Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-09-04
ECLI:NL:GHSHE:2025:2393
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
8,126 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2025:2393 text/xml public 2026-05-01T09:46:48 2025-09-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-09-04 200.335.642_01 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Personen- en familierecht Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2024:1588 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2393 text/html public 2026-05-01T09:46:30 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2025:2393 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-09-2025 / 200.335.642_01 Afwijzing vaststellen zorgregeling. De minderjarige heeft gedurende haar leven niet kunnen ervaren dat ze op de vader kan rekenen. De vader is onmachtig om voor een langere periode betrouwbaar en voorspelbaar te zijn in het nakomen van afspraken. Het lukt hem niet om de belangen van de minderjarige op de eerste plaats te zetten en zijn aandeel in de situatie te zien. Het contact is een paar keer verbroken geweest en hersteld. De vader heeft hulp nodig bij het verwerken van het gegeven dat de minderjarige op afstand zal opgroeien. GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 4 september 2025 Zaaknummer: 200.335.642/01 Zaaknummers eerste aanleg: C/03/294568 / FA RK 21-2734 en C/03/319963 / FA RK 23-2623 in de zaak in hoger beroep van: [de vader] , wonende te [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. R.A. van den Heuvel, tegen [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. A. Hollman. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming , regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] , hierna te noemen: de raad. Deze zaak gaat over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . 5 De beschikking van 8 mei 2024 Bij beschikking van 8 mei 2024 heeft het hof partijen verwezen naar [instantie] voor het volgen van BOR 3-traject en een ouderschapsbemiddelingstraject. Iedere verdere beslissing is aangehouden. 6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 6.1. De mondelinge behandeling is voortgezet op 15 juli 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord: de vader, bijgestaan door mr. J.R. Nunez Casanova, kantoorgenoot van mr. Van den Heuvel; de moeder, bijgestaan door mr. Hollman; [vertegenwoordiger van de raad] namens de raad. 6.2. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: V8-formulier namens de vader d.d. 28 januari 2025; V6-formulier met bijlagen namens de moeder d.d. 12 februari 2025 (prod. 66 t/m 78); V6-formulier met bijlagen namens de vader d.d. 13 februari 2025 (prod. 30 t/m 45); V6-formulier met bijlage namens de vader d.d. 20 februari 2025 (brief); V6-formulier met bijlage namens de moeder d.d. 27 februari 2025 (productie 79); V6-formulier met bijlagen namens de moeder d.d. 12 juni 2025 (prod. 80 t/m 91); V6-formulier met bijlagen namens de vader d.d. 4 juli 2025 (prod. 46 t/m 52); V8-formulier met bijlage namens de vader d.d. 11 juli 2025 (brief); V8-formulier met bijlage namens de moeder d.d. 14 juli 2025 (brief); de door de vader tijdens de mondelinge behandeling overgelegde spreekaantekeningen. 7 De verdere beoordeling in hoger beroep 7.1. De vader heeft bij brief van 11 juli 2025 zijn verzoek aangevuld c.q. gewijzigd. Hij verzoekt om een aanhouding van de procedure en bij wijze van een voorlopige (provisionele) voorziening een (begeleide) zorgregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen, waarbij hij [minderjarige] eenmaal per maand ziet, dan wel een zorgregeling vaststellen die het hof juist acht. De vader heeft, samengevat, verder nog het volgende naar voren gebracht. Het is belangrijk dat het contact tussen hem en [minderjarige] weer zo snel mogelijk wordt hersteld. Er kan geen eindbeslissing worden genomen, omdat de doelen niet behaald zijn. Het is namelijk nog niet gelukt om een onbegeleide en onbelaste weekendregeling tot stand te brengen. Er is een herstelgesprek gepland tussen [instantie] en