende bijdrage heeft geleverd aan het gronddelict (witwassen) door de bankrekening op 5 januari 2023 te openen en die rekening op 17 januari 2023 ter beschikking te (blijven) stellen aan een onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
Het hof verwerpt derhalve het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging en acht, met de politierechter, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan witwassen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof vult de door de politierechter opgenomen toepasselijke wettelijke voorschriften aan met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. dr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,
mr. R. Lonterman en mr. J.H. de Krijger, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort en mr. A.M.D.J. Aerts, griffiers,
en op 26 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-001013-24
Uitspraak : 26 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 april 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-267198-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘medeplichtigheid aan witwassen’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met – kort gezegd – de navolgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden (of een andere gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden). Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot een bedrag van € 2.900,00 geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met inbegrip van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] , met aanvulling van de bewijsmiddelen (met de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte) en met uitzondering van de strafoplegging en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden.
De verdediging heeft primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Subsidiair, in geval van een bewezenverklaring, heeft de verdediging zich achter de door de advocaat-generaal gevorderde strafoplegging geschaard. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met aanvulling van de bewijsoverwegingen en de toepasselijke wettelijke voorschriften.
Aanvullende bewijsoverweging
De politierechter heeft vastgesteld dat een onbekend gebleven persoon op 17 januari 2023 te Etten-Leur een geldbedrag van € 2.900,00 heeft verworven, wetende dat dit geld afkomstig was uit enig misdrijf – kort gezegd: uit Whatsappfraude gepleegd jegens de benadeelde partij [benadeelde] – en dat de verdachte daaraan medeplichtig is door hiervoor haar bankrekening ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
In aanvulling op de bewijsoverwegingen van de politierechter dienaangaande, overweegt het hof nog als volgt.
Uit de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen volgt dat [benadeelde] op 17 januari 2023 een bedrag van € 2.900,00 heeft overgemaakt naar een bankrekeningnummer van [bank] bank, welke bankrekening op 5 januari 2023 is geopend op naam van de verdachte. Ondanks de ontkennende verklaring van de verdachte dat zij op enigerlei wijze betrokken zou zijn geweest bij het openen van deze bankrekening, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte degene is die de desbetreffende bankrekening op 5 januari 2023 heeft geopend. Immers, uit de algemeen toegankelijke bron “ [bank] .nl”, te weten de website van [bank] bank, valt zonder noemenswaardige moeite te achterhalen dat het openen van een bankrekening bij [bank] bank – nu dit een online bank zonder filialen betreft – uitsluitend mogelijk is door de [bank] App te downloaden. In die app dient degene die een bankrekening wil openen zijn/haar persoonlijke gegevens in te voeren en vervolgens zijn/haar paspoort of identiteitsbewijs te scannen. Wanneer de [bank] App voor de eerste keer wordt opgestart, moet de app aan een toestel worden gekoppeld door via die app een foto van het identiteitsbewijs en een gezichtsscan te maken. Gelet op dat laatste vereiste kan het niet anders zijn dan dat de verdachte de desbetreffende bankrekening bij [bank] bank zelf heeft geopend dan wel dat zij minst genomen daarbij behulpzaam is geweest door in de [bank] App een gezichtsscan te maken. Gelet hierop is het hof, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verdachte opzettelijk een actieve en ondersteunende bijdrage heeft geleverd aan het gronddelict (witwassen) door de bankrekening op 5 januari 2023 te openen en die rekening op 17 januari 2023 ter beschikking te (blijven) stellen aan een onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
Het hof verwerpt derhalve het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging en acht, met de politierechter, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan witwassen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof vult de door de politierechter opgenomen toepasselijke wettelijke voorschriften aan met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. dr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,
mr. R. Lonterman en mr. J.H. de Krijger, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort en mr. A.M.D.J. Aerts, griffiers,
en op 26 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-001013-24
Uitspraak : 26 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 april 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-267198-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘medeplichtigheid aan witwassen’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met – kort gezegd – de navolgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden (of een andere gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden). Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot een bedrag van € 2.900,00 geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met inbegrip van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] , met aanvulling van de bewijsmiddelen (met de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte) en met uitzondering van de strafoplegging en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden.
De verdediging heeft primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Subsidiair, in geval van een bewezenverklaring, heeft de verdediging zich achter de door de advocaat-generaal gevorderde strafoplegging geschaard. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met aanvulling van de bewijsoverwegingen en de toepasselijke wettelijke voorschriften.
Aanvullende bewijsoverweging
De politierechter heeft vastgesteld dat een onbekend gebleven persoon op 17 januari 2023 te Etten-Leur een geldbedrag van € 2.900,00 heeft verworven, wetende dat dit geld afkomstig was uit enig misdrijf – kort gezegd: uit Whatsappfraude gepleegd jegens de benadeelde partij [benadeelde] – en dat de verdachte daaraan medeplichtig is door hiervoor haar bankrekening ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
In aanvulling op de bewijsoverwegingen van de politierechter dienaangaande, overweegt het hof nog als volgt.
