Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-07-15
ECLI:NL:GHSHE:2025:2000
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Hoger beroep
6,281 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.297.516/01
arrest van 15 juli 2025
in de zaak van
1 [appellant] ,wonende te [woonplaats ] , gemeente Woensdrecht ,
2. [appellant] ,wonende te [woonplaats ] , gemeente Woensdrecht ,
appellanten,
verder gezamenlijk in mannelijk enkelvoud te noemen “ [appellanten] ”,
advocaat: mr. C.G.A. Mattheussens te Roosendaal,
tegen
De vennootschap onder firma All Service V.O.F., tevens handelend onder de naam Mooimijn, All Service Bouw en Tholen Glas,gevestigd te Tholen,
[vennoot 1] , vennoot gedaagde sub 1, wonende te [woonplaats ] , gemeente Tholen ,
[vennoot 2] , vennoot gedaagde sub 1, wonende te [woonplaats ] , gemeente Reimerswaal ,
[vennoot 3] , vennoot gedaagde sub 1,
wonende te [woonplaats ] ,
geïntimeerden,
verder in gezamenlijk enkelvoud te noemen “Mooimijn”,
advocaat: mr. R. Zwamborn te Goes.
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 7 september 2021, 18 april 2023 en 20 februari 2024 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, onder zaaknummer 8671675 CV EXPL 20-2568 gewezen vonnis van 17 maart 2021.
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenarrest van 20 februari 2024 (waarin de deskundige is benoemd) en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
het deskundigenbericht van 23 oktober 2024;
de memorie na deskundigenbericht tevens houdende wijziging van eis van [appellanten] ;
de antwoordmemorie na deskundigenbericht tevens houdende antwoord op eiswijziging van Mooimijn.
1.2.
Het hof doet deze uitspraak in een andere samenstelling dan waarin het de tussenarresten van 18 april 2023 en 20 februari 2024 heeft gewezen. Partijen hebben desgevraagd medegedeeld geen nieuwe mondelinge behandeling naar aanleiding van deze omstandigheid te wensen.
1.3.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
Het hof handhaaft wat is overwogen en beslist in de tussenarresten van 18 april 2023 en 20 februari 2024. In de kern gaat het er nu nog om:
of de gebreken aan de veranda die Mooimijn tegen het huis van [appellanten] heeft aangebouwd, zoals die in het proces-verbaal van oplevering van 3 september 2018 zijn vermeld, deugdelijk zijn hersteld;
of de hoofddraagconstructie van de veranda aan de desbetreffende bouwkundige normen voldoet;
zo nee, wat de kosten voor herstel van de (nog resterende) gebreken en/of constructie dan zijn.
Ter beantwoording van die vragen en daaraan gerelateerde vragen is in het tussenarrest van 20 februari 2024 de heer L.A.H. Abelen, van Abelen Bouwadvies en Expertise, tot deskundige benoemd. Deze heeft na een opname van de plaatselijke situatie het deskundigenbericht opgesteld. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om op het rapport te reageren. De reacties van partijen op het conceptrapport en die van de deskundige daarop zijn vervolgens in het definitieve rapport van de deskundige verwerkt.
2.2.
Het deskundigenbericht vermeldt, voor zover voor de verdere beoordeling van belang, het volgende:
“7 Eigen beschouwing
7.1
Draagsteunen
(…)
Te zien is dat de stalen steun, voor het niet zichtbare deel, flink gecorrodeerd is, net als het voetplaatje van deze steun en de vier schroeven waarmee dit voetplaatje aan de fundering is verankerd. Het kopplaatje van de steun is met vier schroeven in het kopse hout van de kolom vastgezet. Zie foto 1 en 2. Volgens [partijdeskundige] [hof: constructiebureau, partijdeskundige] voldoen de draagsteunen niet en moeten vervangen worden. (…)
7.2
Houten draagconstructie
(…)
Twee van de draagbalken stoppen ± 30 cm vóór de schoorsteen en dragen nergens op. Zie foto 3. (…)
7.3
Overstekken veranda
(…)
Er zijn geen ankers of balkdragers toegepast. Hierdoor zakken de overstekken af en belasten op deze wijze de draagbalken ook zijdelings.