de vader. Daarnaast is er een IMH-traject gestart dat nog steeds loopt en waarbij de vader ook betrokken is. De vader is al vier jaar lang bezig om een goede zorgregeling tot stand te brengen. Hij heeft hier veel moeite voor gedaan. Er wordt nu een totaal verkeerd beeld over de vader geschetst. Zaken worden steeds uit hun context gehaald en in de verslagen en plannen leest de vader veel tegenstrijdige zaken. De vader vindt het onbegrijpelijk dat er steeds naar hem wordt gewezen, terwijl de situatie is ontstaan door de grote afstand tussen hem en [minderjarige] , die de moeder gecreëerd heeft. De vader heeft onvoldoende financiële middelen om naar [regio] af te reizen. Hij heeft daarom voorgesteld om de observatie van het contact tussen hem en [minderjarige] in de thuissituatie van de vader te laten plaatsvinden, maar dit is niet mogelijk. Ten onrechte wordt dit aangemerkt als een door de vader gestelde voorwaarde. Door de hele gang van zaken heeft de vader geen werk meer en kan hij zijn leven niet leiden zoals hij dat zou willen. De vader zou graag meer informatie krijgen over de veiligheid en gemoedstoestand van [minderjarige] . Hij heeft zelf nooit meegemaakt dat ze zich niet fijn zou voelen en hij begrijpt de zorgen in zoverre niet. Het contact tussen hem en [minderjarige] verliep goed. Iedere keer als er een goed contact tot stand is gekomen, dan wordt de stekker er uitgetrokken. De vader vindt dit enorm frustrerend en onmenselijk. Als de vader hulp krijgt aangeboden, dan zou hij die aanvaarden. Hij heeft zelf geen concrete hulpvraag. De vader voert wel regelmatig gesprekken met de praktijkondersteuner van de huisarts. 7.2. De moeder heeft, samengevat, nog het volgende naar voren gebracht. Er is sprake van een patroon en/of van een herhaling van zetten. De vader wil tot een onbegeleide omgangsregeling met [minderjarige] komen, maar hij is hiertoe niet in staat. De moeder vraagt zich af of er bij de vader sprake is van onmacht. Er had al een onbegeleide omgangsregeling kunnen zijn, maar zodra de vader weerstand ervaart of feedback krijgt, dan haakt hij af. De vader heeft [minderjarige] eerder voor een periode van twee jaar niet gezien. Er heeft destijds ook een BOR-traject plaatsgevonden. Het contact tussen de vader en [minderjarige] is tot twee keer toe hersteld. De vader geeft aan dat hij voor [minderjarige] het beste wil, maar de moeder ziet dat in zijn gedrag niet terug. De vader heeft verder al meerdere keren pas op de laatste dag toestemming aan de moeder verleend voor gezagsbeslissingen, zoals inschrijving op de basisschool, het aanvragen van een ID-bewijs of het starten van het IMH-traject. Als de vader een omgangsregeling met [minderjarige] wenst, dan zal hij ook naar [woonplaats moeder] moeten afreizen en dan moet de vader zijn verantwoordelijkheid gaan nemen. De moeder heeft een bijstandsuitkering, maar zij is ook steeds naar [woonplaats vader] afgereisd. [minderjarige] wordt nu keer op keer teleurgesteld en de moeder ziet dat ze er steeds meer last van krijgt. Alhoewel er bij [minderjarige] (nog) geen trauma is vastgesteld, zal er op advies van de hulpverlening (IMH-traject) toch met een EMDR-behandeling worden gestart. Het zou fijn zijn als de vader bij het IMH-traject aansluit. De moeder voert verder nog aan dat het de vader niet lukt om naar zijn eigen aandeel in de situatie te kijken. Hij blijft de moeder diskwalificeren en zijn focus op haar houden. De vader heeft veel stress en heeft het steeds over zichzelf. Hij lijkt niet in te zien wat de situatie met [minderjarige] doet en wat het voor [minderjarige] betekent om steeds naar [woonplaats vader] af te reizen. De moeder heeft veel zorgen en ze heeft er geen vertrouwen in dat een verdere aanhouding van de zaak, waarbij het traject bij [instantie] weer wordt opgepakt, nu wel tot het gewenste resultaat zal leiden. De vader moet eerst met zichzelf aan de slag gaan. 7.3. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de raad het hof geadviseerd. De raad stelt vast dat de vader nog steeds veel pijn en verdriet heeft.
