Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-07-04
ECLI:NL:GHSHE:2025:1893
Parketnummer : 20-002446-24 Uitspraak : 4 juli 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 11 september 2024 in de strafzaak met parketnummer 02-086425-23 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 1) en – kort gezegd – diefstal in vereniging door middel van braak (feit 2) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren met aftrek van voorarrest, waarvan 40 uren voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van het tenlastegelegde onder 2, het tenlastegelegde onder 1 bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Door de raadsman is vrijspraak bepleit van feit 2 en ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Daarnaast is een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 3 juni 2021 tot en met 20 juli 2021 te 's-Gravenpolder, gemeente Borsele, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 464, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; 2. hij in of omstreeks de periode van 3 juni 2021 tot en met 20 juli 2021 te 's-Gravenpolder, gemeente Borsele, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (grote) hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen (grote) hoeveelheid elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking. Vrijspraak feit 2 Met de advocaat-generaal en de verdediging heeft het hof uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte de onder feit 2 tenlastegelegde diefstal van elektriciteit heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij in de periode van 3 juni 2021 tot en met 20 juli 2021 te 's-Gravenpolder, gemeente Borsele tezamen en in vereniging met een of meer andere Om 09.05 uur belt hij met [medeverdachte 1] : Sessie 645, gesprek op 10 juli 2021 om 09.05 uur: Samenvatting: [verdachte] belt naar nnman6460 [verdachte] zegt dat hij nog 50 minuten nodig heeft om daar te komen. nnman zegt dat hij ook op zelfde tijd eraan komt. [verdachte] : "Hoe zit het met [medeverdachte 5] (naam genoemd) dan, wanneer gaan we daarheen?" nnman:" Voordat jullie eraan komen, gaan wij aan de slag. Wij zullen eerst de kamer voorbereiden, [medeverdachte 6] (naam genoemd) en [medeverdachte 7] (naam genoemd) gaan helpen met het openmaken en sproeien. [medeverdachte 7] mag naar binnen en jij en ik gaan samen weg voor een uur. En daarna komen we terug, ze zouden dan ongeveer 100 al gedaan/gemaakt hebben ." [verdachte] :"Ik blijf buiten." Uit bovenstaand gesprek blijkt dat verdachte [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] op de locatie zijn. pagina 26 Op 14 juli 2021 belt verdachte [verdachte] met [medeverdachte 1] : Sessie 3550, lijn 1529, gesprek op 14 juli 2021 om 23.28 uur: Samenvatting: [verdachte] belt uit naar NNman6460 NN: Heb je die kleintjes bij [medeverdachte 2] (naam genoemd, noot tolk) afgehaald? [verdachte] : Ja ik heb de kleintjes afgehaald. NN: Heel goed. [verdachte] : Misschien gaan we overmorgen het in dat ding zetten? NN: Ja is goed. [verdachte] : Die spullen he, alleen een is weg, en [medeverdachte 3] (naam genoemd) heeft de kosten meegenomen. Het is hem niet gelukt om nog een kwijt te raken. Hij zou alles meenemen, en hij laat me straks weten. En [medeverdachte 4] (naam genoemd) wilde ook maar een. NN: Oh ja. [verdachte] : Vandaag kon [medeverdachte 3] eentje, van wat bij mij lag, weg krijgen. NN: Maar dan gaan wat prijs betreft laag zitten. [verdachte] : Heb jij haast dan? NN: Nee. [verdachte] : Dan wachten we een week. NN: Is dat niet te lang? [verdachte] : Ik zei tegen [medeverdachte 4] voor 34. NN: Hoeveel wilde hij dan? [verdachte] : Hij zei 34 maar de markt werkt niet mee. Wij hebben 7 lager gevraagd, hij wordt voor 41 verkocht . pagina 27 Op 15 juli 2021 belt verdachte [verdachte] met [medeverdachte 1] : Sessie 3905, gesprek op 15 juli 2021 om 19.33 uur: Samenvatting: [verdachte] belt uit naar NNman6460 [verdachte] vraagt hem of hij morgen vrij is, want hij wil hem morgen naar [medeverdachte 2] (naam genoemd, noot tolk) meenemen. Nnman zegt beter overmorgen. [verdachte] : "Het kan, ze zijn nu 5 dagen oud, morgen 6 en overmorgen 7 dagen. Geen probleem." Nnman: "Ik ben morgen rond 16 uur klaar, we kunnen morgen dan na 16 uur gaan." [verdachte] : "Bel me morgen zodra je klaar