Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-01-21
ECLI:NL:GHSHE:2025:118
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Hoger beroep
12,842 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.334.665/01
arrest van 21 januari 2025
in de zaak van
1Fortis in Mattis B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. Reapse Potestas B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [appellant sub 3] ,wonende te [woonplaats] (België),
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,
hierna gezamenlijk aan te duiden als [appellanten] .,
advocaat: mr. M.L.A. van Hurne te 's-Hertogenbosch,
tegen
Casino Admiral Holland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. L. Westhoff te Oisterwijk,
als vervolg op het door het hof gewezen arrest in het incident van 6 februari 2024 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/391697 / HA ZA 21-657 gewezen vonnis van 16 augustus 2023.
5Het verloop van de procedure
5.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het arrest van 6 februari 2024, waarbij het hof de vordering in het incident van [appellanten] . heeft afgewezen en de beslissing over de proceskosten heeft aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
de memorie van grieven tevens wijziging van eis, met producties;
de memorie van antwoord tevens incidenteel appel, met producties;
de memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties;
de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
de door [appellanten] . toegezonden producties, die zij ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in het geding hebben gebracht.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest in de hoofdzaak bepaald.
5.2.
Het hof doet recht op de gefourneerde stukken. Het hof ziet geen aanleiding om (delen uit) processtukken buiten beschouwing te laten of partijen in de gelegenheid te stellen om zich nader uit te laten over elkaars processtukken. Van strijd met de goede procesorde is geen sprake. Iedere partij heeft in deze zaak naar voren kunnen brengen wat zij wilde, laatstelijk bij de mondelinge behandeling in hoger beroep.
Feiten
6.1.
Evenals in het incident (zie genoemd arrest, in rov. 3.2.1 tot en met 3.2.4) kan in de hoofdzaak in hoger beroep worden uitgegaan van de navolgende feiten. De rechtbank heeft in het vonnis waarvan beroep meer feiten vastgesteld. Niet al deze feiten zijn nodig voor de beoordeling van de vorderingen van partijen in hoger beroep. Voorts hebben partijen grieven gericht tegen de feitenvaststelling door de rechtbank (grief 1 in principaal hoger beroep en grieven 1 en 2 in incidenteel hoger beroep). Deze grieven leiden op zichzelf niet tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep. Dit hangt af van het lot van de andere grieven. Voor zover er meer of andere feiten relevant zijn, zullen die bij de beoordeling van de vorderingen aan de orde komen.
6.1.1.
Partijen hebben op 7 december 2015 een overeenkomst gesloten (productie 4 bij inleidende dagvaarding) waarbij [appellanten] . hun aandeel in de samenwerking met [bedrijf A] (hierna: [bedrijf A] ) hebben overgedragen aan Casino. Die samenwerking was gericht op de toekomstige exploitatie van speelautomatenhallen op de locaties [locatie A] , [locatie B] en [locatie C] . [appellanten] . zouden zich inspannen voor het aanvragen van de benodigde vergunningen (artikel 2.1 sub d).
In de overeenkomst is onder meer bepaald:
dat Casino bij de ondertekening van de overeenkomst een bedrag van in totaal € 600.000,- (€ 200.000,- per locatie) als aanbetaling beschikbaar stelt (artikel 1.4);
dat bij het onaantastbaar worden van de voor de exploitatie van speelautomatenhallen benodigde vergunningen én de opening van die speelautomatenhallen Casino een bedrag van € 175.000,- betaalt (artikel 1.4);
dat, indien ongeacht de oorzaak binnen drie jaar na de ondertekening van de overeenkomst de vergunningen niet onaantastbaar zijn geworden óf de opening van de drie speelautomatenhallen geen doorgang heeft gevonden, de aanbetalingen van € 200.000,- per locatie aan Casino moeten worden terugbetaald (artikel 1.5).
Verder is in artikel 3.1 bepaald dat de partij die een bepaling van de overeenkomst overtreedt, een boete van € 100.000,- per overtreding verbeurt, vermeerderd met € 50.000,- per (gedeelte van een) dag dat de overtreding voortduurt.
6.1.2.
Drie jaar na de ondertekening van de overeenkomst waren er nog geen (onaantastbare) vergunningen verleend voor de exploitatie van speelautomatenhallen.
6.1.3.
Partijen hebben onderhandeld over verlenging van de hiervoor bedoelde termijn van drie jaar. Tot ondertekening van de daartoe opgestelde conceptovereenkomst(en)/addendum is het niet gekomen.
6.1.4.
In de loop van 2020 hebben [bedrijf A] en Casino hun samenwerking beëindigd.
Geschil
6.2.1.
