Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-02-01
ECLI:NL:GHSHE:2024:288
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
3,070 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 1 februari 2024
Zaaknummer: 200.330.011/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/02/400561 /FA RK 22-3676
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. F.L.I. de Vleesschauwer,
tegen
[de vader]
,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. L.A.E. Bregonje-Voermans.
In deze zaak wordt als belanghebbende aangemerkt:
Stichting Jeugdbescherming West Zeeland,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
Regio Zuidwest Nederland, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.
Deze zaak gaat over de minderjarige kinderen:
[minderjarige 1]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2012;
[minderjarige 2]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2013;
[minderjarige 3]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2018.
De zaak in het kort: de rechtbank heeft voor alle drie de kinderen de bestaande zorgregeling uitgebreid tot een week-op-week-af regeling. De moeder wil terug naar een weekendregeling.
Procesverloop
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 25 april 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
Procesverloop
2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 21 juli 2023, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen voor zover het betreft de zorgregeling en alsnog te bepalen dat de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gedurende een weekend per veertien dagen van donderdag na school tot maandagmorgen voor school bij de vader zullen verblijven.
2.2.
Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 12 september 2023, heeft de vader verzocht de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep, dan wel het hoger beroep ongegrond en onbewezen te verklaren.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 december 2023.
Bij die gelegenheid zijn gehoord:
de moeder, bijgestaan door mr. De Vleesschauwer;
de vader, bijgestaan door mr. Bregonje-Voermans;
de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad].
2.3.1.
Namens de GI is geen vertegenwoordiger tijdens de mondelinge behandeling verschenen.
2.4.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
het V6-formulier van de advocaat van de moeder d.d. 28 november 2023;
de brief met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 1 december 2023;
de brief met bijlage van GI van 6 december 2023;
de tijdens de mondelinge behandeling door de advocaat van de moeder overgelegde spreekaantekeningen.
Beoordeling
3.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geboren:
[minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2012;
[minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2013;
[minderjarige 3] (hierna: [minderjarige 3] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2018.
Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uit.
3.2.
Bij beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 20 januari 2021 heeft de rechtbank tussen partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 1 februari 2021 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.2.1.
In het van voornoemde echtscheidingsbeschikking deel uitmakende ouderschapsplan is, voor zover van belang, bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de moeder hebben. Verder zijn partijen een zorgregeling overeengekomen waarbij de kinderen gedurende één weekend per veertien dagen bij de vader verblijven.
3.2.2.
Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 9 december 2022 heeft de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, bepaald dat tussen partijen een voorlopige zorgregeling geldt waarbij de zorgregeling met een extra dag zal worden verruimd, inhoudende dat de kinderen gedurende één weekend per veertien dagen bij de vader verblijven van donderdag na school tot maandag voor school. Verder zijn partijen overeengekomen dat het belmoment tussen de vader en de kinderen op de zaterdag komt te vervallen en dat er (alleen) iedere woensdag een belmoment zal plaatsvinden tussen 19:00 uur en 20:00 uur.
De rechtbank heeft verder de raad verzocht een onderzoek in te stellen naar de in die beschikking onder overweging 4.5. vermelde vragen en heeft iedere verdere beslissing aangehouden.
3.3.
Bij mondelinge uitspraak van de rechtbank van 9 maart 2023zijn de kinderen, overeenkomstig het advies van de raad in het raadsrapport van 2 maart 2023, onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar.
3.4.
Bij de beschikking waarvan beroep heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, de beschikking van de rechtbank Overijssel van 20 januari 2021 en het daarvan deel uitmakende ouderschapsplan ten aanzien van het hoofdverblijf en de zorgregeling gewijzigd. Het hoofdverblijf van [minderjarige 2] is bij de vader bepaald. Ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken is bepaald dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] de ene week bij de vader verblijven van maandag uit school tot de daaropvolgende maandag naar school, waarbij de vader de kinderen op maandag uit school haalt en de moeder de kinderen maandag naar school brengt, en dat de kinderen de andere week bij de moeder zullen verblijven van maandag uit school tot de daaropvolgende maandag naar school, waarbij de moeder de kinderen op maandag uit school ophaalt en de vader de kinderen op maandag naar school brengt.
Verder heeft de rechtbank een regeling opgenomen inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vakanties en tijdens de feestdagen.
3.5.
De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.
3.6.