bent. We gaan samen met [medeverdachte 6] (naam genoemd), is genoeg toch?" Nnman: "Denk ik wel. Ik dacht dat je [medeverdachte 7] (naam genoemd) ook mee zal nemen". [verdachte] : "Die heeft morgen werk". Nnamn: "Oke, vriend tot morgen dan." [verdachte] zegt tot dan. 3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juli 2021 (pg. 31-30), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] : Op vordering en na machtiging werd er een onderzoek telecommunicatie gestart op het nummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij de betrokkene [verdachte] . De telefoon van verdachte [verdachte] straalt de zendmast 's-Gravenpolder aan op 10 juli tussen 09.55 en 16.12 uur. Verdachte [verdachte] (voornaam [verdachte] ) is op 10 juli 2021 in 's-Gravenpolder en voert onderstaand gesprek met [telefoonnummer 2] , i.g.b. [medeverdachte 1] : Sessie 742, lijn 1529, gesprek op 10 juli 2021 om 09.55 uur: Samenvatting: [verdachte] belt uit naar naar Nnman6460 [verdachte] zegt dat hij aangekomen is, waarop NNman zegt: "Laat [medeverdachte 7] (naam genoemd, noot tolk) naar binnengaan en ik kom naar je toe". [verdachte] staat geparkeerd bij de achterdeur. Op 17 juli 2021 blijkt dat de verdachte [verdachte] werkzaamheden gaat verrichten in de woning van verdachte [medeverdachte 8] : Sessie 5909, lijn 1529, gesprek op 17 juli 2021 om 22.57 uur: [verdachte] zegt dat hij morgen naar [medeverdachte 2] gaat, en dat hi 135-137), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte [medeverdachte 1] : V: Vraag verbalisant A: Antwoord verdachte V: Nu bent u woonachtig in [plaatsnaam] . Wat voor een woning is dat? A: Dat is aan [adres 4] . 10. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 27 oktober 2021 (pg. 138-145), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte [medeverdachte 1] : V: Vraag verbalisant A: Antwoord verdachte V: Op dinsdag 20 juli 2021 werd er in de woning aan [adres 2] een hennepkwekerij aangetroffen. Deze kwekerij werd ontruimd. Wij nemen die dag een gesprek op dat ik je laat horen. A: Wat ik hoorde in dit gesprek is dat [verdachte] mij belde en vertelde dat de politie een inval heeft gedaan in die woning. V: Maar jij bent ook in die woning geweest. A: Ja, dat klopt. A: ik ben daar 2 keer geweest en heb gewerkt met aarde. A: Ja. ik word gebeld door [verdachte] en we hebben het over een bezoek aan [medeverdachte 2] . Ik ken hem niet, ik kreeg het adres en ben een dag later die kant op gegaan. V: Met wie ben je gegaan? A: Met [verdachte] . A: Ik werkte alleen maar daar. Pagina 142 V: ik confronteer je met het volgende gesprek: Sessie 3905, lijn 1529, gesprek 15 juli 2021 om 19.33 uur Samenvatting: [verdachte] belt uit naar NNman6460 A: lk bel hier met [verdachte] . Het gaat over een bezoek aan [medeverdachte 2] . V: Het gaat ook over plantjes van 5 of 6 of 7 dagen oud. A: Ik heb daar in die woning gewerkt. Pagina 144 V: Je bent daar 2x in de woning geweest. Is dat om 2x met de aarde te werken, oftewel te oogsten? A: ja. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat in de woning van [medeverdachte 8] , die door de verdachten ook wel [medeverdachte 2] wordt genoemd, aan [adres 2] een hennepkwekerij is aangetroffen en dat in de woningen van de verdachte en zijn medeverdachte hennep gerelateerde goederen zijn aangetroffen. Uit tapgesprekken tussen de verdachte en de medeverdachte volgt dat, zo leest het hof, openlijk is gesproken over hennepteelt en dat zij een actieve rol hebben in het geheel. De verdachten hebben verklaard meermalen in de woning aan [adres 2] te zijn geweest en verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard aldaar te hebben gewerkt, dan wel te hebben geoogst. Gelet op het vorenstaande is het hof – met de advocaat-generaal – van oordeel dat het tenlastegelegde onder 1 wettig en overtuigend is bewezen. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie De verdediging heeft verzocht dat het hof bij de straftoemeting rekening houdt met de regeling betreffende het aanvragen van het Nederlanderschap, de persoonlijke omstandigheden, de – door de Syrische afkomst – onwetendheid van de strafbaarheid van het kweken van hennep, de ouderdom van het feit, alsmede met de schending van de redelijke termijn. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelij