Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-09-04
ECLI:NL:GHSHE:2025:2408
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
6,953 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2025:2408 text/xml public 2026-05-04T11:23:50 2025-09-05 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-09-04 200.357.830_02 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2408 text/html public 2026-05-04T11:22:29 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2025:2408 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-09-2025 / 200.357.830_02 Schorsingsverzoek toegewezen. Belangenafweging. GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 4 september 2025 Zaaknummer: 200.357.830/02 Zaaknummer eerste aanleg: C/03/341650 / FA RK 25-1024 in de zaak in hoger beroep van: [de vader] , wonende te [woonplaats] , België, verzoeker in incident, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. S.P.J. Oudenhoven, tegen [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verweerster in incident, hierna te noemen: de moeder , advocaat: mr. R.A.J. van der Leeuw. Deze zaak gaat over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedatum] 2021. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de raad. 1 Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 22 juli 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2 Het geding in hoger beroep 2.1. De vader heeft bij beroepschrift met producties van 6 augustus 2025 hoger beroep ingesteld tegen voormelde beschikking van 22 juli 2025. De hoofdzaak is bij het hof geregistreerd onder zaaknummer 200.357.830/01. 2.2. De vader heeft bij beroepschrift ook een incidenteel verzoek gedaan, inhoudende een schorsingsverzoek. Die zaak is bij het hof geregistreerd onder zaaknummer 200.357.830/02. Deze beschikking ziet uitsluitend op het schorsingsverzoek. 2.3. De moeder heeft op 19 augustus 2025 een verweerschrift met producties ingediend tegen het schorsingsverzoek. 2.4. Het hof heeft verder kennisgenomen van de inhoud van: - het V6-formulier met productie 1 t/m 14 namens de vader, ingekomen bij de griffie op 12 augustus 2025; - het V6-formulier met het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg namens de vader, ingekomen bij de griffie op 20 augustus 2025. 2.5. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - de vader, bijgestaan door zijn advocaat; - de moeder, bijgestaan door mr. E. Franssen, als waarnemer van mr. R.A.J. van der Leeuw; - de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] . 2.6. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Oudenhoven namens de vader pleitnotities in het geding gebracht en voorgedragen. 3 De feiten 3.1. De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad die in juli 2023 is beëindigd. Zij zijn de ouders van [minderjarige] . 3.2. Bij tussenvonnis van 7 februari 2024 van de Belgische Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren is partijen akte verleend voor hun deelakkoord dat [minderjarige] het hoofdverblijf bij de moeder heeft en op haar adres wordt ingeschreven, dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige] uitoefenen en is beslist over een zorg- en contactregeling. Bij vonnis van 12 augustus 2024 heeft diezelfde rechtbank onder andere de moeder gemachtigd om [minderjarige] per 1 september 2024 in te schrijven op de school [school 1] in [plaats 1] . 3.3. Bij arrest van 17 december 2024 heeft het Hof van Beroep te Antwerpen een deel van het vonnis ‘hervormd’ en de vader gemachtigd om [minderjarige] in te schrijven op de kleuterschool [school 2] te [plaats 2] . 3.4. Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank, voor zover in hoger beroep van belang, aan de moeder vervangende toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op de basisschool [school 3] te [plaats 3] met ingang van het schooljaar 2025/2026. 4 De omvang van het geschil in incident 4.1. De vader verzoekt de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de beslissing onder 7.1 en 7.3., inzake de aan de moeder verleende toestemming voor de inschrijving van [minderjarige] op de basisschool [school 3] met ingang van het schooljaar 2025-2026, van de bestreden beschikking te schorsen in afwachting van de beslissing van het hof in de hoofdzaak. 4.2. De moeder voert hiertegen verweer en verzoekt het hof de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring met betrekking tot de verlening van de vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op de basisschool [school 3] althans zijn verzoek af te wijzen als zijnde ongegrond en/of onbewezen. 