Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-06-12
ECLI:NL:GHSHE:2025:1659
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
4,730 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 12 juni 2025
Zaaknummer: 200.343.044/01
Zaaknummer eerste aanleg: 10978927 MS VERZ 24-363
Beschikking over de ondercuratelestelling in de zaak in hoger beroep van:
[verzoeker in hoger beroep] ,
wonende op een bij het hof bekend adres,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: [verzoeker in hoger beroep] ,
advocaat: mr. M.C.L.G.J. Ruyters-Stevens,
tegen
[voormalige pleegvader 1] en [voormalige pleegvader 2],
wonende te [woonplaats] ,
verweerders in hoger beroep,
hierna te noemen: verzoekers,
advocaat: geen (voorheen mr. W.P.A. Vos).
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
[de curator]
, h.o.d.n. [naam] ,
kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. S.L.B. Duijf,
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
[de broer]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de broer.
Als informant is aangemerkt:
[informant] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [informant] .
Procesverloop
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg , zittingsplaats Maastricht van 9 april 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
Procesverloop
2.1.
Bij beroepschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 27 juni 2025, heeft [verzoeker in hoger beroep] verzocht voormelde beschikking te vernietigen en - opnieuw rechtdoende - een onderbewindstelling en mentorschap uit te spreken met benoeming van [informant] tot bewindvoerder en mentor, dan wel (subsidiair) [informant] te benoemen tot curator, dan wel een andere curator te benoemen.
2.2.
Er is geen verweerschrift binnengekomen.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 mei 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
[verzoeker in hoger beroep] , bijgestaan door mr. J. Goltstein, kantoorgenoot van mr. Ruyters-Stevens (waarnemend);
de curator, bijgestaan door mr. Duijf;
[betrokkene] (staat de curator bij in de niet-financiële aangelegenheden), aan wie bijzondere toegang is verleend;
[informant] , in zijn hoedanigheid van informant.
2.4.
Mr. Vos heeft zich bij V2-formulier en V8-formulier van 6 mei 2025 onttrokken en aan het hof bericht dat verweerders in hoger beroep niet op de mondelinge behandeling aanwezig zullen zijn.
2.5.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
het procesdossier eerste aanleg;
het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van [verzoeker in hoger beroep] van 24 april 2025;
de door mr. Goltstein tijdens de mondelinge behandeling voorgedragen pleitnota en de namens de moeder van [verzoeker in hoger beroep] geschreven brief.
Feiten
3.1.
Bij beschikking van 10 oktober 2022 is er een mentorschap ingesteld ten behoeve van [verzoeker in hoger beroep] met benoeming van verzoekers tot mentor.
3.2.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank [verzoeker in hoger beroep] onder curatele gesteld met benoeming van [de curator] tot curator.
3.3.
[verzoeker in hoger beroep] kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.
De standpunten
3.4.
[verzoeker in hoger beroep] voert - zakelijk weergegeven - het volgende aan.
Verzoekers waren sinds 2015 de pleegouders van [verzoeker in hoger beroep] . Alhoewel [verzoeker in hoger beroep] ook dankbaar wil zijn en ook goede tijden bij verzoekers heeft gekend, heeft hij ook verschrikkelijke dingen meegemaakt. Er was sprake van alcoholmisbruik, agressie en vergaande seksuele handelingen met [verzoeker in hoger beroep] tegen zijn wil. [verzoeker in hoger beroep] heeft hiervan inmiddels aangifte gedaan bij de politie. Hij voert verder aan dat de door verzoekers ontvangen PGB-gelden nooit ten behoeve van hem zijn besteed en dat hij ondanks zijn WLZ-indicatie nooit de juiste begeleiding heeft mogen ontvangen. [Pleegzorg] Pleegzorg is in de loop der tijd achter de handel en wandel van de verzoekers gekomen en heeft op enig moment het pleegzorgcontract opgezegd. Mogelijk loopt er nog een onderzoek naar eventuele frauduleuze handelingen door verzoekers.
[verzoeker in hoger beroep] erkent dat hij hulp nodig heeft op meerdere gebieden, zoals huisvesting, dagbesteding en medicatie. Hij heeft veel hulp gehad van [informant] . [informant] heeft hem onderdak geboden en geholpen met de financiën. [verzoeker in hoger beroep] verblijft nog steeds het grootste deel van zijn tijd bij [informant] en hij beschouwt dit als zijn thuis.
