Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-11-04
ECLI:NL:GHSHE:2024:4288
Strafrecht
Hoger beroep
1,107 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000127-24
Uitspraak : 4 november 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 18 januari 2024, parketnummer
02-220614-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer
02-337005-22, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dit gekwalificeerd als mishandeling (feit 1) en diefstal (feit 2), de verdachte hiervoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de eerder voorwaardelijk opgelegde taakstraf onder parketnummer 02-337005-22 voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsman van de verdachte heeft primair integrale vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd, in die zin dat is verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Voorts heeft de raadsman verzocht om de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 02-337005-22 te verlengen. Tevens heeft de raadsman van de verdachte een voorwaardelijk verzoek gedaan.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling en verbetering van de gronden waarop het berust.
Verbetering van de bewijsvoering
Mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, is het hof van oordeel dat de bewijsvoering de navolgende verbetering behoeft:
Het hof schrapt het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel onder 3.1.4. ‘Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , opgenomen als
pagina 8 tot en met 10 in het eindproces-verbaal nr. PL2000-2023225045 van de politie
Eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm’.
Aanvulling van de bewijsoverweging
Hetgeen van de zijde van de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd, brengt het hof niet tot een ander oordeel dan de politierechter.
De raadsman heeft, ingeval het hof twijfelt aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van getuige [getuige] , een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van getuige [getuige] bij de raadsheer-commissaris.
Het hof twijfelt niet aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van getuige [getuige] . De voorwaarde tot het verzoek van het horen van de getuige is daardoor niet vervuld en derhalve behoeft dit verzoek geen bespreking meer.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. H.A.T.G. Koning, voorzitter,
mr. G.J. Schiffers en mr. N.I.B.M. Buljevic, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. C.M. Jutte, griffier,
en op 4 november 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. H.A.T.G. Koning is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.