5 De beoordeling 5.1. De vader voert in het incident tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, samengevat het volgende aan. De rechtbank heeft de uitvoerbaarheid van de bestreden beschikking bij voorraad niet gemotiveerd. In dat geval dient er sprake te zijn van een juridische en/of feitelijke misslag van de rechtbank en/of een situatie dat een belangenafweging ertoe leidt dat de vader een zwaarder belang heeft bij de schorsing van de werking van de bestreden beschikking dan de moeder bij de uitvoering van de bestreden beschikking. In de bestreden beschikking is sprake van een juridische misslag. Partijen waren het erover eens dat [minderjarige] in België naar de kleuterschool zou gaan. Aanvankelijk ging de discussie tussen de ouders over de kleuterschool [school 1] óf [school 2] . De discussie is nooit gegaan over een schoolkeuze in Nederland. Op dat moment woonde de moeder al in [woonplaats] . Vijf maanden na het arrest van het Hof van Beroep Antwerpen waarin is bepaald dat [minderjarige] naar [school 2] in België gaat, verzoekt de moeder aan de Nederlandse rechtbank vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op [school 3] in Nederland, nadat zij hem al voor de uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg heeft ingeschreven. Omdat er in hoger beroep enkele maanden geleden reeds een uitspraak is gedaan door het Hof van Beroep Antwerpen had de moeder niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in haar verzoek door de rechtbank. Daarnaast is er sprake van een feitelijke misslag doordat de rechtbank in de bestreden beschikking tegen het advies van de raad in aan de moeder vervangende toestemming heeft verleend voor de inschrijving van [minderjarige] op [school 3] . Indien de beslissing wordt uitgevoerd zal voor [minderjarige] een onwenselijke situatie ontstaan. Het is niet in het belang van [minderjarige] om weer te moeten wisselen van school en van schoolsysteem. [minderjarige] is al een jaar gewend aan een ander schoolsysteem, waarbij de kinderopvang loopt van de geboorte tot 2,5 jaar, en waarbij hij vervolgens vanaf 2,5 jaar tot 6 jaar kleuteronderwijs volgt. Het is in zijn belang om vanaf 1 september zijn schoolgang op [school 2] in België te kunnen continueren totdat in hoger beroep in de hoofdzaak wordt beslist. Een jojo-effect moet worden voorkomen. [minderjarige] heeft belang bij stabiliteit en veiligheid. Het belang van [minderjarige] en de vader weegt in dezen zwaarder dan het belang van de moeder. Het belang van [minderjarige] dat er geen overhaaste wijziging en (in ieder geval) voorlopige continuering van zijn schoolgang op [school 2] plaatsvindt, is nu van de eerste orde. 5.2. De moeder voert in haar verweerschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, samengevat het volgende aan. De vader heeft geen belang bij zijn verzoek. Anders dan de vader stelt, kan [minderjarige] op 18 augustus 2025 nog niet starten op [school 3] . Vanaf 3 jaar en 10 maanden mag [minderjarige] maximaal vijf (halve) dagen wennen op school. Doorgaans worden in de twee weken voorafgaand aan de vierde verjaardag een aantal wendagen ingepland. [minderjarige] kan vanaf 1 september 2025 dan ook gewoon naar [school 2] blijven gaan tot op of omstreeks 21 november 2025.
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2025:2408 text/xml public 2026-05-06T10:30:12 2025-09-05 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-09-04 200.357.830_02 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Personen- en familierecht Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2025:2930 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2408 text/html public 2026-05-04T11:22:29 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2025:2408 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-09-2025 / 200.357.830_02 Schorsingsverzoek toegewezen. Belangenafweging. GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 4 september 2025 Zaaknummer: 200.357.830/02 Zaaknummer eerste aanleg: C/03/341650 / FA RK 25-1024 in de zaak in hoger beroep van: [de vader] , wonende te [woonplaats] , België, verzoeker in incident, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. S.P.J. Oudenhoven, tegen [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verweerster in incident, hierna te noemen: de moeder , advocaat: mr. R.A.J. van der Leeuw. Deze zaak gaat over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedatum] 2021. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de raad. 1 Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 22 juli 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2 Het geding in hoger beroep 2.1. De vader heeft bij beroepschrift met producties van 6 augustus 2025 hoger beroep ingesteld tegen voormelde beschikking van 22 juli 2025. De hoofdzaak is bij het hof geregistreerd onder zaaknummer 200.357.830/01. 2.2. De vader heeft bij beroepschrift ook een incidenteel verzoek gedaan, inhoudende een schorsingsverzoek. Die zaak is bij het hof geregistreerd onder zaaknummer 200.357.830/02. Deze beschikking ziet uitsluitend op het schorsingsverzoek. 2.3. De moeder heeft op 19 augustus 2025 een verweerschrift met producties ingediend tegen het schorsingsverzoek. 2.4. Het hof heeft verder kennisgenomen van de inhoud van: - het V6-formulier met productie 1 t/m 14 namens de vader, ingekomen bij de griffie op 12 augustus 2025; - het V6-formulier met het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg namens de vader, ingekomen bij de griffie op 20 augustus 2025. 2.5. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - de vader, bijgestaan door zijn advocaat; - de moeder, bijgestaan door mr. E. Franssen, als waarnemer van mr. R.A.J. van der Leeuw; - de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] . 2.6. