Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-01-13
ECLI:NL:GHSHE:2025:101
Strafrecht
Hoger beroep
848 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-003173-23
Uitspraak : 13 januari 2025
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 21 november 2023, in de strafzaak met parketnummer
02-262556-22 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
wonende te [adres] ,
thans zonder vaste woon of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ter zake van:
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl degene die schuldig is aan dit feit, verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze wet (feit 1 primair),
overtreding van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994 (feit 2),
overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (feit 3),
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden en tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier jaren.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met aanvulling van de gronden waarop het berust.
Aanvulling bewijsmiddelen
Het hof ziet aanleiding om de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aan te vullen. Het onder feit 2 bewezenverklaarde komt mede te berusten op deze aanvulling.
Bewijsmiddel 10.4 als vermeld op pagina 11 van het vonnis onder bijlage II wordt aangevuld met de volgende passage uit het proces-verbaal van aangifte door [aangever] , pagina 10 van het politiedossier:
“Degene die betrokken is geweest bij het genoemde verkeersongeval of door wiens gedraging dit verkeersongeval is veroorzaakt heeft de plaats van het ongeval verlaten. Deze persoon heeft zijn of haar identiteit niet bekendgemaakt. Voor zover hij of zij
een motorrijtuig bestuurde, heeft hij of zij tevens de identiteit van dat motorrijtuig
niet bekendgemaakt.”
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. L. Feraaune, voorzitter,
mr. G.J. Schiffers en mr. N.I.B.M. Buljevic, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.R.G.H. van Outheusden, griffier,
en op 13 januari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.