Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-09
ECLI:NL:GHSHE:2025:1300
Strafrecht
Hoger beroep
6,841 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-003451-23
Uitspraak : 9 april 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 19 december 2023 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 01-216871-23 en 01-258248-23, tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van ‘medeplegen van opzetheling’ (parketnummer 01-216871-23 subsidiair) en ‘poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak’ (parketnummer 01-258248-23) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de politierechter de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding en de benadeelde partij in de proceskosten veroordeeld, begroot op nihil. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 1.713,76 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2023 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, in zoverre dat hij deze slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen. Tot slot heeft de politierechter de verdachte veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij [benadeelde 2] , begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het subsidiair tenlastegelegde onder parketnummer 01-216871-23 en het tenlastegelegde onder parketnummer 01-258248-23 bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] heeft de advocaat-generaal gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] heeft de advocaat-generaal gevorderd deze gedeeltelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 1.353,87, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en deze voor het overige gedeelte niet-ontvankelijk te verklaren.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] heeft de raadsvrouw, zo begrijpt het hof, gelet op de bepleite vrijspraak, verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] heeft de raadsvrouw verzocht de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 01-216871-23:
hij op of omstreeks 28 augustus 2023 te Helmond tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, een bedrijfsauto (merk Mercedes Benz), in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen bedrijfsauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 29 augustus 2023 te Helmond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bedrijfsauto (merk Mercedes Benz), althans een goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Zaak met parketnummer 01-258248-23 (gevoegd):
hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een bestelbus, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/datweg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking door
- het dashboard van de bestelbus onder het stuur open te breken en/of
- het contactslot te verwijderen uit het dashboard van de bestelbus,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak parketnummer 01-216871-23 primair
Het hof acht, met de politierechter, de advocaat-generaal en de verdediging, op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde onder parketnummer 01-216871-23 heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Aangever [benadeelde 3] heeft op 28 augustus 2023 aangifte gedaan van de diefstal van een bedrijfsauto, van het Mercedes Benz, type Sprinter, met kenteken [kenteken 1] , waar hij op basis van een huurovereenkomst regelmatig bestuurder van is. De aangever heeft het voertuig op 27 augustus 2023, omstreeks 14:45 uur, geparkeerd aan de Cacaokade, ter hoogte van nummer 1, in Helmond. Op 28 augustus 2023, omstreeks 10:45 uur, zag de aangever dat het voertuig niet meer op voornoemde locatie stond.
Op 29 augustus omstreeks 01:57 uur zien de verbalisanten op de Lungendonk in Helmond de Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 1] en een blauwe personenauto staan. De verbalisanten treffen bij de twee voertuigen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] aan.
Dictum
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Zaak met parketnummer 01-216871-23:
De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de subsidiair tenlastegelegde heling. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verdachte weliswaar wordt aangetroffen onder verdachte omstandigheden, maar dat er op basis van het dossier onvoldoende bewijs is om te kunnen spreken van medeplegen van heling. De verdachte wordt slechts aangetroffen in de buurt van het gestolen voertuig, maar er is geen sporenonderzoek gedaan in het voertuig of op de andere aangetroffen goederen. De verbalisanten hebben gezien dat een van de personen een voorwerp heeft weggegooid, maar het is onbekend gebleven wie het voorwerp heeft weggegooid.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
De verbalisanten zijn op 29 augustus 2023 na een ANPR-hit om 01:54 uur op zoek gegaan naar een bedrijfsauto van het merk Mercedes, type Sprinter, voorzien van kenteken [kenteken 1] , die als gestolen stond gesignaleerd. Omstreeks 01:57 uur hebben de verbalisanten op de Lungendonk de Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 1] en een blauwe personenauto aangetroffen. Deze locatie betreft een open veld in een buitengebied. De verbalisanten zagen dat de verdachte en de medeverdachte tussen de Mercedes Sprinter en de personenauto snel naar de sloot langs de weg liepen. Verbalisant [verbalisant 1] heeft gezien dat een van de personen een voorwerp weggooide in de sloot.
Verbalisant [verbalisant 2] zag door het openstaand portier van de Mercedes Sprinter direct dat er onder het stuurkolom verschillende draden loshingen, dat er een kastje loshing en dat er een sleutel uit dat kastje stak. Op de achterzijde van het voertuig was een Bulgaars kenteken gemonteerd. Aan de voorzijde van het tweede voertuig, de blauwe personenauto, welke op naam staat van de partner van de verdachte, is ter hoogte van het rechtervoorwiel een paar zwarte handschoenen aangetroffen. In de berm is een schroefmachine aangetroffen. Naast deze schroefmachine lag een Bulgaarse kentekenplaat en een kentekenplaathouder. Het Bulgaarse kenteken in de berm betrof hetzelfde kenteken als het kenteken dat op de achterzijde van de Mercedes Sprinter was bevestigd. In de sloot is een kentekenplaat, voorzien van het kenteken [kenteken 1] aangetroffen.