7.4
Boeiboorden
De multiplex boeiboorden zijn met gladde nagels gefixeerd. Volgens BRL 4103 heeft bevestiging met rvs schroeven de voorkeur. Productie 1.
Op diverse plaatsen is de toplaag gescheurd. Volgens op de hoek-ontmoeting zuid-oost is delaminatie en houtrot aangetroffen
7.5
Lichtstraat
Alleen al het gewicht van de beglazing, isolatie glas met veiligheidsglas (6-15.44.2), weegt ± 350 kilo. Dat de constructie de lichtstraat niet goed kan dragen laat foto 4 zien.
7.6
Overstek woonhuis
De overstek van het woonhuis is voorzien van stalen dragers om de bakgoot te kunnen dragen. Omdat aan de woningzijde geen kolommen staan, is de draagbalk tegen de boeiboord van de bakgoot aangebracht. De stalen draagsteunen krijgen nu dus ook de helft van de van belasting het verandadak te dragen. Deze zijn daar niet op berekend.
(…)
8De beantwoording van de vragen
8.1
Kostenberekening / toeslagen
Er vanuit gaande dat herstel door elke willekeurige aannemer uitgevoerd moet kunnen worden zijn de volgende cijfers gehanteerd:
Uurloon is gesteld op € 55.00. Voor de staart zijn de volgende toeslagen gehanteerd:
algemene kosten 8%, winst en risico 8%, CAR-verzekering 0,5%, btw hoog tarief 21%, btw laag tarief 9%.
Gezien de nog steeds fluctuerende bouwmarkt moet voor de hieronder genoemde bedragen enig voorbehoud worden genomen.
(…)
8.3
Antwoord op de vragen
Vraag 1
Zijn de gebreken, die zijn vermeld in het proces-verbaal van oplevering dd. 3 september 2018 hersteld? Zo ja, kunt u aangeven welke gebreken zijn hersteld en of dat deugdelijk is gebeurd?
Indien (een aantal van) de gebreken niet (deugdelijk) zijn hersteld, kunt u aangeven welke gebreken het betreft? En kunt u dan begroten wat de kosten van herstel zijn?
Antwoord 1
De gebreken, zoals vermeld in het Procesverbaal van Oplevering van 3 september 2018 zijn nog niet allemaal hersteld of deugdelijk uitgevoerd.
1. Hardstenen voet. De hardstenen voet onder de middelste kolom ontbreekt.
2. Lekkage. Tussen het raam- en tuindeurkozijn is geen water aangetroffen, in de zin dat er water lekt vanuit de bovengelegen goot. De multiplex gootbodem is echter drijfnat, toont schimmelvorming en buigt sterk door bij het belopen hiervan.
3. Zwakke constructie. Aan de constructie is niets gedaan, nog steeds zwak.
EPDM op spanning: niet duidelijk wat hiermee bedoeld wordt.
4. Aslade vast. De aslade bestaat uit een stooksteen uit één stuk. Stookstenen horen los op de bodem van de stookplaats te worden gelegd. In dit geval is de stooksteen aan vier zijden ingewerkt en ligt volledig opgesloten.
5. Reparatie hardsteen.
Conclusie
2.19.
De slotsom is dat het hoger beroep slaagt. Het bestreden vonnis zal worden vernietigd. Gelet op al het voorgaande zal het hof een schadevergoeding toewijzen van € 22.470,00 aan hoofdsom. Tegen de onderzoekskosten in eerste aanleg en de buitengerechtelijke kosten heeft Mooimijn geen (afzonderlijk te bespreken) verweer gevoerd, zodat ook deze kosten, vermeerderd met wettelijke rente, zoals hierna te formuleren zullen worden toegewezen. De kosten van de deskundige in hoger beroep zullen als onderdeel van de proceskosten in hoger beroep ten laste van Mooimijn komen.
