Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-08-19
ECLI:NL:GHSHE:2025:2267
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.329.071/01 arrest van 19 augustus 2025 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant in principaal hoger beroep, geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, hierna aan te duiden als [appellant] , advocaat: mr. J.A.M. van de Sande te Rotterdam, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellant in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. M. Duurtsema te Eindhoven. als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 5 november 2024 in het hoger beroep van de door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 8171551 CV EXPL / 19-10919 gewezen vonnissen van 3 september 2020, 3 december 2020, 24 februari 2022 en 13 april 2023. 1 Het verdere verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenarrest van 5 november 2024; de akte van [geïntimeerde] met producties 16 tot en met 24, ingekomen ter griffie op 3 december 2024; de antwoordakte van [appellant] met producties XV tot en met XIX, ingekomen ter griffie van 7 januari 2024. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 2 Het tussenarrest van 5 november 2024 2.1.1. Bij voornoemd tussenarrest heeft het hof in principaal hoger beroep geoordeeld dat: [appellant] er niet in is geslaagd te bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat [geïntimeerde] , naast de huurprijs van € 800,00 per maand, de kosten van gas, water en licht dient te betalen en evenmin dat partijen zijn overeengekomen dat de huurprijs jaarlijks wordt geïndexeerd/verhoogd en dat moet worden uitgegaan van een door [geïntimeerde] te betalen huursom van € 800,00 per maand, waarin begrepen de kosten van gas, water en elektra en zonder jaarlijkse indexering; de gestegen energielasten geen grond opleveren om op grond van onvoorziene omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 6:258 BW, de huurovereenkomst tussen partijen te wijzigen; [geïntimeerde] gerechtigd was/is de door hem betaalde kosten van gas-, water en licht te verrekenen met het door hem aan [appellant] te betalen bedrag aan huur van € 800,00 per maand. Het hof heeft [geïntimeerde] vervolgens in de gelegenheid gesteld om bij akte een duidelijk overzicht van de door hem verrichte betalingen van de kosten van gas, water en licht en de door hem verrichte huurbetalingen met bijbehorende verifieerbare betalingsbewijzen en facturen/jaaroverzichten in het geding te brengen. 2.1.2. In (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat [geïntimeerde] tegenover het gemotiveerde verweer van [appellant] onvoldoende heeft onderbouwd dat de door hem betaalde bedragen aan gemeentelijke belastingen, aanslag gemeente- en waterschapsbelasting van 28 februari 2018 en kosten voor werkzaamheden aan cv-ketel voor rekening van [appellant] dienen te komen. 3 De verdere beoordeling Bindende eindbeslissing 3.1. In zijn antwoordakte verzoekt [appellant] het hof om terug te komen op het oordeel in het tussenarrest dat niet is komen vast te staan dat [geïntimeerde] , naast de huurprijs van € 800,00 per maand, de kosten van gas, water en licht dient te betalen en dat moet worden uitgegaan van een door [geïntimeerde] te betalen huursom van € 800,00 inclusief de kosten van gas, water en elektriciteit. Met dit oordeel heeft het hof echter uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beslist op een geschilpunt tussen partijen. Daarmee is sprake van een bindende eindbeslissing. De rechter mag van een dergelijke beslissing in dezelfde instantie in beginsel niet terugkomen, tenzij blijkt van zodanige bijzondere omstandigheden dat het onaanvaardbaar zou zijn dat de rechter (in dit geval het hof) dat niet doet, dan wel blijkt dat die beslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. [appellant] stelt geen bijzondere