In eerste aanleg vorderde Casino in conventie bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Hoofdsom
I. Fortis in Mattis B.V. en [appellant sub 3] hoofdelijk te veroordelen aan Casino Admiral Holland B.V. te betalen, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, een bedrag ter zake van terugbetaling van de aanbetaling groot € 400.000,00, dan wel een bedrag door de Rechtbank in goede justitie te bepalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 8 december 2018 (dan wel een datum door de Rechtbank in goede justitie te bepalen) tot aan de dag der algehele voldoening;
II. Reapse Potestas B.V. en [appellant sub 3] hoofdelijk te veroordelen aan Casino Admiral Holland B.V. te betalen, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, een bedrag ter zake van terugbetaling van de aanbetaling groot € 200.000,00, dan wel een bedrag door de Rechtbank in goede justitie te bepalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 8 december 2018 (dan wel een datum door de Rechtbank in goede justitie te bepalen) tot aan de dag der algehele voldoening;
Contractuele boete
III. Fortis in Mattis B.V. te veroordelen aan Casino Admiral Holland B.V. te betalen, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, een bedrag ter zake contractuele boete groot € 450.000,00, dan wel een bedrag door de Rechtbank in goede Justitie te bepalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
IV. Reapse Potestas B.V. te veroordelen aan Casino Admiral Holland B.V. te betalen, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, een bedrag ter zake contractuele boete groot € 450.000,00, dan wel een bedrag door de Rechtbank in goede justitie te bepalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
V. [appellant sub 3] te veroordelen aan Casino Admiral Holland B.V. te betalen, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, een bedrag ter zake contractuele boete groot € 450.000,00, dan wel een bedrag door de Rechtbank in goede justitie te bepalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
Buitengerechtelijke kosten
VI. Fortis in Mattis B.V. te veroordelen aan Casino Admiral Holland B.V. te betalen, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, een bedrag ter zake buitengerechtelijke kosten groot € 5.525,00, dan wel een bedrag door de Rechtbank in goede justitie te bepalen, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
VII. Reapse Potestas B.V. te veroordelen aan Casino Admiral Holland B.V. te betalen, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, een bedrag ter zake buitengerechtelijke kosten groot € 5.025,00, dan wel een bedrag door de Rechtbank in goede justitie te bepalen, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
VIII. [appellant sub 3] te veroordelen aan Casino Admiral Holland B.V. te betalen, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, een bedrag ter zake buitengerechtelijke kosten groot € 5.025,00, dan wel een bedrag door de Rechtbank in goede justitie te bepalen, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
Beslagkosten
IX. Fortis in Mattis B.V. te veroordelen aan Casino Admiral Holland BV. te betalen de ten aanzien van Fortis in Mattis B.V. gemaakte beslagkosten, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
X. Reapse Potestas B.V. te veroordelen aan Casino Admiral Holland B.V. te betalen de ten aanzien van Reapse Potestas B.V. gemaakte beslagkosten, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
XI. [appellant sub 3] te veroordelen aan Casino Admiral Holland B.V. te betalen de ten aanzien van [appellant sub 3] gemaakte beslagkosten, binnen twee weken na het te dezen te wijzen vonnis, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
Nakosten
XII. betaling aan NOVOMATIC van de proceskosten en de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis.
Europese executoriale titel
XIII. het vonnis te waarmerken als Europese executoriale titel althans het afgeven van een certificaat betreffende een beslissing in burgerlijke en handelszaken ex artikel 53 EEX-verordening.
6.2.2.
In voorwaardelijke reconventie vorderden [appellanten] . bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. De tussen partijen gesloten overeenkomst B d.d. 7 december 2015 partieel te ontbinden voor wat betreft de mogelijk nog resterende verplichtingen tot terugbetaling van de aanbetalingen, alsmede de verplichting tot teruglevering van het aandeel aan [appellanten] .;
Primair
II. Casino te veroordelen tot betaling van de schade van:
- € 600.000,00 aan Fortis in Mattis;
- € 300.000,00 aan Reapse Potestas B.V. en [appellant sub 3] gezamenlijk,
beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat overeenkomst D is aangegaan, tot aan de dag der algehele voldoening;
Subsidiair
III. Casino te veroordelen tot betaling van de schade van:
- € 350.000,00 aan Fortis in Mattis;
- € 175.000,00 aan Reapse Potestas B.V. en [appellant sub 3] gezamenlijk,
beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat overeenkomst D is aangegaan, tot aan de dag der algehele voldoening;
Meer subsidiair
IV. Casino te veroordelen tot betaling van de bedragen, waarmee zij ongerechtvaardigd is verrijkt als volgt:
- € 300.000,00 aan Fortis in Mattis;
- € 150.000,00 aan Reapse Potestas B.V. en [appellant sub 3] gezamenlijk,
beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat overeenkomst D is aangegaan, tot aan de dag der algehele voldoening;
Meest subsidiair
V. Casino te veroordelen tot betaling van de schade aan [appellanten] . tot een bedrag dat uw rechtbank in goede justitie redelijk acht.
6.2.3.
Op hetgeen Casino en [appellanten] . aan hun vorderingen ten grondslag hebben gelegd, en op de door hen gevoerde verweren, zal het hof, voor zover relevant in hoger beroep, in het navolgende ingaan.
6.2.4.
Bij het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de vorderingen van Casino grotendeels toegewezen (zie de weergave in deze rechtsoverweging hierna) en [appellanten] . als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Aan beoordeling van de voorwaardelijke vorderingen van [appellanten] .
Geschil
6.3.1.
[appellanten] . hebben in (principaal) hoger beroep acht grieven aangevoerd en hun eis gewijzigd. De eiswijziging houdt in dat [appellanten] . hun reconventionele vorderingen geheel onvoorwaardelijk instellen. Hun conclusie strekt tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen in conventie van Casino en tot het alsnog toewijzen van de vorderingen in reconventie zoals gewijzigd van [appellanten] . Ook vorderen zij dat Casino c.s. in de kosten worden veroordeeld van beide instanties, dat de beslagen worden opgeheven en dat Casino wordt veroordeeld tot restitutie aan [appellanten] . van al hetgeen zij krachtens het vonnis waarvan beroep aan Casino hebben betaald, te vermeerderen met wettelijke rente.
6.3.2.
In incidenteel hoger beroep heeft Casino vier grieven aangevoerd. Hun conclusie in principaal hoger beroep strekt ertoe dat het hof het vonnis waarvan beroep, zo nodig onder verbetering van gronden, bekrachtigt. Het incidenteel hoger beroep strekt ertoe dat het hof de vorderingen van Casino voor zover die in eerste aanleg zijn afgewezen alsnog volledig toewijst. Casino vordert eveneens dat [appellanten] . worden veroordeeld in de proceskosten in dit hoger beroep.
6.3.3.
Casino heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van [appellanten] . (de nu onvoorwaardelijke vorderingen in reconventie). Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.
Internationale aspecten
6.4.
