Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-02
ECLI:NL:GHSHE:2025:1979
Strafrecht
Hoger beroep
4,808 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-001462-24
Uitspraak : 2 april 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 21 mei 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-097117-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij het vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘diefstal’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, aan de verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken waarvan 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsman een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof kan zich op onderdelen niet verenigen met het vonnis waarvan beroep. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 20 maart 2024 te Helmond een of meerdere pak(ken) koffie (merk: L’OR) en/of een of meerdere verpakking(en) babyvoeding (merk: Nutrilon), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan de [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 20 maart 2024 te Helmond pakken koffie (merk: L’OR) en verpakkingen babyvoeding (merk: Nutrilon), die aan de [benadeelde] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Oost-Brabant, registratienummer PL2100-2024060490, gesloten d.d. 21 maart 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 37). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 20 maart 2024 met als bijlage een bonnetje van de weggenomen goederen, pagina’s 5 tot en met 8, voor zover inhoudende als de verklaring van [aangever] , die aangifte deed namens [benadeelde] :
Ik doe hierbij aangifte van een winkeldiefstal, gepleegd op 20 maart 2024, bij supermarkt [benadeelde] gelegen aan [adres 2] . Ik ben assistent teamleider van de [benadeelde] en zodanig bevoegd tot het doen van aangifte namens de [benadeelde] supermarkt.
Op 20 maart 2024 was ik werkzaam in de supermarkt [benadeelde] . Om 16:33 uur werd ik door een medewerkster bij de kassa geroepen dat er iemand doorgelopen was bij de kassa die waarschijnlijk goederen gestolen zou hebben. Ik hoorde dat de medewerkster zei: “Ik vroeg aan deze meneer of ik in zijn tas mocht kijken maar de man keek om en liep toen met gehaaste spoed de winkel uit.” Ik ben meteen naar de desbetreffende kassa gelopen en meteen de winkel uit gerend. Ik zag buiten een man wegrennen. Ik zag dat het een negroïde man betrof met een zwarte uitpuilende rugzak om.
Ik heb even later mijn bedrijfsleider [betrokkene] gesproken. Die vertelde mij dat hij meteen de camerabeelden terug was gaan kijken en zag dat een negroïde persoon de winkel in kwam en twee pakken koffie in zijn winkelwagen had gelegd en daarna nog 4 bussen met babyvoeding van Nutrilon. Hij was uit het zicht van de camerabeelden gelopen met de winkelwagen en toen hij weer in beeld kwam was zijn winkelwagen leeg en had hij een zwarte rugzak op zijn rug hangen.
Om precies te zijn betreft het:
1 x koffie capsules, merk L’OR Ristretto, waarde: 13,77 euro.
1 x koffie capsules, merk L’OR Forza, waarde: 14,35 euro.
3 x Nutrilon standaard 1 volledige zuigelingenvoeding, waarde: 51,27 euro.
1 x Nutrilon standaard 2 Opvolgmelk, waarde: 17,09 euro.
De totale waarde van de weggenomen goederen bedraagt 96,48 euro.
Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 maart 2024, pagina’s 11 tot en met 13, voor zover inhoudende als de verklaring van [getuige] :
Op 20 maart 2024 was ik werkzaam als kassamedewerkster bij de [benadeelde] gelegen aan [adres 2] . Ik zat achter de kassa en was bezig met het afrekenen van boodschappen van een klant. Ik zag dat een persoon de kassarij passeerde zonder goederen op de band aan te bieden om af te rekenen. Ik zag dat de persoon er als volgt uit zag:
- Man;
- Donkere huidskleur;
- Donkere jas;
- Zwarte rugzak.
Ik zag dat de rugzak van de man bol stond. Ik riep de man zowel in het Nederlands als in het Engels dat hij moest wachten en dat ik even in zijn tas wilde kijken. Ik zag dat de man mij negeerde en snel doorliep. Toen heb ik er direct een collega bij geroepen. Ik zag dat de man de winkel uit liep.
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 maart 2024, pagina’s 14 en 15, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Op 20 maart 2024 hoorde ik dat het Operationeel Centrum in Den Bosch de eenheid 3201 verzocht te gaan naar [adres 2] voor een heterdaad winkeldiefstal.
