Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-09-04
ECLI:NL:GHSHE:2025:2396
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
7,406 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2025:2396 text/xml public 2026-05-04T10:47:49 2025-09-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-09-04 200.347.273_01 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2396 text/html public 2026-05-04T10:46:47 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2025:2396 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-09-2025 / 200.347.273_01 Zorgregeling Kinderalimentatie GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht zaaknummer : 200.347.273/01 zaaknummer rechtbank : C/01/379208 / FA RK 22-625 beschikking van de meervoudige kamer van 4 september 2025 inzake [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in het principaal hoger beroep, verweerster in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. R.T.P. Tielemans te Eindhoven, tegen [de man] , wonende te [woonplaats] , verweerder in het principaal hoger beroep, verzoeker in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. T.E. Baak te Hilversum. 1 Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 23 juli 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2 Het geding in principaal en incidenteel hoger beroep 2.1. De vrouw is op 21 oktober 2024 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking van 23 juli 2024. 2.2. De man heeft op 7 januari 2025 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep ingediend. 2.3. De vrouw heeft op 18 februari 2025 een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep ingediend. 2.4. Bij het hof zijn verder de volgende stukken ingekomen: het V6-formulier van mr. Tielemans van 14 januari 2025 met producties 1.14 en 1.24; het V6-formulier van 22 januari 2025 van mr. Tielemans, met als bijlage het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de rechtbank op 31 mei 2024; het V6-formulier van mr. Tielemans van 19 juni 2025 met producties 9-24; het V6-formulier van mr. Baak van 19 juni 2025 met producties 10-15; het V6-formulier van mr. Tielemans van 30 juni 2025 met producties 25-27. 2.5. Het hof heeft de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. De kinderen hebben hiervan gebruik gemaakt. [minderjarige 1] heeft een brief gestuurd, ingekomen op 23 juni 2025. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben op 30 juni 2025 met de voorzitter gesproken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van de brief en de inhoud van het gesprek zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren. 2.6. De mondelinge behandeling heeft op 1 juli 2025 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. 3 De feiten 3.1. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast. 3.2. Het huwelijk van partijen is op 10 oktober 2023 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 1 september 2023 in de registers van de burgerlijke stand. 3.3. Partijen zijn de ouders van: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , Hierna te noemen: [minderjarige 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ; [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 3] . 3.4. Bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 23 juli 2024 is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw bepaald. 4 De omvang van het geschil in principaal en incidenteel hoger beroep 4.1. In de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking is, voor zover in hoger beroep van belang, een regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld en bepaald dat de man met ingang van de datum van de beschikking (23 juli 2024) een kinderalimentatie aan de vrouw moet voldoen van € 93,- per kind per maand. 4.2. De vrouw verzoekt in het principaal hoger beroep de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de daarin vastgestelde zorgregeling tijdens de verjaardagen van partijen en Sinterklaas en opnieuw rechtdoende te bepalen dat tijdens deze dagen de structurele contactregeling dan wel vakantieregeling heeft te gelden en hier dus geen afwijkende regeling voor heeft te gelden. Daarnaast verzoekt de vrouw de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de kinderalimentatie en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de man met ingang van 23 juli 2024 een kinderalimentatie aan de vrouw moet voldoen van € 273,- per kind per maand, althans een zodanig bedrag als het hof juist acht, 4.3. De man voert verweer in het principaal hoger beroep, behalve ten aanzien van het verzoek van de vrouw met betrekking tot de zorgregeling. In incidenteel hoger beroep verzoekt de man de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de daarin vastgestelde zorgregeling tijdens de vakanties en opnieuw rechtdoende de volgende regeling vast te stellen, waarbij de man gerechtigd is tot contact met de kinderen gedurende: de zomervakantie in de even jaren in de eerste drie weken waarbij de vakantie aanvangt op vrijdag na school, en in de oneven jaren in de laatste drie weken, waarbij de vakantie aanvangt