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2025:2393 text/xml public 2026-05-01T09:46:48 2025-09-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-09-04 200.335.642_01 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Personen- en familierecht Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2024:1588 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2393 text/html public 2026-05-01T09:46:30 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2025:2393 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-09-2025 / 200.335.642_01 Afwijzing vaststellen zorgregeling. De minderjarige heeft gedurende haar leven niet kunnen ervaren dat ze op de vader kan rekenen. De vader is onmachtig om voor een langere periode betrouwbaar en voorspelbaar te zijn in het nakomen van afspraken. Het lukt hem niet om de belangen van de minderjarige op de eerste plaats te zetten en zijn aandeel in de situatie te zien. Het contact is een paar keer verbroken geweest en hersteld. De vader heeft hulp nodig bij het verwerken van het gegeven dat de minderjarige op afstand zal opgroeien. GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 4 september 2025 Zaaknummer: 200.335.642/01 Zaaknummers eerste aanleg: C/03/294568 / FA RK 21-2734 en C/03/319963 / FA RK 23-2623 in de zaak in hoger beroep van: [de vader] , wonende te [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. R.A. van den Heuvel, tegen [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. A. Hollman. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming , regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] , hierna te noemen: de raad. Deze zaak gaat over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . 5 De beschikking van 8 mei 2024 Bij beschikking van 8 mei 2024 heeft het hof partijen verwezen naar [instantie] voor het volgen van BOR 3-traject en een ouderschapsbemiddelingstraject. Iedere verdere beslissing is aangehouden. 6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 6.1. De mondelinge behandeling is voortgezet op 15 juli 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord: de vader, bijgestaan door mr. J.R. Nunez Casanova, kantoorgenoot van mr. Van den Heuvel; de moeder, bijgestaan door mr. Hollman; [vertegenwoordiger van de raad] namens de raad. 6.2. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: V8-formulier namens de vader d.d. 28 januari 2025; V6-formulier met bijlagen namens de moeder d.d. 12 februari 2025 (prod. 66 t/m 78); V6-formulier met bijlagen namens de vader d.d. 13 februari 2025 (prod. 30 t/m 45); V6-formulier met bijlage namens de vader d.d. 20 februari 2025 (brief); V6-formulier met bijlage namens de moeder d.d. 27 februari 2025 (productie 79); V6-formulier met bijlagen namens de moeder d.d. 12 juni 2025 (prod. 80 t/m 91); V6-formulier met bijlagen namens de vader d.d. 4 juli 2025 (prod. 46 t/m 52); V8-formulier met bijlage namens de vader d.d. 11 juli 2025 (brief); V8-formulier met bijlage namens de moeder d.d. 14 juli 2025 (brief); de door de vader tijdens de mondelinge behandeling overgelegde spreekaantekeningen. 7 De verdere beoordeling in hoger beroep 7.1. De vader heeft bij brief van 11 juli 2025 zijn verzoek aangevuld c.q. gewijzigd. Hij verzoekt om een aanhouding van de procedure en bij wijze van een voorlopige (provisionele) voorziening een (begeleide) zorgregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen, waarbij hij [minderjarige] eenmaal per maand ziet, dan wel een zorgregeling vaststellen die het hof juist acht. De vader heeft, samengevat, verder nog het volgende naar voren gebracht. Het is belangrijk dat het contact tussen hem en [minderjarige] weer zo snel mogelijk wordt hersteld. Er kan geen eindbeslissing worden genomen, omdat de doelen niet behaald zijn. Het is namelijk nog niet gelukt om een onbegeleide en onbelaste weekendregeling tot stand te brengen. Er is een herstelgesprek gepland tussen [instantie] en de vader. Daarnaast is er een IMH-traject gestart dat nog steeds loopt