Op grond van de gebruikte bewijsmiddelen stelt het hof vast dat de Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 1] , waar de verdachte en de medeverdachte in de nacht van 29 augustus 2023 bij worden aangetroffen, van misdrijf, te weten van diefstal, afkomstig was. Voor een bewezenverklaring van opzet- of schuldheling is echter voorts vereist dat de verdachte op het moment van het verwerven of voorhanden krijgen van het voertuig wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Gelet op de voormelde omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de verdachte wist dat de Mercedes Sprinter van misdrijf afkomstig was. De verdachte en de medeverdachte worden, slechts drie minuten nadat de gestolen Mercedes rijdend een ANPR camera is gepasseerd, midden in de nacht in een open veld in een buitengebied aangetroffen. Bij dit gestolen voertuig zijn geen andere personen waargenomen. Bij aankomst van de verbalisanten lopen de verdachte en de medeverdachte samen naar de sloot en gooit een van hen een voorwerp weg. De draden en het kastje onder het stuurkolom hingen zichtbaar los, er was een Bulgaars kenteken op het voertuig geschroefd, in de berm wordt een schroefmachine en het andere Bulgaarse kenteken aangetroffen en het oorspronkelijke kenteken van de Mercedes Sprinter wordt in de sloot aangetroffen. Dit alles kennelijk binnen een tijdsbestek van circa drie minuten.
Het hof is van oordeel dat voornoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm het wettig en overtuigend bewijs opleveren dat de verdachte en de medeverdachte samen de gestolen Mercedes Sprinter voorhanden hadden en beiden op dat moment geweten moeten hebben dat deze auto van misdrijf afkomstig was. Nu de verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht heeft het hof geen verklaring die de redengevendheid van deze feiten en omstandigheden ontzenuwt.
Dat er geen sporenonderzoek is gedaan, dat eventueel de verdachte de andere aangetroffen auto bestuurde en dat de verbalisanten niet hebben gezien wie het voorwerp heeft weggegooid, doet aan voornoemd oordeel niet af.
Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging in al zijn onderdelen.
Zaak met parketnummer 01-258248-23
De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Er is onvoldoende (sporen)onderzoek gedaan naar het voorwerp dat zou zijn weggegooid door de verdachte. Op de camerabeelden is niet te zien dat de verdachte braakhandelingen heeft verricht. Voorts is bij de verdachte geen gereedschap aangetroffen. Derhalve is er op basis van het voorhanden zijnde dossier onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring van poging tot diefstal te komen.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
In de nacht van 4 oktober 2023, omstreeks 04:35 uur, zagen de verbalisanten op de Stoutheuvel in Eindhoven twee in het zwart geklede personen lopen. De mannelijke persoon, zijnde de verdachte, maakte bij het naderen van de politieauto een gooiende beweging in de richting van het struikgewas. In dit struikgewas is een sleutelbehuizing aangetroffen die paste op een in de nabijheid van de aanhouding geparkeerde Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 2] , waarvan de behuizing was verwijderd en de kabels loshingen. Aangezien verdachte de enige mannelijke persoon was die daar diep in de nacht met zijn vrouwelijke medeverdachte werd aangetroffen ligt het in de rede om aan te nemen dat deze in de berm aangetroffen behuizing door toedoen van de verdachte daar terecht is gekomen. Dit mede gelet op de volgende omstandigheid.
In een via Snapcar gehuurde BMW, die in de nacht van 4 oktober 2023 werd aangetroffen in de omgeving van de Mercedes Sprinter en gehuurd was door de verdachte, bevond zich een sleutelbehuizing van een Mercedes Sprinter. Op de achterbank van het gehuurde voertuig bevond zich een jas, met in de jaszak een identiteitsbewijs op naam van de verdachte.
Het hof is van oordeel dat de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen redengevend zijn voor het bewijs van poging tot diefstal met braak. Nu de verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht heeft het hof geen verklaring die de redengevendheid van deze feiten en omstandigheden ontzenuwt.
