Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-25
ECLI:NL:GHSHE:2025:1231
Strafrecht
Hoger beroep
2,420 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-003153-23
Uitspraak : 25 april 2025
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het Gerechtshof
‘s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 17 november 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-145429-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1955,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij het vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren’ veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 350,00, subsidiair 7 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 10 jaren. Daarnaast zijn de bijzondere voorwaarden gesteld dat de verdachte gedurende de proeftijd geen (huis)dieren houdt en voorts dat de verdachte meewerkt aan controles bij huisbezoeken door de Landelijke Inspectie Dierenbescherming, de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit en de politie. Tot slot is bij het vonnis waarvan beroep het inbeslaggenomen huisdier verbeurdverklaard.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, aan de verdachte zal opleggen een geldboete ter hoogte van € 350,00, subsidiair 7 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof, zoals geadviseerd door de Reclassering in haar advies van 4 november 2023, de bijzondere voorwaarden stelt dat de verdachte gedurende de proeftijd geen (huis)dieren houdt en voorts dat de verdachte meewerkt aan controles bij huisbezoeken door de Landelijke Inspectie Dierenbescherming, de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit en de politie.
De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Subsidiair heeft de raadsman een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis en met de gronden waarop dit berust met uitzondering van de opgelegde straf en met aanvulling van de bewijsmiddelen. Ook zal het hof de in het vonnis opgenomen toegepaste wetsartikelen vervangen op na te melden wijze.
Hetgeen de raadsman in hoger beroep ter verdediging heeft aangevoerd, vindt zijn weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen daarover in het vonnis waarvan beroep is overwogen.
Aanvulling van de bewijsmiddelen
De in het vonnis waarvan beroep opgenomen bewijsmiddelen worden als volgt aangevuld.
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Limburg, registratienummer PL2300-2023010838, gesloten d.d. 24 maart 2023, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , hoofdagent van politie (aantal niet-doorgenummerde pagina’s: 45). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 januari 2023, pagina’s 12 en 13, voor zover inhoudende als de verklaring van [getuige 1] :
Op Oudjaarsdag 2022 liep ik ‘s avonds samen met mijn vrouw in de straat [straatnaam] . Op enig moment hoorden wij een enorm gejank/geschreeuw van een hond, alsof hij werd mishandeld. De bewoonster van [adres 2] liep op dat moment ook buiten met haar hondje. Zij hoorde ook dat gejank/geschreeuw.
Wij hoorden alle drie dat het gejank/geschreeuw uit de woning van [adres 1]
kwam. Hier woont een oom van mij, genaamd [verdachte] . Wij liepen alle drie naar de woning van [verdachte] . Wij konden door het woonkamerraam naar binnen kijken. Wij zagen dat [verdachte] in de woonkamer stond en dat hij met zijn linkerhand een puppy van de grond tilde en dat hij met zijn rechterhand, met gebalde vuist en met kracht, zeker 4 keer op het hoofd van de puppy sloeg. Wij hoorden de puppy steeds enorm janken/schreeuwen.
2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 21 januari 2023, pagina’s 23 en 24, voor zover inhoudende als de verklaring van [getuige 2] :
Op Oudjaarsdag 2022, ‘s avonds, liep ik samen met mijn man en met [getuige 3] , op [straatnaam] . Wij hoorden enorm gejank van een hond. Ik zag dat in de woonkamer van een woning gelegen [adres 1] een man stond die met zijn linkerhand een jonge hond in de lucht tilde en met zijn rechterhand de hond tegen zijn kop sloeg. Ik zag dat de man met gebalde vuist en met kracht zeker 8-9 keer tegen de kop van de jonge hond sloeg. Ik zag dat de hond fel blauwe ogen had, een soort border collie. Ik ken de man die daar woont als [verdachte] . [verdachte] sloeg de hond. Ik kon dat goed zien omdat de lamellen open waren. [verdachte] stond voor het raam.
3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d., pagina’s 29, voor zover inhoudende als de verklaring van [verdachte] :
V: Waar woont u nu?
A: [adres 1] .
V: Heeft U huisdieren? Zo ja welke?
A: Ja, ik heb nu nog 1 hond. En ik had een Bordercollie pup.
V: Hoe lang heeft u de huisdieren al?
A: De Bordercollie pup, genaamd [naam] , had ik gekocht omstreeks november/december 2022.
V: Wanneer heeft u [naam] opgehaald/geïmporteerd?
A: Net voor de jaarwisseling, laatst december 2022 ergens. Met Kerstmis 2022 had ik [naam] al in mijn bezit.
Op te leggen straf
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan dierenmishandeling door een hondenpup van nog geen drie maanden oud meermalen te slaan. Daarmee heeft de verdachte niet alleen pijn veroorzaakt bij de pup, maar ook de gezondheid en het welzijn van het dier benadeeld, dit terwijl de pup volledig afhankelijk is van (de zorg van) de verdachte. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 februari 2025, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is hieromtrent gebleken dat de verdachte meerdere herseninfarcten heeft gehad waardoor hij moeilijk ter been is en ook andere lichamelijke klachten ervaart.
In het reclasseringsadvies d.d.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht:
veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 350,00 (driehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis.
bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
stelt als bijzondere voorwaarden dat
de veroordeelde gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – dieren zal houden en
de veroordeelde meewerkt aan toezichtcontroles van de Landelijke Inspectie Dierenwelzijn en de politie met betrekking tot het houdverbod van dieren;
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mrs. M.M. Koevoets en C.N.M. Antens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. Koop, griffier,
en op 25 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. N. Koop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.