op vrijdag 18:00 uur tot maandag naar school; de herfstvakantie in de schooljaren die in een even jaar aanvangen, waarbij de vakantie start op vrijdag uit school en duurt tot maandag naar school; de tweede week van de kerstvakantie in de schooljaren die in een even jaar aanvangen en gedurende de eerste week in de schooljaren die in een oneven jaar aanvangen. De eerste week van deze vakantie loopt van vrijdag uit school tot vrijdag 18:00 uur en de tweede week loopt van vrijdag 18:00 uur tot maandag naar school; de voorjaarsvakantie in de schooljaren die in een oneven jaar aanvangen, waarbij de vakantie start op vrijdag uit school en duurt tot maandag naar school; de eerste week van de meivakantie in even jaren en gedurende de tweede week in de oneven jaren. De eerste week van deze vakantie loopt van vrijdag uit school tot vrijdag 18:00 uur. De tweede week van deze vakantie loopt van vrijdag 18:00 uur tot maandag naar school; een eventuele extra vakantie in de schooljaren die in een even jaar aanvangen. De vakantie loopt van vrijdag uit school tot maandag naar school; althans een zodanige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gedurende de vakanties vast te leggen als het hof juist acht. Kosten rechtens. 4.4. De vrouw voert verweer in het incidenteel hoger beroep en verzoekt het hof om de verzoeken van de man af te wijzen. 5 De motivering van de beslissing 5.1. Het hof zal de grieven in principaal en incidenteel hoger beroep per onderwerp bespreken. Regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken 5.2. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep volledige overeenstemming bereikt. Zij zijn in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken het volgende overeengekomen: - voor de verjaardagen van partijen en voor Sinterklaas heeft geen afwijkende regeling (meer) te gelden. Op deze dagen geldt de reguliere regeling dan wel de vakantieregeling; - de kerstvakantie wordt bij helfte verdeeld: de man heeft in de even jaren de tweede week van de kerstvakantie (en de vrouw dus de eerste week) en in de oneven jaren heeft de man de eerste week (en de vrouw dus de tweede week). De eerste week loopt van vrijdag uit school tot vrijdag 18:00 uur en de tweede week loopt van vrijdag 18:00 uur tot maandag naar school. - de kinderen verblijven tijdens de komende herfstvakantie (2025) en voorjaarsvakantie (2026) bij de vrouw. Tijdens de herfstvakantie in 2026 verblijven de kinderen bij de man. Tijdens de voorjaarsvakantie in 2027 verblijven de kinderen bij de man en tijdens de herfstvakantie in 2027 verblijven de kinderen bij de vrouw.
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2025:2396 text/xml public 2026-05-04T10:47:49 2025-09-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-09-04 200.347.273_01 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2396 text/html public 2026-05-04T10:46:47 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2025:2396 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-09-2025 / 200.347.273_01 Zorgregeling Kinderalimentatie GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht zaaknummer : 200.347.273/01 zaaknummer rechtbank : C/01/379208 / FA RK 22-625 beschikking van de meervoudige kamer van 4 september 2025 inzake [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in het principaal hoger beroep, verweerster in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. R.T.P. Tielemans te Eindhoven, tegen [de man] , wonende te [woonplaats] , verweerder in het principaal hoger beroep, verzoeker in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. T.E. Baak te Hilversum. 1 Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 23 juli 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2 Het geding in principaal en incidenteel hoger beroep 2.1. De vrouw is op 21 oktober 2024 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking van 23 juli 2024. 2.2. De man heeft op 7 januari 2025 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep ingediend. 2.3. De vrouw heeft op 18 februari 2025 een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep ingediend. 2.4. Bij het hof zijn verder de volgende stukken ingekomen: het V6-formulier van mr. Tielemans van 14 januari 2025 met producties 1.14 en 1.24; het V6-formulier van 22 januari 2025 van mr. Tielemans, met als bijlage het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de rechtbank op 31 mei 2024; het V6-formulier van mr. Tielemans van 19 juni 2025 met producties 9-24; het V6-formulier van mr. Baak van 19 juni 2025 met producties 10-15; het V6-formulier van mr. Tielemans van 30 juni 2025 met producties 25-27. 2.5. Het hof heeft de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. De kinderen hebben hiervan gebruik gemaakt. [minderjarige 1] heeft een brief gestuurd, ingekomen op 23 juni 2025. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben op 30 juni 2025 met de voorzitter gesproken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van de brief en de inhoud van het gesprek zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren. 2.6. De mondelinge behandeling heeft op 1 juli 2025 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. 