Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-03-21
ECLI:NL:GHSHE:2024:968
Strafrecht
Hoger beroep
933 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-002606-22
Uitspraak : 21 maart 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 9 november 2022, in de strafzaak met parketnummer 03-866012-20 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De rechtbank heeft de verdachte ter zake van:
-feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel; en
-feit 2: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en tot een taakstraf van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis.
Tevens heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 3.258,74, heeft voor dat bedrag tevens een schadevergoedingsmaatregel opgelegd met 42 dagen gijzeling bij niet-betaling, heeft voormeld bedrag vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2019 en heeft de verdachte veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij en deze op nihil begroot.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
De verdediging heeft primair een tot vrijspraak strekkend bewijsverweer gevoerd en heeft zich subsidiair geschaard achter de strafoplegging door de rechtbank en de beslissing van de rechtbank op de vordering van de benadeelde partij en de door de rechtbank opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust.
Standpunt verdediging.
De verdediging heeft het in eerste aanleg gevoerde verweer herhaald dat verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken omdat er onrechtmatig is binnengetreden in de loods van verdachte omdat op dat moment geen redelijk vermoeden bestond van aanwezigheid van een hennepkwekerij. Hetgeen door deze onrechtmatige binnentreding is verkregen dient van het bewijs te worden uitgesloten met vrijspraak van de tenlastelegging tot gevolg.
Het hof verwerpt het verweer, onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank in het bestreden vonnis onder punt 3.3 heeft overwogen, waar het hof zich achter schaart.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,
mr. J.T.F.M. van Krieken en mr. F. van Es, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier,
en op 21 maart 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. F. van Es is buiten staat dit arrest te ondertekenen.