en waarbij de vader ook betrokken is. De vader is al vier jaar lang bezig om een goede zorgregeling tot stand te brengen. Hij heeft hier veel moeite voor gedaan. Er wordt nu een totaal verkeerd beeld over de vader geschetst. Zaken worden steeds uit hun context gehaald en in de verslagen en plannen leest de vader veel tegenstrijdige zaken. De vader vindt het onbegrijpelijk dat er steeds naar hem wordt gewezen, terwijl de situatie is ontstaan door de grote afstand tussen hem en [minderjarige] , die de moeder gecreëerd heeft. De vader heeft onvoldoende financiële middelen om naar [regio] af te reizen. Hij heeft daarom voorgesteld om de observatie van het contact tussen hem en [minderjarige] in de thuissituatie van de vader te laten plaatsvinden, maar dit is niet mogelijk. Ten onrechte wordt dit aangemerkt als een door de vader gestelde voorwaarde. Door de hele gang van zaken heeft de vader geen werk meer en kan hij zijn leven niet leiden zoals hij dat zou willen. De vader zou graag meer informatie krijgen over de veiligheid en gemoedstoestand van [minderjarige] . Hij heeft zelf nooit meegemaakt dat ze zich niet fijn zou voelen en hij begrijpt de zorgen in zoverre niet. Het contact tussen hem en [minderjarige] verliep goed. Iedere keer als er een goed contact tot stand is gekomen, dan wordt de stekker er uitgetrokken. De vader vindt dit enorm frustrerend en onmenselijk. Als de vader hulp krijgt aangeboden, dan zou hij die aanvaarden. Hij heeft zelf geen concrete hulpvraag. De vader voert wel regelmatig gesprekken met de praktijkondersteuner van de huisarts. 7.2. De moeder heeft, samengevat, nog het volgende naar voren gebracht. Er is sprake van een patroon en/of van een herhaling van zetten. De vader wil tot een onbegeleide omgangsregeling met [minderjarige] komen, maar hij is hiertoe niet in staat. De moeder vraagt zich af of er bij de vader sprake is van onmacht. Er had al een onbegeleide omgangsregeling kunnen zijn, maar zodra de vader weerstand ervaart of feedback krijgt, dan haakt hij af. De vader heeft [minderjarige] eerder voor een periode van twee jaar niet gezien. Er heeft destijds ook een BOR-traject plaatsgevonden. Het contact tussen de vader en [minderjarige] is tot twee keer toe hersteld. De vader geeft aan dat hij voor [minderjarige] het beste wil, maar de moeder ziet dat in zijn gedrag niet terug. De vader heeft verder al meerdere keren pas op de laatste dag toestemming aan de moeder verleend voor gezagsbeslissingen, zoals inschrijving op de basisschool, het aanvragen van een ID-bewijs of het starten van het IMH-traject. Als de vader een omgangsregeling met [minderjarige] wenst, dan zal hij ook naar [woonplaats moeder] moeten afreizen en dan moet de vader zijn verantwoordelijkheid gaan nemen. De moeder heeft een bijstandsuitkering, maar zij is ook steeds naar [woonplaats vader] afgereisd. [minderjarige] wordt nu keer op keer teleurgesteld en de moeder ziet dat ze er steeds meer last van krijgt. Alhoewel er bij [minderjarige] (nog) geen trauma is vastgesteld, zal er op advies van de hulpverlening (IMH-traject) toch met een EMDR-behandeling worden gestart. Het zou fijn zijn als de vader bij het IMH-traject aansluit. De moeder voert verder nog aan dat het de vader niet lukt om naar zijn eigen aandeel in de situatie te kijken. Hij blijft de moeder diskwalificeren en zijn focus op haar houden. De vader heeft veel stress en heeft het steeds over zichzelf. Hij lijkt niet in te zien wat de situatie met [minderjarige] doet en wat het voor [minderjarige] betekent om steeds naar [woonplaats vader] af te reizen. De moeder heeft veel zorgen en ze heeft er geen vertrouwen in dat een verdere aanhouding van de zaak, waarbij het traject bij [instantie] weer wordt opgepakt, nu wel tot het gewenste resultaat zal leiden. De vader moet eerst met zichzelf aan de slag gaan. 7.3. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de raad het hof geadviseerd. De raad stelt vast dat de vader nog steeds veel pijn en verdriet heeft.