Gelet op het vorenstaande heeft de verdachte zich naar het oordeel van het hof schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal van voornoemde Mercedes Sprinter met kenteken
[kenteken 2] . Het andersluidende standpunt van de verdediging wordt verworpen.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-216871-23 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-216871-23 subsidiair en in de zaak met parketnummer 01-258248-23 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het in de zaak met parketnummer 01-216871-23 subsidiair en in de zaak met parketnummer 01-258248-23 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] BV niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;
wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-258248-23 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.449,16 (duizend vierhonderdnegenenveertig euro en zestien cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2023 tot aan de dag der voldoening;
verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;
legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-258248-23 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.449,16 (duizend vierhonderdnegenenveertig euro en zestien cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2023 tot aan de dag der voldoening;
bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 24 (vierentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;
bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Aldus gewezen door:
mr. H.A.T.G. Koning, voorzitter,
mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. E.J.M. van Engelen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop, griffier,
en op 9 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. H.A.T.G. Koning en mr. E.J.M. van Engelen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Dictum
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 01-216871-23 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
medeplegen van opzetheling.
Het in de zaak met parketnummer 01-258248-23 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht aan de verdachte een taakstraf op te leggen, gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De verdachte kan een aangepaste taakstraf uitvoeren.
Tevens heeft de raadsvrouw aangevoerd dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Opzetheling is een uitermate ergerlijk en hinderlijk strafbaar feit. Door heling wordt vermogenscriminaliteit in stand gehouden, terwijl deze vermogensdelicten leiden tot financiële schade en overlast voor de eigenaren van de weggenomen goederen.
Voorts is bewezenverklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal met braak. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van een ander. Hij heeft enkel oog gehad voor het eigen financieel gewin, zonder zich iets gelegen te laten liggen aan de gevolgen van zijn handelen voor de gedupeerden. Bovendien zijn diefstallen zeer ergerlijke feiten, die naast schade ook hinder en overlast veroorzaken voor de gedupeerden. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard en betrekt daarin mede het schijnbare gemak waarmee de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan.
Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 januari 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte in het verleden veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, onder meer – doch niet recent – ter zake van soortgelijke delicten, te weten vermogensdelicten.
Voorts heeft hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. De verdachte krijgt een Wajong-uitkering en hij heeft een hoge schuldenlast. In 2022 heeft de verdachte een ernstig ongeluk gehad en daarvoor moet hij nog vaak naar het ziekenhuis voor controle.
In het bijzonder gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, in onderlinge samenhang beschouwd en in verband met een juiste normhandhaving, is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. De feiten zijn in een relatief korte periode gepleegd en onder andere uit het voorhanden hebben van een sleutelbehuizing en van Bulgaarse kentekenplaten blijkt dat sprake is geweest van een professionele werkwijze. Het hof heeft in de straftoemeting bovendien rekening gehouden met de waarde die de voertuigen vertegenwoordigen en de omstandigheid dat de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door de politierechter is opgelegd en door respectievelijk de advocaat-generaal en de verdediging is gevorderd en bepleit, omdat die onvoldoende recht doet aan de aard en ernst van het bewezenverklaarde.
Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 4.045,25 aan materiële schade. Deze vordering valt uiteen in de volgende posten:
€ 1.236,64 voor contactslot inbouwen
€ 136,73 voor transport naar [transportbedrijf]
€ 21,88 voor kentekenplaten
€ 2.650,00 voor omzetderving/vervangende bus
De benadeelde partij is bij vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.
Nu het hof de verdachte vrij spreekt van de onder parketnummer 01-216871-23 primair tenlastegelegde diefstal en de verdachte veroordeelt ter zake van de subsidiair tenlastegelegde opzetheling van het voertuig, acht het hof niet voldoende gebleken dat de gestelde schade door verdachtes bewezenverklaarde handelen is veroorzaakt. De benadeelde partij [benadeelde 1] kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.
Het hof zal de benadeelde partij veroordelen in de proceskosten van het geding door de verdachte gemaakt, begroot op nihil.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 18.963,76 aan materiële schade. Deze vordering valt uiteen in de volgende posten:
€ 6.050,00 voor nevenschade opdrachtgever
€ 11.200,00 voor verlies van inkomen
€ 1.524,61 voor reparatie/herstel bedrijfswagen
€ 189,15 voor bergingskosten bedrijfswagen
Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.713,76.
De benadeelde partij heeft schriftelijk te kennen gegeven de gehele vordering tot schadevergoeding in hoger beroep te willen handhaven.
De advocaat-generaal heeft gevorderd de vordering gedeeltelijk toe te wijzen conform hetgeen de politierechter heeft toegewezen, met vermindering van de BTW gelet op de omstandigheid dat het voertuig op naam van het bedrijf staat. Voor het overige gedeelte heeft de advocaat-generaal gevorderd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.
De raadsvrouw heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, vanwege onvoldoende onderbouwing van de vordering.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 2] als gevolg van verdachtes onder parketnummer 01-258248-23 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks materiële schade heeft geleden. Het hof is van oordeel dat de posten iii. en iv.