Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-01-29
ECLI:NL:GHSHE:2024:260
Strafrecht
Hoger beroep
12,906 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000360-23
Uitspraak : 29 januari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 30 januari 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-062546-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte partieel vrijgesproken van het tenlastegelegde voor zover dit ziet op – verkort weergegeven – een gipsmal met daarop een afbeelding van een adelaar met in zijn klauwen een hakenkruis en veroordeeld voor ‘anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een uitlating als bedoeld in artikel 137e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, is vervat, ter verspreiding in voorraad hebben’, zijnde -kort gezegd- replica’s van vorenbedoelde afbeelding afkomstig uit die gipsmal tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de politierechter de teruggave gelast aan de verdachte van de inbeslaggenomen 'matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Het hof begrijpt hier en hierna dat met een ‘gietmal’ steeds hetzelfde voorwerp wordt bedoeld als met een ‘gispsmal’, te weten de onder de verdachte inbeslaggenomen ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’.
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met aanvulling van de gronden, met uitzondering van de beslissing op de afdoening, in het bijzonder het beslag voor zover dit ziet op de gietmal. In zoverre heeft de advocaat gevorderd dat het hof, opnieuw rechtdoende, de inbeslaggenomen gietmal zal onttrekken aan het verkeer.
De raadsvrouw van de verdachte heeft, zo begrijpt het hof, bepleit dat het hof de teruggave zal gelasten van de inbeslaggenomen gietmal aan de verdachte.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling en verbetering van de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de afdoening, in die zin dat het hof het niet eens is met de beslissing op het beslag. In zoverre wordt het beroepen vonnis vernietigd. De door de politierechter opgesomde toepasselijke wettelijke voorschriften worden hierna integraal vervangen.
Mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, ziet het hof aanleiding om de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aan te vullen en te verbeteren, op de wijze zoals hierna vermeld.
Aanvulling en verbetering bewijsmiddelen
Het hof vult het door de politierechter gebezigde bewijs nog aan met het navolgende bewijsmiddel:
Het proces-verbaal van bevindingen, PL2100-202045611-11, d.d. 30 april 2021, met bijlagen, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , voor zover inhoudende:
Op verzoek van justitie heb ik nader onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte [verdachte] . Mij werd verzocht te kijken naar de telefoonnummers van de kopers van de afgietsels van de "Adelaars".
Ik ben tijdens mijn zoektocht op een gesprek gestuit tussen ene " [betrokkene 1] " en [verdachte] . In dit gesprek wordt aan [verdachte] gevraagd of hij afgietsels verkoopt waarna [verdachte] aangeeft er enkele op voorraad te hebben en deze voor 150,00 euro verkoopt. Uiteindelijk blijkt uit het appgesprek dat de koop niet doorgaat daar koper de prijs te hoog vindt.
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 10
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: oké wat vraag je er voor
[verdachte] d.d. 17-05-2020: 150
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: is toch n gips afdruk?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb ’m met extra harde gips gemaakt met versteviging erin
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 12
[betrokkene 1] d.d. 10-03-2020: Hey [verdachte] verkoop je ook de sampels van de eagel?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: Hey [betrokkene 1] , ik zie nu je bericht pas, stond in m’n spam
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb er wel enkele voor de verkoop
Het hof ziet aanleiding om het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ‘Verklaring van de verdachte ter zitting’ als vermeld op pagina 6 van het in het proces-verbaal van de politierechter aangetekend mondeling vonnis te verbeteren door dit te vervangen door het navolgende bewijsmiddel:
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2024, voor zover inhoudende:
Ik heb 14 afgietsels gemaakt met de mal en daarvan heb ik er twee verkocht.
U, voorzitter, houdt mij voor dat uit het dossier volgt dat [getuige 1] heeft verklaard dat hij € 75,00 voor een afgietsel heeft betaald, dat [getuige 2] heeft verklaard dat hij € 50,00 voor een afgietsel heeft betaald en dat ik tegen [betrokkene 1] in een chat heb gezegd dat hij € 150,00 voor een afgietsel zou moeten betalen. Ik antwoord u dat dat kan kloppen.
