Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-01-28
ECLI:NL:GHSHE:2025:183
Strafrecht
Hoger beroep
1,111 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-003297-23
Uitspraak : 28 januari 2025
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 23 november 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-226775-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
laatst opgegeven woon- of verblijfplaats (zoals vermeld op de identiteitskaart):
[adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘medeplegen van opzetheling’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en haar veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van het voorarrest.
Voorts heeft de politierechter de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding en bepaald dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de oproeping in hoger beroep nietig zal verklaren.
Geldigheid van de oproeping in hoger beroep
De verdachte is in hoger beroep niet ter terechtzitting verschenen. Evenmin is een namens de verdachte op grond van artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering uitdrukkelijk gemachtigd advocaat ter terechtzitting verschenen.
In het dossier bevindt zich een oproeping van de verdachte om heden ter terechtzitting te verschijnen. De oproeping met Roemeense vertaling is op 24 oktober 2024 uitgereikt aan een medewerker van het Openbaar Ministerie. Op de oproeping en de akte van uitreiking staat vermeld dat de verdachte thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande is.
Uit de informatiestaat SKDB-persoon van 24 oktober 2024 blijkt dat de verdachte niet als ingezetene in Nederland is ingeschreven in de basisregistratie personen, dat de verdachte niet gedetineerd is en als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats staat vermeld dat de verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande is. Op de identiteitskaart van de verdachte, opgenomen op de ID Staat d.d. 5 september 2023 (pagina 212 van het dossier) is als adres in het buitenland vermeld: [adres] .
Ingevolge artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering geschiedt de uitreiking van de oproeping, indien de geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, door toezending van de mededeling, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie.
Nu niet is gebleken dat een oproeping en een vertaling hiervan is toegezonden naar dit adres in het buitenland als bepaald in artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de verdachte niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen en zich evenmin een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de verdachte op de hoogte was van de dag van de terechtzitting, zal het hof de oproeping in hoger beroep nietig verklaren.
Het hof bepaalt dat de verdachte bij het opnieuw aanbrengen van de zaak dient te worden opgeroepen op het opgegeven adres in het buitenland en/of een actueel adres van de verdachte dat alsdan bekend is.
Dictum
Het hof:
verklaart de oproeping in hoger beroep nietig.
Aldus gewezen door:
mr. K.J. van Dijk, voorzitter,
mr. J. Platschorre en mr. S. Riemens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. van der Valk, griffier,
en op 28 januari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Van der Valk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.