Nu [appellant sub 3] in België woont, heeft deze zaak internationale aspecten. Partijen gaan er – terecht – vanuit dat het hof bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen en dat in dit hoger beroep Nederlands recht van toepassing is. Voor zover nodig verenigt het hof zich daartoe met wat de rechtbank erover heeft overwogen in de rov. 4.1 en 4.2 van het vonnis waarvan beroep en maakt deze tot de zijne.
Plan van behandeling
6.5.
Door middel van de grieven in principaal en incidenteel hoger beroep hebben partijen het geschil vrijwel in volle omvang aan het hof beroep voorgelegd. Centraal in de beoordeling hierna staan daarom de vorderingen over en weer. Na een vooropstelling ten aanzien van de toe te passen maatstaf, zal het hof hierna eerst de vorderingen van Casino bespreken en daarna de vorderingen van [appellanten] . Bij de behandeling van die vorderingen zullen de grieven, voor zover terzake dienend, (expliciet dan wel impliciet) aan de orde komen.
Maatstaf
6.6.
In deze zaak draait het om de uitleg van de op 7 december 2015 tussen partijen gesloten overeenkomst (zie hiervoor rov. 6.1.1, hierna te noemen: de overeenkomst). Bij de uitleg daarvan komt het volgens vaste rechtspraak aan op hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit een en ander volgt dat redelijkheid en billijkheid hierbij een rol spelen. Het hof zal deze zogenoemde Haviltex-maatstaf steeds op de kwesties die partijen verdeeld houden, toepassen.
Vorderingen van Casino
Hoofdsom
6.7.
De hiervoor in rov. 6.2.1 weergegeven vordering ten aanzien van de hoofdsom onder I en II betreft een vordering tot nakoming. Zoals hiervoor in rov. 6.2.4 is vermeld, heeft de rechtbank deze vordering toegewezen. Het hof overweegt dienaangaande het volgende.
6.8.
In de overeenkomst is bepaald dat Casino bij de ondertekening van de overeenkomst een bedrag van in totaal € 600.000,- als aanbetaling beschikbaar stelt (artikel 1.4). Tussen partijen is niet in geschil dat [appellanten] . deze aanbetalingen (€ 200.000,- per locatie) hebben gekregen.
Voorts is in de overeenkomst bepaald dat, indien ongeacht de oorzaak binnen drie jaar na de ondertekening van de overeenkomst de vergunningen niet onaantastbaar zijn geworden óf de opening van de drie speelautomatenhallen geen doorgang heeft gevonden, de aanbetalingen van € 200.000,- per locatie aan Casino moeten worden terugbetaald (artikel 1.5).
Tussen partijen is evenmin in geschil dat geen exploitatievergunningen zijn afgegeven voor de drie locaties, [locatie B] , [locatie A] en [locatie C] . Dat was niet het geval binnen drie jaar na ondertekening van de overeenkomst, en ook niet als – zoals [appellanten] . stellen maar Casino betwist – de overeenkomst met drie jaar is verlengd (tot 8 december 2021). Overigens is naar het oordeel van het hof de overeenkomst, voor wat betreft de terugbetalingsverplichting, wel met drie jaar verlengd (zie hiervoor rov. 6.15 hierna).
Daarmee ligt de onderhavige vordering tot nakoming van de overeenkomst, meer specifiek van artikel 1.5, voor toewijzing gereed. De rechtbank heeft die vordering dan ook terecht toegewezen.
6.9.
Bij grief 2 in principaal hoger beroep hebben [appellanten] . aangevoerd dat de rechtbank deze vordering niet heeft beoordeeld op de grondslag van hetgeen Casino daaraan ten gronde heeft gelegd, en daarmee in strijd met artikel 24 Rv heeft gehandeld.
Daarbij hebben [appellanten] . erop gewezen dat Casino stelt dat sprake is van een overeenkomst van opdracht ex artikel 7:400 BW, waarbij Roeloefs c.s. zich inspant, samen met Casino, om vergunningen te verkrijgen voor het kunnen exploiteren van een speelautomatenhal, waarbij [appellanten] . een vergoeding zullen ontvangen zodra de vergunningen zijn verkregen en de speelautomatenhal is geopend. Voorts hebben [appellanten] . erop gewezen dat Casino betwist dat er sprake is van een koopovereenkomst waarbij [appellanten] . aandelen in projecten hebben overgedragen.
Voor zover het vorenstaande een verweer van Roelof c.s. is tegen de onderhavige vordering, is het niet steekhoudend. Zoals hiervoor is overwogen, betreft de onderhavige vordering een vordering tot nakoming van de overeenkomst, meer specifiek van artikel 1.5. Dát is de grondslag van de vordering (zie onder meer 3.2 van de memorie van Casino). Op die grond is deze vordering van Casino toewijsbaar.
Zoals hierna zal blijken, kwalificeert het hof de overeenkomst tussen partijen niet als een overeenkomst van opdracht. Naar het oordeel van het hof gaat het hier om een overname- en samenwerkingsovereenkomst, zoals de titel van de overeenkomst ook luidt (zie productie 4 bij inleidende dagvaarding). De (onjuiste) kwalificatie van de overeenkomst door Casino als een overeenkomst van opdracht staat echter los van de grondslag van de onderhavige vordering en staat de toewijzing van die vordering ook niet in de weg.
6.10.
[appellanten] . doen een beroep op schuldeisersverzuim alsmede op redelijkheid en billijkheid. Een en ander is het onderwerp van de grieven 3 en 4 in principaal hoger beroep. Hierop zal het hof ingaan in de volgende twee rechtsoverwegingen.
6.11.
Partijen zijn in de overeenkomst een koopprijs per gerealiseerd project overeengekomen. Deze bedraagt een bedrag van € 375.000,- per project (artikel 1.3). De betalingsverplichting is uitgewerkt in artikel 1.4 van de overeenkomst. Hierin is bepaald dat Casino € 200.000,- per locatie beschikbaar stelt ‘als aanbetaling’.
