Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-29
ECLI:NL:GHSHE:2025:1217
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Hoger beroep
723 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.342.247/01
arrest van 29 april 2025
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als Dexia,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] , in haar hoedanigheid van wettige erfgename van wijlen [persoon A] ,
wonende [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 22 mei 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 29 februari 2024, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, gewezen tussen Dexia als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde.
Procesverloop
2.1.
Dexia heeft bij voormeld exploot [geïntimeerde] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 14 januari 2025, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.
2.2.
Aan Dexia is een termijn en vervolgens uitstel, ambtshalve peremptoir, verleend voor het nemen van de memorie van grieven.
2.3.
Op de rol van 25 maart 2025 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van Dexia om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan [geïntimeerde] akte van niet-dienen verleend.
Beoordeling
3.1.
Dexia heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat Dexia niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. [geïntimeerde] heeft niet verzocht een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen (artikel 2.21 LPR).
3.2.
Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.
4De uitspraak
Het hof:
verklaart Dexia niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep;
veroordeelt Dexia in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak begroot op € 349,00 aan griffierecht en op € 607,00 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, P.P.M. Rousseau en E.H. Schulten en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 april 2025.
griffier rolraadsheer