Op 20 maart 2024, omstreeks 16.35 uur, reed ik, verbalisant [verbalisant 2] , op de Europalaan te Helmond. Ik hoorde dat de verdachte vertrokken was in een voertuig en dat er een melder achter zat. Ik hoorde dat het voertuig van de verdachte voorzien was van kenteken [kenteken] . Ik hoorde dat dit een zwarte Renault Clio betrof. Ik hoorde dat het signalement van de verdachte het volgende betrof:
- grijze broek,
- donkere huidskleur,
- ongeveer 30 jaar,
- ongeveer 1.85 lang,
- zwarte tas met de gestolen goederen van de [benadeelde] .
Ik hoorde dat de verdachte afslag Nuenen nam. Vervolgens zag ik het voertuig van de verdachte staan op de afrit Nuenen. Ik reed hierop het voertuig voorbij en blokte het af. Ik zag dat dit een zwarte Renault Clio betrof voorzien van kenteken [kenteken] . Ik zag dat de bestuurder voldeed aan het voornoemde signalement van de genoemde verdachte. Ik hield hem vervolgens aan ter zake winkeldiefstal.
4.
Dictum
Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging een alternatief scenario geschetst, inhoudende dat de verdachte de na zijn aanhouding op 20 maart 2024 bij hem aangetroffen en inbeslaggenomen twee pakken koffie en vier pakken Nutrilon babyvoeding bij een andere winkel dan de [benadeelde] supermarkt, gelegen aan [adres 2] te Helmond, had gekocht en dat hij deze goederen reeds in zijn rugzak had toen hij de [benadeelde] supermarkt die dag binnentrad. De producten die de verdachte in de [benadeelde] supermarkt uit de schappen had gepakt en in zijn winkelwagen had gelegd, heeft hij weer teruggelegd en in de winkel achtergelaten, omdat hij een telefoontje kreeg van een vriend en haastig is vertrokken.
Dit alternatieve scenario vindt naar het oordeel van het hof reeds zijn weerlegging in de inhoud van de hiervoor uiteengezette bewijsmiddelen waaruit immers volgt dat de rugzak eerst plat in de winkelkar lag en pas bij het verlaten van de [benadeelde] gevuld was. Daar komt bij dat precies die goederen die volgens de aangifte uit de [benadeelde] zijn weggenomen, en waarvan ook op camerabeelden te zien is dat de verdachte die in zijn winkelwagentje doet, bij verdachtes aanhouding in de zwarte rugzak zijn aangetroffen. Voorts heeft de verdachte niet gereageerd op het verzoek van de kassamedewerkster om in de tas te mogen kijken en is hij, toen hij de supermarkt had verlaten, buiten gaan rennen.
Het hof volgt de verdediging dan ook niet in het door haar geschetste alternatieve scenario en verwerpt alle verweren dienaangaande.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van (twee) pakken koffie en (vier) pakken Nutrilon babyvoeding bij [benadeelde] supermarkt. Winkeldiefstal is een zeer vervelend feit dat zorgt voor ergernis, overlast en materiële schade. De verdachte heeft zich daarvan niets aangetrokken en enkel gehandeld uit eigen financieel gewin. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 12 december 2024, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte in het verleden meermaals onherroepelijk is veroordeeld ter zake van winkeldiefstal, waaronder twee keer in de vijf jaren voorafgaand aan het in deze zaak bewezenverklaarde feit.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het onderzoek ter terechtzitting is hieromtrent gebleken dat de verdachte op zichzelf woont, werkzaam is in een distributiecentrum van Kruidvat en van plan is om in september van dit jaar of in januari volgend jaar te starten met een opleiding tot zorgmedewerker.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte het hof verzocht bij de straftoemeting rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en met het feit dat hij sinds het bewezenverklaarde niet opnieuw met justitie in aanraking is gekomen.
Het hof is van oordeel dat, gelet op een juiste normhandhaving en vanwege het recidiverende karakter van de verdachte, niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft het hof aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor straftoemeting, die bij winkeldiefstal, indien sprake is van veelvuldige recidive, uitgaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.
Omdat het hof van oordeel is dat weliswaar sprake is van recidive, doch niet van veelvuldige recidive, acht het hof, alles afwegende en conform de politierechter, oplegging aan de verdachte van een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk passend en geboden.
