Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-12-13
ECLI:NL:GHSHE:2024:4145
Strafrecht
Hoger beroep
3,701 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-002765-23
Uitspraak : 13 december 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 9 oktober 2023, in de strafzaak met parketnummer 02-163798-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1952,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het onder feit 2 tenlastegelegde en ter zake van ‘diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken’ (feit 1), ‘mishandeling’ (feit 3) en ‘het in het besloten lokaal wederrechtelijk binnendringen’ (feit 4) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. De politierechter heeft voorts een schaar verbeurdverklaard. De politierechter heeft de benadeelde partij [slachtoffer 1] , die een vordering tot schadevergoeding had ingediend ter zake van het onder feit 2 tenlastegelegde, niet-ontvankelijk verklaard onder compensatie van de proceskosten.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] die ziet op het onder feit 2 tenlastegelegde is in hoger beroep niet aan het oordeel van het hof onderworpen, reeds omdat de verdachte van dat feit is vrijgesproken en het Openbaar Ministerie daartegen geen hoger beroep heeft ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf, en dat het hof, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de inbeslaggenomen schaar zal worden verbeurdverklaard.
De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit van het onder feit 1 tenlastegelegde. Daarnaast heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van de inbeslaggenomen schaar heeft de verdediging naar voren gebracht dat op dit punt (het hof begrijpt: bij een bewezenverklaring van de bedreiging met de schaar) de vordering van de advocaat-generaal kan worden gevolgd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De verdachte is door politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant vrijgesproken van hetgeen aan hem onder feit 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd omdat het hof ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Tilburg (Westermarkt) een hoeveelheid garnalen, in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander, toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door in tegenwoordigheid van die [slachtoffer 2] een schaar, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig voorwerp, ter hand te nemen en/of vast te houden en/of te tonen aan die [slachtoffer 2] en/of te richten op, althans in de richting van, die [slachtoffer 2] en/of (daarbij)
die [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: 'Ga weg, of ik steek je', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
3.
hij op of omstreeks 6 juni 2023 te Tilburg [slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuist op/tegen diens gezicht en/of hoofd en/of lichaam te slaan en/of te stompen en/of te stoten;
4.
hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Tilburg (Westermarkt) in het aldaar gelegen besloten lokaal (winkel en/of supermarkt en/of [bedrijf] ), bij [bedrijf] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 17 september 2022 schriftelijk de toegang tot (onder meer) die winkel en/of supermarkt en/of die [bedrijf] ontzegd voor de duur van 12 maanden.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd.
Dictum
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.
Het onder 3 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
mishandeling.
Het onder 4 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf of maatregel
De advocaat-generaal heeft gevorderd om de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, zoals ook door de officier van justitie is geëist. De advocaat-generaal voegt daaraan toe dat de omstandigheid dat thans drie feiten aan die vordering ten grondslag liggen, terwijl in eerste aanleg nog sprake was van vier feiten, deze strafeis niet minder passend maakt, reeds gelet op de ernst van feit 1 en het omvangrijke strafblad van de verdachte.
De verdediging heeft bepleit dat aan de verdachte een straf zal worden opgelegd in de vorm van een taakstraf, al dan niet gecombineerd met een voorwaardelijke straf of een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf die de duur van 1 maand niet te boven gaat. Daartoe is gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Bij de bepaling van de op te leggen sanctie heeft het hof gelet op:
de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan;
de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en
de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan – kort gezegd – een winkeldiefstal die is gevolgd door bedreiging met geweld met een schaar (feit 1), een mishandeling (feit 3), en lokaalvredebreuk (feit 4). Met zijn handelen heeft de verdachte getoond dat hij (bedreiging met) geweld niet schuwt en dat hij weinig respect heeft voor de (eigendoms)rechten van anderen. Het hof rekent dit de verdachte aan.
Het hof heeft voorts acht geslagen op het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 7 oktober 2024. Daaruit blijkt dat de verdachte voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten meerdere malen eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van vermogensfeiten, laatstelijk twee maal in 2022 en één maal in 2023. Bij arrest van dit hof van 7 december 2022 is de verdachte eveneens onherroepelijk veroordeeld ter zake van mishandeling. Deze eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen.
Het hof houdt verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdediging naar voren gebracht dat de verdachte onder bewindvoering staat en dat hij leefgeld ontvangt en is benadrukt dat de verdachte inmiddels bijna 72 jaar oud is. De raadsman heeft bericht ontvangen van de bewindvoerder waaruit blijkt dat de woning van de verdachte kan worden aangehouden zolang een eventueel op te leggen gevangenisstraf niet langer is dan 1 maand. Bij een langere duur wordt de uitkering die de verdachte op grond van de Algemene Ouderdomswet ontvangt, stopgezet.
Het hof heeft wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf voorts, voor zover voorhanden, acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid. De LOVS-oriëntatiepunten geven als vertrekpunt bij het onder 1 bewezenverklaarde, zoals strafbaar gesteld in artikel 312 van de Wetboek van Stafrecht, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voor een first offender. Bij bewezenverklaring van enkel feit 1 zou de door de politierechter opgelegde straf al aan de orde kunnen zijn. In het geval van recidive, waarvan bij de verdachte sprake is, gaan de LOVS-oriëntatiepunten uit van een duur van 4 maanden. De door de advocaat-generaal gevorderde straf komt dan ook overeen met dit LOVS-oriëntatiepunt. Voor het onder 3 bewezenverklaarde geldt als uitgangspunt (zonder recidive) bij geen of beperkt letsel een geldboete. Voor het onder 4 bewezenverklaarde is geen daarop toegesneden oriëntatiepunt voorhanden.
Naar het oordeel van het hof kan – in het bijzonder gelet op de aard en ernst van de feiten – niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. In het opleggen van een straf zoals door de verdediging is bepleit, komt de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten en de mate waarin het bewezenverklaarde schade teweeg heeft gebracht, onvoldoende tot uitdrukking.
Alles afwegend acht het hof het, met de advocaat-generaal, passend en geboden aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 4 maanden.
Beslag
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen schaar zal worden verbeurdverklaard. De verdediging heeft zich, indien het hof toch tot een bewezenverklaring komt van de bedreiging met de schaar zoals onder 1 is tenlastegelegd, aangesloten bij het standpunt van de advocaat-generaal.
De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven schaar, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het onder 1 bewezenverklaarde is begaan. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraakbeslissing van de politierechter ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;
verklaart verbeurd het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: schaar (Omschrijving: G2611144, rood).
Aldus gewezen door:
mr. L. Feraaune, voorzitter,
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. T. van de Woestijne, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.M.M.F. van de Ven, griffier,
en op 13 december 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. T. van de Woestijne zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.