Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-07-31
ECLI:NL:GHSHE:2024:2594
Strafrecht
Hoger beroep
21,042 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-002604-23
Uitspraak : 1 augustus 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 20 september 2023, parketnummer 01-226194-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 20-002353-21, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het tweemaal plegen van ‘diefstal’ (feiten 1 en 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij heeft de politierechter de opheffing bevolen van het jegens de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van het tijdstip waarop de duur van het door de verdachte ondergane voorarrest gelijk wordt aan de duur van de opgelegde gevangenisstraf.
Voorts heeft de politierechter de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van de eerder onder parketnummer 20-002353-21 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, namelijk een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf, en de vordering tot tenuitvoerlegging van die straf voor het overige afgewezen.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis tijdig hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de tenuitvoerlegging van die straf zal gelasten tot een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf.
De verdediging heeft zich voor wat betreft het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten slotte is een standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
Vonnis waarvan beroep
Het hof zal het beroepen vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat de tenlastelegging – en daarmee de grondslag van het onderzoek ter terechtzitting – in eerste aanleg is gewijzigd. Uit de in voormeld vonnis opgenomen tenlastelegging en bewezenverklaring blijkt echter dat de politierechter de onderhavige strafzaak heeft behandeld en afgedaan op de grondslag van de oorspronkelijke tenlastelegging in plaats van op de grondslag van de gewijzigde tenlastelegging. Het hof zal daarom de onderhavige strafzaak alsnog behandelen en afdoen op de grondslag van de (in eerste aanleg) gewijzigde tenlastelegging. Dit laat onverlet dat het hof zich voor het overige kan vinden in de beslissingen van de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op of omstreeks 6 september 2023 te Someren levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.hij op 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal) die aan [bedrijf 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op 6 september 2023 te Someren levensmiddelen die aan [bedrijf 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Bewijsmiddelen feit 1 (diefstal 23 mei 2023 te Eersel)
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 september 2023 [het hof begrijpt gelet op de inhoud van het proces-verbaal: 27 mei 2023] (dossierpagina 5 tot en met 8), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] namens [bedrijf 2] :
Hij deed aangifte mede namens het slachtoffer [bedrijf 2] , [adres 2] . Op 23 mei 2023 heeft er een winkeldiefstal plaatsgevonden. Omstreeks 14.30 uur komt er een man de winkel binnen. Hij loopt direct naar de Zwitsal en laadt daar zijn tassen vol. Vervolgens verlaat hij de winkel, zichtbaar moeilijk lopend door de zware tassen.
Hieronder de goederen [het hof begrijpt: welke zijn weggenomen].
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 24 stuks;
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 18 stuks.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 augustus 2023 (dossierpagina 9 tot en met 11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] [het hof: omwille van de leesbaarheid worden de bevindingen chronologisch weergegeven]:
Op 23 mei 2023 vond er een winkeldiefstal plaats bij [bedrijf 2] gelegen aan [adres 2] . Door mij zijn de beelden met betrekking tot deze diefstal bekeken. Op 23 mei 2023 om 14.20 uur [het hof begrijpt de hier en hierna genoemde data en tijden telkens als de data en tijden zoals deze blijken uit de camerabeelden] zag ik een voor mij onbekende man de winkel [bedrijf 2] binnenlopen.
Ik verbalisant kan de man als volgt omschrijven: blanke man, blauwe spijkerbroek, grijze boeren pet, blauwe schoenen, witte sokken, legergroen T-shirt met op linkerborst een borstzakje en twee grote bigshopper tassen in zijn rechterhand. Wel kon ik zien dat de witte bigshopper tas vrijwel leeg was.
Om 14.21.22 uur zag ik de door mij eerder omschreven man met zijn 2 tassen en rode winkelmandje van [bedrijf 2] om zich heen kijken. Ik zag dat de man een gangpad inliep en daar de tassen op de grond uit het zicht van de camera neerzette.
Vervolgens zag ik dat de man terugliep in de richting van de Zwitsal producten en zag daar dat de man zijn gehele winkelmandje vol had geladen met Zwitsal producten. Ik zag dat de man begon met het inladen van zijn mandje met Zwitsal producten om 14.21.52 uur en hiermee eindigde om 14.23.37 uur. Daarna zag ik dat de man een ander gangpad inliep waar de man nog iets van toiletpapier op de Zwitsal producten legde.