omstandigheden die het onaanvaardbaar zouden maken dat het hof aan zijn eindbeslissing vasthoudt. Verder is er geen sprake van dat het hof op e 2018: Energiekosten Huur 27-03-2018 € 150,00 04-03-2018 € 650,00 30-04-2018 € 150,00 31-03-2018 € 650,00 28-05-2018 € 150,00 26-04-2018 € 650,00 27-06-2018 € 150,00 28-05-2018 € 650,00 27-07-2018 € 150,00 27-06-2018 € 650,00 27-08-2018 € 150,00 28-07-2024 € 650,00 27-09-2018 € 150,00 24-08-2024 € 650,00 29-10-2018 € 150,00 28-09-2018 € 650,00 27-11-2018 € 150,00 05-12-2018 € 650,00 28-12-2018 € 150,00 Totaal energiekosten € 1.500,00 Totaal huur € 5.850,00 2019: Energiekosten Huur 28-01-2019 € 150,00 03-01-2019 € 650,00 01-03-2019 € 150,00 04-02-2019 € 650,00 29-04-2019 € 407,00 11-03-2019 € 650,00 29-04-2019 € 404,10 24-04-2019 € 250,00 24-05-2019 € 508,00 06-06-2019 € 250,00 27-05-2019 € 404,10 10-07-2019 € 250,00 27-05-2019 € 407,00 10-08-2019 € 250,00 27-06-2019 € 404,10 09-09-2019 € 250,00 27-06-2019 € 407,00 10-10-2019 € 250,00 29-07-2019 € 404,10 14-11-2019 € 250,00 29-07-2019 € 407,00 10-12-2019 € 250,00 27-08-2019 € 404,10 27-08-2019 € 407,00 27-09-2019 € 407,00 29-09-2019 € 404,10 28-10-2019 € 407,10 28-10-2019 € 404,10 27-11-2019 € 404,10 27-11-2019 € 407,00 30-12-2019 € 404,15 Totaal energiekosten € 7.700,95 Totaal huur € 3.950,00 2020 Energiekosten Huur 02-01-2020 € 407,00 12-01-2020 € 250,00 27-01-2020 € 407,00 16-02-2020 € 250,00 28-02-2020 € 407,00 22-03-2020 € 250,00 27-03-2020 € 410,00 19-04-2020 € 250,00 28-04-2020 € 410,00 19-05-2020 € 393,00 27-05-2020 € 410,00 18-06-2020 € 393,00 29-06-2020 € 410,00 20-07-2020 € 393,00 27-07-2020 € 410,00 22-08-2020 € 393,00 27-08-2020 € 410,00 22-09-2020 € 393,00 30-09-2020 € 410,00 25-10-2020 € 393,00 27-10-2020 € 410,00 25-11-2020 € 393,00 28-12-2020 € 410,00 27-12-2020 € 393,00 Teruggave 02-03-2020 - € 58,64 Totaal energiekosten € 4.852,36 Totaal huur € 4.144,00 2021 Energiekosten Huur 01-02-2021 € 410,00 07-02-2021 € 393,00 02-03-2021 € 410,00 14-03-2021 € 786,00 25-03-2021 € 247,07 27-04-2021 € 369,00 29-03-2021 € 431,00 27-04-2021 € 122,00 28-04-2021 € 431,00 29-05-2021 € 369,00 27-05-2021 € 431,00 27-06-2021 € 369,00 28-06-2021 € 431,00 02-08-2021 € 369,00 27-07-2021 € 431,00 04-09-2021 € 369,00 27-08-2021 € 431,00 04-10-2021 € 369,00 27-09-2021 € 431,00 06-11-2021 € 369,00 27-10-2021 € 431,00 06-12-2021 € 369,00 29-11-2021 € 431,00 27-12-2021 € 431,00 Totaal energiekosten € 5.377,07 Totaal huur € 4.253,00 2022 27-01-2022 € 431,00 10-01-2022 € 369,00 28-02-2022 € 431,00 06-02-2022 € 369,00 28-03-2022 € 542,00 08-03-2022 € 369,00 22-03-2022 € 166,46 12-04-2022 € 91,00 28-04-2022 € 434,00 09-05-2022 € 366,00 27-05-2022 € 434,00 06-06-2022 € 366,00 27-06-2022 € 434,00 05-07-2022 € 366,00 27-07-2022 € 434,00 07-08-2022 € 366,00 29-08-2022 € 434,00 06-09-2022 € 366,00 27-09-2022 € 434,00 06-10-2022 € 366,00 27-10-2022 € 434,00 07-11-2022 € 366,00 28-11-2022 € 434,00 06-12-2022 € 366,00 28-12-2022 € 434,00 energiecompensatie 17-11-2022 - € 190,00 14-12-2022 - € 190,00 Totaal energiekosten € 5.096,46 Totaal huur € 4.126,00 2023 Energiekosten Huur 27-01-2023 € 434,00 07-01-2023 € 366,00 27-02-2023 € 434,00 05-02-2023 € 366,00 28-04-2023 € 434,00 06-03-2023 € 366,00 28-04-2023 € 434,00 08-04-2023 € 366,00 30-05-2023 € 434,00 25-04-2023 € 2.759,72 27-06-2023 € 434,00 08-05-2023 € 366,00 27-07-2023 € 434,00 05-06-2023 € 366,00 28-08-2023 € 434,00 05-07-2023 € 366,00 27-09-2023 € 434,00 06-08-2023 € 366,00 27-10-2023 € 434,00 06-09-2023 € 366,00 27-11-2023 € 434,00 08-10-2023 € 366,00 27-12-2023 € 434,00 06-11-2023 € 366,00 07-12-2023 € 366,00 Teruggave 13-03-2023 - € 242,57 Totaal energiekosten € 4.965,43 Totaal huur € 7.151,72 Januari tot en met oktober 2024 Energiekosten 29-01-2024 € 434,00 06-01-2024 € 366 [appellant] stelt nog dat de omstandigheid dat [geïntimeerde] jarenlang geen inzicht heeft geboden