Er is sprake van een ernstig verstoorde verstandhouding en een gebrek aan vertrouwen in de curator. [verzoeker in hoger beroep] vertrouwt haar niet en ziet haar als een verlengstuk van verzoekers. Hij heeft de indruk dat de curator meegaat in het verhaal van verzoekers dat [verzoeker in hoger beroep] een schuld aan verzoekers heeft en dat deze schuld terugbetaald moet worden. De curator luistert verder niet goed naar de wensen van [verzoeker in hoger beroep] . Zij komt met plekken voor begeleid wonen, maar dit is in de regio waar [verzoeker in hoger beroep] bij verzoekers is opgegroeid, terwijl hij graag afstand wil nemen van die omgeving en het netwerk van verkeerde vrienden aldaar. [verzoeker in hoger beroep] betreurt het verder dat de curator het verblijf bij [informant] niet geschikt vindt.
[verzoeker in hoger beroep] is verder van mening dat een ondercuratelestelling een te zwaar middel is en dat kan worden volstaan met een bewind en mentorschap. Het is de voorkeur van [verzoeker in hoger beroep] dat [informant] wordt benoemd tot bewindvoerder en mentor, dan wel tot curator dan wel dat een andere curator wordt benoemd. Indien het hof de bestreden beschikking vernietigt, gaat [verzoeker in hoger beroep] ermee akkoord dat de beschikking eerst met ingang van de datum van de beslissing van het hof wordt vernietigd.
3.5.
De curator voert - zakelijk weergegeven - het volgende aan.
Het is een misverstand dat zij door verzoekers zou zijn voorgedragen om als curator te worden benoemd. Zij is door de kantonrechter gevraagd om de ondercuratelestelling uit te voeren. Het is verder een misverstand dat zij meegaat in het verhaal van de verzoekers over een vermeende schuld van [verzoeker in hoger beroep] aan verzoekers. Er is geen cent van [verzoeker in hoger beroep] aan verzoekers betaald en dit gaat ook niet gebeuren. De curator beaamt dat verzoekers ten onrechte PGB-gelden hebben ontvangen, terwijl zij dit geld niet aan [verzoeker in hoger beroep] hebben besteed. Verder voert de curator aan dat zij met [verzoeker in hoger beroep] is meegegaan om aangifte te doen bij de zedenpolitie. Zij steunt [verzoeker in hoger beroep] in zijn aangifte en heeft geen enkele reden om aan zijn verhaal te twijfelen. Zij heeft geen goed gevoel bij de intenties van verzoekers. Helaas heeft de politie en/of het OM te kennen gegeven dat er op grond van de huidige gegevens en beschikbare tijd geen vervolging zal worden ingesteld.
Er was in het verleden een PGB-budget van circa € 60.000,- per jaar ten behoeve van [verzoeker in hoger beroep] beschikbaar. De curator heeft er voor gekozen dat er alleen nog zorg in natura voor [verzoeker in hoger beroep] kan worden ingezet, om toekomstige misstanden te voorkomen. Het gaat bij alle betrokkenen nu teveel over geld en de curator heeft de plicht om alle geldzaken die [verzoeker in hoger beroep] aangaan goed te behartigen. [verzoeker in hoger beroep] verblijft op dit moment niet op een vaste plek, zodat er op dit moment geen zorg wordt verleend. Hij is veel in het gezin van [informant] , maar verblijft soms ook bij de moeder. Daarom wordt er nu niets uitgekeerd. De curator begrijpt wel dat er bij het verblijf van [verzoeker in hoger beroep] bij derden kosten gemoeid zijn. Deze kunnen ook worden vergoed, mits zij daarvan een onderbouwing ziet.
De curator vindt het belangrijk dat er een woonruimte (begeleid wonen) voor [verzoeker in hoger beroep] wordt gevonden op een plek waar hij zelf ook achter staat en waar hij zich thuis voelt. Zij zou graag samen met [verzoeker in hoger beroep] naar locaties willen gaan. Ondanks de inspanningen daartoe is dit nog niet gelukt. De curator wil graag de samenwerking met [verzoeker in hoger beroep] aangaan en zij staat er ook voor open om met [informant] samen te werken. Zij wil voorkomen dat [verzoeker in hoger beroep] verplicht moet worden opgenomen. Hij heeft al een keer in het ziekenhuis gelegen en ze hoopt dat het niet opnieuw fout gaat. Er gebeurt veel en er is veel overleg met de ketenpartners en politie. Er loopt ook nog een strafzaak over een ruzie op de kermis, waarbij [verzoeker in hoger beroep] iemand zou hebben geslagen.