Dictum
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
Het hof neemt ingevolge artikel 423, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de gronden over waarop de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf berust, en maakt deze tot de zijne. Het hof heeft voorts acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 april 2024 betreffende de verdachte, waaruit blijkt dat hij meermalen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten, en op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Het hof ziet geen aanleiding om een andere straf aan de verdachte op te leggen dan de politierechter aan de verdachte heeft opgelegd, en acht – net als de politierechter – passend en geboden de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Daarmee wordt aan de verdachte een gevangenisstraf opgelegd waarvan de duur inmiddels – dat wil zeggen ten tijde van de behandeling in hoger beroep – gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 20-002353-21
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft – bij vordering d.d. 7 september 2023 – de tenuitvoerlegging gevorderd van een eerder, bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de gedeeltelijke tenuitvoerlegging zal gelasten van voormelde straf, te weten van een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf. De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal afwijzen dan wel de proeftijd daarvan zal verlengen en heeft subsidiair bepleit dat de tenuitvoerlegging zal worden gelast van een kleiner gedeelte van voormelde straf dan door de advocaat-generaal is gevorderd en dat dat gedeelte bovendien zal worden omgezet in een taakstraf.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt vast dat de verdachte zich voor het einde van de bij die straf gestelde proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, zodat in beginsel de tenuitvoerlegging kan worden gelast van die gehele voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Het hof acht echter de tenuitvoerlegging van deze gehele voorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun gelet op het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, en ziet in plaats daarvan aanleiding om de tenuitvoerlegging te gelasten van een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.
Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,
en op 1 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. O.M.J.J. van de Loo is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie, zaaksregistratienummer PL2100-2023197437, gesloten d.d. 7 september 2023 door verbalisant [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 48). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Inleiding
Parketnummer : 20-002604-23
Uitspraak : 1 augustus 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 20 september 2023, parketnummer 01-226194-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 20-002353-21, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het tweemaal plegen van ‘diefstal’ (feiten 1 en 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij heeft de politierechter de opheffing bevolen van het jegens de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van het tijdstip waarop de duur van het door de verdachte ondergane voorarrest gelijk wordt aan de duur van de opgelegde gevangenisstraf.
Voorts heeft de politierechter de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van de eerder onder parketnummer 20-002353-21 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, namelijk een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf, en de vordering tot tenuitvoerlegging van die straf voor het overige afgewezen.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis tijdig hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de tenuitvoerlegging van die straf zal gelasten tot een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf.
De verdediging heeft zich voor wat betreft het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten slotte is een standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
Vonnis waarvan beroep
Het hof zal het beroepen vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat de tenlastelegging – en daarmee de grondslag van het onderzoek ter terechtzitting – in eerste aanleg is gewijzigd. Uit de in voormeld vonnis opgenomen tenlastelegging en bewezenverklaring blijkt echter dat de politierechter de onderhavige strafzaak heeft behandeld en afgedaan op de grondslag van de oorspronkelijke tenlastelegging in plaats van op de grondslag van de gewijzigde tenlastelegging. Het hof zal daarom de onderhavige strafzaak alsnog behandelen en afdoen op de grondslag van de (in eerste aanleg) gewijzigde tenlastelegging. Dit laat onverlet dat het hof zich voor het overige kan vinden in de beslissingen van de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op of omstreeks 6 september 2023 te Someren levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.hij op 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal) die aan [bedrijf 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op 6 september 2023 te Someren levensmiddelen die aan [bedrijf 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Bewijsmiddelen feit 1 (diefstal 23 mei 2023 te Eersel)
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 september 2023 [het hof begrijpt gelet op de inhoud van het proces-verbaal: 27 mei 2023] (dossierpagina 5 tot en met 8), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] namens [bedrijf 2] :
Hij deed aangifte mede namens het slachtoffer [bedrijf 2] , [adres 2] . Op 23 mei 2023 heeft er een winkeldiefstal plaatsgevonden. Omstreeks 14.30 uur komt er een man de winkel binnen. Hij loopt direct naar de Zwitsal en laadt daar zijn tassen vol. Vervolgens verlaat hij de winkel, zichtbaar moeilijk lopend door de zware tassen.
Hieronder de goederen [het hof begrijpt: welke zijn weggenomen].
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 24 stuks;
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 18 stuks.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 augustus 2023 (dossierpagina 9 tot en met 11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] [het hof: omwille van de leesbaarheid worden de bevindingen chronologisch weergegeven]:
Op 23 mei 2023 vond er een winkeldiefstal plaats bij [bedrijf 2] gelegen aan [adres 2] . Door mij zijn de beelden met betrekking tot deze diefstal bekeken. Op 23 mei 2023 om 14.20 uur [het hof begrijpt de hier en hierna genoemde data en tijden telkens als de data en tijden zoals deze blijken uit de camerabeelden] zag ik een voor mij onbekende man de winkel [bedrijf 2] binnenlopen.