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Oudenhoven namens de vader pleitnotities in het geding gebracht en voorgedragen. 3 De feiten 3.1. De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad die in juli 2023 is beëindigd. Zij zijn de ouders van [minderjarige] . 3.2. Bij tussenvonnis van 7 februari 2024 van de Belgische Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren is partijen akte verleend voor hun deelakkoord dat [minderjarige] het hoofdverblijf bij de moeder heeft en op haar adres wordt ingeschreven, dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige] uitoefenen en is beslist over een zorg- en contactregeling. Bij vonnis van 12 augustus 2024 heeft diezelfde rechtbank onder andere de moeder gemachtigd om [minderjarige] per 1 september 2024 in te schrijven op de school [school 1] in [plaats 1] . 3.3. Bij arrest van 17 december 2024 heeft het Hof van Beroep te Antwerpen een deel van het vonnis ‘hervormd’ en de vader gemachtigd om [minderjarige] in te schrijven op de kleuterschool [school 2] te [plaats 2] . 3.4. Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank, voor zover in hoger beroep van belang, aan de moeder vervangende toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op de basisschool [school 3] te [plaats 3] met ingang van het schooljaar 2025/2026. 4 De omvang van het geschil in incident 4.1. De vader verzoekt de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de beslissing onder 7.1 en 7.3., inzake de aan de moeder verleende toestemming voor de inschrijving van [minderjarige] op de basisschool [school 3] met ingang van het schooljaar 2025-2026, van de bestreden beschikking te schorsen in afwachting van de beslissing van het hof in de hoofdzaak. 4.2. De moeder voert hiertegen verweer en verzoekt het hof de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring met betrekking tot de verlening van de vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op de basisschool [school 3] althans zijn verzoek af te wijzen als zijnde ongegrond en/of onbewezen. 5 De beoordeling 5.1. De vader voert in het incident tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, samengevat het volgende aan. De rechtbank heeft de uitvoerbaarheid van de bestreden beschikking bij voorraad niet gemotiveerd. In dat geval dient er sprake te zijn van een juridische en/of feitelijke misslag van de rechtbank en/of een situatie dat een belangenafweging ertoe leidt dat de vader een zwaarder belang heeft bij de schorsing van de werking van de bestreden beschikking dan de moeder bij de uitvoering van de bestreden beschikking. In de bestreden beschikking is sprake van een juridische misslag. Partijen waren het erover eens dat [minderjarige] in België naar de kleuterschool zou gaan. Aanvankelijk ging de discussie tussen de ouders over de kleuterschool [school 1] óf [school 2] . De discussie is nooit gegaan over een schoolkeuze in Nederland. Op dat moment woonde de moeder al in [woonplaats] . Vijf maanden na het arrest van het Hof van Beroep Antwerpen waarin is bepaald dat [minderjarige] naar [school 2] in België gaat, verzoekt de moeder aan de Nederlandse rechtbank vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op [school 3] in Nederland, nadat zij hem al voor de uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg heeft ingeschreven. Omdat er in hoger beroep enkele maanden geleden reeds een uitspraak is gedaan door het Hof van Beroep Antwerpen had de moeder niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in haar verzoek door de rechtbank. Daarnaast is er sprake van een feitelijke misslag doordat de rechtbank in de bestreden beschikking tegen het advies van de raad in aan de moeder vervangende toestemming heeft verleend voor de inschrijving van [minderjarige] op [school 3] . Indien de beslissing wordt uitgevoerd zal voor [minderjarige] een onwenselijke situatie ontstaan. Het is niet in het belang van [minderjarige] om weer te moeten wisselen van school en van schoolsysteem. [minderjarige] is al een jaar gewend aan een ander schoolsysteem, waarbij de kinderopvang loopt van de geboorte tot 2,5 jaar, en waarbij hij vervolgens vanaf 2,5 jaar tot 6 jaar kleuteronderwijs volgt. Het is in zijn belang om vanaf 1 september zijn schoolgang op [school 2] in België te kunnen continueren totdat in hoger beroep in de hoofdzaak wordt beslist. Een jojo-effect moet worden voorkomen. [minderjarige] heeft belang bij stabiliteit en veiligheid. Het belang van [minderjarige] en de vader weegt in dezen zwaarder dan het belang van de moeder. Het belang van [minderjarige] dat er geen overhaaste wijziging en (in ieder geval) voorlopige continuering van zijn schoolgang op [school 2] plaatsvindt, is nu van de eerste orde. 5.2. De moeder voert in haar verweerschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, samengevat het volgende aan. De vader heeft geen belang bij zijn verzoek. Anders dan de vader stelt, kan [minderjarige] op 18 augustus 2025 nog niet starten op [school 3] . Vanaf 3 jaar en 10 maanden mag [minderjarige] maximaal vijf (halve) dagen wennen op school. Doorgaans worden in de twee weken voorafgaand aan de vierde verjaardag een aantal wendagen ingepland.