De curator voert het curatorschap uit met de hulp van [betrokkene] , die het niet-financiële deel van de taken uitvoert. [betrokkene] heeft bijna dagelijks contact met [verzoeker in hoger beroep] . De kantonrechter heeft met deze constructie ingestemd. De curator deelt de vergoeding van het curatorschap en zij blijft volledig verantwoordelijk voor de uitvoering.
3.6.
[betrokkene] heeft hier nog het volgende aan toegevoegd. Er zijn al vijf geschikte woonplekken voorgedragen. Aanvankelijk was het de wens van [verzoeker in hoger beroep] om in de buurt van zijn moeder te gaan wonen. Dit is later veranderd in [provincie 1] . Momenteel is [betrokkene] met de [instantie] in gesprek. [verzoeker in hoger beroep] heeft tot op heden niet willen meewerken. Wanneer het hem teveel wordt, dan stopt hij met alles. [betrokkene] gaat meestal wel met [verzoeker in hoger beroep] mee naar ziekenhuisafspraken, behalve wanneer het om intieme zaken gaat.
3.7.
De moeder heeft geschreven dat er geen klik is met de huidige curator en [betrokkene] , dat zij bang is dat die er niet gaat komen en dat er hierdoor geen perspectief voor [verzoeker in hoger beroep] komt. [verzoeker in hoger beroep] heeft bij haar aangegeven dat hij in [provincie 1] wil wonen. Alhoewel dit niet de keuze van de moeder is, zal het wel rust brengen voor zowel [verzoeker in hoger beroep] als voor haarzelf. Zij kan akkoord gaan met een plaatsing in [provincie 1] als de financiële verplichtingen volledig bij de curator en/of bij [informant] komen te liggen.
3.8.
[informant] heeft tijdens de mondelinge behandeling - zakelijk weergegeven - het volgende verklaard. Hij heeft het gevoel dat er veel beschuldigingen over hem worden geuit, die bovendien niet zijn onderbouwd, terwijl het over [verzoeker in hoger beroep] moet gaan.
Overwegingen
3.10.
Het hof stelt voorop dat het intens verdrietig en treurig is dat [verzoeker in hoger beroep] , die afhankelijk was (en is) van de volwassenen om hem heen, kennelijk niet de bescherming heeft gekregen die hij behoort te krijgen (dit is in hoger beroep onbetwist). [verzoeker in hoger beroep] is een kwetsbare jongvolwassene met een belast verleden en met de nodige problematiek. Het is in het licht van zijn verleden voorstelbaar dat [verzoeker in hoger beroep] er moeite mee heeft om de curator te vertrouwen. Toch zal het hof - op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht - de beslissing van de kantonrechter in stand laten. Het hof zal hierna uitleggen waarom.
bewind en mentorschap of curatele?
3.11.
[verzoeker in hoger beroep] erkent dat hij onvoldoende in staat is om zijn financiële en niet financiële belangen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand zelfstandig te behartigen.
Er is op dit moment veel onrust in het leven van [verzoeker in hoger beroep] op allerlei gebieden. In het recente verleden heeft [verzoeker in hoger beroep] onder invloed van verkeerde vrienden niet altijd de juiste keuzes gemaakt. Dit is één van de redenen waarom hij uit [provincie 2] weg wil.
Vanwege deze kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid vindt het hof het belangrijk om de ondercuratelestelling vooralsnog in stand te laten, omdat deze maatregel meer bescherming biedt dan een mentorschap en bewind. Het hof heeft ook uit eigen waarneming tijdens de mondelinge behandeling kunnen vaststellen hoe spannend/moeilijk het voor [verzoeker in hoger beroep] is om zijn mening te geven of zelfs deel te nemen aan het gesprek over hem. Dit doet er overigens niet aan af dat de ondercuratelestelling in de toekomst mogelijk alsnog kan worden omgezet naar een bewind en mentorschap.
de persoon van de curator
3.12.
Er is bij [verzoeker in hoger beroep] sprake van meervoudige, complexe problematiek rondom zijn fysieke en psychische gezondheid, zijn algehele welzijn en zijn ontwikkeling en dit brengt met zich dat er ingewikkelde beslissingen moeten worden genomen.