Uit de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen volgt dat [benadeelde] op 17 januari 2023 een bedrag van € 2.900,00 heeft overgemaakt naar een bankrekeningnummer van [bank] bank, welke bankrekening op 5 januari 2023 is geopend op naam van de verdachte. Ondanks de ontkennende verklaring van de verdachte dat zij op enigerlei wijze betrokken zou zijn geweest bij het openen van deze bankrekening, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte degene is die de desbetreffende bankrekening op 5 januari 2023 heeft geopend. Immers, uit de algemeen toegankelijke bron “ [bank] .nl”, te weten de website van [bank] bank, valt zonder noemenswaardige moeite te achterhalen dat het openen van een bankrekening bij [bank] bank – nu dit een online bank zonder filialen betreft – uitsluitend mogelijk is door de [bank] App te downloaden. In die app dient degene die een bankrekening wil openen zijn/haar persoonlijke gegevens in te voeren en vervolgens zijn/haar paspoort of identiteitsbewijs te scannen. Wanneer de [bank] App voor de eerste keer wordt opgestart, moet de app aan een toestel worden gekoppeld door via die app een foto van het identiteitsbewijs en een gezichtsscan te maken. Gelet op dat laatste vereiste kan het niet anders zijn dan dat de verdachte de desbetreffende bankrekening bij [bank] bank zelf heeft geopend dan wel dat zij minst genomen daarbij behulpzaam is geweest door in de [bank] App een gezichtsscan te maken. Gelet hierop is het hof, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verdachte opzettelijk een actieve en ondersteunende bijdrage heeft geleverd aan het gronddelict (witwassen) door de bankrekening op 5 januari 2023 te openen en die rekening op 17 januari 2023 ter beschikking te (blijven) stellen aan een onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
Het hof verwerpt derhalve het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging en acht, met de politierechter, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan witwassen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof vult de door de politierechter opgenomen toepasselijke wettelijke voorschriften aan met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. dr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,
mr. R. Lonterman en mr. J.H. de Krijger, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort en mr. A.M.D.J. Aerts, griffiers,
en op 26 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-001013-24
Uitspraak : 26 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 april 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-267198-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘medeplichtigheid aan witwassen’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met – kort gezegd – de navolgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden (of een andere gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden). Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot een bedrag van € 2.900,00 geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met inbegrip van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] , met aanvulling van de bewijsmiddelen (met de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte) en met uitzondering van de strafoplegging en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij Reclassering Nederland en actieve deelname aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden.
De verdediging heeft primair vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Subsidiair, in geval van een bewezenverklaring, heeft de verdediging zich achter de door de advocaat-generaal gevorderde strafoplegging geschaard. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met aanvulling van de bewijsoverwegingen en de toepasselijke wettelijke voorschriften.
Aanvullende bewijsoverweging
De politierechter heeft vastgesteld dat een onbekend gebleven persoon op 17 januari 2023 te Etten-Leur een geldbedrag van € 2.900,00 heeft verworven, wetende dat dit geld afkomstig was uit enig misdrijf – kort gezegd: uit Whatsappfraude gepleegd jegens de benadeelde partij [benadeelde] – en dat de verdachte daaraan medeplichtig is door hiervoor haar bankrekening ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
In aanvulling op de bewijsoverwegingen van de politierechter dienaangaande, overweegt het hof nog als volgt.
Uit de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen volgt dat [benadeelde] op 17 januari 2023 een bedrag van € 2.900,00 heeft overgemaakt naar een bankrekeningnummer van [bank] bank, welke bankrekening op 5 januari 2023 is geopend op naam van de verdachte. Ondanks de ontkennende verklaring van de verdachte dat zij op enigerlei wijze betrokken zou zijn geweest bij het openen van deze bankrekening, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte degene is die de desbetreffende bankrekening op 5 januari 2023 heeft geopend. Immers, uit de algemeen toegankelijke bron “ [bank] .nl”, te weten de website van [bank] bank, valt zonder noemenswaardige moeite te achterhalen dat het openen van een bankrekening bij [bank] bank – nu dit een online bank zonder filialen betreft – uitsluitend mogelijk is door de [bank] App te downloaden. In die app dient degene die een bankrekening wil openen zijn/haar persoonlijke gegevens in te voeren en vervolgens zijn/haar paspoort of identiteitsbewijs te scannen. Wanneer de [bank] App voor de eerste keer wordt opgestart, moet de app aan een toestel worden gekoppeld door via die app een foto van het identiteitsbewijs en een gezichtsscan te maken. Gelet op dat laatste vereiste kan het niet anders zijn dan dat de verdachte de desbetreffende bankrekening bij [bank] bank zelf heeft geopend dan wel dat zij minst genomen daarbij behulpzaam is geweest door in de [bank] App een gezichtsscan te maken. Gelet hierop is het hof, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verdachte opzettelijk een actieve en ondersteunende bijdrage heeft geleverd aan het gronddelict (witwassen) door de bankrekening op 5 januari 2023 te openen en die rekening op 17 januari 2023 ter beschikking te (blijven) stellen aan een onbekend gebleven persoon, volgens de verdachte ene ‘ [betrokkene] ’.
Het hof verwerpt derhalve het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging en acht, met de politierechter, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan witwassen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof vult de door de politierechter opgenomen toepasselijke wettelijke voorschriften aan met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. dr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,
mr. R. Lonterman en mr. J.H. de Krijger, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort en mr. A.M.D.J. Aerts, griffiers,
en op 26 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.