Ik verbalisant kan de man als volgt omschrijven: blanke man, blauwe spijkerbroek, grijze boeren pet, blauwe schoenen, witte sokken, legergroen T-shirt met op linkerborst een borstzakje en twee grote bigshopper tassen in zijn rechterhand. Wel kon ik zien dat de witte bigshopper tas vrijwel leeg was.
Om 14.21.22 uur zag ik de door mij eerder omschreven man met zijn 2 tassen en rode winkelmandje van [bedrijf 2] om zich heen kijken. Ik zag dat de man een gangpad inliep en daar de tassen op de grond uit het zicht van de camera neerzette.
Vervolgens zag ik dat de man terugliep in de richting van de Zwitsal producten en zag daar dat de man zijn gehele winkelmandje vol had geladen met Zwitsal producten. Ik zag dat de man begon met het inladen van zijn mandje met Zwitsal producten om 14.21.52 uur en hiermee eindigde om 14.23.37 uur. Daarna zag ik dat de man een ander gangpad inliep waar de man nog iets van toiletpapier op de Zwitsal producten legde.
Dictum
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
Het hof neemt ingevolge artikel 423, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de gronden over waarop de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf berust, en maakt deze tot de zijne. Het hof heeft voorts acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 april 2024 betreffende de verdachte, waaruit blijkt dat hij meermalen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten, en op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Het hof ziet geen aanleiding om een andere straf aan de verdachte op te leggen dan de politierechter aan de verdachte heeft opgelegd, en acht – net als de politierechter – passend en geboden de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Daarmee wordt aan de verdachte een gevangenisstraf opgelegd waarvan de duur inmiddels – dat wil zeggen ten tijde van de behandeling in hoger beroep – gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 20-002353-21
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft – bij vordering d.d. 7 september 2023 – de tenuitvoerlegging gevorderd van een eerder, bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de gedeeltelijke tenuitvoerlegging zal gelasten van voormelde straf, te weten van een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf. De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal afwijzen dan wel de proeftijd daarvan zal verlengen en heeft subsidiair bepleit dat de tenuitvoerlegging zal worden gelast van een kleiner gedeelte van voormelde straf dan door de advocaat-generaal is gevorderd en dat dat gedeelte bovendien zal worden omgezet in een taakstraf.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt vast dat de verdachte zich voor het einde van de bij die straf gestelde proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, zodat in beginsel de tenuitvoerlegging kan worden gelast van die gehele voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Het hof acht echter de tenuitvoerlegging van deze gehele voorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun gelet op het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, en ziet in plaats daarvan aanleiding om de tenuitvoerlegging te gelasten van een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.
Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,
en op 1 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. O.M.J.J. van de Loo is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie, zaaksregistratienummer PL2100-2023197437, gesloten d.d. 7 september 2023 door verbalisant [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 48). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Inleiding
Parketnummer : 20-002604-23
Uitspraak : 1 augustus 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 20 september 2023, parketnummer 01-226194-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 20-002353-21, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het tweemaal plegen van ‘diefstal’ (feiten 1 en 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij heeft de politierechter de opheffing bevolen van het jegens de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van het tijdstip waarop de duur van het door de verdachte ondergane voorarrest gelijk wordt aan de duur van de opgelegde gevangenisstraf.
Voorts heeft de politierechter de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van de eerder onder parketnummer 20-002353-21 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, namelijk een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf, en de vordering tot tenuitvoerlegging van die straf voor het overige afgewezen.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis tijdig hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de tenuitvoerlegging van die straf zal gelasten tot een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf.
De verdediging heeft zich voor wat betreft het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten slotte is een standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
Vonnis waarvan beroep
Het hof zal het beroepen vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat de tenlastelegging – en daarmee de grondslag van het onderzoek ter terechtzitting – in eerste aanleg is gewijzigd. Uit de in voormeld vonnis opgenomen tenlastelegging en bewezenverklaring blijkt echter dat de politierechter de onderhavige strafzaak heeft behandeld en afgedaan op de grondslag van de oorspronkelijke tenlastelegging in plaats van op de grondslag van de gewijzigde tenlastelegging. Het hof zal daarom de onderhavige strafzaak alsnog behandelen en afdoen op de grondslag van de (in eerste aanleg) gewijzigde tenlastelegging. Dit laat onverlet dat het hof zich voor het overige kan vinden in de beslissingen van de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op of omstreeks 6 september 2023 te Someren levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.hij op 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal) die aan [bedrijf 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op 6 september 2023 te Someren levensmiddelen die aan [bedrijf 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Bewijsmiddelen feit 1 (diefstal 23 mei 2023 te Eersel)
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 september 2023 [het hof begrijpt gelet op de inhoud van het proces-verbaal: 27 mei 2023] (dossierpagina 5 tot en met 8), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] namens [bedrijf 2] :
Hij deed aangifte mede namens het slachtoffer [bedrijf 2] , [adres 2] . Op 23 mei 2023 heeft er een winkeldiefstal plaatsgevonden. Omstreeks 14.30 uur komt er een man de winkel binnen. Hij loopt direct naar de Zwitsal en laadt daar zijn tassen vol. Vervolgens verlaat hij de winkel, zichtbaar moeilijk lopend door de zware tassen.