3 De feiten 3.1. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast. 3.2. Het huwelijk van partijen is op 10 oktober 2023 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 1 september 2023 in de registers van de burgerlijke stand. 3.3. Partijen zijn de ouders van: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , Hierna te noemen: [minderjarige 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ; [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 3] . 3.4. Bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 23 juli 2024 is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw bepaald. 4 De omvang van het geschil in principaal en incidenteel hoger beroep 4.1. In de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking is, voor zover in hoger beroep van belang, een regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld en bepaald dat de man met ingang van de datum van de beschikking (23 juli 2024) een kinderalimentatie aan de vrouw moet voldoen van € 93,- per kind per maand. 4.2. De vrouw verzoekt in het principaal hoger beroep de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de daarin vastgestelde zorgregeling tijdens de verjaardagen van partijen en Sinterklaas en opnieuw rechtdoende te bepalen dat tijdens deze dagen de structurele contactregeling dan wel vakantieregeling heeft te gelden en hier dus geen afwijkende regeling voor heeft te gelden. Daarnaast verzoekt de vrouw de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de kinderalimentatie en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de man met ingang van 23 juli 2024 een kinderalimentatie aan de vrouw moet voldoen van € 273,- per kind per maand, althans een zodanig bedrag als het hof juist acht, 4.3. De man voert verweer in het principaal hoger beroep, behalve ten aanzien van het verzoek van de vrouw met betrekking tot de zorgregeling. In incidenteel hoger beroep verzoekt de man de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de daarin vastgestelde zorgregeling tijdens de vakanties en opnieuw rechtdoende de volgende regeling vast te stellen, waarbij de man gerechtigd is tot contact met de kinderen gedurende: de zomervakantie in de even jaren in de eerste drie weken waarbij de vakantie aanvangt op vrijdag na school, en in de oneven jaren in de laatste drie weken, waarbij de vakantie aanvangt op vrijdag 18:00 uur tot maandag naar school; de herfstvakantie in de schooljaren die in een even jaar aanvangen, waarbij de vakantie start op vrijdag uit school en duurt tot maandag naar school; de tweede week van de kerstvakantie in de schooljaren die in een even jaar aanvangen en gedurende de eerste week in de schooljaren die in een oneven jaar aanvangen. De eerste week van deze vakantie loopt van vrijdag uit school tot vrijdag 18:00 uur en de tweede week loopt van vrijdag 18:00 uur tot maandag naar school; de voorjaarsvakantie in de schooljaren die in een oneven jaar aanvangen, waarbij de vakantie start op vrijdag uit school en duurt tot maandag naar school; de eerste week van de meivakantie in even jaren en gedurende de tweede week in de oneven jaren. De eerste week van deze vakantie loopt van vrijdag uit school tot vrijdag 18:00 uur. De tweede week van deze vakantie loopt van vrijdag 18:00 uur tot maandag naar school; een eventuele extra vakantie in de schooljaren die in een even jaar aanvangen. De vakantie loopt van vrijdag uit school tot maandag naar school; althans een zodanige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gedurende de vakanties vast te leggen als het hof juist acht. Kosten rechtens. 4.4. De vrouw voert verweer in het incidenteel hoger beroep en verzoekt het hof om de verzoeken van de man af te wijzen. 5 De motivering van de beslissing 5.1. Het hof zal de grieven in principaal en incidenteel hoger beroep per onderwerp bespreken. Regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken 5.2. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep volledige overeenstemming bereikt. Zij zijn in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken het volgende overeengekomen: - voor de verjaardagen van partijen en voor Sinterklaas heeft geen afwijkende regeling (meer) te gelden. Op deze dagen geldt de reguliere regeling dan wel de vakantieregeling; - de kerstvakantie wordt bij helfte verdeeld: de man heeft in de even jaren de tweede week van de kerstvakantie (en de vrouw dus de eerste week) en in de oneven jaren heeft de man de eerste week (en de vrouw dus de tweede week). De eerste week loopt van vrijdag uit school tot vrijdag 18:00 uur en de tweede week loopt van vrijdag 18:00 uur tot maandag naar school. - de kinderen verblijven tijdens de komende herfstvakantie (2025) en voorjaarsvakantie (2026) bij de vrouw. Tijdens de herfstvakantie in 2026 verblijven de kinderen bij de man. Tijdens de voorjaarsvakantie in 2027 verblijven de kinderen bij de man en tijdens de herfstvakantie in 2027 verblijven de kinderen bij de vrouw.
