Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-02-20
ECLI:NL:GHSHE:2024:499
Civiel recht
Hoger beroep
1,094 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.274.786
arrest van 20 februari 2024 op een verzoek in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 31 oktober 2023
in de procedure in hoger beroep die bij dit hof aanhangig is geweest tussen
Keytech Personeelsdiensten B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna: Keytech,
advocaat: mr. F. Kolkman te Almelo,
tegen
[geïntimeerde]
,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. B. Vermeirssen te Kattendijke.
Overwegingen
10.1.
Het op 31 oktober 2023 tussen partijen gewezen eindarrest bevat in het dictum de volgende proceskostenveroordeling:
“veroordeelt Keytech in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 1.727,= aan griffierecht en op € 3.549,= aan salaris advocaat;”
10.2.
Met betrekking tot deze proceskostenbeslissing heeft het hof in r.o. 9.12 overwogen:
”9.12. Het in overwegende mate falen van de grieven betekent dat Keytech ook in hoger beroep als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij heeft te gelden. Om die reden zal zij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep, waarbij het hof de salariskosten zal begroten op basis van het in eerste aanleg in reconventie toewijsbaar geoordeelde bedrag.”
10.3.
Bij brief van 22 december 2023 is namens [geïntimeerde] - kort gezegd - geschreven dat het hof daarbij een kennelijke fout heeft gemaakt. [geïntimeerde] betoogt dat de salariskosten onjuist zijn begroot, omdat deze hoger vastgesteld hadden moeten worden. Volgens [geïntimeerde] had het hof de post salaris advocaat moeten begroten op 4,5 maal € 3.413,= (tarief VII, bij zaken met een financieel belang tussen € 390.000,= en € 1.000.000,=). De vordering van [geïntimeerde] in eerste aanleg betrof een belang van circa € 13.000,= en had volgens [geïntimeerde] in redelijkheid geen invloed op het financieel belang van de zaak.
10.4
Bij brief van 9 januari 2024 heeft mr. Kolkman namens Keytech - verkort weergegeven - geschreven dat het liquidatietarief een niet-bindende richtlijn is en geen recht in de zin van artikel 79 RO. Mr. Kolkman voert aan dat de berekening van het salaris advocaat door het hof is gemotiveerd en bij de aangehouden uitgangspunten niet onjuist. Hij bepleit de afwijzing van het verzoek.
10.5
Het hof overweegt dat geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het is de rechter die de proceskosten begroot en daarbij geniet deze een grote mate van vrijheid. Bij toepassing van tarief II in het liquidatietarief leidt het aantal punten tot het berekende salaris, omdat in het geval van toepassing van tarief II slechts maximaal 3 punten voor proceshandelingen in aanmerking worden genomen.
10.6.
Het hof heeft op hem moverende gronden, die verder geen motivering van het hof behoeven, voor de begroting van de door Keytech te betalen bijdrage in de proceskosten van [geïntimeerde] aansluiting gezocht bij het financieel belang van de vorderingen van [geïntimeerde] in reconventie. Het verzoek berust niet op een kennelijk fout of misslag, maar betreft in de kern een bezwaar tegen het hanteren van tarief II in plaats van tarief VII als uitgangspunt voor de berekening van de post salaris. Nu de proceskostenbeslissing niet berust op een kennelijke fout of misslag, biedt artikel 31 Rv. geen grondslag om op die beslissing terug te komen.
10.7
Het hof concludeert dat het verzoek tot verbetering van het gewezen eindarrest moeten worden afgewezen. Het hof beslist als volgt.
11De uitspraak
Het hof:
wijst het verzoeken tot verbetering van het op 31 oktober 2023 gewezen eindarrest af.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, R.J.M. Cremers en B. Kloppert en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 februari 2024.
griffier rolraadsheer