Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-02-06
ECLI:NL:GHSHE:2024:336
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht, Civiel recht; Goederenrecht
Hoger beroep
1,595 tokens
=== VOLLEDIG ===
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.290.412/01
arrest van 6 februari 2024
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. A. de Rooij te Leusden,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. P.W.M. Broekmans te Roermond,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 29 juni 2021, 25 juli 2023 en
21 november 2023 en de rolbeslissing van 19 september 2023 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer 8445820 \ CV EXPL 20-1559 gewezen vonnis van 18 november 2020.
De nummering van de tussen partijen op 19 september 2023 gewezen rolbeslissing wordt voortgezet.
13Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenarrest van 21 november 2023 waarbij het hof partijen in de gelegenheid heeft gesteld alsnog te voldoen aan de vereisten als opgenomen in de rolbeslissing van 19 september 2023,
de akte houdende eiswijziging van [appellant] van 30 november 2023,
de antwoordakte eiswijziging van [geïntimeerde] van 1 december 2023.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
14De verdere beoordeling
14.1.
Partijen hebben afspraken gemaakt ter beëindiging van het geschil. Ter uitvoering van die afspraken is door [appellant] de hiervoor genoemde akte houdende eiswijziging genomen. [appellant] wijzigt zijn eis als volgt:
“ [appellant] trekt zijn vermeerdering van eis, zoals omschreven onder randnummer 34 sub II van de ‘memorie van grieven tevens houdende akte vermeerdering van eis’ d.d. 1 februari 2022 (hierna: ‘MvG’), in en maakt dus niet langer bezwaar tegen de aanwezigheid van de zes fruitbomen langs de grens van beide percelen. Ook de vordering om [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van beide instanties (MvG randnummer 34 sub III) wordt ingetrokken.
[appellant] verzoekt uw Gerechtshof om [geïntimeerde] te veroordelen om uiterlijk binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen arrest álle overhangende takken die boven het perceel van [appellant] hangen te snoeien en teruggesnoeid te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag, tot een maximum van
€ 2.500,00, dat [geïntimeerde] na betekening van het in deze te wijzen arrest in gebreke blijft om aan deze verplichtingen te voldoen”.
14.2.
[geïntimeerde] stelt in zijn antwoordakte eiswijziging akkoord te gaan met de inhoud van de akte houdende eiswijziging van [appellant] en verzoekt het hof arrest te wijzen conform hetgeen daarin door [appellant] is gevorderd.
14.3.
Het hof begrijpt de eiswijziging zo dat na de eiswijziging het petitum als volgt luidt:
“Dat het uw Gerechtshof moge behagen om bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet dat toelaat, het vonnis van de rechtbank Limburg d.d. 18 november 2020 onder
zaak-/rolnummer 8445820 / CV EXPL 20-1559 tussen partijen gewezen, te vernietigen en om opnieuw rechtdoende, zo nodig onder aanvulling en/of verbetering van de gronden:
[geïntimeerde] te veroordelen om uiterlijk binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen arrest álle overhangende takken die boven het perceel van [appellant] hangen te snoeien en teruggesnoeid te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 100,00 voor iedere dag, tot een maximum van € 2.500,00, dat [geïntimeerde] na betekening van het in deze te wijzen arrest in gebreke blijft om aan deze verplichtingen te voldoen”
14.4.
Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] veroordeling van [appellant] in de kosten van beide instanties gevorderd. In de e-mail van 4 september 2023 van de advocaat van [appellant] , welke mede namens de advocaat van [geïntimeerde] is verstuurd, staat:
“beide partijen dragen elk de eigen proceskosten”. Het hof begrijpt hieruit dat (ook) [geïntimeerde] niet langer een veroordeling in de proceskosten vordert.
14.4.
Het hof zal zoals hierna onder 15 is opgenomen beslissen.
15De uitspraak
Het hof:
15.1.
vernietigt het bestreden vonnis van 18 november 2020 gewezen door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer 8445820 \ CV EXPL 20-1559;
en opnieuw rechtdoende:
15.2.
veroordeelt [geïntimeerde] om uiterlijk binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen arrest álle overhangende takken die boven het perceel van [appellant] hangen te snoeien en teruggesnoeid te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 100,00 voor iedere dag dat [geïntimeerde] na betekening van het in deze te wijzen arrest in gebreke blijft om aan deze verplichtingen te voldoen, tot een maximum van € 2.500,00;
15.3.
verklaart dit arrest voor wat betreft de onder 15.2 opgenomen veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
15.4.
compenseert de kosten van partijen in het hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.E.L.J.C. Verbunt, K.J.H. Hoofs, en R.W. Karskens en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 februari 2024
griffier rolraadsheer