Conclusie
6.33.
De slotsom is dat het principaal hoger beroep van [appellanten] . gedeeltelijk slaagt en dat het incidenteel hoger beroep van Casino faalt.
6.34.
Aan bewijslevering, in het bijzonder door het horen van getuigen, wordt gelet op al het voorgaande niet toegekomen. Het hof acht de bewijsaanbiedingen van partijen ook niet terzake dienend dan wel onvoldoende gespecificeerd. Partijen hebben geen althans onvoldoende concrete feiten en omstandigheden te bewijzen aangeboden die, indien bewezen, tot andere beslissingen leiden. Ook om die reden zal het hof op de bewijsaanbiedingen niet ingaan.
6.35.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd voor zover de vorderingen van Casino zijn toegewezen. [appellanten] . zijn in eerste aanleg dus ook terecht als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in eerste aanleg veroordeeld. Deze bekrachtiging brengt tevens mee dat de vordering van [appellanten] . tot terugbetaling aan hen wat zij op grond van het vonnis waarvan beroep aan Casino hebben betaald, dient te worden afgewezen. Gelet op de uitkomst van de procedure is hun vordering tot opheffing van de beslagen evenmin toewijsbaar.
6.36.
Zoals hiervoor is overwogen, zal van de vorderingen van [appellanten] . zoals gewijzigd in hoger beroep de vordering onder I worden afgewezen en de vordering onder II worden toegewezen als hierna is vermeld in het dictum.
6.37.
Nu het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd, zullen [appellanten] . in de proceskosten in het incident worden veroordeeld.
Deze kosten zullen op basis van het liquidatietarief worden vastgesteld. Het hof ziet geen aanleiding om [appellanten] . te veroordelen in de daadwerkelijke kosten van de procedure. Volgens Casino kwalificeert de handelwijze van [appellanten] . in het incident als misbruik van procesrecht. Daarvan is echter pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Dat is hier niet het geval.
Voor zover Casino wettelijke handelsrente vordert over de proceskosten in het incident, is deze niet toewijsbaar. Wel zal de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) worden toegewezen. Met het oog op de redelijke termijn voor nakoming als bedoeld in artikel 6:82 lid 1 BW, zal het hof de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten eerst vanaf veertien dagen na de dag van deze uitspraak toewijzen. Volgens vaste rechtspraak levert een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel op (zie HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853, rov. 2.3). Het hof zal de nakosten niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling vermelden.
6.38.
Omdat partijen in principaal hoger beroep over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten daarin worden gecompenseerd. Als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij zal Casino worden veroordeeld in de proceskosten in incidenteel hoger beroep. Bij gebrek aan toelichting gaat het hof voorbij aan de vordering tot veroordeling van [appellanten] . in gemaakte beslag- en executiekosten in het petitum van de memorie van Casino.
6.39.
De toegewezen veroordelingen zullen zoals gevorderd uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, en het door partijen in principaal en incidenteel hoger beroep meer of anders gevorderde zal dus worden afgewezen.
7De uitspraak
Het hof:
op het principaal en incidenteel hoger beroep
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor zover de vorderingen van Casino zijn toegewezen;
veroordeelt Casino tot vergoeding van de door [appellanten] . geleden schade als gevolg van het feit dat Casino tekortgeschoten is in haar verplichting om het aandeel van [appellanten] . in de (toekomstige) exploitatierechten van speelautomatenhallen op de locaties [locatie A] , [locatie B] en [locatie C] aan [appellanten] . terug te leveren, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
veroordeelt [appellanten] . hoofdelijk in de kosten van het incident, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van Casino op € 1.214,- aan salaris advocaat, en bepaalt dat dit bedrag binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moet zijn voldaan, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;
compenseert de proceskosten in het principaal hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
veroordeelt Casino in de kosten van het incidenteel hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [appellanten] . op € 3.108,50 aan salaris advocaat;
verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, B.E.L.J.C. Verbunt en J.G.J. Rinkes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 januari 2025.
griffier rolraadsheer
Geschil
Partijen zijn overeengekomen dat Casino het resterende bedrag groot € 175.000,- per project betaalt op het moment dat in de respectievelijke gemeente een vergunning is verkregen en de speelautomatenhal is geopend.
Het hof begrijpt dit aldus dat als een project succesvol is afgerond, de aanbetalingen gelden als een voorschot op de koopprijs. Als de projecten niet succesvol zijn afgerond, dan geldt evenwel artikel 1.5. Daarin is bepaald dat, ‘ongeacht de oorzaak’, deze aanbetalingen moeten worden terugbetaald als de benodigde vergunningen niet onaantastbaar zijn geworden óf de opening van de drie speelautomatenhallen geen doorgang heeft gevonden. De achtergrond van die terugbetalingsverplichting is – ook volgens [appellanten] . (conclusie van antwoord, randnummer 80) – dat als Casino niets kan verdienen aan de exploitatierechten, zij de betaalde aanbetalingen op de koopprijs terug kan krijgen.
Nu de projecten niet succesvol zijn afgerond, mocht Casino gelet op het voorgaande verwachten dat de door haar ter beschikking gestelde gelden aan haar zouden worden terugbetaald. Deze aanbetalingen betroffen immers een voorschot op de koopprijs. Dat wisten [appellanten] . ook of hadden zij in elk geval redelijkerwijs moeten begrijpen. Feiten of omstandigheden die tot een andere uitleg van artikel 1.5 kunnen leiden, zijn gesteld noch gebleken.
6.12.