Volledig
Daarna zal immers pas de tenuitvoerlegging zijn effect krijgen. De moeder verzoekt vanwege onvoldoende belang de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn schorsingsverzoek. Er is geen sprake van een juridische misslag. Het Hof van Beroep heeft niet eerder geoordeeld over het door moeder gedane verzoek of over dezelfde feiten. De feitelijke omstandigheden zijn gewijzigd. Er is evenmin sprake van een feitelijke misslag. Anders dan de vader stelt, mag de rechtbank afwijken van het advies van de raad. Een belangenafweging kan niet leiden tot toewijzing van het schorsingsverzoek. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij vanaf zijn vierde kan starten op [school 3] . Het Nederlandse onderwijssysteem sluit aan bij de binding die [minderjarige] heeft met Nederland vanwege zijn hoofdverblijf, familiaire kring en vriendschappen die hij heeft gesloten. [minderjarige] is overwegend bij de moeder. De moeder werkt fulltime en het is voor haar praktisch niet haalbaar [minderjarige] dagelijks naar [school 2] te brengen. De reistijd bedraagt niet 10 minuten maar circa 20 minuten enkele reis. De moeder acht het in het belang van [minderjarige] dat hij vanuit de woning van de moeder samen met zijn vriendjes zelfstandig te voet of op de fiets naar school kan gaan en daarbij niet afhankelijk is van derden voor vervoer met een auto naar school. [minderjarige] kan samen met zijn vriendjes starten in groep 1 en deze groep blijft dezelfde groep tot en met groep 8. Er is sprake van stabiliteit en continuïteit en dit is in het belang van [minderjarige] . De vader heeft ook niet onderbouwd dat het voor hem praktisch niet mogelijk is om [minderjarige] naar [school 3] te brengen en hem op te halen op de dagen dat [minderjarige] bij hem is. De overgang van de Belgische school naar de Nederlandse school is evenmin lastig voor [minderjarige] . [minderjarige] is slechts een aantal keer naar de Belgische school gegaan en hij zit er niet op zijn plek. Het belang van de moeder bij uitvoering van de beschikking weegt zwaarder dan het belang van de vader bij schorsing. 5.3. De raad adviseert het hof als volgt. De argumenten die partijen ter beantwoording van de vraag welke school in het belang is van [minderjarige] zijn vooral argumenten op ouderniveau. Gekeken dient te worden naar het belang van [minderjarige] . De afgelopen jaren heeft [minderjarige] diverse wisselingen van school meegemaakt. Het is belangrijk dat er sprake is van stabiliteit en dat [minderjarige] onbelast contact heeft met beide ouders. 5.4. Het hof overweegt als volgt. 5.4.1. Hoger beroep schorst de werking van een uitspraak, tenzij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. De bestreden beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de moeder de beschikking mag uitvoeren ondanks het hoger beroep van de vader. Het hof kan op grond van artikel 360 lid 2, tweede volzin van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – als uitzondering – toch beslissen dat de beschikking nog niet mag worden uitgevoerd zolang het hoger beroep loopt, door de werking van de beschikking te schorsen. De Hoge Raad heeft daarvoor maatstaven uiteengezet (HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026). De rechtbank heeft in de bestreden beschikking de uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet gemotiveerd. De maatstaven komen er dan kort gezegd op neer dat het hof de belangen van beide partijen en de minderjarige bij het al dan niet direct uitvoeren van de beschikking tegen elkaar moet afwegen. Het hof gaat daarbij uit van de overwegingen en beslissingen in de beschikking van de rechtbank. De kans van slagen van het hoger beroep blijft hierbij buiten beschouwing. Als blijkt dat de beslissing van de rechtbank op een kennelijke misslag berust, kan het hof daaraan wel gevolgen voor de uitvoerbaarheid verbinden. 