Hieronder de goederen [het hof begrijpt: welke zijn weggenomen].
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 24 stuks;
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 18 stuks.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 augustus 2023 (dossierpagina 9 tot en met 11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] [het hof: omwille van de leesbaarheid worden de bevindingen chronologisch weergegeven]:
Op 23 mei 2023 vond er een winkeldiefstal plaats bij [bedrijf 2] gelegen aan [adres 2] . Door mij zijn de beelden met betrekking tot deze diefstal bekeken. Op 23 mei 2023 om 14.20 uur [het hof begrijpt de hier en hierna genoemde data en tijden telkens als de data en tijden zoals deze blijken uit de camerabeelden] zag ik een voor mij onbekende man de winkel [bedrijf 2] binnenlopen.
Ik verbalisant kan de man als volgt omschrijven: blanke man, blauwe spijkerbroek, grijze boeren pet, blauwe schoenen, witte sokken, legergroen T-shirt met op linkerborst een borstzakje en twee grote bigshopper tassen in zijn rechterhand. Wel kon ik zien dat de witte bigshopper tas vrijwel leeg was.
Om 14.21.22 uur zag ik de door mij eerder omschreven man met zijn 2 tassen en rode winkelmandje van [bedrijf 2] om zich heen kijken. Ik zag dat de man een gangpad inliep en daar de tassen op de grond uit het zicht van de camera neerzette.
Vervolgens zag ik dat de man terugliep in de richting van de Zwitsal producten en zag daar dat de man zijn gehele winkelmandje vol had geladen met Zwitsal producten. Ik zag dat de man begon met het inladen van zijn mandje met Zwitsal producten om 14.21.52 uur en hiermee eindigde om 14.23.37 uur. Daarna zag ik dat de man een ander gangpad inliep waar de man nog iets van toiletpapier op de Zwitsal producten legde.
Dictum
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
Het hof neemt ingevolge artikel 423, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de gronden over waarop de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf berust, en maakt deze tot de zijne. Het hof heeft voorts acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 april 2024 betreffende de verdachte, waaruit blijkt dat hij meermalen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten, en op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Het hof ziet geen aanleiding om een andere straf aan de verdachte op te leggen dan de politierechter aan de verdachte heeft opgelegd, en acht – net als de politierechter – passend en geboden de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Daarmee wordt aan de verdachte een gevangenisstraf opgelegd waarvan de duur inmiddels – dat wil zeggen ten tijde van de behandeling in hoger beroep – gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 20-002353-21
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft – bij vordering d.d. 7 september 2023 – de tenuitvoerlegging gevorderd van een eerder, bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de gedeeltelijke tenuitvoerlegging zal gelasten van voormelde straf, te weten van een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf. De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal afwijzen dan wel de proeftijd daarvan zal verlengen en heeft subsidiair bepleit dat de tenuitvoerlegging zal worden gelast van een kleiner gedeelte van voormelde straf dan door de advocaat-generaal is gevorderd en dat dat gedeelte bovendien zal worden omgezet in een taakstraf.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt vast dat de verdachte zich voor het einde van de bij die straf gestelde proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, zodat in beginsel de tenuitvoerlegging kan worden gelast van die gehele voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Het hof acht echter de tenuitvoerlegging van deze gehele voorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun gelet op het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, en ziet in plaats daarvan aanleiding om de tenuitvoerlegging te gelasten van een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.
Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,
en op 1 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. O.M.J.J. van de Loo is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie, zaaksregistratienummer PL2100-2023197437, gesloten d.d. 7 september 2023 door verbalisant [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 48). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Inleiding
Parketnummer : 20-002604-23
Uitspraak : 1 augustus 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 20 september 2023, parketnummer 01-226194-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 20-002353-21, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het tweemaal plegen van ‘diefstal’ (feiten 1 en 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij heeft de politierechter de opheffing bevolen van het jegens de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van het tijdstip waarop de duur van het door de verdachte ondergane voorarrest gelijk wordt aan de duur van de opgelegde gevangenisstraf.