Proceskosten
2.20.
Het hof zal Mooimijn als de in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk, in de kosten van beide instanties veroordelen.
2.21.
De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [appellanten] zullen hieronder worden vastgesteld. Omdat het procesdossier geen (kopie) van de betekende dagvaarding in eerste aanleg bevat en daardoor de kosten van dat exploot voor het hof niet kenbaar zijn, wordt daarvoor geen bedrag toegekend.
Griffierechten € 499,00
Salaris advocaat € 996,00 (2 punten x € 498,00) +
Totaal € 1.495,00
2.22.
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [appellanten] zullen vastgesteld worden op:
Explootkosten € 103,83
Griffierechten € 772,00
Kosten deskundige € 4.997,30
Salaris advocaat € 3.642,00 (3 punten x tarief II)
Nakosten € 178,00 (plus de verhoging vermeld in de beslissing)+
Totaal € 9.693,13
3De uitspraak
Het hof:
3.1.
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
en opnieuw recht doende:
3.2.
veroordeelt Mooimijn tot betaling van:
€ 22.470,00 (hoofdsom), te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 17 september 2018 tot de dag van algehele betaling;
€ 3.583,00 (onderzoekskosten eerste aanleg), te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 2 juli 2020 tot de dag van algehele betaling;
€ 972,92, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van 2 juli 2020 tot de dag van algehele betaling;
3.3.
veroordeelt Mooimijn hoofdelijk in de proceskosten van de eerste aanleg van € 1.495,00 en het hoger beroep van € 9.693,13. Als Mooimijn niet aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, moet Mooimijn € 92,00 extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;
3.4.
verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.B. Smits, F.C. Alink-Steinberg en H.A.W. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 juli 2025.
griffier rolraadsheer
Inleiding
Dit is uitgevoerd.
6. Dakafschot + dakrand afschot. Hier is niets aan gedaan.
7. Revisiestukken. Er zijn geen revisiestukken.
8. Boeiboorden. Aan de boeiboorden is niets gedaan. Deze zijn in een zeer slechte staat. De zuid-oostelijke hoek vertoont delaminatie en houtrot.
9. Zaagsnede bestaand boeiboord. Het is niet duidelijk wat hiermee bedoelt wordt.
10. Golving in plafond. Ten tijde van het onderzoek was het gehele plafond verwijderd.
11. Opmerking: Schouw en lichtstraat niet in één lijn.
Per e-mailbericht van 18 januari 2017 meldt J.P. (Jacob) Jansen van MooiMijn dat de breedte van het daklicht vergroot wordt, waarbij de ruimte tussen het daklicht en de palen kleiner wordt. Zie productie 3.
De herstelkosten zijn integraal berekend. Zie productie 5.
Vraag2
Voldoet de hoofddraagconstructie van de veranda, gezien de wijze waarop deze is uitgevoerd, aan de bouwkundige normen die in verband met de draagkracht aan een dergelijke constructie worden gesteld?
Antwoord 2
De hoofddraagconstructie van de veranda, zoals deze is uitgevoerd, voldoet niet aan de bouwkundige normen die aan een dergelijke constructie worden gesteld.
[partijdeskundige] heeft een controleberekening uitgevoerd. Deze laat zien dat de draagconstructie onvoldoende sterk is om de daarop komende sneeuw- en windbelasting te kunnen weerstaan.
Deze constructeur is echter uitgegaan van twee balkjes 38 x 180 mm, terwijl boven de kolommen drie van deze balkjes tegen elkaar liggen.
[persoon A] van [bedrijf] heeft bevestigd, dat wanneer de drie balkjes onderling verlijmd en gebout worden, de samengestelde balk wel voldoet.
Zie productie 4.