[appellanten] . hebben in dit verband aangevoerd dat Casino iedere mogelijkheid om de vergunningen te verkrijgen heeft verhinderd. Casino stelde in het najaar van 2020 nog geïnteresseerd te zijn in ontwikkeling van de projecten. Daarna heeft Casino besloten de projecten af te stoten. Het niet verder ontwikkelen van de projecten was een bewuste beleidskeuze van Casino. Daarmee werd het onmogelijk dat nog vergunningen, mede ten behoeve van Casino, konden worden verkregen, aldus – steeds – [appellanten] .
Gelet op hetgeen hiervoor in rov. 6.11 is overwogen, bevat artikel 1.5 van de overeenkomst naar het oordeel van het hof een harde terugbetalingsverplichting. Deze verplichting bestaat ook ‘ongeacht de oorzaak’. Het ontstaan van die verplichting is niet afhankelijk gesteld van inspanningen van Casino. Dit is niet gedaan in de onderhavige overeenkomst van Casino met [appellanten] ., en ook niet in overeenkomsten van Casino met andere partijen waarnaar [appellanten] . hebben verwezen. Hierop stuit het beroep van [appellanten] . op schuldeisersverzuim van Casino af.
Voorts acht het hof het beroep op artikel 1.5 van Casino in de gegeven omstandigheden niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat [appellanten] . een voorschot op de koopprijs hebben ontvangen. Zij hebben daarbij het risico genomen dat zij de als aanbetalingen door Casino aan hen ter beschikking gestelde gelden zouden moeten terugbetalen indien sprake zou zijn van één of beide van de daartoe in artikel 1.5 opgenomen situaties (het niet binnen drie jaar voorhanden zijn van onaantastbaar geworden vergunningen; het geen doorgang hebben gevonden van één van de drie voorgenomen speelautomatenhallen), en dat dan ongeacht wat daarvan de oorzaak is. Dit risico heeft zich, nu de projecten niet succesvol zijn afgerond, verwezenlijkt. Tot slot gaat het beroep van [appellanten] . op artikel 6:23 BW niet op. Dat artikel houdt onder meer in dat als een contractueel beding een voorwaardelijk karakter heeft en de partij die er belang bij heeft dat de voorwaarde wordt vervuld, de vervulling ervan bewerkstelligt, de voorwaarde als vervuld heeft te gelden als redelijkheid en billijkheid dat verlangen. De stelplicht en bewijslast dat het beroep erop gerechtvaardigd is, rust op de partij die het bepaalde in artikel 6:23 BW inroept, hier dus op [appellanten] . Ter onderbouwing van hun beroep op artikel 6:23 BW betogen [appellanten] ., zakelijk weergegeven, dat Casino in het najaar van 2020 het besluit heeft genomen om de voorgenomen projecten (de ontwikkeling van een drietal speelautomatenhallen) te staken en dat zij dat niet om goede redenen heeft gedaan. [appellanten] . voeren echter geen, althans onvoldoende, concrete feiten en omstandigheden aan waaruit blijkt dat Casino daadwerkelijk de beleidskeuze met de gestelde inhoud heeft gemaakt en dat die gestelde beleidskeuze ertoe heeft geleid dat niet binnen drie jaar onaantastbare vergunningen voorhanden waren en/of de opening van één of meer van de beoogde speelautomatenhallen geen doorgang heeft gevonden, maar laten het bij een in algemene bewoordingen gesteld betoog (memorie van grieven, randnummers 5.29 tot en met 5.36. Het hof passeert het daarom als zijnde onvoldoende onderbouwd, waarbij in het midden kan blijven of artikel 1.5 tussen partijen in 2020 nog gelding had buiten de daarin opgenomen terugbetalingsverplichting (zie hiervoor rechtsoverweging 6.8, tweede helft).
6.13.
Evenmin gaat het beroep van [appellanten] . op artikel 1.6 van de overeenkomst op. Daarin is bepaald dat het Casino slechts is toegestaan om, na het onaantastbaar worden van de voor het exploiteren van een speelautomatenhal benodigde vergunningen, wegens gegronde dringende redenen te besluiten om niet tot opening van een speelautomatenhal over te gaan. Deze situatie doet zich in dit geval niet voor. Er is immers geen sprake van onaantastbaar geworden exploitatievergunningen. Voor analoge toepassing van artikel 1.6 op de ontstane situatie, zoals door [appellanten] . wordt bepleit, ziet het hof – mede gelet op hetgeen hiervoor in rov. 6.12 is overwogen – geen ruimte.
6.14.
Het hof concludeert dat de grieven van [appellanten] . falen voor zover die zijn gericht tegen de toewijzing van de onderhavige vordering tot nakoming van Casino. Wat deze beslissing betreft kan het hof het vonnis waarvan beroep dus bekrachtigen, met inbegrip van de wettelijke handelsrente over de aanbetalingen vanaf 15 december 2021 (zie rov. 6.14 hierna). Hetzelfde geldt voor de nevenbeslissingen van de rechtbank over onder meer de buitengerechtelijke incassokosten en de beslagkosten. Daartegen hebben [appellanten] . geen afzonderlijke grieven gericht.
6.15.
Grief 4 in incidenteel hoger beroep is gericht tegen de beslissing van de rechtbank omtrent de ingangsdatum van de rente over de aanbetalingen. Deze grief faalt gelet op de e-mail van 17 juli 2019 van Van den Borne (productie 9 bij de inleidende dagvaarding). Partijen hebben onderhandeld over eventuele wijzigingen van de overeenkomst. Gelet op deze e-mail kan worden aangenomen dat zij akkoord waren over de wijziging met betrekking tot het met drie jaar verlengen van de terugbetalingstermijn tot 8 december 2021. Dat Van den Borne, naar Casino stelt, niet zelfstandig bevoegd is Casino te vertegenwoordigen, doet daaraan niet af. De e-mail vormt de schriftelijke weergave van een wijziging waarmee partijen akkoord waren. Daarmee is voldaan aan artikel 4.2 van de overeenkomst. Nu in artikel 1.5 is opgenomen dat Casino aanspraak kan maken op rente in het geval terugbetaling niet binnen 7 dagen heeft plaatsgevonden, heeft de rechtbank de rente terecht toegewezen vanaf 15 december 2021.