Voorts heeft de politierechter de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van de eerder onder parketnummer 20-002353-21 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, namelijk een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf, en de vordering tot tenuitvoerlegging van die straf voor het overige afgewezen.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis tijdig hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de tenuitvoerlegging van die straf zal gelasten tot een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf.
De verdediging heeft zich voor wat betreft het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten slotte is een standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
Vonnis waarvan beroep
Het hof zal het beroepen vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat de tenlastelegging – en daarmee de grondslag van het onderzoek ter terechtzitting – in eerste aanleg is gewijzigd. Uit de in voormeld vonnis opgenomen tenlastelegging en bewezenverklaring blijkt echter dat de politierechter de onderhavige strafzaak heeft behandeld en afgedaan op de grondslag van de oorspronkelijke tenlastelegging in plaats van op de grondslag van de gewijzigde tenlastelegging. Het hof zal daarom de onderhavige strafzaak alsnog behandelen en afdoen op de grondslag van de (in eerste aanleg) gewijzigde tenlastelegging. Dit laat onverlet dat het hof zich voor het overige kan vinden in de beslissingen van de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op of omstreeks 6 september 2023 te Someren levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.hij op 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal) die aan [bedrijf 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op 6 september 2023 te Someren levensmiddelen die aan [bedrijf 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Bewijsmiddelen feit 1 (diefstal 23 mei 2023 te Eersel)
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 september 2023 [het hof begrijpt gelet op de inhoud van het proces-verbaal: 27 mei 2023] (dossierpagina 5 tot en met 8), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] namens [bedrijf 2] :
Hij deed aangifte mede namens het slachtoffer [bedrijf 2] , [adres 2] . Op 23 mei 2023 heeft er een winkeldiefstal plaatsgevonden. Omstreeks 14.30 uur komt er een man de winkel binnen. Hij loopt direct naar de Zwitsal en laadt daar zijn tassen vol. Vervolgens verlaat hij de winkel, zichtbaar moeilijk lopend door de zware tassen.
Hieronder de goederen [het hof begrijpt: welke zijn weggenomen].
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 24 stuks;
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 18 stuks.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 augustus 2023 (dossierpagina 9 tot en met 11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] [het hof: omwille van de leesbaarheid worden de bevindingen chronologisch weergegeven]:
Op 23 mei 2023 vond er een winkeldiefstal plaats bij [bedrijf 2] gelegen aan [adres 2] . Door mij zijn de beelden met betrekking tot deze diefstal bekeken. Op 23 mei 2023 om 14.20 uur [het hof begrijpt de hier en hierna genoemde data en tijden telkens als de data en tijden zoals deze blijken uit de camerabeelden] zag ik een voor mij onbekende man de winkel [bedrijf 2] binnenlopen.
Ik verbalisant kan de man als volgt omschrijven: blanke man, blauwe spijkerbroek, grijze boeren pet, blauwe schoenen, witte sokken, legergroen T-shirt met op linkerborst een borstzakje en twee grote bigshopper tassen in zijn rechterhand. Wel kon ik zien dat de witte bigshopper tas vrijwel leeg was.
Om 14.21.22 uur zag ik de door mij eerder omschreven man met zijn 2 tassen en rode winkelmandje van [bedrijf 2] om zich heen kijken. Ik zag dat de man een gangpad inliep en daar de tassen op de grond uit het zicht van de camera neerzette.
Vervolgens zag ik dat de man terugliep in de richting van de Zwitsal producten en zag daar dat de man zijn gehele winkelmandje vol had geladen met Zwitsal producten. Ik zag dat de man begon met het inladen van zijn mandje met Zwitsal producten om 14.21.52 uur en hiermee eindigde om 14.23.37 uur. Daarna zag ik dat de man een ander gangpad inliep waar de man nog iets van toiletpapier op de Zwitsal producten legde.