De moeder voert, samengevat, in haar beroepschrift en aangevuld ter mondelinge behandeling het volgende aan. De rechtbank heeft onterecht en op onjuiste en onvolledige gronden geconcludeerd dat een verdere uitbreiding van de zorgregeling zoals is opgenomen in de bestreden beschikking in het belang van de kinderen is. De eerdere uitbreiding van deze regeling, medio 8 december 2022, was voldoende. Ze benadrukt dat zij tijdens het huwelijk het overgrote deel van de zorgtaken op zich nam. Volgens haar functioneren de kinderen door de uitbreiding van de regeling minder goed en heeft dit alleen maar voor meer problemen gezorgd. Er zijn volgens haar veel contra-indicaties in het gezin van de vader.
De moeder ziet ook een duidelijke gedragsverandering bij de kinderen, met name bij [minderjarige 1] . Er is onvoldoende vertrouwen tussen de ouders om de door de rechtbank bepaalde co-ouderschapsregeling te laten slagen. Daarbij komt dat de vader, ondanks het solo-parallel ouderschap, nog steeds rechtstreeks met de moeder communiceert en haar verwijten blijft maken. De vader neemt zijn verantwoordelijkheid als gezaghebbend ouder niet en hij houdt zich niet aan de afspraken.
De moeder vindt dat de rechtbank het advies van de raad had moeten volgen dat de eerdere uitbreiding van de zorgregeling voldoende rust gaf voor de kinderen en dat een verdere uitbreiding (nog) niet aan de orde was.
3.7.
De vader voert, samengevat, in zijn verweerschrift en aangevuld ter mondelinge behandeling het volgende aan. De moeder grijpt alles aan om tot een wijziging van de regeling te komen. De vader betwist de door de moeder genoemde gedragsveranderingen. Uit de verslagen van de Intensieve Pedagogische Thuishulp (IPT) blijkt niet dat het slecht gaat met de kinderen. De door de moeder overgelegde verslagen geven bovendien geen volledig beeld. Daarbij komt dat de ervaringen van IPT bij hem thuis afwijkend zijn van de ervaringen van IPT bij de moeder thuis. De wijziging van de zorgregeling heeft tijd nodig. Er zijn geen contra-indicaties en de kinderen functioneren nog steeds goed. Medio augustus 2023 is met hulp van [instantie 1] een begin gemaakt om invulling te geven aan het solo parallel ouderschap. De ingezette hulp heeft tijd nodig om effect te hebben.
De loyaliteitsproblematiek bij de kinderen is duidelijk. [minderjarige 1] is zoekende bij beide ouders, zij heeft hulp en begeleiding nodig. Deze hulp is al ingeschakeld en ook dit kost tijd.
De gewijzigde regeling brengt juist meer rust, duidelijkheid en stabiliteit. De vader heeft een nieuwe baan waarbij hij meer bij de kinderen kan zijn. Hij heeft de belangen van de kinderen voorop gezet. Het is zijn wens om een gelijkwaardige verdeling te hebben van de zorgtaken. Daarvan was met de eerdere uitbreiding van één dag per veertien dagen geen sprake. Tussen de ouders spelen nog steeds problemen op het gebied van de financiën. Dit zorgt over en weer ook voor veel irritaties en frustratie.
3.8.
De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling geadviseerd om de door de rechtbank bepaalde zorgregeling te laten voortduren en niet te wijzigen. Weliswaar had de raad na een eerder raadsonderzoek geadviseerd om de destijds bestaande regeling te handhaven, maar de rechtbank heeft vervolgens anders beslist. De raad ziet met het verstrijken van de tijd nu geen reden om in het belang van de kinderen terug te gaan naar de vorige regeling. Het is aan de ouders om zich aan te passen en om te stoppen met elkaar als ouder over en weer te diskwalificeren. Zij dienen hun onderlinge strijd te staken. Teruggaan naar de vorige zorgregeling zal daarbij niet helpend zijn. Het is destijds de keuze van de ouders geweest, niet van de kinderen, om te gaan scheiden en in aparte huizen te gaan wonen. De ouders dienen de kinderen te steunen in het goed houden van de band met de andere ouder. Die opstelling zal op termijn alle kinderen meer lucht geven en de raad hoopt dat de ouders hun verantwoordelijkheid nemen. De raad betreurt het dat de huidige gezinsvoogd door ziekte de ouders niet heeft kunnen helpen. De ouders kunnen misschien aan de GI vragen of er iemand anders kan aansluiten. De ouders hebben echter meerdere keren hulpverlening gehad en zijn al eerder aangesproken op het feit dat zij elkaar blijven diskwalificeren.
Dictum
Het hof:
bekrachtigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 25 april 2023, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, C.N.M. Antens en H. van Winkel en is op 1 februari 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.