Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-10-24
ECLI:NL:GHSHE:2024:3325
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
908 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 24 oktober 2024
Zaaknummer: 200.342.081/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/02/415916/ FA RK 23-5312
in de zaak in hoger beroep van:
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. S. van Reeven-Özer,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. D.R.M. Linders.
Het procesverloop
Het verloop van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep blijkt uit:
de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (Breda) van 1 maart 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer;
het beroepschrift van de vrouw met bijlagen, ingekomen ter griffie van het hof op 29 mei 2024;
het verweerschrift van de man met bijlagen, ingekomen ter griffie van het hof op 1 augustus 2024;
de e-mailberichten van 9 juli 2024 en 26 september 2024 waarin mr. G.H.M. van Laarhoven zich bereid verklaart de herbenoeming tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] te aanvaarden.
Motivering
Dit hoger beroep van de vrouw is gericht tegen de beslissing van de rechtbank waarbij aan de man vervangende toestemming is verleend tot erkenning van de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2022.
Gelet op het bepaalde in artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek wordt het minderjarige kind, optredende als verzoeker of belanghebbende, in zaken van afstamming vertegenwoordigd door een bijzondere curator.
In eerste aanleg heeft mr. G.H.M. van Laarhoven opgetreden als bijzondere curator van de minderjarige en heeft de rechtbank hem bij de bestreden beschikking ontslagen van zijn taak in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Het hof ziet aanleiding om mr. Van Laarhoven – die daartoe bereid is gebleken – opnieuw tot bijzondere curator te benoemen om ook in de procedure in hoger beroep de belangen van de minderjarige te behartigen.
Dictum
Het hof:
alvorens verder te beslissen,
benoemt in deze zaak:
mr. G.H.M. van Laarhoven,
advocaat te Tilburg, werkzaam bij [bedrijf] ,
gevestigd aan de [adres] ,
[postcode] ,
tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2022, om in deze procedure de belangen van deze minderjarige te behartigen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
verzoekt de bijzondere curator om uiterlijk twee weken voor de zitting bij het hof, gepland op 29 november 2024 om 09.00 uur, schriftelijk zijn standpunt aan het gerechtshof en partijen kenbaar te maken;
bepaalt dat de griffier van dit hof:
de bijzondere curator als belanghebbende aanmerkt;
ervoor zorgdraagt dat de bijzondere curator een afschrift krijgt van de processtukken in hoger beroep.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S.P.A. Wensink-Vergunst, E.J.M. van Engelen, A.M. Bossink en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2024 in tegenwoordigheid van mr. D. van der Horst, griffier.