Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-05-22
ECLI:NL:GHSHE:2025:1428
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
3,180 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 22 mei 2025
Zaaknummer : 200.348.543/01
Zaaknummers eerste aanleg : 10967374 OV VERZ 24-930 en
10967376 OV VERZ 24-931
in de zaak in hoger beroep van:
[de betrokkene]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de betrokkene,
advocaat: mr. B.P.A. van Beers,
Als belanghebbenden merkt het hof aan:
[de bewindvoerder] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
[de mentor] h.o.d.n. [naam],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de mentor,
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
[de broer]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de broer.
Procesverloop
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, van 5 september 2024, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
Procesverloop
2.1.
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de verzoeken van de betrokkene tot ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder en tot opheffing van het mentorschap dan wel ontslag van de mentor en benoeming van een opvolgend mentor, afgewezen.
2.2.
De betrokkene kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 november 2024, heeft de betrokkene verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende alsnog:
I. de bewindvoerder te ontslaan onder gelijktijdige benoeming van [B.V.] B.V. als opvolgend bewindvoerder;
II. de mentor te ontslaan onder gelijktijdige benoeming van een opvolgend mentor.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 april 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
de betrokkene, bijgestaan door mr. Van Beers;
de bewindvoerder, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .
2.3.1.
De mentor, de moeder en de broer zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet naar de mondelinge behandeling gekomen.
2.4.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 22 augustus 2024;
het bericht met bijlagen d.d. 24 december 2024 namens de betrokkene;
de brief van 12 januari 2025 namens de moeder, ingekomen op 15 januari 2025;
het V6-formulier met bijlagen d.d. 4 april 2025 namens de betrokkene;
de tijdens de mondelinge behandeling overgelegde brief namens de betrokkene.
Feiten
3.1.
Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom van 8 april 2008 is een beperkt bewind ingesteld over de spaarrekening en het toekomstige erfdeel van de ouders die zullen toebehoren aan de betrokkene, waarbij Stichting [stichting] is benoemd tot bewindvoerder.
3.2.
Bij beschikking van de rechtbank van 12 maart 2019 is, voor zover van belang:
- met ingang van 1 april 2019 een bewind ingesteld over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan de betrokkene;
- met ingang van 1 april 2019 Stichting [stichting] ontslagen als bewindvoerder;
- met ingang van 1 april 2019 de bewindvoerder benoemd.
3.3.
Bij beschikking van de rechtbank van 6 december 2021 is, voor zover van belang, een mentorschap ingesteld over de betrokkene en de mentor benoemd.
Beoordeling
4.1.
De betrokkene voert – samengevat – het volgende aan. Ten onrechte heeft de kantonrechter de verzoeken van de betrokkene afgewezen. Er zijn gewichtige redenen die maken dat ontslag van de bewindvoerder moet volgen. De bewindvoerder betrekt de betrokkene niet bij zijn financiële zaken terwijl de betrokkene daar wel behoefte aan heeft. De betrokkene belt en mailt de bewindvoerder maar krijgt zelden of nooit contact. Volgens de betrokkene heeft hij op grond van de hoogte van zijn inkomen recht op bijzondere bijstand voor de kosten van het bewind en het mentorschap en daarnaast ook op diverse toeslagen. Ondanks verzoeken hieromtrent geeft de bewindvoerder de betrokkene geen inzage in zijn financiën. De betrokkene begrijpt niet dat – indien hij te veel vermogen zou hebben om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand en diverse toeslagen – hij geen extra leefgeld krijgt als hij daar om verzoekt. De betrokkene is in de veronderstelling dat hij een erfenis van zes miljoen heeft ontvangen van een medebewoner van de instelling waar hij verbleef. De betrokkene meent dat deze erfenis is verdwenen. Die overtuiging van de betrokkene zorgt voor veel wantrouwen richting de bewindvoerder. Dat de bewindvoerder onlangs heeft aangegeven langs te willen komen voor een gesprek, is voor de betrokkene te laat. Het had op de weg van de bewindvoerder gelegen om veel eerder initiatief daartoe te nemen. Inmiddels is mede door het gebrek aan communicatie het vertrouwen van de betrokkene in de bewindvoerder verdwenen en dit zal in toekomst ook niet verbeteren. [medewerker] van [B.V.] B.V. is bereid om het bewind over te nemen.
Er zijn ook gewichtige redenen die maken dat ontslag van de mentor moet volgen. De mentor heeft zonder overleg met de betrokkene zijn briefadres gewijzigd, waardoor de betrokkene geen zicht meer heeft op zijn post. Dat de betrokkene een mentor heeft, wil nog niet zeggen dat hij niet hoeft te worden betrokken bij de behartiging van zijn niet-vermogensrechtelijke belangen. De betrokkene vindt communicatie met de mentor belangrijk. Het gegeven dat de mentor op afstand invulling geeft aan het mentorschap is voor de betrokkene een gewichtige reden die maakt dat ontslag van de mentor moet volgen. De betrokkene is nog op zoek naar een mentor die bereid is het mentorschap over te nemen.
4.2.
