Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-01
ECLI:NL:GHSHE:2025:1040
Strafrecht
Hoger beroep
2,706 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-001657-24
Uitspraak : 1 april 2025
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 17 juni 2024, in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 03-085837-24, 03-089384-24 en 03-105612-24, tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep telkens ter zake van ‘opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast’ (parketnummers 03-085837-24,
03-089384-24 en 03-105612-24) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, ten aanzien van alle parketnummers het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.
De raadsman heeft een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 03-085837-24:
hij op of omstreeks 12 maart 2024 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk [kenmerk] , krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172a van de Gemeentewet, gedaan door of namens de burgemeester van gemeente Heerlen, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen van 13 februari 2024 tot en met 13 mei 2024 niet mocht bevinden in/op de wijk [locatie 1] , [locatie 2] en een deel van het gebied [locatie 3] , begrensd door de [locatie 4] , [locatie 5] , [locatie 6] , [locatie 7] , [locatie 8] , [locatie 9] , [locatie 10] , [locatie 11] , [locatie 12] , [locatie 13] , [locatie 14] , door zich op voornoemde datum om 15:03 uur in/op de [locatie 5] , althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied, te bevinden;
Zaak met parketnummer 03-089384-24 (gevoegd):
hij, op of omstreeks 14 maart 2024 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk [kenmerk] , krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172a van de Gemeentewet, gedaan door of namens de burgemeester van gemeente Heerlen, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen van 13 februari 2024 tot en met 13 mei 2024 niet mocht bevinden in/op de wijk [locatie 1] , [locatie 2] en een deel van het gebied [locatie 3] , begrensd door de [locatie 4] , [locatie 5] , [locatie 6] , [locatie 7] , [locatie 8] , [locatie 9] , [locatie 10] , [locatie 11] , [locatie 12] , [locatie 13] , [locatie 14] , door zich op voornoemde datum om 13:20 uur in/op de [locatie 15] , althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied, te bevinden;
Zaak met parketnummer 03-105612-24 (gevoegd):
hij op of omstreeks 27 maart 2024 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk [kenmerk] , krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172a van de Gemeentewet, gedaan door of namens de burgemeester van Heerlen, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen van 13 februari 2024 tot en met 13 mei 2024 niet mocht bevinden in/op de wijk [locatie 1] , [locatie 2] en een deel van het gebied [locatie 3] , begrensd door de [locatie 4] , [locatie 5] , [locatie 6] , [locatie 7] , [locatie 8] , [locatie 9] , [locatie 10] , [locatie 11] , [locatie 12] , [locatie 13] , [locatie 14] , door zich op voornoemde datum om 11:35 uur in/op de [locatie 15] , althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied, te bevinden.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd.
Dictum
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 03-085837-24, de zaak met parketnummer 03-089384-24 en de zaak met parketnummer 03-105612-24 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep primair verzocht aan de verdachte een geheel voorwaardelijke straf op te leggen en subsidiair verzocht te volstaan met een kortere vrijheidsstraf dan is opgelegd door de politierechter in eerste aanleg. Daartoe heeft de raadsman gewezen op de omstandigheid dat de verdachte zijn woonplek en uitkering kwijt zal raken indien hij (voor langere tijd) gedetineerd raakt.
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich in een korte periode meermalen schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van een gebiedsverbod. Een dergelijk verbod heeft tot doel het verstoren van de openbare orde en overlast voor bewoners en bedrijven binnen een bepaald gebied tegen te gaan. Door het verbod te negeren, heeft de verdachte er blijk van gegeven zich weinig gelegen te laten liggen aan een bevel dat door het bevoegd gezag aan hem worden gegeven. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 6 januari 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit volgt dat de verdachte in het verleden veelvuldig is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder meermalen voor overtreding van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. Die veroordelingen hebben de verdachte er niet van weerhouden om te handelen zoals hij heeft gedaan.
Voorts heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, in combinatie met het justitiële verleden van de verdachte, is het hof van oordeel dat niet kan volstaan met een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof ziet geen aanleiding aan de verdachte een straf op te leggen zoals door de raadsman is bepleit, met name ook gelet op justitiële verleden van de verdachte.
Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-085837-24, de zaak met parketnummer 03-089384-24 en de zaak met parketnummer 03-105612-24 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het in de zaak met parketnummer 03-085837-24, de zaak met parketnummer
03-089384-24 en de zaak met parketnummer 03-105612-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Aldus gewezen door:
mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,
mr. A.C. van der Schans en mr. Y. van Setten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop, griffier,
en op 1 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. A.C. van der Schans en mr. Y. van Setten zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.