Beslag
In het dossier bevindt zich een lijst van onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen van 11 maart 2022, te weten:
1 stuk ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272) en,
12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702271, WIT).
Ter terechtzitting in eerste aanleg van 30 januari 2023 heeft de verdachte uitdrukkelijk mondeling afstand gedaan van de onder hem inbeslaggenomen 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de voornoemde goederen zich nog steeds onder hem bevinden – naar het hof begrijpt omdat de verdachte werd aangewezen als bewaarder zoals bedoeld in artikel 118, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) – en herhaald dat hij uitdrukkelijk afstand hiervan doet.
Gelet op de omstandigheid dat de verdachte uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’, zal het hof geen beslissing meer nemen ten aanzien van deze voorwerpen.
De verdachte heeft uitdrukkelijk geen afstand gedaan van het beslag dat rust op de ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Dit voorwerp ligt daarom thans opnieuw ter beoordeling aan het hof voor.
Bij gelegenheid van onderzoek werd onder de verdachte een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ aangetroffen.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de beslissing op het beslag, en doet in zoverre opnieuw recht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272);
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,
mr. G.J. Schiffers en mr. S.H.C. Merkx, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier,
en op 29 januari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-000360-23
Uitspraak : 29 januari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 30 januari 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-062546-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte partieel vrijgesproken van het tenlastegelegde voor zover dit ziet op – verkort weergegeven – een gipsmal met daarop een afbeelding van een adelaar met in zijn klauwen een hakenkruis en veroordeeld voor ‘anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een uitlating als bedoeld in artikel 137e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, is vervat, ter verspreiding in voorraad hebben’, zijnde -kort gezegd- replica’s van vorenbedoelde afbeelding afkomstig uit die gipsmal tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de politierechter de teruggave gelast aan de verdachte van de inbeslaggenomen 'matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Het hof begrijpt hier en hierna dat met een ‘gietmal’ steeds hetzelfde voorwerp wordt bedoeld als met een ‘gispsmal’, te weten de onder de verdachte inbeslaggenomen ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’.
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met aanvulling van de gronden, met uitzondering van de beslissing op de afdoening, in het bijzonder het beslag voor zover dit ziet op de gietmal. In zoverre heeft de advocaat gevorderd dat het hof, opnieuw rechtdoende, de inbeslaggenomen gietmal zal onttrekken aan het verkeer.
De raadsvrouw van de verdachte heeft, zo begrijpt het hof, bepleit dat het hof de teruggave zal gelasten van de inbeslaggenomen gietmal aan de verdachte.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling en verbetering van de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de afdoening, in die zin dat het hof het niet eens is met de beslissing op het beslag. In zoverre wordt het beroepen vonnis vernietigd. De door de politierechter opgesomde toepasselijke wettelijke voorschriften worden hierna integraal vervangen.
Mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, ziet het hof aanleiding om de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aan te vullen en te verbeteren, op de wijze zoals hierna vermeld.
Aanvulling en verbetering bewijsmiddelen
Het hof vult het door de politierechter gebezigde bewijs nog aan met het navolgende bewijsmiddel:
Het proces-verbaal van bevindingen, PL2100-202045611-11, d.d. 30 april 2021, met bijlagen, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , voor zover inhoudende:
Op verzoek van justitie heb ik nader onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte [verdachte] . Mij werd verzocht te kijken naar de telefoonnummers van de kopers van de afgietsels van de "Adelaars".
Ik ben tijdens mijn zoektocht op een gesprek gestuit tussen ene " [betrokkene 1] " en [verdachte] . In dit gesprek wordt aan [verdachte] gevraagd of hij afgietsels verkoopt waarna [verdachte] aangeeft er enkele op voorraad te hebben en deze voor 150,00 euro verkoopt. Uiteindelijk blijkt uit het appgesprek dat de koop niet doorgaat daar koper de prijs te hoog vindt.