Dictum
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
Het hof neemt ingevolge artikel 423, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de gronden over waarop de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf berust, en maakt deze tot de zijne. Het hof heeft voorts acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 april 2024 betreffende de verdachte, waaruit blijkt dat hij meermalen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten, en op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Het hof ziet geen aanleiding om een andere straf aan de verdachte op te leggen dan de politierechter aan de verdachte heeft opgelegd, en acht – net als de politierechter – passend en geboden de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Daarmee wordt aan de verdachte een gevangenisstraf opgelegd waarvan de duur inmiddels – dat wil zeggen ten tijde van de behandeling in hoger beroep – gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 20-002353-21
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft – bij vordering d.d. 7 september 2023 – de tenuitvoerlegging gevorderd van een eerder, bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de gedeeltelijke tenuitvoerlegging zal gelasten van voormelde straf, te weten van een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf. De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal afwijzen dan wel de proeftijd daarvan zal verlengen en heeft subsidiair bepleit dat de tenuitvoerlegging zal worden gelast van een kleiner gedeelte van voormelde straf dan door de advocaat-generaal is gevorderd en dat dat gedeelte bovendien zal worden omgezet in een taakstraf.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt vast dat de verdachte zich voor het einde van de bij die straf gestelde proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, zodat in beginsel de tenuitvoerlegging kan worden gelast van die gehele voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Het hof acht echter de tenuitvoerlegging van deze gehele voorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun gelet op het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, en ziet in plaats daarvan aanleiding om de tenuitvoerlegging te gelasten van een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.
Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,
en op 1 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. O.M.J.J. van de Loo is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie, zaaksregistratienummer PL2100-2023197437, gesloten d.d. 7 september 2023 door verbalisant [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 48). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Inleiding
Parketnummer : 20-002604-23
Uitspraak : 1 augustus 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 20 september 2023, parketnummer 01-226194-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 20-002353-21, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het tweemaal plegen van ‘diefstal’ (feiten 1 en 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij heeft de politierechter de opheffing bevolen van het jegens de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van het tijdstip waarop de duur van het door de verdachte ondergane voorarrest gelijk wordt aan de duur van de opgelegde gevangenisstraf.
Voorts heeft de politierechter de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van de eerder onder parketnummer 20-002353-21 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, namelijk een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf, en de vordering tot tenuitvoerlegging van die straf voor het overige afgewezen.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis tijdig hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de tenuitvoerlegging van die straf zal gelasten tot een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf.
De verdediging heeft zich voor wat betreft het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten slotte is een standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
Vonnis waarvan beroep
Het hof zal het beroepen vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat de tenlastelegging – en daarmee de grondslag van het onderzoek ter terechtzitting – in eerste aanleg is gewijzigd. Uit de in voormeld vonnis opgenomen tenlastelegging en bewezenverklaring blijkt echter dat de politierechter de onderhavige strafzaak heeft behandeld en afgedaan op de grondslag van de oorspronkelijke tenlastelegging in plaats van op de grondslag van de gewijzigde tenlastelegging. Het hof zal daarom de onderhavige strafzaak alsnog behandelen en afdoen op de grondslag van de (in eerste aanleg) gewijzigde tenlastelegging. Dit laat onverlet dat het hof zich voor het overige kan vinden in de beslissingen van de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op of omstreeks 6 september 2023 te Someren levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.hij op 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal) die aan [bedrijf 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op 6 september 2023 te Someren levensmiddelen die aan [bedrijf 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Bewijsmiddelen feit 1 (diefstal 23 mei 2023 te Eersel)
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 september 2023 [het hof begrijpt gelet op de inhoud van het proces-verbaal: 27 mei 2023] (dossierpagina 5 tot en met 8), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] namens [bedrijf 2] :
Hij deed aangifte mede namens het slachtoffer [bedrijf 2] , [adres 2] . Op 23 mei 2023 heeft er een winkeldiefstal plaatsgevonden. Omstreeks 14.30 uur komt er een man de winkel binnen. Hij loopt direct naar de Zwitsal en laadt daar zijn tassen vol. Vervolgens verlaat hij de winkel, zichtbaar moeilijk lopend door de zware tassen.
Hieronder de goederen [het hof begrijpt: welke zijn weggenomen].
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 24 stuks;
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 18 stuks.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 augustus 2023 (dossierpagina 9 tot en met 11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] [het hof: omwille van de leesbaarheid worden de bevindingen chronologisch weergegeven]:
Op 23 mei 2023 vond er een winkeldiefstal plaats bij [bedrijf 2] gelegen aan [adres 2] . Door mij zijn de beelden met betrekking tot deze diefstal bekeken. Op 23 mei 2023 om 14.20 uur [het hof begrijpt de hier en hierna genoemde data en tijden telkens als de data en tijden zoals deze blijken uit de camerabeelden] zag ik een voor mij onbekende man de winkel [bedrijf 2] binnenlopen.