Aan de woningzijde is de dakconstructie aan de gootbak gekoppeld. Deze draagconstructie voldoet eveneens niet aan de bouwkundige normen.
(…)
Met het gewicht van de lichtstraat is blijkbaar geen rekening gehouden. Foto 4 laat zien dat de betimmering onder de lichtstraat doorbuigt. Dit betekent dat de lichtstraatconstructie onvoldoende opgevangen wordt en op dit punt aan het zakken is.
Weliswaar is de basis van de lichtstraat uitgevoerd in aluminium, de beglazing alleen
weegt al ± 350 kg.
(…)
Vraag 4
Indien uw antwoord op vraag 2 is dat de draagconstructie niet voldoet aan de bouwkundige normen, wat zijn daarvan de (eventuele) gevolgen voor de constructie, onder meer ten aanzien van de veiligheid en duurzaamheid?
Antwoord 4
Het gevolg van het niet voldoen van de hoofddraagconstructie van de veranda ten aanzien van veiligheid en duurzaamheid is enerzijds dat de dakconstructie niet sterk genoeg is om flinke sneeuwbelasting te dragen. Hierdoor kan de draagconstructie te sterk door gaan buigen.
Het is mogelijk dat de lichtstraat door zware sneeuwbelasting verder gaat zakken of gaat bezwijken.
Anderzijds is de constructie niet bestand tegen opwaaien. Bij zware windbelasting (storm) kunnen de schroeven uit het kopse hout van de kolommen getrokken worden.
Westenwind staat rechtstreeks op de veranda. Doordat de de veranda aan twee zijden afgesloten is, kan de wind niet weg en oefent hierbij een opwaartse druk op het dak uit.
Vraag 5
Indien uw antwoord op vraag 2 is dat de hoofddraagconstructie niet voldoet aan de bouwkundige normen, kunt u een begroting geven van de kosten van het herstel waardoor alsnog wordt voldaan aan de eisen die op grond van bouwkundige normen aan de draagconstructie van een dergelijk bouwkundig werk worden gesteld?
Antwoord 5
De kosten van herstel bedragen € 22.870,00 inclusief btw en toeslagen. Zie productie 5.”
Standpunten van partijen
2.3.
[appellanten] heeft bij memorie na deskundigenbericht tevens houdende wijziging van eis aangegeven zich te verenigen met de bevindingen en conclusies van het rapport. [appellanten] heeft daarbij ook zijn eis vermeerderd, in die zin dat hij thans – samengevat – betaling vordert van:
herstelkosten van € 22.870,00 incl. btw;
onderzoekskosten eerste aanleg van € 3.583,00;
buitengerechtelijke kosten van € 972,92;
kosten deskundige van € 4.997,30;
een en ander steeds vermeerderd met de wettelijke rente, en met de proceskosten in beide instanties.
2.4.
Mooimijn heeft bij antwoordmemorie na deskundigenbericht tevens houdende antwoord op eiswijziging (verder “AMnD”) gezegd zich niet met de bevindingen van de deskundige te kunnen verenigen. Mooimijn heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis, maar daar wel inhoudelijk verweer tegen gevoerd.
2.5.
Op de standpunten van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.
Vermeerdering eis
2.6.
Tegen de eisvermeerdering is door Mooimijn geen bezwaar gemaakt. Omdat deze eisvermeerdering niet in strijd is met de eisen van een goede procesorde, zal het hof recht doen op deze vermeerderde eis, zoals hiervoor onder 2.3 weergegeven.
De bevindingen van de deskundige
2.7.
Mooimijn heeft in het in het algemeen zijn twijfels uitgesproken over de deskundigheid van de deskundige. Dat de deskundige conclusies overneemt uit rapporten van partijdeskundigen van de zijde van [appellanten] , duidt er volgens Mooimijn op dat de deskundige niet genoeg deskundigheid bezit om dit onderzoek zelf uit te voeren. In plaats van de berekeningen van de partijdeskundige van [appellanten] ( [partijdeskundige] ) te laten controleren door een door de deskundige ingeschakeld constructiebureau, had de deskundige (zo begrijpt het hof de stellingen van Mooimijn) deze berekeningen zelfstandig moeten uitvoeren.