in de door hem betaalde kosten voor gas en elektriciteit en de huur jarenlang te laat betaald heeft tekortkomingen van [geïntimeerde] in de nakoming van de huurovereenkomst oplevert die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Hierin volgt het hof hem echter evenmin. Uit de bankafschriften van [geïntimeerde] kan inderdaad worden afgeleid dat [geïntimeerde] structureel de huur te laat (in de loop van de maand of de maand daarna) heeft betaald. Dat de betalingen wanordelijk zijn verlopen heeft [appellant] echter mede aan zichzelf te wijten. Hij heeft immers het energiecontract voor de woning in februari 2018 opgezegd. Hierdoor was [geïntimeerde] genoodzaakt om zelf een energiecontract af te sluiten en de energiekosten te gaan betalen, terwijl ervan moet worden uitgegaan dat deze al waren begrepen in de door hem te betalen huur. Mede in aanmerking genomen dat jarenlang onduidelijkheid tussen partijen heeft bestaan of de kosten van energie al dan niet in de huurprijs waren begrepen en gelet op het feit dat na verrekening per saldo geen sprake is van een huurachterstand, acht het hof bovengenoemde, door [appellant] gestelde tekortkomingen onvoldoende om de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen te rechtvaardigen. Vordering om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van de toekomstige maandelijkse huurtermijnen (grief XIV) 3.10. [appellant] stelt ten slotte belang te hebben bij een veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van de toekomstige maandelijkse huurtermijnen, omdat [geïntimeerde] steeds in gebreke blijft met het (tijdig) voldoen van zijn huurbetalingsverplichting. Het hof is echter met de kantonrechter van oordeel dat de verplichting tot betaling van de maandelijkse huur al voortvloeit uit de huurovereenkomst tussen partijen en dat [appellant] daarom geen belang heeft bij deze vordering. Proceskosten (grief XV) 3.11. Grief XV is gericht tegen de proceskostenveroordeling van [appellant] in eerste aanleg. Uit het tussenarrest en wat hiervoor is overwogen, volgt dat de vorderingen van [appellant] , voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, ook in hoger beroep moeten worden afgewezen. Dit betekent dat de kantonrechter [appellant] terecht in de proceskosten inclusief de kosten van de deskundige heeft veroordeeld. Veeggrief (grief XVII) 3.12. Grief XVII is een zogenaamde veeggrief zonder zelfstandige betekenis. Deze behoeft dan ook geen afzonderlijke behandeling. Bewijsaanbod 3.13. Het hof komt niet toe aan bewijslevering, omdat er geen feiten en omstandigheden zijn gesteld die, indien bewezen, zouden kunnen leiden tot een ander oordeel. 4 De slotsom 4.1. Het bovenstaande betekent dat alle grieven in principaal hoger beroep falen en dat grief V in incidenteel hoger beroep (deels) slaagt. Nu de beslissing waarop deze laatste grief betrekking had door de kantonrechter is gegeven in het eindvonnis van 13 april 2024, zal dit vonnis worden vernietigd, voor zover daarbij de vordering van [geïntimeerde] tot veroordeling van [appellant] tot betaling van niet verrekende kosten van gas en elektra is afgewezen. Dit vonnis zal voor het overige worden bekrachtigd, evenals de tussenvonnissen van 3 september 2020, 3 december 2020 en 24 februari 2022. 4.2. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het principaal hoger beroep. Deze kosten stelt het hof aan de zijde van [geïntimeerde] vast op: griffierechten € 783,00 salaris advocaat € 4.426,00 (2 punten x appeltarief) nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) totaal € 5.387,00. Omdat [geïntimeerde] de door hem bij akte na tussenarrest in het geding gebrachte informatie ter onderbouwing van zijn verweer reeds eerder in het geding had kunnen/behoren te brengen, heeft het hof die akte niet betrokken bij de berekening van de proceskostenveroordeling. 4.3. De door [geïntimeerde] g