Ik verbalisant kan de man als volgt omschrijven: blanke man, blauwe spijkerbroek, grijze boeren pet, blauwe schoenen, witte sokken, legergroen T-shirt met op linkerborst een borstzakje en twee grote bigshopper tassen in zijn rechterhand. Wel kon ik zien dat de witte bigshopper tas vrijwel leeg was.
Om 14.21.22 uur zag ik de door mij eerder omschreven man met zijn 2 tassen en rode winkelmandje van [bedrijf 2] om zich heen kijken. Ik zag dat de man een gangpad inliep en daar de tassen op de grond uit het zicht van de camera neerzette.
Vervolgens zag ik dat de man terugliep in de richting van de Zwitsal producten en zag daar dat de man zijn gehele winkelmandje vol had geladen met Zwitsal producten. Ik zag dat de man begon met het inladen van zijn mandje met Zwitsal producten om 14.21.52 uur en hiermee eindigde om 14.23.37 uur. Daarna zag ik dat de man een ander gangpad inliep waar de man nog iets van toiletpapier op de Zwitsal producten legde.
Dictum
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
Het hof neemt ingevolge artikel 423, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de gronden over waarop de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf berust, en maakt deze tot de zijne. Het hof heeft voorts acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 april 2024 betreffende de verdachte, waaruit blijkt dat hij meermalen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten, en op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Het hof ziet geen aanleiding om een andere straf aan de verdachte op te leggen dan de politierechter aan de verdachte heeft opgelegd, en acht – net als de politierechter – passend en geboden de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Daarmee wordt aan de verdachte een gevangenisstraf opgelegd waarvan de duur inmiddels – dat wil zeggen ten tijde van de behandeling in hoger beroep – gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 20-002353-21
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft – bij vordering d.d. 7 september 2023 – de tenuitvoerlegging gevorderd van een eerder, bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de gedeeltelijke tenuitvoerlegging zal gelasten van voormelde straf, te weten van een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf. De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal afwijzen dan wel de proeftijd daarvan zal verlengen en heeft subsidiair bepleit dat de tenuitvoerlegging zal worden gelast van een kleiner gedeelte van voormelde straf dan door de advocaat-generaal is gevorderd en dat dat gedeelte bovendien zal worden omgezet in een taakstraf.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt vast dat de verdachte zich voor het einde van de bij die straf gestelde proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, zodat in beginsel de tenuitvoerlegging kan worden gelast van die gehele voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Het hof acht echter de tenuitvoerlegging van deze gehele voorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun gelet op het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, en ziet in plaats daarvan aanleiding om de tenuitvoerlegging te gelasten van een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.
Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,
en op 1 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. O.M.J.J. van de Loo is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie, zaaksregistratienummer PL2100-2023197437, gesloten d.d. 7 september 2023 door verbalisant [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 48). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Inleiding
Parketnummer : 20-002604-23
Uitspraak : 1 augustus 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 20 september 2023, parketnummer 01-226194-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 20-002353-21, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het tweemaal plegen van ‘diefstal’ (feiten 1 en 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij heeft de politierechter de opheffing bevolen van het jegens de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van het tijdstip waarop de duur van het door de verdachte ondergane voorarrest gelijk wordt aan de duur van de opgelegde gevangenisstraf.
Voorts heeft de politierechter de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van de eerder onder parketnummer 20-002353-21 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, namelijk een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf, en de vordering tot tenuitvoerlegging van die straf voor het overige afgewezen.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis tijdig hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de tenuitvoerlegging van die straf zal gelasten tot een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf.
De verdediging heeft zich voor wat betreft het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten slotte is een standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder aan de verdachte onder parketnummer 20-002353-21 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
Vonnis waarvan beroep
Het hof zal het beroepen vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat de tenlastelegging – en daarmee de grondslag van het onderzoek ter terechtzitting – in eerste aanleg is gewijzigd. Uit de in voormeld vonnis opgenomen tenlastelegging en bewezenverklaring blijkt echter dat de politierechter de onderhavige strafzaak heeft behandeld en afgedaan op de grondslag van de oorspronkelijke tenlastelegging in plaats van op de grondslag van de gewijzigde tenlastelegging. Het hof zal daarom de onderhavige strafzaak alsnog behandelen en afdoen op de grondslag van de (in eerste aanleg) gewijzigde tenlastelegging. Dit laat onverlet dat het hof zich voor het overige kan vinden in de beslissingen van de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op of omstreeks 6 september 2023 te Someren levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.hij op 23 mei 2023 te Eersel diverse verzorgingsproducten (Zwitsal) die aan [bedrijf 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op 6 september 2023 te Someren levensmiddelen die aan [bedrijf 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Bewijsmiddelen feit 1 (diefstal 23 mei 2023 te Eersel)
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 september 2023 [het hof begrijpt gelet op de inhoud van het proces-verbaal: 27 mei 2023] (dossierpagina 5 tot en met 8), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] namens [bedrijf 2] :
Hij deed aangifte mede namens het slachtoffer [bedrijf 2] , [adres 2] . Op 23 mei 2023 heeft er een winkeldiefstal plaatsgevonden. Omstreeks 14.30 uur komt er een man de winkel binnen. Hij loopt direct naar de Zwitsal en laadt daar zijn tassen vol. Vervolgens verlaat hij de winkel, zichtbaar moeilijk lopend door de zware tassen.