Volledig
De kinderen verblijven tijdens de voorjaarsvakantie in 2028 bij de vrouw en tijdens de herfstvakantie in 2028 bij de man. Enzovoorts. 5.3. Het hof begrijpt uit de overeenstemming die partijen hebben bereikt dat partijen de verzoeken in (incidenteel) hoger beroep over en weer hebben gewijzigd conform hetgeen partijen zijn overeengekomen. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen. Het hof zal om proceseconomische redenen de gehele regeling voor vakanties en feestdagen hierna opnemen in het dictum. Dit betekent dat de bestreden beschikking, uitsluitend voor zover het de regeling voor de vakanties en feestdagen betreft, zal worden vernietigd. Kinderalimentatie 5.4. Het hof heeft de mondelinge behandeling in hoger beroep voor enige tijd geschorst om partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot overeenstemming te komen over de door de man te betalen kinderalimentatie. Na de schorsing hebben partijen het hof bericht dat zij overeenstemming hebben bereikt. Partijen zijn overeengekomen dat: de man met ingang van 1 januari 2025 een bedrag van € 175,- per kind per maand aan kinderalimentatie voldoet aan de vrouw; de man ingaande de komende maand (augustus) start met de betaling van € 175,- per kind per maand aan de vrouw (omdat de man vooruit betaalt, vindt de betaling voor de maand augustus eind juli plaats); over de maanden die al zijn geweest, te weten van 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2025, de man de nog verschuldigde kinderalimentatie betaalt in drie termijnen: vóór 1 oktober 2025, vóór 1 november 2025 en vóór 1 december 2025; de studiekosten voor vervolgopleidingen van de kinderen na de middelbare school bij helfte worden gedeeld na onderling overleg over deze kosten. 5.5. Het hof begrijpt uit de overeenstemming die partijen hebben bereikt dat de vrouw haar verzoek in hoger beroep heeft gewijzigd conform hetgeen partijen zijn overeengekomen en dat de man met deze wijziging van het verzoek instemt en hiertegen geen verweer voert. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen. 6 De beslissing Het hof: 6.1. vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 23 juli 2024 voor wat betreft de zorgregeling voor de vakanties en feestdagen en de kinderalimentatie, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende: 6.2. wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor wat betreft de vakanties en feestdagen, waarbij de man gerechtigd is tot contact met de kinderen gedurende: de zomervakantie in de even jaren in de eerste drie weken waarbij de vakantie aanvangt op vrijdag na school, en in de oneven jaren de laatste drie weken, waarbij de vakantie aanvangt op vrijdag 18.00 uur tot maandag naar school; de herfstvakantie in de even jaren, waarbij de vakantie start op vrijdag uit school en duurt tot maandag naar school; in de even jaren de tweede week van de kerstvakantie en in de oneven jaren de eerste week. De eerste week loopt van vrijdag uit school tot vrijdag 18:00 uur en de tweede week loopt van vrijdag 18:00 uur tot maandag naar school; de voorjaarsvakantie in de in de oneven jaren waarbij de vakantie start op vrijdag uit school en duurt tot maandag naar school; de eerste week van de meivakantie in de even jaren en gedurende de tweede week in de oneven jaren. De eerste week van deze vakantie loopt van vrijdag uit school tot vrijdag 18.00 uur. De tweede week van deze vakantie loopt van vrijdag 18.00 uur tot maandag naar school; een eventuele extra vakantie in de even jaren. De vakantie loopt van vrijdag uit school tot maandag naar school; Kerst: elk jaar verblijven de kinderen op kerstavond vanaf 13.00 uur in de middag tot eerste kerstdag 13.00 uur bij de vrouw. Op eerste kerstdag na 13.00 uur tot 27 december 10.00 uur verblijven de kinderen elk jaar bij de man; Goede Vrijdag/Pasen : in de even jaren verblijven de kinderen bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man. De kinderen verblijven van vrijdag 10.00 uur dan wel uit school tot dinsdagochtend naar school bij de betreffende ouder; Hemelvaartsdag: de kinderen verblijven in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man. De kinderen verblijven vanaf Hemelvaartsdag 10.00 uur tot vrijdagochtend naar school, dan wel 10.00 uur bij de betreffende ouder; Pinksteren: de kinderen verblijven in de oneven jaren bij de vrouw en in de even jaren bij de man. De kinderen verblijven vanaf vrijdag uit school tot dinsdag naar school bij de