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 10
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: oké wat vraag je er voor
[verdachte] d.d. 17-05-2020: 150
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: is toch n gips afdruk?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb ’m met extra harde gips gemaakt met versteviging erin
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 12
[betrokkene 1] d.d. 10-03-2020: Hey [verdachte] verkoop je ook de sampels van de eagel?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: Hey [betrokkene 1] , ik zie nu je bericht pas, stond in m’n spam
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb er wel enkele voor de verkoop
Het hof ziet aanleiding om het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ‘Verklaring van de verdachte ter zitting’ als vermeld op pagina 6 van het in het proces-verbaal van de politierechter aangetekend mondeling vonnis te verbeteren door dit te vervangen door het navolgende bewijsmiddel:
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2024, voor zover inhoudende:
Ik heb 14 afgietsels gemaakt met de mal en daarvan heb ik er twee verkocht.
U, voorzitter, houdt mij voor dat uit het dossier volgt dat [getuige 1] heeft verklaard dat hij € 75,00 voor een afgietsel heeft betaald, dat [getuige 2] heeft verklaard dat hij € 50,00 voor een afgietsel heeft betaald en dat ik tegen [betrokkene 1] in een chat heb gezegd dat hij € 150,00 voor een afgietsel zou moeten betalen. Ik antwoord u dat dat kan kloppen.
Beslag
In het dossier bevindt zich een lijst van onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen van 11 maart 2022, te weten:
1 stuk ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272) en,
12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702271, WIT).
Ter terechtzitting in eerste aanleg van 30 januari 2023 heeft de verdachte uitdrukkelijk mondeling afstand gedaan van de onder hem inbeslaggenomen 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de voornoemde goederen zich nog steeds onder hem bevinden – naar het hof begrijpt omdat de verdachte werd aangewezen als bewaarder zoals bedoeld in artikel 118, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) – en herhaald dat hij uitdrukkelijk afstand hiervan doet.
Gelet op de omstandigheid dat de verdachte uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’, zal het hof geen beslissing meer nemen ten aanzien van deze voorwerpen.
De verdachte heeft uitdrukkelijk geen afstand gedaan van het beslag dat rust op de ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Dit voorwerp ligt daarom thans opnieuw ter beoordeling aan het hof voor.
Bij gelegenheid van onderzoek werd onder de verdachte een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ aangetroffen.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de beslissing op het beslag, en doet in zoverre opnieuw recht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272);
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,
mr. G.J. Schiffers en mr. S.H.C. Merkx, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier,
en op 29 januari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-000360-23
Uitspraak : 29 januari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 30 januari 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-062546-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte partieel vrijgesproken van het tenlastegelegde voor zover dit ziet op – verkort weergegeven – een gipsmal met daarop een afbeelding van een adelaar met in zijn klauwen een hakenkruis en veroordeeld voor ‘anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een uitlating als bedoeld in artikel 137e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, is vervat, ter verspreiding in voorraad hebben’, zijnde -kort gezegd- replica’s van vorenbedoelde afbeelding afkomstig uit die gipsmal tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de politierechter de teruggave gelast aan de verdachte van de inbeslaggenomen 'matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Het hof begrijpt hier en hierna dat met een ‘gietmal’ steeds hetzelfde voorwerp wordt bedoeld als met een ‘gispsmal’, te weten de onder de verdachte inbeslaggenomen ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’.
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met aanvulling van de gronden, met uitzondering van de beslissing op de afdoening, in het bijzonder het beslag voor zover dit ziet op de gietmal. In zoverre heeft de advocaat gevorderd dat het hof, opnieuw rechtdoende, de inbeslaggenomen gietmal zal onttrekken aan het verkeer.
De raadsvrouw van de verdachte heeft, zo begrijpt het hof, bepleit dat het hof de teruggave zal gelasten van de inbeslaggenomen gietmal aan de verdachte.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling en verbetering van de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de afdoening, in die zin dat het hof het niet eens is met de beslissing op het beslag. In zoverre wordt het beroepen vonnis vernietigd. De door de politierechter opgesomde toepasselijke wettelijke voorschriften worden hierna integraal vervangen.
Mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, ziet het hof aanleiding om de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aan te vullen en te verbeteren, op de wijze zoals hierna vermeld.
Aanvulling en verbetering bewijsmiddelen
Het hof vult het door de politierechter gebezigde bewijs nog aan met het navolgende bewijsmiddel:
Het proces-verbaal van bevindingen, PL2100-202045611-11, d.d. 30 april 2021, met bijlagen, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , voor zover inhoudende:
Op verzoek van justitie heb ik nader onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte [verdachte] . Mij werd verzocht te kijken naar de telefoonnummers van de kopers van de afgietsels van de "Adelaars".
Ik ben tijdens mijn zoektocht op een gesprek gestuit tussen ene " [betrokkene 1] " en [verdachte] . In dit gesprek wordt aan [verdachte] gevraagd of hij afgietsels verkoopt waarna [verdachte] aangeeft er enkele op voorraad te hebben en deze voor 150,00 euro verkoopt. Uiteindelijk blijkt uit het appgesprek dat de koop niet doorgaat daar koper de prijs te hoog vindt.
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 10
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: oké wat vraag je er voor
[verdachte] d.d. 17-05-2020: 150
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: is toch n gips afdruk?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb ’m met extra harde gips gemaakt met versteviging erin
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 12
[betrokkene 1] d.d. 10-03-2020: Hey [verdachte] verkoop je ook de sampels van de eagel?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: Hey [betrokkene 1] , ik zie nu je bericht pas, stond in m’n spam
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb er wel enkele voor de verkoop
Het hof ziet aanleiding om het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ‘Verklaring van de verdachte ter zitting’ als vermeld op pagina 6 van het in het proces-verbaal van de politierechter aangetekend mondeling vonnis te verbeteren door dit te vervangen door het navolgende bewijsmiddel:
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2024, voor zover inhoudende:
Ik heb 14 afgietsels gemaakt met de mal en daarvan heb ik er twee verkocht.
U, voorzitter, houdt mij voor dat uit het dossier volgt dat [getuige 1] heeft verklaard dat hij € 75,00 voor een afgietsel heeft betaald, dat [getuige 2] heeft verklaard dat hij € 50,00 voor een afgietsel heeft betaald en dat ik tegen [betrokkene 1] in een chat heb gezegd dat hij € 150,00 voor een afgietsel zou moeten betalen. Ik antwoord u dat dat kan kloppen.
Beslag
In het dossier bevindt zich een lijst van onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen van 11 maart 2022, te weten:
1 stuk ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272) en,
12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702271, WIT).
Ter terechtzitting in eerste aanleg van 30 januari 2023 heeft de verdachte uitdrukkelijk mondeling afstand gedaan van de onder hem inbeslaggenomen 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de voornoemde goederen zich nog steeds onder hem bevinden – naar het hof begrijpt omdat de verdachte werd aangewezen als bewaarder zoals bedoeld in artikel 118, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) – en herhaald dat hij uitdrukkelijk afstand hiervan doet.
Gelet op de omstandigheid dat de verdachte uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’, zal het hof geen beslissing meer nemen ten aanzien van deze voorwerpen.
De verdachte heeft uitdrukkelijk geen afstand gedaan van het beslag dat rust op de ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Dit voorwerp ligt daarom thans opnieuw ter beoordeling aan het hof voor.
