Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-15
ECLI:NL:GHSHE:2025:1638
Strafrecht
Hoger beroep
4,479 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-002931-24
Uitspraak : 15 april 2025
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 15 oktober 2024, in de strafzaak met parketnummer 03-180150-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
volgens verdachte bij politieverhoor verblijvende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen (feit 1),
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd (feit 2 en feit 3), en
eenvoudige belediging (feit 4),
de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de strafvervolging ter zake van het onder feit 4 tenlastegelegde, het overig tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een taakstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest.
De raadsman van de verdachte heeft ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde telkens vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het onder feit 4 tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal reeds worden vernietigd, omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 31 mei 2024 te Landgraaf, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk de ruit van een auto en/of een ruit van een schuifpui, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield en/of beschadigd;
2.
hij in de periode van 25 mei 2024 tot en met 31 mei 2024 te Landgraaf, althans in Nederland, [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen
- Moet ik nou echt die kanker osso van jou gaan opblazen?;
- Ik ga pompen, let op. Oorlog komt ik zweer op mijn kids. Klaar oorlog, pomp alles op. Er komt een bom op huis;
- Jullie hebben 24 uur de tijd vanaf nu om uit het huis te gaan, luister je niet dan staan er mensen bij je moeder in huis,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij op of omstreeks 31 mei 2024 te Landgraaf, althans in Nederland, [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde 2] dreigend de woorden toe te voegen:
- Ik pomp jou en ik kom dadelijk terug en ik pak jou;
- Je gaat eraan. Ik zweer op mijn kids;
- Verraders gaan eraan. Ik pomp jullie. Ik pomp [benadeelde 3] ;
- Kankerhoer, pak je spullen, je kan blij zijn dat de politie erbij staat want anders sloeg ik de tanden uit je bek;
- Die ex-vrouw van mij, ik zeg jou gewoon heel eerlijk, wil ik gewoon killen. Ken je dat gevoel? Gewoon killen gewoon. Gewoon kop omdraaien;
- Ik sla al jouw tanden uit je mond;
- Ik ga jou nog pompen let maar op,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
4.
hij op of omstreeks 31 mei 2024 te Landgraaf, althans in Nederland, opzettelijk [benadeelde 2] , in haar tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door haar de woorden toe te voegen: kankerhoertje en/of kanker zwerver, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
Aan de verdachte is onder feit 4 tenlastegelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belediging.
Ingevolge de artikelen 266 juncto 269 van het Wetboek van Strafrecht is belediging slechts vervolgbaar op klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd.
Het hof is, met de advocaat-generaal en de raadsman, van oordeel dat het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder feit 4 tenlastegelegde niet-ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte nu in het dossier de voor vervolging vereiste klacht als hiervoor bedoeld ontbreekt.
Het hof zal daarom het Openbaar Ministerie alsnog niet-ontvankelijk verklaren in de strafvervolging ter zake van de onder feit 4 tenlastegelegde belediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij op 31 mei 2024 te Landgraaf opzettelijk en wederrechtelijk de ruit van een auto die aan een ander toebehoorde heeft vernield;
2.
hij in de periode van 25 mei 2024 tot en met 31 mei 2024 te Landgraaf [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen
- Moet ik nou echt die kanker osso van jou gaan opblazen?;
- Ik ga pompen, let op. Oorlog komt ik zweer op mijn kids. Klaar oorlog, pomp alles op. Er komt een bom op huis;
- Jullie hebben 24 uur de tijd vanaf nu om uit het huis te gaan, luister je niet dan staan er mensen bij je moeder in huis,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij op 31 mei 2024 te Landgraaf [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [benadeelde 2] dreigend de woorden toe te voegen:
- Verraders gaan eraan. Ik pomp jullie. Ik pomp [benadeelde 3] ;
- Kankerhoer, pak je spullen, je kan blij zijn dat de politie erbij staat want anders sloeg ik de tanden uit je bek;
- Die ex-vrouw van mij, ik zeg jou gewoon heel eerlijk, wil ik gewoon killen. Ken je dat gevoel? Gewoon killen gewoon.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het onder 4 tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging;
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door:
mr. R.G.A. Beaujean, voorzitter,
mr. S.V. Pelsser en mr. drs. J.J. Peters, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. van der Valk, griffier,
en op 15 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Beaujean is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
Gewoon kop omdraaien;
- Ik sla al jouw tanden uit je mond;
- Ik ga jou nog pompen let maar op,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep op gronden zoals nader verwoord in de pleitnota vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder feit 1, feit 2 alsmede feit 3 tenlastegelegde. De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde aangevoerd dat de woning eigendom is van de verdachte en uit het dossier niet kan worden afgeleid dat de auto aan een ander toebehoorde dan aan de verdachte, waardoor niet kan worden vastgesteld dat het vernielen van die goederen wederrechtelijk is geweest. Ten aanzien van de onder feit 2 en feit 3 tenlastegelegde bedreiging heeft de verdediging in de kern aangevoerd dat de tenlastegelegde bewoordingen door de verdachte moeten worden beschouwd als uitingen van onmacht en frustratie. De uitingen zijn slechts wanhoopskreten geweest, die de verdachte onder invloed heeft gedaan en kunnen naar de mening van de verdediging onder de gegeven omstandigheden niet de redelijke vrees bij de aangevers hebben doen ontstaan dat zij het leven zouden laten. Nu niet is voldaan aan de aan bedreiging gestelde vereisten, dient de verdachte bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.