Met oplegging van deze gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken;
bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door:
mr. R.G.A. Beaujean, voorzitter,
mr. J. Platschorre en mr. S. Riemens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S. Kerssies, griffier,
en op 2 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, pagina’s 32 en 33, voor zover inhoudende:
Inbeslagneming
Datum en tijd: 20 maart 2024 te 16:53 uur
Reden: Artikel 310 Wetboek van Strafrecht (winkeldiefstal)
Omstandigheden: Melding van een heterdaad winkeldiefstal waarbij de verdachte middels een auto was weggereden. Een getuige is achter de verdachte aan gegaan en uiteindelijk hebben wij de verdachte kunnen aanhouden op de Smits van Ooyenlaan in Nuenen. In het voertuig waar de verdachte in is aangehouden stond op de achterbank een zwarte tas. Hierop namen wij de tas in beslag en in de tas troffen wij 2 pakken espresso en 4 pakken babyvoeding aan welke wij in beslag namen.
Beslagene
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedag] 1997
Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland
Volgnummer 1
Aantal: 4 stuks
Verpakking: Doos
Merk/type: Nutrilon
Bijzonderheden: 3x zuigelingvoeding 1 en 1x opvolgmelk 2
Volgnummer 2
Object: Koffie
Aantal: 2 stuks
Verpakking: Doos
Merk/type: Espresso L’or
5. De eigen waarneming van dit hof met betrekking tot de camerabeelden in het dossier, afkomstig van [benadeelde] [adres 2] , gedaan bij het onderzoek ter terechtzitting d.d. 19 maart 2025, inhoudende:
Beeldfragment 1. binnenkomst
20-03-2024 16:28:11
Een man, die voldoet aan het signalement van de verdachte, komt de [benadeelde] supermarkt binnen met een lege winkelwagen.
Beeldfragment 2. koffie
20-03-2024 16:29:39
De verdachte loopt met de winkelwagen het gangpad met koffie in. De verdachte heeft op dat moment geen rugtas op zijn rug. In de winkelwagen ligt een lichtblauwe tas. Onder deze lichtblauwe tas ligt een zwartkleurig voorwerp (het hof begrijpt uit de overige fragmenten en de in de zaak afgelegde verklaringen dat het hier gaat om een zwarte rugzak).
20-03-2024 16:29:47 e.v.
De verdachte pakt twee dozen koffie uit het schap en legt deze naast de twee tassen in de winkelwagen.
Beeldfragment 3. babyvoeding
20-03-2024 16:30:08
De verdachte loopt met de winkelwagen het gangpad met non-food (o.a. babyvoeding) in. De verdachte heeft geen rugtas op zijn rug.
20-03-2024 16:30:17 e.v.
De verdachte pakt vier bussen babyvoeding uit het schap en legt deze op de twee tassen in de winkelwagen.
20-03-2024 16:30:27
De lichtblauwe tas met daaronder het zwarte voorwerp, waarvan het hof begrijpt dat het een zwarte rugzak is, liggen plat in de winkelwagen en zijn, duidelijk niet gevuld.
Beeldfragment 5. lopen met lege kar en rugzak om
De verdachte loopt met een lege winkelwagen en een zwarte rugtas op zijn rug door de winkel. De zwarte rugtas staat bol en lijkt aldus gevuld.
Beeldfragment 7. kassa passeren
0:36 e.v.
De verdachte loopt de kassa voorbij zonder goederen aan te bieden en te betalen. Hij heeft geen winkelwagen bij zich. De zwarte rugtas op zijn rug staat bol en lijkt aldus gevuld.
0:41 e.v.
De medewerkster achter de kassa die de verdachte voorbij is gelopen, heeft haar hoofd gericht naar de verdachte en lijkt de verdachte aan te spreken.
6. De verklaring van de verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van dit hof d.d. 19 maart 2025, voor zover inhoudende:
Het klopt dat ik op 20 maart 2024 in de [benadeelde] , gelegen aan [adres 2] , ben geweest. Ik had een zwarte rugzak en lichtblauwe tas bij me. Het klopt dat ik twee pakken koffie en vier pakken Nutrilon babyvoeding uit de schappen heb gepakt en in mijn winkelwagen heb gelegd.
Bewijsoverwegingen