Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-11-26
ECLI:NL:GHSHE:2024:3793
Strafrecht
Hoger beroep
1,588 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000544-24
Uitspraak : 26 november 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 8 februari 2024, in de strafzaak met parketnummer 03-318299-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans uit anderen hoofde verblijvende in DC Rotterdam te Rotterdam.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘diefstal door twee of meer verenigde personen’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft primair vrijspraak van het bestanddeel ‘in vereniging’ bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd.
Op te leggen straf
De raadsman heeft verzocht om een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken op te leggen.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten aanzien van de ernst van het bewezenverklaarde heeft het hof in aanmerking genomen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een winkeldiefstal in vereniging. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaar. Winkeldiefstallen leveren voor winkeliers veel overlast en ergernis op en hinderen hen in de bedrijfsvoering. Ook de maatschappij ondervindt schade van winkeldiefstallen, doordat de kosten hiervan uiteindelijk door de consumenten worden betaald. De verdachte heeft kennelijk enkel gehandeld met het oog op zijn eigen financieel gewin. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft het hof gelet op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 18 september 2024, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Uit dit uittreksel blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde al meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten tot onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit. Het hof weegt dit ten nadele van de verdachte mee bij de strafoplegging.
Daarnaast heeft het hof wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS, dienende als vertrekpunt voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor eenvoudige winkeldiefstal, indien sprake is van veelvuldige recidive zoals bij de verdachte aan de orde is, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.
Verder heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof is door en namens de verdachte naar voren gebracht dat de verdachte inmiddels 6 maanden in vreemdelingendetentie verblijft en dat hij onlangs te horen heeft gekregen dat deze detentie (vermoedelijk) met een jaar zal worden verlengd. Op grond van het vorenstaande acht het hof het thans niet opportuun om in de onderhavige zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
Alles afwegende is het hof van oordeel dat, in afwijking van de straf die de politierechter heeft opgelegd en de eis van de advocaat-generaal, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden is.
Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht:
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken;
bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door:
mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,
mr. A.C. Bosch en mr. L. Feraaune, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. C.J.G. Streutjes, griffier,
en op 26 november 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.