Bij gelegenheid van onderzoek werd onder de verdachte een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ aangetroffen.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de beslissing op het beslag, en doet in zoverre opnieuw recht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272);
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,
mr. G.J. Schiffers en mr. S.H.C. Merkx, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier,
en op 29 januari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-000360-23
Uitspraak : 29 januari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 30 januari 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-062546-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte partieel vrijgesproken van het tenlastegelegde voor zover dit ziet op – verkort weergegeven – een gipsmal met daarop een afbeelding van een adelaar met in zijn klauwen een hakenkruis en veroordeeld voor ‘anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een uitlating als bedoeld in artikel 137e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, is vervat, ter verspreiding in voorraad hebben’, zijnde -kort gezegd- replica’s van vorenbedoelde afbeelding afkomstig uit die gipsmal tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de politierechter de teruggave gelast aan de verdachte van de inbeslaggenomen 'matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Het hof begrijpt hier en hierna dat met een ‘gietmal’ steeds hetzelfde voorwerp wordt bedoeld als met een ‘gispsmal’, te weten de onder de verdachte inbeslaggenomen ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’.
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met aanvulling van de gronden, met uitzondering van de beslissing op de afdoening, in het bijzonder het beslag voor zover dit ziet op de gietmal. In zoverre heeft de advocaat gevorderd dat het hof, opnieuw rechtdoende, de inbeslaggenomen gietmal zal onttrekken aan het verkeer.
De raadsvrouw van de verdachte heeft, zo begrijpt het hof, bepleit dat het hof de teruggave zal gelasten van de inbeslaggenomen gietmal aan de verdachte.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling en verbetering van de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de afdoening, in die zin dat het hof het niet eens is met de beslissing op het beslag. In zoverre wordt het beroepen vonnis vernietigd. De door de politierechter opgesomde toepasselijke wettelijke voorschriften worden hierna integraal vervangen.
Mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, ziet het hof aanleiding om de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aan te vullen en te verbeteren, op de wijze zoals hierna vermeld.
Aanvulling en verbetering bewijsmiddelen
Het hof vult het door de politierechter gebezigde bewijs nog aan met het navolgende bewijsmiddel:
Het proces-verbaal van bevindingen, PL2100-202045611-11, d.d. 30 april 2021, met bijlagen, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , voor zover inhoudende:
Op verzoek van justitie heb ik nader onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte [verdachte] . Mij werd verzocht te kijken naar de telefoonnummers van de kopers van de afgietsels van de "Adelaars".
Ik ben tijdens mijn zoektocht op een gesprek gestuit tussen ene " [betrokkene 1] " en [verdachte] . In dit gesprek wordt aan [verdachte] gevraagd of hij afgietsels verkoopt waarna [verdachte] aangeeft er enkele op voorraad te hebben en deze voor 150,00 euro verkoopt. Uiteindelijk blijkt uit het appgesprek dat de koop niet doorgaat daar koper de prijs te hoog vindt.
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 10
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: oké wat vraag je er voor
[verdachte] d.d. 17-05-2020: 150
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: is toch n gips afdruk?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb ’m met extra harde gips gemaakt met versteviging erin
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 12
[betrokkene 1] d.d. 10-03-2020: Hey [verdachte] verkoop je ook de sampels van de eagel?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: Hey [betrokkene 1] , ik zie nu je bericht pas, stond in m’n spam
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb er wel enkele voor de verkoop
Het hof ziet aanleiding om het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ‘Verklaring van de verdachte ter zitting’ als vermeld op pagina 6 van het in het proces-verbaal van de politierechter aangetekend mondeling vonnis te verbeteren door dit te vervangen door het navolgende bewijsmiddel:
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2024, voor zover inhoudende:
Ik heb 14 afgietsels gemaakt met de mal en daarvan heb ik er twee verkocht.
U, voorzitter, houdt mij voor dat uit het dossier volgt dat [getuige 1] heeft verklaard dat hij € 75,00 voor een afgietsel heeft betaald, dat [getuige 2] heeft verklaard dat hij € 50,00 voor een afgietsel heeft betaald en dat ik tegen [betrokkene 1] in een chat heb gezegd dat hij € 150,00 voor een afgietsel zou moeten betalen. Ik antwoord u dat dat kan kloppen.
Beslag
In het dossier bevindt zich een lijst van onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen van 11 maart 2022, te weten:
1 stuk ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272) en,
12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702271, WIT).
