Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-09-16
ECLI:NL:GHSHE:2024:3557
Strafrecht
Hoger beroep
762 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000748-24
Uitspraak : 16 september 2024
VERSTEK DVNIP
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 6 maart 2024, parketnummer 01-066128-24 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 01-276596-22, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
wonende, althans ingeschreven, te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard en de verdachte ter zake van ‘diefstal’ (feit 1) en ‘overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast is de verdachte ter zake van feit 2 veroordeeld tot een rijontzegging voor de duur van negen maanden met aftrek overeenkomstig artikel 179 Wegenverkeerswet 1994. Ten slotte heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de onder parketnummer 01-276596-22 opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis integraal wordt bevestigd en dat de verdachte aldus wordt veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust en zal dit derhalve bevestigen. De toepasselijkheid van het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en beslissingen dan de politierechter.
Het hof zal de “Toepasselijke wetsartikelen” verbeteren, in die zin dat het na “57” zal invoegen: 63.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. G. Schnitzler, voorzitter,
mr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. G.J. Schiffers , raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.H.M. van Gennip, griffier,
en op 16 september 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mrs. G. Schnitzler en O.A.J.M. Lavrijssen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.