Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-01-23
ECLI:NL:GHSHE:2025:151
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
2,313 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 23 januari 2025
Zaaknummer: 200.325.908/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/01/327073 / FA RK 17-5404
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J. Jansen,
tegen
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. M.W.F. van Wijk.
Deze zaak gaat over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.
5De beschikking van 29 februari 2024
Bij die beschikking heeft het hof de raad verzocht een onderzoek in te stellen naar (het verloop van) de ontwikkeling van [minderjarige] , de invloed van het ontbreken van het contact met de vader voor [minderjarige] nu en wellicht in de toekomst en de mogelijkheden en belemmeringen rondom (het herstel van) de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] . Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1.
De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 december 2024. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
de moeder, bijgestaan door mr. Jansen;
de vader, bijgestaan door mr. Van Wijk;
[vertegenwoordiger van de raad] namens de raad.
6.2.
Het hof heeft de minderjarige [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hiervan gebruik gemaakt. [minderjarige] heeft via het formulier kindgesprek schriftelijk zijn mening gegeven. Het formulier is door het hof ontvangen op 6 november 2024. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de voorzitter de inhoud van het formulier kindgesprek zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.
6.3.
Het hof heeft verder kennisgenomen van de inhoud van:
het rapport van de raad van 29 juli 2024, ontvangen door het hof op 30 juli 2024;
de brief van de raad van 21 augustus 2024, met als bijlage een reactie van de vader van 1 augustus 2024 op het raadsrapport;
de berichten van de advocaat van de moeder van 3 september 2024 en 12 september 2024;
het bericht van de advocaat van de vader van 11 september 2024.
7De verdere beoordeling
Advies raad
7.1.
Op grond van het raadsonderzoek adviseert de raad dat [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken één zondag per maand van 11.00 uur tot 19.00 uur contact heeft met de vader.
Voor de identiteitsontwikkeling van een kind is het belangrijk om beide ouders in hun leven te hebben, zodat een kind zich aan beide ouders kan spiegelen. [minderjarige] heeft geen prettige herinneringen aan de eerdere periode waarin hij contact had met de vader. Daarin lijkt er sprake te zijn van enige beïnvloeding omdat het taalgebruik van [minderjarige] niet geheel passend is bij zijn leeftijd. [minderjarige] is enerzijds heel resoluut in zijn verhaal dat hij niets meer met de vader te maken wil hebben, maar anderzijds geeft hij aan zijn vader te missen en lijkt hij wel open te staan voor een vorm van contact. De moeder heeft geen vertrouwen in de vader en kan eigenlijk op geen enkele manier openstaan voor contact tussen [minderjarige] en de vader. Gelet op het verleden zijn de zorgen van de moeder begrijpelijk. De moeder vindt het lastig om te geloven dat er sprake is van een verbetering bij de vader. De vader heeft echter hulp gehad en stappen gezet. Hij wil graag een rol in het leven van [minderjarige] . De vader bagatelliseert het verleden. Het is belangrijk dat hij de beleving van [minderjarige] van destijds serieus neemt. De raad concludeert dat er geen contra-indicaties zijn voor contact tussen [minderjarige] en de vader.
Nu [minderjarige] de vader al een lange tijd niet heeft gezien, acht de raad contactherstel onder begeleiding van een professionele instantie noodzakelijk. De raad adviseert partijen te verwijzen naar het [instantie] . De vader moet tijdens het begeleid contact laten zien dat hij betrouwbaar en voorspelbaar is en het contact op een goede en veilige manier kan vormgeven. De vader moet tijdens het contact met [minderjarige] absent zijn van alcohol en drugs. De bal ligt bij hem. [minderjarige] zal moeten kunnen zien dat het beter gaat met de vader, alvorens hij echt zal openstaan voor contact.
Reactie moeder
7.2.
De moeder voert – samengevat – aan dat er te weinig rekening is gehouden met de diagnose van [minderjarige] , met de diagnose van de vader en het effect hiervan op elkaar. De vader heeft volgens de raad het veelvuldig middelengebruik achter zich gelaten, maar hij werkt voor een bedrijf dat klanten voorziet in hun drugsbehoeften. De moeder vindt dat moeilijk met elkaar te rijmen. De moeder vermoedt dat er sowieso een terugval zal plaatsvinden bij de vader. Zij heeft er weinig vertrouwen in dat de vader werkelijk is veranderd en is bezorgd over de uitspraken die de vader over de moeder richting [minderjarige] zal doen. De moeder begrijpt het advies van de raad dat het in het algemeen goed is voor [minderjarige] om contact te hebben met zijn vader, maar ze heeft hier ook zorgen over. Zij staat eigenlijk achter het standpunt van [minderjarige] dat hij liever op een wat latere leeftijd weer contact heeft met de vader. [minderjarige] is dan volwassener en zal dan met bepaalde zaken beter kunnen omgaan. Ook geeft het de vader de tijd om verantwoordelijk en betrouwbaar te worden. De vader stuurt kaartjes naar [minderjarige] en dat gaat goed, maar hij vermeldt bijvoorbeeld ook de naam van zijn partner en dit roept een negatieve reactie op bij [minderjarige] . De moeder probeert [minderjarige] voor te bereiden op het (begeleid) contact met de vader. De moeder stemt in met een verwijzing naar het [instantie] . De moeder wil dat de vader voorafgaand aan het contact wordt gecontroleerd op drugs en alcohol.
Reactie vader
7.3.
De vader stemt in met het advies van de raad en voert – samengevat – het volgende aan. Na het lezen van het rapport beseft de vader dat hij steken heeft laten vallen en het is zeker niet zijn bedoeling om het gevoel van [minderjarige] te bagatelliseren. Het raakt hem zeer dat er wordt beweerd dat hij ooit iemand fysiek iets zou aandoen. Het gebruik van een auto is noodzakelijk om met [minderjarige] activiteiten te kunnen ondernemen tijdens het contact. De vader is, hoewel hij slechts af en toe alcohol drinkt in het weekend, bereid om een handreiking te doen en een blaasapparaat aan te schaffen zodat [minderjarige] kan zien dat de vader nuchter is als hij bij hem in de auto stapt. De vader is eerder strafrechtelijk veroordeeld voor het rijden onder invloed van alcohol. Die angst snapt vader. Een drugstest gaat de vader echter te ver. De vader wil graag de zorgen bij de moeder wegnemen maar hij gebruikt geen drugs. Daar is hij ook niet voor veroordeeld. Misschien is hij bereid om een drugstesten te doen als de begeleidende instantie dat zou adviseren. De vader is bereid om mee te denken en zijn partner voorlopig uit beeld houden. Hij kan zich vinden in een verwijzing naar het [instantie] .
Dictum
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van
18 januari 2023;
en opnieuw rechtdoende:
bepaalt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt:
het contactherstel tussen [minderjarige] en de vader zal onder begeleiding van de professionele instantie het [instantie] (vestiging [vestigingsplaats] ) dan wel een andere zorgaanbieder plaatvinden, waarbij deze instantie de regie heeft over de vormgeving en opbouw van het begeleid contact;
nadat het (begeleid) contactherstel heeft plaatsgevonden, heeft [minderjarige] één zondag per maand van 11.00 uur tot 19.00 uur contact met de vader.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.D.M. van der Linden, E.P. de Beij en G.M. Goes en is in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.