Contractuele boete
6.16.
Het hof zal nu de hiervoor in rov. 6.2.1 weergegeven vordering ten aanzien van de contractuele boete onder III, IV en V behandelen. Zoals hiervoor in rov. 6.2.4 is vermeld, heeft de rechtbank deze vordering afgewezen. Hiertegen is grief 3 in incidenteel hoger beroep gericht. Naar het oordeel van het hof faalt deze grief. Ter motivering dient het volgende.
6.17.
Casino heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat [appellanten] . geen exploitatievergunningen voor elkaar hebben weten te krijgen, dat hiervoor wel betaald is door Casino en dat [appellanten] . tot op heden in gebreke zijn gebleven met het terugbetalen van deze gelden, terwijl zij daartoe wel verplicht waren.
Geschil
Dit is volgens Casino een overtreding van artikel 1.5 van de overeenkomst.
Wegens die overtreding is er een boete verschuldigd per overtreding ad € 450.000,-. Nu [appellanten] . drie maal tekort zijn geschoten in de terugbetaling moet er drie maal deze boete worden betaald.
Aldus – steeds – Casino.
6.18.
Het hof volgt Casino niet in deze uitleg van het boetebeding. Dit is opgenomen in artikel 3.1 van de overeenkomst. Blijkens de bewoordingen van deze bepaling ziet het beding op ‘overtreding van een of meer van de bepalingen’ van de overeenkomst. De context is die van een overname- en samenwerkingsovereenkomst. Daarbij hebben [appellanten] . hun aandeel in de samenwerking met [bedrijf A] overgedragen aan Casino. Die samenwerking was gericht op de toekomstige exploitatie van speelautomatenhallen op de locaties [locatie A] , [locatie B] en [locatie C] . [appellanten] . zouden zich inspannen voor het aanvragen van de benodigde vergunningen.
Het hof legt het boetebeding aldus uit dat dit ziet op de verplichtingen die partijen op zich hebben genomen voor het succes van die overname en samenwerking. De terugbetalingsverplichting van artikel 1.5 regelt daarentegen de situatie dat de vergunningen níet zouden worden verkregen en exploitatie van de speelautomatenhallen níet zou plaatsvinden.
Casino beroept zich in dit verband op een e-mail van 24 november 2015 van [appellanten] . (productie 26 bij de memorie van Casino). Deze e-mail ondersteunt echter de hiervoor gegeven uitleg van het beding. Gezien die e-mail gaan [appellanten] . er namelijk van uit dat de boete ziet op het niet nakomen van ‘de prestatie’, dat wil zeggen – aan de kant van [appellanten] . – het tot stand brengen van een onherroepelijke vergunning voor de exploitatie van de speelhallen. Uit de e-mail blijkt niet dat de boete (ook) een prikkel tot nakoming van de terugbetalingsverplichting is. Dat ondanks de wens van [appellanten] . het boetebeding te schrappen omdat zij terugbetaling van de aanbetalingen voldoende prikkel vonden voor het leveren van de prestatie, dit is gehandhaafd in de overeenkomst, maakt het voorgaande niet anders.
Het boetebeding is dus niet verbonden aan het niet nakomen van de terugbetalingsverplichting. Daardoor is de onderhavige vordering niet toewijsbaar.
6.19.
Daarnaast merkt het hof op dat deze vordering zich niet verdraagt met het bepaalde in artikel 6:92 BW. Nu Casino nakoming van de primaire verbintenis – de terugbetalingsverplichting – vordert, kan zij niet tevens betaling van de boete vorderen. Ook daarom kan de vordering ten aanzien van de contractuele boete van Casino niet worden toegewezen.
Vorderingen van [appellanten] .
6.20.
Als gevolg van de eiswijziging van [appellanten] . liggen hun vorderingen in hoger beroep onvoorwaardelijk ter beoordeling aan het hof voor. Eerst zal de vordering onder I, hiervoor weergegeven in rov. 6.2.2, worden besproken. Deze strekt tot partiële ontbinding van de overeenkomst voor wat betreft de mogelijk nog resterende verplichtingen tot terugbetaling van de aanbetalingen, alsmede de verplichting tot teruglevering van het aandeel aan [appellanten] .
6.21.
Gezien de toelichting van [appellanten] . bij deze vordering, vorderen zij partiële ontbinding van de overeenkomst, nu Casino niet heeft voldaan aan haar verplichtingen en niet kon en kan voldoen aan de verplichting tot teruglevering van het aandeel in de exploitatierechten aan [appellanten] . Voor zover in beginsel nog sprake zou zijn van de verplichting tot terugbetaling van de aanbetalingen, vervalt die verplichting. Tevens vervalt de – toch al onuitvoerbaar geworden – verplichting tot teruglevering van het aandeel, aldus – steeds – [appellanten] .
6.22.
Het hof acht deze vordering zoals deze door [appellanten] . is geformuleerd niet toewijsbaar. De reden daarvoor is, kort gezegd, dat de terugbetalingsverplichting hard is en bestaat ‘ongeacht de oorzaak’. Verwezen wordt naar hetgeen hiervoor ten aanzien van deze verplichting is overwogen, in het bijzonder in rov. 6.12. Voor zover zij door middel van deze vordering (opnieuw) ingang willen doen vinden dat de terugbetalingsverplichting afhankelijk is van het al dan niet (kunnen) verrichten van een prestatie door Casino, volgt het hof [appellanten] . daarin dus niet. Bij de beoordeling van hun andere vorderingen zal de kwestie van de (on)mogelijkheid van de teruglevering van het aandeel aan de orde komen, alsook de juridische consequenties daarvan.