Volledig
Hij weet niet hoe hij een vader op afstand kan zijn. De huidige situatie is voor [minderjarige] beschadigend en mogelijk traumatisch. Het contact tussen [minderjarige] en de vader is twee keer opgebouwd en is ook al twee keer verbroken. Hierdoor heeft er bij [minderjarige] geen basisvertrouwen in en geen hechtingsrelatie met de vader kunnen ontstaan. Kinderen hebben behoefte aan een vader die er altijd voor hen is. [minderjarige] heeft een vader die er dan wel, en dan weer niet is. Ze krijgt hierdoor de boodschap dat ze er niet toe doet. Er moet worden gekeken wat wel mogelijk is. De door de vader voorgestelde zorgregeling is niet realistisch. Het contact kan alleen worden hersteld als sprake is van een onvoorwaardelijke regeling. De raad heeft twijfels of van de vader kan worden verwacht dat hij langdurig zal leveren, tenzij hij zou verhuizen. De vader heeft al veel gedaan en hij heeft beperkte financiële middelen. Zijn boosheid zit nog diep. De raad leidt hieruit af dat de vader hulp nodig heeft bij de verwerking van de verhuizing van [minderjarige] . Anders zal het niet mogelijk zijn om een onbelaste zorgregeling vast te stellen. Een nieuw begeleid traject kan alleen slagen als de vader hulp zoekt voor zijn boosheid en verdriet. Mogelijk kan de praktijkondersteuner (huisarts) de vader hierin begeleiden. De raad adviseert om de procedure aan te houden en het traject bij [instantie] opnieuw op te starten. 7.4. Het hof overweegt op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht als volgt. Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken 7.5. Het hof ziet op dit moment geen mogelijkheden om een zorgregeling vast te stellen en/of om de procedure hiertoe nog langer aan te houden en zal hierna uitleggen waarom. 7.6. Het traject bij [instantie] is in september 2024 gestart. In de periode tot eind november 2024 zijn er acht begeleide contactmomenten geweest, waarvan de laatste vier bij de vader thuis. Alhoewel er fijn contact tussen de vader en [minderjarige] is waargenomen, is de regeling iets teruggeschroefd, omdat de afstand tussen [woonplaats moeder] en [woonplaats vader] een te grote belasting voor [minderjarige] was om wekelijks vol te houden. Daarnaast is door [instantie] als reden aangevoerd dat het contact tussen de ouders een belemmering oplevert en dat het de vader nog niet is gelukt om de knop om te zetten en zich volledig te committeren aan de afspraken (zie email [instantie] van 4 november 2024). Er is ook gezien dat [minderjarige] tijdens de overdracht tussen de ouders haar ogen gesloten houdt en zij die momenten als belastend ervaart. In december 2024, en in januari en februari 2025 hebben er nog drie contactmomenten bij de vader thuis plaatsgevonden. 7.7. Na februari 2025 heeft er geen omgang meer plaatsgevonden, omdat er teveel problemen waren in de samenwerking tussen de vader en [instantie] . [instantie] heeft als voorwaarde gesteld dat de vader voor een periode van zes maanden moet laten zien dat hij voorspelbaar is en dat [minderjarige] op hem kan vertrouwen, zowel in woord als in daad. Dit is niet gelukt. Alhoewel [instantie] zich tot het uiterste heeft ingespannen om het traject te laten slagen, heeft zij geen andere mogelijkheid gezien dan het traject in april 2025 te beëindigen. 7.8. Het hof ziet in de correspondentie tussen de vader en [instantie] een vader die de regie wil voeren, waarbij hij zich veelal dwingend opstelt in het stellen van voorwaarden en het krijgen van antwoorden op vragen. Deze opstelling lijkt voort te komen uit gevoelens van (financiële) stress, verdriet en onzekerheid. De vader spant zich in om tot een goede zorgregeling met [minderjarige] te komen, maar hij is onmachtig om de hiertoe noodzakelijke stappen te zetten en afspraken na te komen. De vader lijkt te verzanden in randvoorwaarden en is veelal gericht op de inhoud van de rapportages en/of berichten, waarbij hij allerlei geschreven of ongeschreven zaken ter discussie stelt. Hij laat daarbij veel boosheid en wantrouwen zien richting de moeder en [instantie] . Hierdoor