Hieronder de goederen [het hof begrijpt: welke zijn weggenomen].
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 24 stuks;
BABYVERZORGING Merk: ZWITSAL Aantal: 18 stuks.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 augustus 2023 (dossierpagina 9 tot en met 11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] [het hof: omwille van de leesbaarheid worden de bevindingen chronologisch weergegeven]:
Op 23 mei 2023 vond er een winkeldiefstal plaats bij [bedrijf 2] gelegen aan [adres 2] . Door mij zijn de beelden met betrekking tot deze diefstal bekeken. Op 23 mei 2023 om 14.20 uur [het hof begrijpt de hier en hierna genoemde data en tijden telkens als de data en tijden zoals deze blijken uit de camerabeelden] zag ik een voor mij onbekende man de winkel [bedrijf 2] binnenlopen.
Ik verbalisant kan de man als volgt omschrijven: blanke man, blauwe spijkerbroek, grijze boeren pet, blauwe schoenen, witte sokken, legergroen T-shirt met op linkerborst een borstzakje en twee grote bigshopper tassen in zijn rechterhand. Wel kon ik zien dat de witte bigshopper tas vrijwel leeg was.
Om 14.21.22 uur zag ik de door mij eerder omschreven man met zijn 2 tassen en rode winkelmandje van [bedrijf 2] om zich heen kijken. Ik zag dat de man een gangpad inliep en daar de tassen op de grond uit het zicht van de camera neerzette.
Vervolgens zag ik dat de man terugliep in de richting van de Zwitsal producten en zag daar dat de man zijn gehele winkelmandje vol had geladen met Zwitsal producten. Ik zag dat de man begon met het inladen van zijn mandje met Zwitsal producten om 14.21.52 uur en hiermee eindigde om 14.23.37 uur. Daarna zag ik dat de man een ander gangpad inliep waar de man nog iets van toiletpapier op de Zwitsal producten legde.
Dictum
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
Het hof neemt ingevolge artikel 423, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de gronden over waarop de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf berust, en maakt deze tot de zijne. Het hof heeft voorts acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 april 2024 betreffende de verdachte, waaruit blijkt dat hij meermalen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten, en op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Het hof ziet geen aanleiding om een andere straf aan de verdachte op te leggen dan de politierechter aan de verdachte heeft opgelegd, en acht – net als de politierechter – passend en geboden de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Daarmee wordt aan de verdachte een gevangenisstraf opgelegd waarvan de duur inmiddels – dat wil zeggen ten tijde van de behandeling in hoger beroep – gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 20-002353-21
De officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant heeft – bij vordering d.d. 7 september 2023 – de tenuitvoerlegging gevorderd van een eerder, bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de gedeeltelijke tenuitvoerlegging zal gelasten van voormelde straf, te weten van een gedeelte van 9 maanden gevangenisstraf. De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal afwijzen dan wel de proeftijd daarvan zal verlengen en heeft subsidiair bepleit dat de tenuitvoerlegging zal worden gelast van een kleiner gedeelte van voormelde straf dan door de advocaat-generaal is gevorderd en dat dat gedeelte bovendien zal worden omgezet in een taakstraf.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt vast dat de verdachte zich voor het einde van de bij die straf gestelde proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, zodat in beginsel de tenuitvoerlegging kan worden gelast van die gehele voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Het hof acht echter de tenuitvoerlegging van deze gehele voorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun gelet op het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, en ziet in plaats daarvan aanleiding om de tenuitvoerlegging te gelasten van een gedeelte van 6 maanden gevangenisstraf.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2022 onder parketnummer 20-002353-21, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.
Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,
en op 1 augustus 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. O.M.J.J. van de Loo is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie, zaaksregistratienummer PL2100-2023197437, gesloten d.d. 7 september 2023 door verbalisant [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 48). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.