Mooimijn heeft echter onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om objectief beschouwd een dermate twijfel aan de deskundigheid te rechtvaardigen dat het rapport op die grond geheel of gedeeltelijk terzijde zou moeten worden gesteld. Partijen zijn akkoord gegaan met het benoemen van één deskundige, met een bouwkundige achtergrond. Daarbij is niet als voorwaarde gesteld dat deze deskundige tevens zelfstandige expertise bezit op het gebied van constructieberekeningen. De deskundige heeft de conclusies van de partijdeskundige van [appellanten] niet zonder meer overgenomen, maar heeft deze door een onafhankelijke derde laten controleren. Dit levert dan ook onvoldoende grond op om te twijfelen aan de deskundigheid van de deskundige.
2.8.
Mooimijn heeft ook ten aanzien van een aantal individuele conclusies en bevindingen van de deskundige bezwaren geuit. Het hof stelt voorop dat in zaken waarin door de rechter een deskundigenbericht is gelast, dat bericht tot uitgangspunt dient te strekken bij de verdere beoordeling. Alleen op basis van zwaarwegende en steekhoudende bezwaren tegen het deskundigenbericht kan dit terzijde worden geschoven. Van zwaarwegende bezwaren is onder meer sprake indien het bericht niet voldoet aan daaraan te stellen eisen van onpartijdigheid, consistentie, inzichtelijkheid en logica. In het algemeen geldt ook hier dat Mooimijn zijn bezwaren niet of nauwelijks, en in elk geval onvoldoende, heeft onderbouwd, om deze conclusies en bevindingen terzijde te stellen. Het hof neemt daarom de conclusies en bevindingen van de deskundige over en maakt deze tot de zijne.
Inleiding
In aanvulling op het voorgaande geldt met betrekking tot de genoemde bezwaren van Mooimijn het volgende.
2.9.
De deskundige heeft geconstateerd dat de constructie van de veranda op verschillende punten niet voldoet (zie r.o. 2.2 hiervoor). Als gevolg daarvan moet (zo goed als) de gehele constructie ontmanteld en vervolgens na – onder meer – versterking/aanpassing van de draagbalken weer opgebouwd worden. Dit blijkt uit productie 5 bij het deskundigenrapport (Hoofdstuk 05 Totaal, Stut- en sloopwerk). Dat de noodzaak voor afbraak en wederopbouw (in overwegende mate) het gevolg zou zijn van onvoldoende onderhoud door [appellanten] en (dus) niet van de gebreken aan de constructie, heeft Mooimijn, mede gezien de betwisting door [appellanten] , onvoldoende onderbouwd.
Het hof is van oordeel dat, gezien de geconstateerde constructieve gebreken, ook in het geval dat de veranda perfect onderhouden zou zijn, nog dezelfde herstelwerkzaamheden uitgevoerd zouden moeten worden om de constructie deugdelijk te maken. De mate van onderhoud is daarom niet relevant.
2.10.
In het licht van de noodzaak tot grootschalige afbouw en wederopbouw verliezen de bezwaren van Mooimijn onder randnummers 7, 8 en 9 AMnD hun relevantie. Het hof gaat daarom aan die bezwaren voorbij.
2.11.
Met betrekking tot de boeidelen (randnummers 12 en 13 AMnD) komt daarbij dat het hof in deze procedure niet kan vaststellen dat de staat waarin de boeidelen inmiddels verkeren (enkel) moet worden toegeschreven aan onvoldoende onderhoud door [appellanten] . Mooimijn, heeft daarvoor, in het licht van de betwisting door [appellanten] , namelijk niet genoeg (concreet) gesteld, zeker ook omdat Mooimijn in randnummer 13 AMnD zelf zegt dat ook hij na de oplevering nog een boeiboord heeft vervangen wegens rot. Hieruit volgt naar het oordeel van het hof al dat al kort na de plaatsing en dus los van de onderhoudsvraag de kwaliteit van de boeiboorden te wensen over liet. In dat licht kunnen de stellingen van Mooimijn de conclusie dat [appellanten] onvoldoende onderhoud heeft gepleegd niet dragen
2.12.