6.23.
De vorderingen van [appellanten] . onder II, III, IV en V betreffen vorderingen tot schadevergoeding, aangeduid als primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair. Naar het oordeel van het hof is de primaire vordering toewijsbaar, zodat aan beoordeling van de subsidiaire varianten van de vordering niet wordt toegekomen.
6.24.
Voor de beslissing over de primaire vordering tot schadevergoeding is allereerst de kwalificatie van de overeenkomst relevant.
Naar het oordeel van het hof is niet (slechts) sprake van een overeenkomst van opdracht met de verbintenis voor [appellanten] . om de voor de speelautomatenhallen benodigde vergunningen te verkrijgen. Er is sprake van een overname- en samenwerkingsovereenkomst, zoals de titel van de overeenkomst ook luidt.
De preambule van de overeenkomst is wat dat betreft duidelijk. Daarin is onder meer vermeld dat partijen met elkaar een overnameovereenkomst willen sluiten en een samenwerking wensen aan te gaan. Van belang is ook dat daarin is opgenomen dat [appellanten] . voornemens waren om tezamen met [bedrijf B] , dan wel een aan [bedrijf B] gelieerde onderneming (hof: [bedrijf B] was een dochteronderneming van [bedrijf A] ) in [locatie B] , [locatie A] en/of [locatie C] een speelautomatenhal te exploiteren, dat zij dat voornemen niet langer hebben en hun aandeel in de samenwerking willen overdragen en dat Casino bereid is dat aandeel over te nemen.
Het hof wijst ook op artikel 1, dat luidt ‘Overdracht aandeel in de samenwerking met Supergame’. Daarin zijn bepalingen in verband met de overdracht van het aandeel opgenomen.
Gesproken wordt in de overeenkomst van overname, koopprijs en samenwerking, en niet van opdracht en loon. Feiten of omstandigheden die tot een andere kwalificatie van de overeenkomst dan hiervoor gegeven kunnen leiden, zijn gesteld noch gebleken.
6.25.
Verder stelt het hof vast dat dit aandeel in de (toekomstige) exploitatierechten van de speelautomatenhallen in [locatie B] , [locatie A] en/of [locatie C] een bepaalde waarde vertegenwoordigde. Daarbij baseert het hof zich op de navolgende informatie die partijen daarover in hun processtukken en het tijdens de mondelinge behandelingen in eerste aanleg en in hoger beroep hebben gegeven.
In de preambule is opgenomen dat [appellanten] . inspanningen hebben verricht en investeringen hebben gedaan ten aanzien van de mogelijke realisatie van de speelautomatenhallen op die locaties.
De speelautomatenhallen zouden worden gevestigd in nog te bouwen hotels en restaurants. [appellant sub 3] had een netwerk binnen de vastgoedwereld en was ook betrokken bij de aankoop van gronden voor de exploitatie van de speelautomatenhallen.
Om de exploitatie van de speelautomatenhallen te realiseren was medewerking van de betreffende gemeenten nodig, zoals in verband met het verlenen van vergunningen en aanpassing van bestemmingsplannen. [appellant sub 3] had kennis van de lokale markt en beschikte over relaties bij de gemeenten. Volgens hem zijn er ook toezeggingen gedaan door gemeenten.
Geschil
Ook Casino ging ervan uit dat [appellant sub 3] ‘leads’ had bij de gemeenten.
Novomatic (het internationale concern waar Casino onderdeel van is; de moedervennootschap Novomatic AG is gevestigd in Oostenrijk) vond dat in die tijd heel interessant, omdat Novomatic zelf op zoek was naar nieuwe locaties, zoals zijdens Casino ook is verklaard tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 18 januari 2023. Dit sluit aan bij de stelling van [appellanten] . dat het doel van Novomatic/Casino was om haar positie op de Nederlandse markt te versterken en door de samenwerking met [appellanten] . het aantal speelautomatenhallen in Nederland uit te breiden.
Casino heeft niet althans onvoldoende concreet onderbouwd dat [appellanten] . – achteraf bezien – geen positie hadden in de betreffende gemeenten. Uit het feit dat de benodigde vergunningen niet zijn verkregen en de opening van de drie speelautomatenhallen geen doorgang heeft gevonden, kan niet worden afgeleid dat het aandeel van [appellanten] . dat Casino heeft overgenomen, geen waarde had.
6.26.
Het hof constateert dat partijen niets hebben geregeld voor de situatie dat de projecten niet succesvol zouden worden afgerond (met uitzondering van de reeds besproken terugbetalingsverplichting). Dat was echter wel de situatie na afloop van de overeenkomst in 2018, en ook als ervan wordt uitgegaan dat de overeenkomst met drie jaar is verlengd in 2021.
Naar het oordeel van het hof mochten [appellanten] . er in de ontstane situatie gerechtvaardigd op vertrouwen dat het aandeel dat Casino van hen heeft overgenomen door Casino aan hen zou worden teruggeleverd. Casino had er redelijkerwijs ook rekening mee moeten houden dat de projecten niet succesvol zouden worden afgerond binnen de looptijd van de overeenkomst en dat zij het aandeel daarna terug zou moeten leveren. Bij dit oordeel heeft het hof betrokken dat de realisatie van projecten als deze de nodige tijd kosten en dat daarvoor ook de medewerking van derden, waaronder projectontwikkelaars/beleggers en gemeenten, nodig is.
6.27.