De bewindvoerder voert – samengevat – het volgende aan. Er is sprake van een langlopende onderbewindstelling. De betrokkene wil geen persoonlijk contact onderhouden met de bewindvoerder. Hij mailt wel veel. De betrokkene is recent verhuisd; de financiële zaken daaromtrent heeft de bewindvoerder geregeld. De betrokkene is met regelmaat zeer achterdochtig en verzoekt dan vaak om extra geld. Daar is voortdurend contact over maar er kan niet altijd tegemoet worden gekomen aan zijn wensen. Als voorbeeld noemt de bewindvoerder een verzoek om geld beschikbaar te stellen voor de aanschaf van een snij- en kogelwerend T-shirt. Er is een heel beperkt budget. De bewindvoerder heeft meerdere keren aangeboden om in gesprek te gaan met de betrokkene, maar de betrokkene wil dat niet. Ook in samenwerking met de maatschappelijk werker is dat niet gelukt. De betrokkene heeft in zijn beleving een erfenis ontvangen van vijf miljoen euro. Dat is echter niet zo. De bewindvoerder heeft daar onderzoek naar gedaan, maar er is geen sprake van een erfenis die is toegekomen aan de betrokkene. De betrokkene blijft dit echter wel geloven en gaat ervan uit dat hij op het vermeende vermogen kan interen. Dat is echter niet het geval. Dit alles maakt de communicatie met de betrokkene lastig. Met een andere bewindvoerder zal dit gelet op het vorenstaande niet anders zijn.
De bewindvoerder heeft regelmatig contact met de mentor. De mentor heeft weer overleg met de behandelaars van de betrokkene. In samenspraak trachten de bewindvoerder en de mentor alles zo goed mogelijk voor de betrokkene te regelen en voor zoveel mogelijk mee te denken met de betrokkene. Zo is vorig jaar, ondanks dat er weinig budget was, ingestemd met het verzoek van de betrokkene om een kogelwerend vest aan te schaffen om de (mentale) rust bij de betrokkene op dat moment te laten terugkeren.
4.3.
De moeder voert in haar brief – samengevat – het volgende aan. De moeder en de broer zijn tevreden over de bewindvoerder en de mentor. De betrokkene is zeer achterdochtig. In het begin vertrouwt de betrokkene iemand meestal. Met de mentor en de bewindvoerder had de betrokkene in het begin eveneens een goed contact. Daarna begon het wantrouwen. De moeder weet haast zeker dat het met een andere bewindvoerder en mentor in het begin ook goed zal gaan en daarna weer niet. Indien dezelfde persoon zowel het bewind als mentorschap op zich zal nemen, en het later weer niet goed gaat, is de betrokkene nog verder van huis. De betrokkene heeft soms wanen en is soms in de war. Hij hoort vaak stemmen. De betrokkene kan de gevolgen van zijn beslissingen niet overzien.
4.4.
Het hof overweegt als volgt.
4.4.1.
Uit de instellingsbeschikking van het beperkt bewind van 8 april 2008 en de beschikking van 12 maart 2019 volgt dat de betrokkene als gevolg van zijn geestelijke toestand niet in staat is zelf ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen.
4.4.2.
De noodzaak voor een mentorschap is in hoger beroep niet langer in geschil. De vraag die het hof dient te beantwoorden is of de bewindvoerder en mentor dienen te worden ontslagen en een nieuwe bewindvoerder en mentor moeten worden benoemd.
4.4.3.
Ingevolge artikel 1:448 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 respectievelijk artikel 1:461 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de bewindvoerder respectievelijk de mentor ontslag worden verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder respectievelijk mentor te kunnen worden, zulks op verzoek van de medebewindvoerder respectievelijk medementor of degene die gerechtigd is onderbewindstelling respectievelijk mentorschap te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid respectievelijk artikel 1:451, eerste en tweede lid BW, dan wel ambtshalve.
4.4.4.
Er zijn geen gewichtige redenen om de bewindvoerder en mentor te ontslaan en het is niet gebleken dat de bewindvoerder of de mentor zijn c.q. haar taak niet naar behoren uitoefent.
De betrokkene wantrouwt de bewindvoerder omdat hij meent recht te hebben op een omvangrijke erfenis die door toedoen van de bewindvoerder is verdwenen. Volgens de bewindvoerder is er echter geen sprake van een erfenis en ook de advocaat van de betrokkene heeft niet (verifieerbaar) kunnen bevestigen dat de betrokkene een nalatenschap zou hebben ontvangen. De betrokkene is derhalve in de veronderstelling dat hij veel meer geld heeft dan feitelijk het geval is. Dit bemoeilijkt de communicatie. Weliswaar frustreert het de betrokkene dat de bewindvoerder gelet op het beperkte budget geen extra betalingen wil doen aan de betrokkene of geen toestemming geeft voor bepaalde aankopen, maar dat vormt geen gewichtige reden voor ontslag. Het hof is er niet van overtuigd dat het benoemen van een andere bewindvoerder het wantrouwen van de betrokkene zal wegnemen, nu de betrokkene bij een andere bewindvoerder dezelfde problemen zal ervaren en het wantrouwen bovendien een kenmerk is van zijn ziektebeeld. Evenmin is aannemelijk geworden dat als gevolg van het wantrouwen van de betrokkene een onwerkbare situatie is ontstaan.
Ook ten aanzien van de mentor zijn geen concrete bezwaren naar voren gekomen die maken dat haar ontslag dient te volgen. Hoewel de mentor haar taak op afstand uitvoert, is niet gebleken van enige problemen. De bewindvoerder en de mentor staan in goed contact met elkaar en de mentor heeft op haar beurt goed contact met de behandelaars van de betrokkene.
Dictum
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom van 5 september 2024;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, C.N.M. Antens en E.M.D.M. van der Linden en is in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025 in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Smolders, griffier.