Ter terechtzitting in eerste aanleg van 30 januari 2023 heeft de verdachte uitdrukkelijk mondeling afstand gedaan van de onder hem inbeslaggenomen 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de voornoemde goederen zich nog steeds onder hem bevinden – naar het hof begrijpt omdat de verdachte werd aangewezen als bewaarder zoals bedoeld in artikel 118, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) – en herhaald dat hij uitdrukkelijk afstand hiervan doet.
Gelet op de omstandigheid dat de verdachte uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’, zal het hof geen beslissing meer nemen ten aanzien van deze voorwerpen.
De verdachte heeft uitdrukkelijk geen afstand gedaan van het beslag dat rust op de ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Dit voorwerp ligt daarom thans opnieuw ter beoordeling aan het hof voor.
Bij gelegenheid van onderzoek werd onder de verdachte een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ aangetroffen.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de beslissing op het beslag, en doet in zoverre opnieuw recht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272);
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,
mr. G.J. Schiffers en mr. S.H.C. Merkx, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier,
en op 29 januari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-000360-23
Uitspraak : 29 januari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 30 januari 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-062546-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte partieel vrijgesproken van het tenlastegelegde voor zover dit ziet op – verkort weergegeven – een gipsmal met daarop een afbeelding van een adelaar met in zijn klauwen een hakenkruis en veroordeeld voor ‘anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een uitlating als bedoeld in artikel 137e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, is vervat, ter verspreiding in voorraad hebben’, zijnde -kort gezegd- replica’s van vorenbedoelde afbeelding afkomstig uit die gipsmal tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de politierechter de teruggave gelast aan de verdachte van de inbeslaggenomen 'matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Het hof begrijpt hier en hierna dat met een ‘gietmal’ steeds hetzelfde voorwerp wordt bedoeld als met een ‘gispsmal’, te weten de onder de verdachte inbeslaggenomen ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’.
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met aanvulling van de gronden, met uitzondering van de beslissing op de afdoening, in het bijzonder het beslag voor zover dit ziet op de gietmal. In zoverre heeft de advocaat gevorderd dat het hof, opnieuw rechtdoende, de inbeslaggenomen gietmal zal onttrekken aan het verkeer.
De raadsvrouw van de verdachte heeft, zo begrijpt het hof, bepleit dat het hof de teruggave zal gelasten van de inbeslaggenomen gietmal aan de verdachte.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling en verbetering van de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de afdoening, in die zin dat het hof het niet eens is met de beslissing op het beslag. In zoverre wordt het beroepen vonnis vernietigd. De door de politierechter opgesomde toepasselijke wettelijke voorschriften worden hierna integraal vervangen.
Mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, ziet het hof aanleiding om de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aan te vullen en te verbeteren, op de wijze zoals hierna vermeld.
Aanvulling en verbetering bewijsmiddelen
Het hof vult het door de politierechter gebezigde bewijs nog aan met het navolgende bewijsmiddel:
Het proces-verbaal van bevindingen, PL2100-202045611-11, d.d. 30 april 2021, met bijlagen, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , voor zover inhoudende:
Op verzoek van justitie heb ik nader onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte [verdachte] . Mij werd verzocht te kijken naar de telefoonnummers van de kopers van de afgietsels van de "Adelaars".
Ik ben tijdens mijn zoektocht op een gesprek gestuit tussen ene " [betrokkene 1] " en [verdachte] . In dit gesprek wordt aan [verdachte] gevraagd of hij afgietsels verkoopt waarna [verdachte] aangeeft er enkele op voorraad te hebben en deze voor 150,00 euro verkoopt. Uiteindelijk blijkt uit het appgesprek dat de koop niet doorgaat daar koper de prijs te hoog vindt.