verliest hij uit het oog waar het daadwerkelijk om gaat, namelijk een fijn en onbelast contact met [minderjarige] . Gedurende het traject is er alles aan gedaan om de vader hierin tegemoet te komen en met de vader mee te bewegen, zowel vanuit [instantie] als vanuit de moeder. De kans om [minderjarige] in april 2025 weer te zien heeft de vader niet aangegrepen. Op het concreet uitgewerkte plan van aanpak van [instantie] van 6 april 2025 om op korte termijn te komen tot een herstel van de omgang tussen de vader en [minderjarige] heeft de vader geen positieve reactie gegeven, waarop [instantie] het traject heeft stop gezet. Hiermee laat de vader zien dat hij het belang van [minderjarige] niet boven zijn eigen issues weet te stellen. Uit de gang van zaken van de afgelopen jaren tot en met heden leidt het hof af dat de vader niet dan wel onvoldoende in staat is om voor een langere periode te laten zien dat hij betrouwbaar en voorspelbaar is in het - consequent - nakomen van afspraken en daarbij de belangen van [minderjarige] op de eerste plaats te zetten en het verleden te laten rusten. In de kern komt het erop neer dat het de vader niet lukt om de verhuizing van [minderjarige] en de moeder naar [regio] achter zich te laten en zich te gaan richten op wat in het kader van het contact met [minderjarige] wel mogelijk is. Hierdoor staan bij de vader zijn eigen belangen en zijn eigen verdriet op de voorgrond en wordt [minderjarige] onbedoeld met de emoties van de vader belast. De vader blijft zijn frustraties over de moeder uiten, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van [instantie] om dit niet te doen en de vader blijft veel weerstand tonen om naar [regio] af te reizen. Het argument van de vader dat hij onvoldoende financiële middelen heeft, wat daar overigens ook van zij, leidt niet tot een andere conclusie, aangezien de moeder heeft aangeboden om de vader hierin tegemoet te komen en zij ook meerdere keren met [minderjarige] naar [woonplaats vader] is afgereisd, ondanks haar eigen beperkte financiële middelen. 7.9. Het is nu de tweede keer dat een BOR-traject is gestart en voortijdig is geëindigd. Dit heeft ertoe geleid dat er wederom een breuk is gekomen in de hechting tussen [minderjarige] en de vader. [minderjarige] heeft gedurende haar leven niet kunnen rekenen op de aanwezigheid van de vader. Zij wordt hierin steeds teleurgesteld.. [minderjarige] heeft behoefte aan een vader die er onvoorwaardelijk voor haar is, die stabiel en betrouwbaar is en die de belangen van [minderjarige] voor laat gaan op zijn eigen belangen. De huidige situatie kan naar het oordeel van het hof slechts ten goede worden gekeerd wanneer de vader professionele hulp zoekt om te leren omgaan met het gegeven dat [minderjarige] bij de moeder in [regio] zal opgroeien en waarbij hij verder leert in te zien wat zijn eigen rol in de situatie is. Zolang hij deze omslag niet kan maken, is het niet in het belang van [minderjarige] - en het wordt het voor haar schadelijk geacht - om het traject weer op te pakken, vanwege het aanzienlijke risico dat zij opnieuw een verlieservaring zal opdoen. Hetgeen de vader verder nog heeft aangevoerd, kan niet tot een andere beslissing leiden. 7.10. Op grond van het voorgaande wordt het verzoek van de vader om een (voorlopige) omgangsregeling vast te stellen afgewezen. Raadsonderzoek en/of deskundigenonderzoek (NIFP) 7.11. Voor zover de vader heeft verzocht om een raadsonderzoek of een deskundigenonderzoek via het NIFP te gelasten wijst het hof dit verzoek eveneens af, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen. De vader dient aan zichzelf te gaan werken zoals hiervoor aangegeven in rechtsoverweging 7.9. Een nader onderzoek inzake de omgangsregeling, - nog daargelaten dat een dergelijk onderzoek door partijen zelf betaald dient te worden, aangezien een dergelijk onderzoek niet onder de reikwijdte van art. 810a Rv valt- , zal op dit moment niet tot een ander beslissing leiden en wordt niet in het belang van [minderjarige] geacht. Informatie- en consultatieregeling . 7.12.