Ook aan de bezwaren van Mooimijn onder randnummers 11 en 14 AMnD (respectievelijk fundering en hardsteen) gaat het hof voorbij, aangezien aan die elementen in de kostenopstelling door de deskundige geen schadeposten zijn verbonden.
2.13.
Het bezwaar van Mooimijn tegen het door de deskundige in het kader van de herstelwerkzaamheden gehanteerde uurloon (randnummer 10 AMnD) verwerpt het hof. Mooimijn heeft dit onderbouwd met twee uitdraaien van het internet van een (commerciële) vergelijkingssite en een aannemer, waaruit volgens hem een lager gemiddeld uurloon volgt. Door Mooimijn is daarbij onvoldoende duidelijkheid gegeven of de zoekvraag op basis waarvan de overgelegde resultaten zijn verkregen beantwoordt aan de aard en omvang en moeilijkheidsgraad van de werkzaamheden zoals die daadwerkelijk moeten worden uitgevoerd. De door Mooimijn op deze manier gegeven onderbouwing is daarom onvoldoende om het oordeel van de deskundige terzijde te stellen.
2.14.
Onder randnummer 16 AMnD betwist Mooimijn de door de deskundige gemaakte kostenopstelling. Mooimijn laat na zijn bezwaren te concretiseren en (deugdelijk) te onderbouwen. Mooimijn stelt een aantal vragen (Mooimijn "vraagt zich af waarom"), maar niet meer dan dat. Nu de betwisting daarmee elke feitelijke en concrete onderbouwing mist, verwerpt het hof deze.
2.15.
Het hof geeft Mooimijn wel gelijk waar het de schilderkosten betreft (randnummer 17 AMnD). Vast staat dat deze niet in de oorspronkelijke opdracht aan Mooimijn waren opgenomen. Het kan zo zijn dat, omdat er nu herbouwd moet worden, hoe dan ook (opnieuw) geschilderd moet worden, maar niet gesteld of gebleken is dat [appellanten] daadwerkelijk het volledige schilderwerk heeft laten uitvoeren. [appellanten] hoeft nu bij herbouw dan ook niet gecompenseerd te worden voor schilderwerk waarvan niet kan worden vastgesteld dat hij dat eerder heeft laten uitvoeren. Het hof zal dit deel van de schade (€ 400,00) afwijzen.
2.16.
Verder heeft Mooimijn nog een beroep op matiging gedaan. Mooimijn beroept zich in dat verband op de redelijkheid en billijkheid, maar laat na concrete feiten en omstandigheden te stellen die dit beroep kunnen dragen. De enkele omstandigheid dat de schade het oorspronkelijke offertebedrag overstijgt, is in elk geval onvoldoende. Mooimijn gaat er daarmee immers alleen al aan voorbij dat de oorspronkelijke offerte alleen op opbouw zag, terwijl aan de opbouw nu ook de ontmanteling vooraf gaat.
2.17.
Het standpunt van Mooimijn ten aanzien van de wettelijke rente (Mooimijn is geen wettelijke rente verschuldigd met terugwerkende kracht, want "De deskundige heeft de vermeende schade immers vastgesteld") is naar het oordeel van het hof onbegrijpelijk en ook niet feitelijk onderbouwd. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen zoals hierna in de uitspraak geformuleerd.
2.18.
Mooimijn heeft nog een algemeen bewijsaanbod gedaan. Nu hij geen concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld die, indien bewezen, tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, komt het hof aan bewijslevering niet toe.