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 10
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: oké wat vraag je er voor
[verdachte] d.d. 17-05-2020: 150
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: is toch n gips afdruk?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb ’m met extra harde gips gemaakt met versteviging erin
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 12
[betrokkene 1] d.d. 10-03-2020: Hey [verdachte] verkoop je ook de sampels van de eagel?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: Hey [betrokkene 1] , ik zie nu je bericht pas, stond in m’n spam
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb er wel enkele voor de verkoop
Het hof ziet aanleiding om het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ‘Verklaring van de verdachte ter zitting’ als vermeld op pagina 6 van het in het proces-verbaal van de politierechter aangetekend mondeling vonnis te verbeteren door dit te vervangen door het navolgende bewijsmiddel:
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2024, voor zover inhoudende:
Ik heb 14 afgietsels gemaakt met de mal en daarvan heb ik er twee verkocht.
U, voorzitter, houdt mij voor dat uit het dossier volgt dat [getuige 1] heeft verklaard dat hij € 75,00 voor een afgietsel heeft betaald, dat [getuige 2] heeft verklaard dat hij € 50,00 voor een afgietsel heeft betaald en dat ik tegen [betrokkene 1] in een chat heb gezegd dat hij € 150,00 voor een afgietsel zou moeten betalen. Ik antwoord u dat dat kan kloppen.
Beslag
In het dossier bevindt zich een lijst van onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen van 11 maart 2022, te weten:
1 stuk ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272) en,
12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702271, WIT).
Ter terechtzitting in eerste aanleg van 30 januari 2023 heeft de verdachte uitdrukkelijk mondeling afstand gedaan van de onder hem inbeslaggenomen 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de voornoemde goederen zich nog steeds onder hem bevinden – naar het hof begrijpt omdat de verdachte werd aangewezen als bewaarder zoals bedoeld in artikel 118, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) – en herhaald dat hij uitdrukkelijk afstand hiervan doet.
Gelet op de omstandigheid dat de verdachte uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’, zal het hof geen beslissing meer nemen ten aanzien van deze voorwerpen.
De verdachte heeft uitdrukkelijk geen afstand gedaan van het beslag dat rust op de ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Dit voorwerp ligt daarom thans opnieuw ter beoordeling aan het hof voor.
Bij gelegenheid van onderzoek werd onder de verdachte een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ aangetroffen.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de beslissing op het beslag, en doet in zoverre opnieuw recht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272);
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,
mr. G.J. Schiffers en mr. S.H.C. Merkx, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier,
en op 29 januari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Parketnummer : 20-000360-23
Uitspraak : 29 januari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 30 januari 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-062546-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte partieel vrijgesproken van het tenlastegelegde voor zover dit ziet op – verkort weergegeven – een gipsmal met daarop een afbeelding van een adelaar met in zijn klauwen een hakenkruis en veroordeeld voor ‘anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een uitlating als bedoeld in artikel 137e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, is vervat, ter verspreiding in voorraad hebben’, zijnde -kort gezegd- replica’s van vorenbedoelde afbeelding afkomstig uit die gipsmal tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de politierechter de teruggave gelast aan de verdachte van de inbeslaggenomen 'matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Het hof begrijpt hier en hierna dat met een ‘gietmal’ steeds hetzelfde voorwerp wordt bedoeld als met een ‘gispsmal’, te weten de onder de verdachte inbeslaggenomen ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’.
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met aanvulling van de gronden, met uitzondering van de beslissing op de afdoening, in het bijzonder het beslag voor zover dit ziet op de gietmal. In zoverre heeft de advocaat gevorderd dat het hof, opnieuw rechtdoende, de inbeslaggenomen gietmal zal onttrekken aan het verkeer.
De raadsvrouw van de verdachte heeft, zo begrijpt het hof, bepleit dat het hof de teruggave zal gelasten van de inbeslaggenomen gietmal aan de verdachte.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling en verbetering van de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de afdoening, in die zin dat het hof het niet eens is met de beslissing op het beslag. In zoverre wordt het beroepen vonnis vernietigd. De door de politierechter opgesomde toepasselijke wettelijke voorschriften worden hierna integraal vervangen.
Mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, ziet het hof aanleiding om de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aan te vullen en te verbeteren, op de wijze zoals hierna vermeld.
Aanvulling en verbetering bewijsmiddelen
Het hof vult het door de politierechter gebezigde bewijs nog aan met het navolgende bewijsmiddel:
Het proces-verbaal van bevindingen, PL2100-202045611-11, d.d. 30 april 2021, met bijlagen, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , voor zover inhoudende:
Op verzoek van justitie heb ik nader onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte [verdachte] . Mij werd verzocht te kijken naar de telefoonnummers van de kopers van de afgietsels van de "Adelaars".
Ik ben tijdens mijn zoektocht op een gesprek gestuit tussen ene " [betrokkene 1] " en [verdachte] . In dit gesprek wordt aan [verdachte] gevraagd of hij afgietsels verkoopt waarna [verdachte] aangeeft er enkele op voorraad te hebben en deze voor 150,00 euro verkoopt. Uiteindelijk blijkt uit het appgesprek dat de koop niet doorgaat daar koper de prijs te hoog vindt.
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 10
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: oké wat vraag je er voor
[verdachte] d.d. 17-05-2020: 150
[betrokkene 1] d.d. 17-05-2020: is toch n gips afdruk?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb ’m met extra harde gips gemaakt met versteviging erin
Bijlage Proces verbaal nummer PL2100-202045611-11 -- 12
[betrokkene 1] d.d. 10-03-2020: Hey [verdachte] verkoop je ook de sampels van de eagel?
[verdachte] d.d. 17-05-2020: Hey [betrokkene 1] , ik zie nu je bericht pas, stond in m’n spam
[verdachte] d.d. 17-05-2020: ja heb er wel enkele voor de verkoop
Het hof ziet aanleiding om het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ‘Verklaring van de verdachte ter zitting’ als vermeld op pagina 6 van het in het proces-verbaal van de politierechter aangetekend mondeling vonnis te verbeteren door dit te vervangen door het navolgende bewijsmiddel:
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2024, voor zover inhoudende:
Ik heb 14 afgietsels gemaakt met de mal en daarvan heb ik er twee verkocht.
U, voorzitter, houdt mij voor dat uit het dossier volgt dat [getuige 1] heeft verklaard dat hij € 75,00 voor een afgietsel heeft betaald, dat [getuige 2] heeft verklaard dat hij € 50,00 voor een afgietsel heeft betaald en dat ik tegen [betrokkene 1] in een chat heb gezegd dat hij € 150,00 voor een afgietsel zou moeten betalen. Ik antwoord u dat dat kan kloppen.
Beslag
In het dossier bevindt zich een lijst van onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen van 11 maart 2022, te weten:
1 stuk ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272) en,
12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702271, WIT).
Ter terechtzitting in eerste aanleg van 30 januari 2023 heeft de verdachte uitdrukkelijk mondeling afstand gedaan van de onder hem inbeslaggenomen 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de voornoemde goederen zich nog steeds onder hem bevinden – naar het hof begrijpt omdat de verdachte werd aangewezen als bewaarder zoals bedoeld in artikel 118, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) – en herhaald dat hij uitdrukkelijk afstand hiervan doet.
Gelet op de omstandigheid dat de verdachte uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de 12 stuks ‘beeld gips ingegoten adelaar met hakenkruis’, zal het hof geen beslissing meer nemen ten aanzien van deze voorwerpen.
De verdachte heeft uitdrukkelijk geen afstand gedaan van het beslag dat rust op de ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’. Dit voorwerp ligt daarom thans opnieuw ter beoordeling aan het hof voor.
Bij gelegenheid van onderzoek werd onder de verdachte een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ aangetroffen.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de beslissing op het beslag, en doet in zoverre opnieuw recht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een ‘matrijs gietmal adelaar met hakenkruis’ (omschrijving: PL2100-2020193577-G1702272);
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,
mr. G.J. Schiffers en mr. S.H.C. Merkx, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier,
en op 29 januari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.