Volledig
Hij weet niet hoe hij een vader op afstand kan zijn. De huidige situatie is voor [minderjarige] beschadigend en mogelijk traumatisch. Het contact tussen [minderjarige] en de vader is twee keer opgebouwd en is ook al twee keer verbroken. Hierdoor heeft er bij [minderjarige] geen basisvertrouwen in en geen hechtingsrelatie met de vader kunnen ontstaan. Kinderen hebben behoefte aan een vader die er altijd voor hen is. [minderjarige] heeft een vader die er dan wel, en dan weer niet is. Ze krijgt hierdoor de boodschap dat ze er niet toe doet. Er moet worden gekeken wat wel mogelijk is. De door de vader voorgestelde zorgregeling is niet realistisch. Het contact kan alleen worden hersteld als sprake is van een onvoorwaardelijke regeling. De raad heeft twijfels of van de vader kan worden verwacht dat hij langdurig zal leveren, tenzij hij zou verhuizen. De vader heeft al veel gedaan en hij heeft beperkte financiële middelen. Zijn boosheid zit nog diep. De raad leidt hieruit af dat de vader hulp nodig heeft bij de verwerking van de verhuizing van [minderjarige] . Anders zal het niet mogelijk zijn om een onbelaste zorgregeling vast te stellen. Een nieuw begeleid traject kan alleen slagen als de vader hulp zoekt voor zijn boosheid en verdriet. Mogelijk kan de praktijkondersteuner (huisarts) de vader hierin begeleiden. De raad adviseert om de procedure aan te houden en het traject bij [instantie] opnieuw op te starten. 7.4. Het hof overweegt op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht als volgt. Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken 7.5. Het hof ziet op dit moment geen mogelijkheden om een zorgregeling vast te stellen en/of om de procedure hiertoe nog langer aan te houden en zal hierna uitleggen waarom. 7.6. Het traject bij [instantie] is in september 2024 gestart. In de periode tot eind november 2024 zijn er acht begeleide contactmomenten geweest, waarvan de laatste vier bij de vader thuis. Alhoewel er fijn contact tussen de vader en [minderjarige] is waargenomen, is de regeling iets teruggeschroefd, omdat de afstand tussen [woonplaats moeder] en [woonplaats vader] een te grote belasting voor [minderjarige] was om wekelijks vol te houden. Daarnaast is door [instantie] als reden aangevoerd dat het contact tussen de ouders een belemmering oplevert en dat het de vader nog niet is gelukt om de knop om te zetten en zich volledig te committeren aan de afspraken (zie email [instantie] van 4 november 2024). Er is ook gezien dat [minderjarige] tijdens de overdracht tussen de ouders haar ogen gesloten houdt en zij die momenten als belastend ervaart. In december 2024, en in januari en februari 2025 hebben er nog drie contactmomenten bij de vader thuis plaatsgevonden. 7.7. Na februari 2025 heeft er geen omgang meer plaatsgevonden, omdat er teveel problemen waren in de samenwerking tussen de vader en [instantie] . [instantie] heeft als voorwaarde gesteld dat de vader voor een periode van zes maanden moet laten zien dat hij voorspelbaar is en dat [minderjarige] op hem kan vertrouwen, zowel in woord als in daad. Dit is niet gelukt. Alhoewel [instantie] zich tot het uiterste heeft ingespannen om het traject te laten slagen, heeft zij geen andere mogelijkheid gezien dan het traject in april 2025 te beëindigen. 7.8. Het hof ziet in de correspondentie tussen de vader en [instantie] een vader die de regie wil voeren, waarbij hij zich veelal dwingend opstelt in het stellen van voorwaarden en het krijgen van antwoorden op vragen. Deze opstelling lijkt voort te komen uit gevoelens van (financiële) stress, verdriet en onzekerheid. De vader spant zich in om tot een goede zorgregeling met [minderjarige] te komen, maar hij is onmachtig om de hiertoe noodzakelijke stappen te zetten en afspraken na te komen. De vader lijkt te verzanden in randvoorwaarden en is veelal gericht op de inhoud van de rapportages en/of berichten, waarbij hij allerlei geschreven of ongeschreven zaken ter discussie stelt. Hij laat daarbij veel boosheid en wantrouwen zien richting de moeder en [instantie] . Hierdoor