Casino heeft daar echter niet althans onvoldoende rekening mee gehouden. Zij heeft het aandeel niet teruggeleverd aan [appellanten] . Bovendien is Casino een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met [bedrijf A] voor de exploitatie van de speelautomatenhallen in [locatie A] , [locatie C] en [locatie B] (zie het Memorandum of Understanding van 9 april 2018 overgelegd als productie 16 door [appellanten] .), welke zij heeft beëindigd (zie de Transfer Agreement van 4 mei 2021 overgelegd als productie 15 door [appellanten] .). In de Transfer Agreement is het volgende bepaald (in 3.2):
‘[appellant sub 3] Agreement. CAH [hof: Casino] commits towards [bedrijf A] to not further procure the realization of the project in [locatie B] , [locatie A] and [locatie C] as referred to in the purchase and cooperation agreement between Fortis in Mattis B.V., Reapse Potestas B.V. and [appellant sub 3] as sellers and CAH (as purchaser) dated 7 December 2015 (the [appellant sub 3] Agreement)… . ’
Daarmee heeft Casino naar het oordeel van het hof afstand gedaan van het recht om deze speelautomatenhallen (gezamenlijk met [bedrijf A] ) te exploiteren. Dat in de Transfer Agreement ook een voorbehoud is opgenomen met betrekking tot de overeenkomst van Casino met [appellanten] . alsmede de rechten van Casino op grond van deze overeenkomst, maakt dat niet anders. Dit voorbehoud ziet mogelijk op het recht van Casino op de terugbetalingsverplichting van [appellanten] .
Gelet op de geciteerde bepaling is echter duidelijk dat Casino de projecten heeft afgestaan aan [bedrijf A] . Casino heeft ook bevestigd niet meer de intentie te hebben om verder te gaan met de locaties uit de overeenkomst [locatie B] , [locatie A] en [locatie C] . Een en ander moet worden bezien in het geheel van de afspraken over de beëindiging van de samenwerking tussen Casino en [bedrijf A] . Deze samenwerking was gericht op de exploitatie van de speelautomatenhallen. De bepaling kan naar het oordeel van het hof daarom redelijkerwijze niet anders worden begrepen. Dat komt ook overeen met het standpunt van [bedrijf A] dat zij het alleenrecht op exploitatie van de locaties heeft verkregen.
Dit zo zijnde, kon Casino de (toekomstige) exploitatierechten – in elk geval sinds 4 mei 2021 – niet meer terugleveren. Voor zover Casino meent dat zij het aandeel van [appellanten] . in [locatie A] , [locatie C] en [locatie B] wel nog terug kan leveren, deelt het hof die mening daarom niet. Dat Casino zich nadat de Transfer Agreement was gesloten bereid heeft verklaard tot teruglevering van de (toekomstige) exploitatierechten, doet dan ook niet terzake omdat zij toen immers niet meer over deze rechten beschikte.
6.28.
Aan de onderhavige primaire vordering ligt blijkens de toelichting van [appellanten] . ten grondslag dat [appellanten] . schade lijden doordat de (toekomstige) exploitatierechten niet aan hen kunnen worden teruggeleverd en zij zodoende niet in staat zijn om hiermee in het handelsverkeer te treden. Gelet op hetgeen hiervoor in rov. 6.26 en 6.27 is overwogen, is Casino inderdaad in die zin tekortgeschoten in haar verplichtingen op grond van de overeenkomst. Daarom kunnen [appellanten] . op die grond aanspraak maken op schadevergoeding.
In het midden kan blijven of Casino zich voldoende heeft ingespannen om de projecten succesvol af te ronden. Ook als zij dat heeft gedaan, zoals zij stelt maar [appellanten] . betwisten, heeft te gelden dat [appellanten] . schadeloos moeten worden gesteld omdat zij niet meer kunnen en konden beschikken over de (toekomstige) exploitatierechten van de speelautomatenhallen.
6.29.
[appellanten] . vorderen in het kader van hun primaire vordering Casino te veroordelen tot betaling van de schade van in totaal € 900.000,- (vermeerderd met wettelijke rente). Dit bedrag bestaat uit € 300.000,-, per locatie. Het hof verwijst voor de berekening daarvan naar randnummers 14 tot en met 17 van de akte van eiswijziging, alsmede indiening van producties van 5 juli 2023 alsmede naar de pleitaantekeningen in hoger beroep van [appellanten] . bij randnummer 18.
6.30.
[appellanten] . hebben bij deze berekening opgevoerd dat [bedrijf A] de exclusieve rechten ter zake van de locaties in november 2021 heeft verkocht aan een derde tegen de toen geldende marktprijs en dat per locatie de basisprijs € 1.000.000,- was. Het hof kan dit evenwel niet als uitgangspunt nemen bij de schadebegroting. [appellanten] . hebben niet althans onvoldoende onderbouwd gesteld dat per locatie daadwerkelijk € 1.000.000,- is betaald. Ook kan niet zonder meer worden aangenomen dat de prijs die een derde bereid was te betalen voor de exploitatierechten gelijk staat aan de waarde van het aandeel dat aan [appellanten] . moet worden teruggeleverd. Volgens [appellanten] . vertegenwoordigde dit aandeel een substantiële/aanzienlijke waarde. Hoeveel dit concreet was, kan het hof bij gebrek aan gegevens echter niet vaststellen.
6.31.
Nu het hof de schade niet concreet kan begroten, zal de zaak worden verwezen naar de schadestaatprocedure. Daarin kan worden vastgesteld welke schade [appellanten] . hebben geleden als gevolg van het feit dat Casino tekortgeschoten is in haar verplichting om het aandeel van [appellanten] . in de (toekomstige) exploitatierechten van speelautomatenhallen op de locaties [locatie A] , [locatie B] en [locatie C] aan [appellanten] . terug te leveren. Het hof acht het wel aannemelijk dat [appellanten] . daardoor mogelijk schade hebben geleden. Als datum waarop de schade is geleden en de waarde van het aandeel moet worden bepaald, kan 4 mei 2021 worden aangehouden, zijnde de datum waarop de Transfer Agreement is gesloten.
6.32.
De vordering van [appellanten] . onder II zal dan ook worden toegewezen als hierna is vermeld in het dictum.