Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-01-21
ECLI:NL:GHSHE:2025:1092
Strafrecht
Hoger beroep
760 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000575-24
Uitspraak : 21 januari 2025
VERSTEK (dnip)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 14 februari 2024 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 02-194670-23 en 02-000677-23, tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van diefstal (02-194670-23) en diefstal, meermalen gepleegd (02-000677-23) veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank heeft aan het voorwaardelijke strafdeel naast algemene voorwaarden tevens bijzondere voorwaarden verbonden, te weten - kort gezegd - een meldplicht bij [verslavingskliniek] in Breda, abstinentie van alcohol en drugs en een medewerkingsverplichting aan de controle daarop, meewerken aan een intake en diagnostiek, ambulante behandeling, schuldhulpverlening en aan het zoeken en behouden van een zinvolle dagbesteding. Daarbij is tevens reclasseringstoezicht gelast. Tot slot heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven.
Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling (of via een gemachtigd advocaat) bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden. Het hof zal daarom toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Dictum
Het hof:
verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. drs. M.C.C. van de Schepop, voorzitter,
mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. drs. J.J. Peters, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.C.J.M. Hillebrandt, griffier,
en op 21 januari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.