Het hof overweegt als volgt.
Ten aanzien van feit 1
Het hof stelt op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting vast dat de verdachte op 31 mei 2024 te Landgraaf de schuifpui van een woning en de ruit van een auto heeft vernield.
Ten aanzien van de schuifpui is naar het oordeel van het hof niet komen vast te staan dat de vernieling daarvan wederrechtelijk is nu aangeefster ook zelf heeft verklaard dat de verdachte ten tijde van de vernieling de eigenaar van de woning was. Daarom zal de verdachte van dit onderdeel van het onder 1 tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de auto – anders dan de verdediging stelt – echter niet aan de verdachte toebehoorde. De verdachte heeft immers bij zijn verhoor bij de politie zelf verklaard dat de auto niet van hem was en dat hij de schade wilde vergoeden. Aangeefster [benadeelde 2] heeft over de auto verklaard dat dit haar auto was en dat het een huurauto betrof uit Duitsland.
Het verweer van de verdediging wordt in zoverre verworpen.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ruit van de auto, die niet aan hem maar aan een ander toebehoorde, opzettelijk en wederrechtelijk heeft vernield.
Ten aanzien van het onder feit 2 en feit 3 tenlastegelegde
Het hof stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht onder meer is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat hij of zij het leven zou kunnen laten en dat het opzet van de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke zin, daarop was gericht. De beoordeling of sprake is van redelijke vrees is geobjectiveerd en wordt niet slechts bepaald door eventueel bij het slachtoffer veroorzaakte angstgevoelens. Daarbij is niet vereist dat bij de bedreigde werkelijk vrees is opgewekt, maar dat de bedreiging in het algemeen vrees kan opwekken.
Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte in de periode van 25 mei 2024 tot 31 mei 2024 via WhatsApp meerdere berichten heeft gestuurd naar [benadeelde 3] inhoudende ‘moet ik nou echt die kanker osso van jou gaan opblazen’ en ‘er komt een bom op huis’.
Voorts stelt het hof vast dat de verdachte op 31 mei 2024 via WhatsApp meerdere berichten heeft gestuurd naar zijn (toenmalige) vriendin [benadeelde 2] , onder meer inhoudende ‘verraders gaan eraan. Ik pomp jullie’. De verklaring van [benadeelde 2] over de door de verdachte geuite woorden vinden steun in hetgeen door de verbalisanten ter plaatse is gerelateerd. Daaruit volgt dat de verdachte in de woning, nadat de politie ter plaatse is gekomen, meermalen heeft gezegd dat hij de tanden uit haar mond gaat slaan. Door de verbalisanten is voorts gerelateerd dat de verdachte ook na zijn aanhouding onder meer heeft gezegd dat hij zijn ex-vrouw zou ‘killen’.
De verdachte heeft bij zijn verhoor bij de politie erkend dat hij zowel mondeling uitspraken heeft gedaan als via WhatsApp berichten heeft gestuurd naar [benadeelde 3] en [benadeelde 2] .
Het hof is van oordeel dat de door de verdachte gebezigde woorden van dien aard waren en onder zodanige omstandigheden zijn geuit, dat bij [benadeelde 3] en [benadeelde 2] – naar objectieve maatstaven – de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden kunnen laten. Het hof neemt hierbij in aanmerking de omstandigheden dat de relatie tussen aangeefster [benadeelde 2] en de verdachte kennelijk moeizaam verliep, dat zij op 30 mei 2024 ruzie hadden en de verdachte boos was, dat de verdachte naar de woning is gegaan waar [benadeelde 2] verbleef, tot twee keer toe over een schutting is geklommen om in de tuin te komen en daar door vernieling van de schuifpui die woning heeft willen betreden en dat hij, nadat de politie ter plaatse was gekomen, in aanwezigheid van agenten op de auto van [benadeelde 2] is gesprongen terwijl die [benadeelde 2] met die auto wilde wegrijden.
Dat volgens de verdediging de verdachte de uitlatingen uit wanhoop zou hebben gedaan (of zoals de verdachte zelf tegenover de politie heeft verklaard: uit frustratie), maakt dat naar het oordeel van het hof niet anders.
Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging.
Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2 en feit 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 (ten aanzien van de autoruit), het onder 2 en het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.
Het onder 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.