Het is op de eerste plaats van belang dat hij zo snel mogelijk een eigen woonplek krijgt, waar hij kan terugvallen op begeleiding om hem zo nodig te ondersteunen. De curator en [betrokkene] spannen zich in om een dergelijke plek via beschermd wonen te vinden. Dit is nog niet van de grond gekomen, omdat de curator het belangrijk vindt om samen met [verzoeker in hoger beroep] te gaan kijken of hij zich prettig voelt op een plek en [verzoeker in hoger beroep] tot op heden nog niet bereid is geweest om deze stap te zetten. Wat daarbij niet helpend is geweest is dat de curator en [informant] niet op goede voet met elkaar zijn begonnen en er hierdoor vanuit [informant] ook geen stimulerende werking richting [verzoeker in hoger beroep] is uitgegaan om tot een werkbare verhouding met de curator te komen. Hierdoor staat de positie van de curator onder druk. [informant] lijkt daarbij wisselend te zijn in zijn uitspraken over wat het beste voor [verzoeker in hoger beroep] is. Enerzijds geeft hij aan dat [verzoeker in hoger beroep] bij hem kan verblijven en anderzijds geeft hij aan dat beschermd wonen een goede optie is, zolang dit in [provincie 1] is. Er is hierdoor een impasse ontstaan, waarmee de belangen van [verzoeker in hoger beroep] niet worden gediend.
Er zullen in de toekomst nog meer (soms moeilijke) beslissingen moeten worden genomen, waarbij de financiële en niet-financiële belangen van [verzoeker in hoger beroep] goed moeten worden behartigd. De curator heeft nu geregeld dat de zorg voor [verzoeker in hoger beroep] in natura wordt geregeld, zodat er geen misbruik kan worden gemaakt van een eventueel persoonsgebonden budget (PGB).
Het hof acht de curator, vanwege haar onafhankelijke positie, haar professionele ervaring en haar objectiviteit het beste in staat om deze beslissingen te nemen en daarmee de belangen van [verzoeker in hoger beroep] voorop te stellen. Het is weliswaar invoelbaar dat [verzoeker in hoger beroep] veel steun aan en vertrouwen in [informant] heeft en het is prijzenswaardig dat [informant] [verzoeker in hoger beroep] in een moeilijke periode heeft opgevangen en nog steeds voor hem klaarstaat, maar [informant] heeft geen professionele ervaring op het gebied van bewind en mentorschap, dan wel curatele. Die ervaring hebben de curator en [betrokkene] wel. Het hof vindt het verder zorgelijk dat [informant] van mening lijkt te zijn dat het best goed gaat met [verzoeker in hoger beroep] , terwijl dit naar het oordeel van het hof niet het geval is. Zoals hiervoor reeds is overwogen, is [informant] daarnaast wisselend in zijn verklaringen over wat [verzoeker in hoger beroep] nodig is. Het hof gaat daarom voorbij aan de persoonlijke voorkeur van [verzoeker in hoger beroep] om [informant] tot curator te benoemen.
Het hof ziet ook geen aanleiding om een andere professionele curator te benoemen. Dit zal tot nog meer vertraging gaan leiden om de zaken voor [verzoeker in hoger beroep] goed te regelen en dit is niet in zijn belang. Het is voorstelbaar dat [verzoeker in hoger beroep] door zijn belaste verleden er moeite mee heeft om de curator te vertrouwen. Het hof wil echter nogmaals benadrukken dat de curator door de kantonrechter is gevraagd om tot curator te worden benoemd. Zij heeft geen enkele connectie met verzoekers en de achterdocht van [verzoeker in hoger beroep] lijkt (deels) gebaseerd te zijn op een aantal misverstanden, die de curator tijdens de mondelinge behandeling geprobeerd heeft weg te nemen.
3.13.
Het hof gaat ervan uit dat de curator en [informant] , ook gelet op de hiertoe gedane toezeggingen tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep, in het belang van [verzoeker in hoger beroep] gaan samenwerken, waarbij er enerzijds goed naar de wensen van [verzoeker in hoger beroep] wordt geluisterd, maar anders wordt geaccepteerd dat de curator degene is die de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid heeft.
3.14.
Deze beslissing doet er niet aan af dat [informant] veel voor [verzoeker in hoger beroep] heeft betekend en nog steeds betekent. Ook betekent dit niet dat [informant] geen positie in het leven van [verzoeker in hoger beroep] kan hebben.
De slotsom
3.15.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de grieven niet slagen. Het hof zal de beschikking waarvan beroep bekrachtigen.
Dictum
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg , zittingsplaats Maastricht van 9 april 2024;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, G.M. Goes, S.P.A. Wensink-Vergunst en is in het openbaar uitgesproken door mr. E.M.C. Dumoulin op 12 juni 2025 in tegenwoordigheid van mr. C.E.M. Geertsma-van Ooijen, griffier.