5.4.2. Beide ouders zijn het met elkaar eens dat continuïteit en stabiliteit belangrijk zijn voor [minderjarige] . [minderjarige] gaat al vanaf zeer jonge leeftijd in België naar school en vanaf begin januari 2025 naar de kleuterschool [school 2] in [woonplaats] . De continuïteit en stabiliteit van [minderjarige] zijn op dit moment het meest gewaarborgd, indien hij naar de kleuterschool in [woonplaats] kan blijven gaan totdat in hoger beroep op het verzoek tot vervangende toestemming van de moeder is beslist. Daarmee wordt het risico op meerdere wisselingen van school zoveel mogelijk vermeden. Daarbij is van belang dat ook de moeder ervoor zorgt dat [minderjarige] regelmatig [school 2] bezoekt, zodat hij geen achterstand oploopt en geen uitzonderingspositie inneemt ten opzichte van zijn klasgenoten. De door de moeder aangevoerde redenen bij handhaving van de uitvoerbaarheid bij voorraad wegen minder zwaar, omdat deze vooral gericht zijn op de toekomst en overwegend al bestonden toen de procedures in België werden gevoerd. Op dat moment werden deze niet als bezwaarlijk gezien. Anders dan de moeder meent, heeft de vader belang bij zijn schorsingsverzoek, omdat op dit moment niet te overzien is wanneer er een uitspraak zal zijn in de procedure in hoger beroep en de kans aanwezig is dat er in november nog geen uitspraak is. 5.4.3. Het hof zal het schorsingsverzoek van de vader toewijzen. 6 De beslissing Het hof: schorst de werking van de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 22 juli 2025, ten aanzien van de daarin aan de moeder verleende toestemming voor de inschrijving van [minderjarige] op de basisschool [school 3] met ingang van het schooljaar 2025-2026. Deze beschikking is gegeven door mrs. C.M.J. Peters, E.P. de Beij en M.J.C. van Leeuwen en is op 4 september 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier
Volledig
[minderjarige] kan vanaf 1 september 2025 dan ook gewoon naar [school 2] blijven gaan tot op of omstreeks 21 november 2025. Daarna zal immers pas de tenuitvoerlegging zijn effect krijgen. De moeder verzoekt vanwege onvoldoende belang de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn schorsingsverzoek. Er is geen sprake van een juridische misslag. Het Hof van Beroep heeft niet eerder geoordeeld over het door moeder gedane verzoek of over dezelfde feiten. De feitelijke omstandigheden zijn gewijzigd. Er is evenmin sprake van een feitelijke misslag. Anders dan de vader stelt, mag de rechtbank afwijken van het advies van de raad. Een belangenafweging kan niet leiden tot toewijzing van het schorsingsverzoek. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij vanaf zijn vierde kan starten op [school 3] . Het Nederlandse onderwijssysteem sluit aan bij de binding die [minderjarige] heeft met Nederland vanwege zijn hoofdverblijf, familiaire kring en vriendschappen die hij heeft gesloten. [minderjarige] is overwegend bij de moeder. De moeder werkt fulltime en het is voor haar praktisch niet haalbaar [minderjarige] dagelijks naar [school 2] te brengen. De reistijd bedraagt niet 10 minuten maar circa 20 minuten enkele reis. De moeder acht het in het belang van [minderjarige] dat hij vanuit de woning van de moeder samen met zijn vriendjes zelfstandig te voet of op de fiets naar school kan gaan en daarbij niet afhankelijk is van derden voor vervoer met een auto naar school. [minderjarige] kan samen met zijn vriendjes starten in groep 1 en deze groep blijft dezelfde groep tot en met groep 8. Er is sprake van stabiliteit en continuïteit en dit is in het belang van [minderjarige] . De vader heeft ook niet onderbouwd dat het voor hem praktisch niet mogelijk is om [minderjarige] naar [school 3] te brengen en hem op te halen op de dagen dat [minderjarige] bij hem is. De overgang van de Belgische school naar de Nederlandse school is evenmin lastig voor [minderjarige] . [minderjarige] is slechts een aantal keer naar de Belgische school gegaan en hij zit er niet op zijn plek. Het belang van de moeder bij uitvoering van de beschikking weegt zwaarder dan het belang van de vader bij schorsing. 