betreffende ouder; Koningsdag: in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de vrouw en in de even jaren bij de man. De kinderen verblijven vanaf 10.00 uur op koningsdag tot 10.00 uur de dag erna bij de betreffende ouder; Verjaardagen kinderen : in de even jaren verblijven de kinderen bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man. De kinderen verblijven vanaf 10.00 uur, dan wel uit school, tot de volgende ochtend 10.00 uur, dan wel naar school bij de betreffende ouder. De kinderen zijn op hun verjaardag, allemaal samen. Alle kinderen volgen dus voornoemde regeling, ook als het niet hun eigen verjaardag is. Voor [minderjarige 2] geldt een afwijkende regeling omdat hij in de zomervakantie jarig is en op basis van de verdeling van de zomervakantie het ene jaar bij de man is en het andere jaar bij de vrouw; Vaderdag: de kinderen verblijven vanaf zaterdag 18.00 uur tot maandag naar school bij de man; Moederdag: de kinderen verblijven vanaf zaterdag 18.00 uur tot maandag naar school bij de vrouw; Verjaardag halfbroertje/zusje: de kinderen verblijven bij de ouder van wie het half broertje/zusje tot het gezin behoort. De kinderen verblijven bij de desbetreffende ouder vanaf 10.00 uur op de verjaardag zelf tot 10.00 uur de dag erna. bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 1 januari 2025 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen € 175,- per kind per maand zal betalen, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen; bepaalt dat de man over de maanden van 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2025, de nog verschuldigde kinderalimentatie betaalt in drie termijnen: vóór 1 oktober 2025, vóór 1 november 2025 en vóór 1 december 2025; bepaalt dat de studiekosten voor vervolgopleidingen van de kinderen na de middelbare school bij helfte worden gedeeld na onderling overleg over deze kosten; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; bekrachtigt de beschikking van de rechtbank voor het overige; compenseert de kosten van het geding in hoger beroep instanties in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.C. Dumoulin, E.P. de Beij en M.J.C. van Leeuwen en is op 4 september 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledig
De kinderen verblijven tijdens de voorjaarsvakantie in 2028 bij de vrouw en tijdens de herfstvakantie in 2028 bij de man. Enzovoorts. 5.3. Het hof begrijpt uit de overeenstemming die partijen hebben bereikt dat partijen de verzoeken in (incidenteel) hoger beroep over en weer hebben gewijzigd conform hetgeen partijen zijn overeengekomen. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen. Het hof zal om proceseconomische redenen de gehele regeling voor vakanties en feestdagen hierna opnemen in het dictum. Dit betekent dat de bestreden beschikking, uitsluitend voor zover het de regeling voor de vakanties en feestdagen betreft, zal worden vernietigd. Kinderalimentatie 5.4. Het hof heeft de mondelinge behandeling in hoger beroep voor enige tijd geschorst om partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot overeenstemming te komen over de door de man te betalen kinderalimentatie. Na de schorsing hebben partijen het hof bericht dat zij overeenstemming hebben bereikt. Partijen zijn overeengekomen dat: de man met ingang van 1 januari 2025 een bedrag van € 175,- per kind per maand aan kinderalimentatie voldoet aan de vrouw; de man ingaande de komende maand (augustus) start met de betaling van € 175,- per kind per maand aan de vrouw (omdat de man vooruit betaalt, vindt de betaling voor de maand augustus eind juli plaats); over de maanden die al zijn geweest, te weten van 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2025, de man de nog verschuldigde kinderalimentatie betaalt in drie termijnen: vóór 1 oktober 2025, vóór 1 november 2025 en vóór 1 december 2025; de studiekosten voor vervolgopleidingen van de kinderen na de middelbare school bij helfte worden gedeeld na onderling overleg over deze kosten. 5.5. Het hof begrijpt uit de overeenstemming die partijen hebben bereikt dat de vrouw haar verzoek in hoger beroep heeft gewijzigd conform hetgeen partijen zijn overeengekomen en dat de man met deze wijziging van het verzoek instemt en hiertegen geen verweer voert. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen. 6 De beslissing Het hof: 6.1. vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 23 juli 2024 voor wat betreft de zorgregeling voor de vakanties en feestdagen en de kinderalimentatie, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende: 6.2. wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor wat betreft de vakanties en feestdagen, waarbij de man gerechtigd is tot contact met de kinderen gedurende: de zomervakantie in de even jaren in de eerste drie weken waarbij de vakantie aanvangt op vrijdag na school, en in de oneven jaren de laatste drie weken, waarbij de vakantie aanvangt op vrijdag 18.00 uur tot maandag naar school; de herfstvakantie in de even jaren, waarbij de vakantie start op vrijdag uit school en duurt tot maandag naar school; in de even jaren de tweede week van de kerstvakantie en in de oneven jaren de eerste week. De eerste week loopt van vrijdag uit school tot vrijdag 18:00 uur en de tweede week loopt van vrijdag 18:00 uur tot maandag naar school; de voorjaarsvakantie in de in de oneven jaren waarbij de vakantie start op vrijdag uit school en duurt tot maandag naar school; de eerste week van de meivakantie in de even jaren en gedurende de tweede week in de oneven jaren. De eerste week van deze vakantie loopt van vrijdag uit school tot vrijdag 18.00 uur. De tweede week van deze vakantie loopt van vrijdag 18.00 uur tot maandag naar school; een eventuele extra vakantie in de even jaren. De vakantie loopt van vrijdag uit school tot maandag naar school; Kerst: elk jaar verblijven de kinderen op kerstavond vanaf 13.00 uur in de middag tot eerste kerstdag 13.00 uur bij de vrouw. Op eerste kerstdag na 13.00 uur tot 27 december 10.00 uur verblijven de kinderen elk jaar bij de man; Goede Vrijdag/Pasen : in de even jaren verblijven de kinderen bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man. De kinderen verblijven van vrijdag 10.00 uur dan wel uit school tot dinsdagochtend naar school bij de betreffende ouder; Hemelvaartsdag: de kinderen verblijven in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man. De kinderen verblijven vanaf Hemelvaartsdag 10.00 uur tot vrijdagochtend naar school, dan wel 10.00 uur bij de betreffende ouder; Pinksteren: de kinderen verblijven in de oneven jaren bij de vrouw en in de even jaren bij de man. De kinderen verblijven vanaf vrijdag uit school tot dinsdag naar school bij de betreffende ouder; Koningsdag: in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de vrouw en in de even jaren bij de man. De kinderen verblijven vanaf 10.00 uur op koningsdag tot 10.00 uur de dag erna bij de betreffende ouder; Verjaardagen kinderen : in de even jaren verblijven de kinderen bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man. De kinderen verblijven vanaf 10.00 uur, dan wel uit school, tot de volgende ochtend 10.00 uur, dan wel naar school bij de betreffende ouder. De kinderen zijn op hun verjaardag, allemaal samen. Alle kinderen volgen dus voornoemde regeling, ook als het niet hun eigen verjaardag is. Voor [minderjarige 2] geldt een afwijkende regeling omdat hij in de zomervakantie jarig is en op basis van de verdeling van de zomervakantie het ene jaar bij de man is en het andere jaar bij de vrouw; Vaderdag: de kinderen verblijven vanaf zaterdag 18.00 uur tot maandag naar school bij de man; Moederdag: de kinderen verblijven vanaf zaterdag 18.00 uur tot maandag naar school bij de vrouw; Verjaardag halfbroertje/zusje: de kinderen verblijven bij de ouder van wie het half broertje/zusje tot het gezin behoort. De kinderen verblijven bij de desbetreffende ouder vanaf 10.00 uur op de verjaardag zelf tot 10.00 uur de dag erna. bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 1 januari 2025 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen € 175,- per kind per maand zal betalen, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen; bepaalt dat de man over de maanden van 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2025, de nog verschuldigde kinderalimentatie betaalt in drie termijnen: vóór 1 oktober 2025, vóór 1 november 2025 en vóór 1 december 2025; bepaalt dat de studiekosten voor vervolgopleidingen van de kinderen na de middelbare school bij helfte worden gedeeld na onderling overleg over deze kosten; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; bekrachtigt de beschikking van de rechtbank voor het overige; compenseert de kosten van het geding in hoger beroep instanties in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.C. Dumoulin, E.P. de Beij en M.J.C. van Leeuwen en is op 4 september 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.