verliest hij uit het oog waar het daadwerkelijk om gaat, namelijk een fijn en onbelast contact met [minderjarige] . Gedurende het traject is er alles aan gedaan om de vader hierin tegemoet te komen en met de vader mee te bewegen, zowel vanuit [instantie] als vanuit de moeder. De kans om [minderjarige] in april 2025 weer te zien heeft de vader niet aangegrepen. Op het concreet uitgewerkte plan van aanpak van [instantie] van 6 april 2025 om op korte termijn te komen tot een herstel van de omgang tussen de vader en [minderjarige] heeft de vader geen positieve reactie gegeven, waarop [instantie] het traject heeft stop gezet. Hiermee laat de vader zien dat hij het belang van [minderjarige] niet boven zijn eigen issues weet te stellen. Uit de gang van zaken van de afgelopen jaren tot en met heden leidt het hof af dat de vader niet dan wel onvoldoende in staat is om voor een langere periode te laten zien dat hij betrouwbaar en voorspelbaar is in het - consequent - nakomen van afspraken en daarbij de belangen van [minderjarige] op de eerste plaats te zetten en het verleden te laten rusten. In de kern komt het erop neer dat het de vader niet lukt om de verhuizing van [minderjarige] en de moeder naar [regio] achter zich te laten en zich te gaan richten op wat in het kader van het contact met [minderjarige] wel mogelijk is. Hierdoor staan bij de vader zijn eigen belangen en zijn eigen verdriet op de voorgrond en wordt [minderjarige] onbedoeld met de emoties van de vader belast. De vader blijft zijn frustraties over de moeder uiten, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van [instantie] om dit niet te doen en de vader blijft veel weerstand tonen om naar [regio] af te reizen. Het argument van de vader dat hij onvoldoende financiële middelen heeft, wat daar overigens ook van zij, leidt niet tot een andere conclusie, aangezien de moeder heeft aangeboden om de vader hierin tegemoet te komen en zij ook meerdere keren met [minderjarige] naar [woonplaats vader] is afgereisd, ondanks haar eigen beperkte financiële middelen. 7.9. Het is nu de tweede keer dat een BOR-traject is gestart en voortijdig is geëindigd. Dit heeft ertoe geleid dat er wederom een breuk is gekomen in de hechting tussen [minderjarige] en de vader. [minderjarige] heeft gedurende haar leven niet kunnen rekenen op de aanwezigheid van de vader. Zij wordt hierin steeds teleurgesteld.. [minderjarige] heeft behoefte aan een vader die er onvoorwaardelijk voor haar is, die stabiel en betrouwbaar is en die de belangen van [minderjarige] voor laat gaan op zijn eigen belangen. De huidige situatie kan naar het oordeel van het hof slechts ten goede worden gekeerd wanneer de vader professionele hulp zoekt om te leren omgaan met het gegeven dat [minderjarige] bij de moeder in [regio] zal opgroeien en waarbij hij verder leert in te zien wat zijn eigen rol in de situatie is. Zolang hij deze omslag niet kan maken, is het niet in het belang van [minderjarige] - en het wordt het voor haar schadelijk geacht - om het traject weer op te pakken, vanwege het aanzienlijke risico dat zij opnieuw een verlieservaring zal opdoen. Hetgeen de vader verder nog heeft aangevoerd, kan niet tot een andere beslissing leiden. 7.10. Op grond van het voorgaande wordt het verzoek van de vader om een (voorlopige) omgangsregeling vast te stellen afgewezen. Raadsonderzoek en/of deskundigenonderzoek (NIFP) 7.11. Voor zover de vader heeft verzocht om een raadsonderzoek of een deskundigenonderzoek via het NIFP te gelasten wijst het hof dit verzoek eveneens af, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen. De vader dient aan zichzelf te gaan werken zoals hiervoor aangegeven in rechtsoverweging 7.9. Een nader onderzoek inzake de omgangsregeling, - nog daargelaten dat een dergelijk onderzoek door partijen zelf betaald dient te worden, aangezien een dergelijk onderzoek niet onder de reikwijdte van art. 810a Rv valt- , zal op dit moment niet tot een ander beslissing leiden en wordt niet in het belang van [minderjarige] geacht. Informatie- en consultatieregeling . 7.12.