5.3. De raad adviseert het hof als volgt. De argumenten die partijen ter beantwoording van de vraag welke school in het belang is van [minderjarige] zijn vooral argumenten op ouderniveau. Gekeken dient te worden naar het belang van [minderjarige] . De afgelopen jaren heeft [minderjarige] diverse wisselingen van school meegemaakt. Het is belangrijk dat er sprake is van stabiliteit en dat [minderjarige] onbelast contact heeft met beide ouders. 5.4. Het hof overweegt als volgt. 5.4.1. Hoger beroep schorst de werking van een uitspraak, tenzij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. De bestreden beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de moeder de beschikking mag uitvoeren ondanks het hoger beroep van de vader. Het hof kan op grond van artikel 360 lid 2, tweede volzin van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – als uitzondering – toch beslissen dat de beschikking nog niet mag worden uitgevoerd zolang het hoger beroep loopt, door de werking van de beschikking te schorsen. De Hoge Raad heeft daarvoor maatstaven uiteengezet (HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026). De rechtbank heeft in de bestreden beschikking de uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet gemotiveerd. De maatstaven komen er dan kort gezegd op neer dat het hof de belangen van beide partijen en de minderjarige bij het al dan niet direct uitvoeren van de beschikking tegen elkaar moet afwegen. Het hof gaat daarbij uit van de overwegingen en beslissingen in de beschikking van de rechtbank. De kans van slagen van het hoger beroep blijft hierbij buiten beschouwing. Als blijkt dat de beslissing van de rechtbank op een kennelijke misslag berust, kan het hof daaraan wel gevolgen voor de uitvoerbaarheid verbinden. 5.4.2. Beide ouders zijn het met elkaar eens dat continuïteit en stabiliteit belangrijk zijn voor [minderjarige] . [minderjarige] gaat al vanaf zeer jonge leeftijd in België naar school en vanaf begin januari 2025 naar de kleuterschool [school 2] in [woonplaats] . De continuïteit en stabiliteit van [minderjarige] zijn op dit moment het meest gewaarborgd, indien hij naar de kleuterschool in [woonplaats] kan blijven gaan totdat in hoger beroep op het verzoek tot vervangende toestemming van de moeder is beslist. Daarmee wordt het risico op meerdere wisselingen van school zoveel mogelijk vermeden. Daarbij is van belang dat ook de moeder ervoor zorgt dat [minderjarige] regelmatig [school 2] bezoekt, zodat hij geen achterstand oploopt en geen uitzonderingspositie inneemt ten opzichte van zijn klasgenoten. De door de moeder aangevoerde redenen bij handhaving van de uitvoerbaarheid bij voorraad wegen minder zwaar, omdat deze vooral gericht zijn op de toekomst en overwegend al bestonden toen de procedures in België werden gevoerd. Op dat moment werden deze niet als bezwaarlijk gezien. Anders dan de moeder meent, heeft de vader belang bij zijn schorsingsverzoek, omdat op dit moment niet te overzien is wanneer er een uitspraak zal zijn in de procedure in hoger beroep en de kans aanwezig is dat er in november nog geen uitspraak is. 5.4.3. Het hof zal het schorsingsverzoek van de vader toewijzen. 6 De beslissing Het hof: schorst de werking van de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 22 juli 2025, ten aanzien van de daarin aan de moeder verleende toestemming voor de inschrijving van [minderjarige] op de basisschool [school 3] met ingang van het schooljaar 2025-2026. Deze beschikking is gegeven door mrs. C.M.J. Peters, E.P. de Beij en M.J.C. van Leeuwen en is op 4 september 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier