Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-07-23
ECLI:NL:GHSHE:2024:2379
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Hoger beroep
7,614 tokens
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.297.676/01
arrest van 23 juli 2024
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant],
advocaat: mr. A. Koert te Rotterdam,
tegen
BNP Paribas Cardif Schadeverzekeringen N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Cardif,
advocaat: mr. V. Kortenbach te 's-Gravenhage,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 14 september 2021, 23 mei 2023 en 28 november 2023 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/377058 / HA ZA 20-564 gewezen vonnis van 16 juni 2021.
11Het tussenarrest van 28 november 2023
Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door [de oogarts]. Verder is bepaald dat het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) voorlopig ten laste van [appellant] komt. De zaak is vervolgens naar de rol van 5 maart 2024 verwezen in afwachting van het deskundigenbericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
12Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling
[appellant] heeft op 25 januari 2024 het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) op de aangegeven wijze voldaan.
Op 29 januari 2024 is aan de deskundige per brief medegedeeld dat het voorschot is voldaan en dat het onderzoek aanvang kan vinden.
Op 19 april 2024 heeft de deskundige per mailbericht aangegeven het dossier nog niet te hebben ontvangen.
Op 22 april 2024 heeft de griffier het dossier per beveiligde USB-stick aan de deskundige verzonden. De termijn voor het indienen van het deskundigenrapport is nader bepaald op
16 juli 2024.
De deskundige heeft bij mailbericht 11 juni 2024 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige heeft een nieuwe indicatie van het voorschot toegezonden, waaruit blijkt dat een aanvullend voorschot van € 1.784,75 (inclusief BTW) toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen. De deskundige verzoekt voorts de termijn voor het inleveren van zijn rapport te verlengen met een termijn van anderhalf tot twee maanden.
Op 12 juni 2024 heeft de griffier van het hof een brief aan de advocaten van partijen verzonden met betrekking tot het aanvullende voorschot en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.
Cardif heeft per akte van 25 juni 2024 laten weten dat zij zich refereert aan het oordeel van het gerechtshof.
[appellant] heeft per mailbericht van 27 juni 2024 aangegeven geen bezwaar tegen het aanvullend voorschot te hebben.
Partijen hebben telefonisch bericht dat zij, omdat eerder een niet geheel juist bedrag was doorgegeven, instemmen met het aanvullend voorschot van € 1.784,75
Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
13De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 1.784,75 (inclusief BTW);
bepaalt dat [appellant] laatstgenoemd bedrag zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 22 oktober 2024;
verwijst dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van [appellant];
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.W.A. van Geloven, E.H. Schulten en T.J. Dorhout Mees
en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 juli 2024.
griffier rolraadsheer
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.297.676/01
arrest van 23 juli 2024
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant],
advocaat: mr. A. Koert te Rotterdam,
tegen
BNP Paribas Cardif Schadeverzekeringen N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Cardif,
advocaat: mr. V. Kortenbach te 's-Gravenhage,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 14 september 2021, 23 mei 2023 en 28 november 2023 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/377058 / HA ZA 20-564 gewezen vonnis van 16 juni 2021.
11Het tussenarrest van 28 november 2023
Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door [de oogarts]. Verder is bepaald dat het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) voorlopig ten laste van [appellant] komt. De zaak is vervolgens naar de rol van 5 maart 2024 verwezen in afwachting van het deskundigenbericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
12Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling
[appellant] heeft op 25 januari 2024 het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) op de aangegeven wijze voldaan.
Op 29 januari 2024 is aan de deskundige per brief medegedeeld dat het voorschot is voldaan en dat het onderzoek aanvang kan vinden.
Op 19 april 2024 heeft de deskundige per mailbericht aangegeven het dossier nog niet te hebben ontvangen.
Op 22 april 2024 heeft de griffier het dossier per beveiligde USB-stick aan de deskundige verzonden. De termijn voor het indienen van het deskundigenrapport is nader bepaald op
16 juli 2024.
De deskundige heeft bij mailbericht 11 juni 2024 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige heeft een nieuwe indicatie van het voorschot toegezonden, waaruit blijkt dat een aanvullend voorschot van € 1.784,75 (inclusief BTW) toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen. De deskundige verzoekt voorts de termijn voor het inleveren van zijn rapport te verlengen met een termijn van anderhalf tot twee maanden.
Op 12 juni 2024 heeft de griffier van het hof een brief aan de advocaten van partijen verzonden met betrekking tot het aanvullende voorschot en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.
Cardif heeft per akte van 25 juni 2024 laten weten dat zij zich refereert aan het oordeel van het gerechtshof.
[appellant] heeft per mailbericht van 27 juni 2024 aangegeven geen bezwaar tegen het aanvullend voorschot te hebben.
Partijen hebben telefonisch bericht dat zij, omdat eerder een niet geheel juist bedrag was doorgegeven, instemmen met het aanvullend voorschot van € 1.784,75
Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
13De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 1.784,75 (inclusief BTW);
bepaalt dat [appellant] laatstgenoemd bedrag zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 22 oktober 2024;
verwijst dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van [appellant];
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.W.A. van Geloven, E.H. Schulten en T.J. Dorhout Mees
en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 juli 2024.
griffier rolraadsheer
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.297.676/01
arrest van 23 juli 2024
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant],
advocaat: mr. A. Koert te Rotterdam,
tegen
BNP Paribas Cardif Schadeverzekeringen N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Cardif,
advocaat: mr. V. Kortenbach te 's-Gravenhage,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 14 september 2021, 23 mei 2023 en 28 november 2023 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/377058 / HA ZA 20-564 gewezen vonnis van 16 juni 2021.
11Het tussenarrest van 28 november 2023
Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door [de oogarts]. Verder is bepaald dat het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) voorlopig ten laste van [appellant] komt. De zaak is vervolgens naar de rol van 5 maart 2024 verwezen in afwachting van het deskundigenbericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
12Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling
[appellant] heeft op 25 januari 2024 het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) op de aangegeven wijze voldaan.
Op 29 januari 2024 is aan de deskundige per brief medegedeeld dat het voorschot is voldaan en dat het onderzoek aanvang kan vinden.
Op 19 april 2024 heeft de deskundige per mailbericht aangegeven het dossier nog niet te hebben ontvangen.
Op 22 april 2024 heeft de griffier het dossier per beveiligde USB-stick aan de deskundige verzonden. De termijn voor het indienen van het deskundigenrapport is nader bepaald op
16 juli 2024.
De deskundige heeft bij mailbericht 11 juni 2024 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige heeft een nieuwe indicatie van het voorschot toegezonden, waaruit blijkt dat een aanvullend voorschot van € 1.784,75 (inclusief BTW) toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen. De deskundige verzoekt voorts de termijn voor het inleveren van zijn rapport te verlengen met een termijn van anderhalf tot twee maanden.
Op 12 juni 2024 heeft de griffier van het hof een brief aan de advocaten van partijen verzonden met betrekking tot het aanvullende voorschot en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.
Cardif heeft per akte van 25 juni 2024 laten weten dat zij zich refereert aan het oordeel van het gerechtshof.
[appellant] heeft per mailbericht van 27 juni 2024 aangegeven geen bezwaar tegen het aanvullend voorschot te hebben.
Partijen hebben telefonisch bericht dat zij, omdat eerder een niet geheel juist bedrag was doorgegeven, instemmen met het aanvullend voorschot van € 1.784,75
Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
13De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 1.784,75 (inclusief BTW);
bepaalt dat [appellant] laatstgenoemd bedrag zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 22 oktober 2024;
verwijst dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van [appellant];
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.W.A. van Geloven, E.H. Schulten en T.J. Dorhout Mees
en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 juli 2024.
griffier rolraadsheer
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.297.676/01
arrest van 23 juli 2024
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant],
advocaat: mr. A. Koert te Rotterdam,
tegen
BNP Paribas Cardif Schadeverzekeringen N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Cardif,
advocaat: mr. V. Kortenbach te 's-Gravenhage,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 14 september 2021, 23 mei 2023 en 28 november 2023 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/377058 / HA ZA 20-564 gewezen vonnis van 16 juni 2021.
11Het tussenarrest van 28 november 2023
Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door [de oogarts]. Verder is bepaald dat het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) voorlopig ten laste van [appellant] komt. De zaak is vervolgens naar de rol van 5 maart 2024 verwezen in afwachting van het deskundigenbericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
12Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling
[appellant] heeft op 25 januari 2024 het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) op de aangegeven wijze voldaan.
Op 29 januari 2024 is aan de deskundige per brief medegedeeld dat het voorschot is voldaan en dat het onderzoek aanvang kan vinden.
Op 19 april 2024 heeft de deskundige per mailbericht aangegeven het dossier nog niet te hebben ontvangen.
Op 22 april 2024 heeft de griffier het dossier per beveiligde USB-stick aan de deskundige verzonden. De termijn voor het indienen van het deskundigenrapport is nader bepaald op
16 juli 2024.
De deskundige heeft bij mailbericht 11 juni 2024 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige heeft een nieuwe indicatie van het voorschot toegezonden, waaruit blijkt dat een aanvullend voorschot van € 1.784,75 (inclusief BTW) toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen. De deskundige verzoekt voorts de termijn voor het inleveren van zijn rapport te verlengen met een termijn van anderhalf tot twee maanden.
Op 12 juni 2024 heeft de griffier van het hof een brief aan de advocaten van partijen verzonden met betrekking tot het aanvullende voorschot en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.
Cardif heeft per akte van 25 juni 2024 laten weten dat zij zich refereert aan het oordeel van het gerechtshof.
[appellant] heeft per mailbericht van 27 juni 2024 aangegeven geen bezwaar tegen het aanvullend voorschot te hebben.
Partijen hebben telefonisch bericht dat zij, omdat eerder een niet geheel juist bedrag was doorgegeven, instemmen met het aanvullend voorschot van € 1.784,75
Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
13De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 1.784,75 (inclusief BTW);
bepaalt dat [appellant] laatstgenoemd bedrag zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 22 oktober 2024;
verwijst dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van [appellant];
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.W.A. van Geloven, E.H. Schulten en T.J. Dorhout Mees
en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 juli 2024.
griffier rolraadsheer
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.297.676/01
arrest van 23 juli 2024
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant],
advocaat: mr. A. Koert te Rotterdam,
tegen
BNP Paribas Cardif Schadeverzekeringen N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Cardif,
advocaat: mr. V. Kortenbach te 's-Gravenhage,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 14 september 2021, 23 mei 2023 en 28 november 2023 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/377058 / HA ZA 20-564 gewezen vonnis van 16 juni 2021.
11Het tussenarrest van 28 november 2023
Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door [de oogarts]. Verder is bepaald dat het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) voorlopig ten laste van [appellant] komt. De zaak is vervolgens naar de rol van 5 maart 2024 verwezen in afwachting van het deskundigenbericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
12Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling
[appellant] heeft op 25 januari 2024 het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) op de aangegeven wijze voldaan.
Op 29 januari 2024 is aan de deskundige per brief medegedeeld dat het voorschot is voldaan en dat het onderzoek aanvang kan vinden.
Op 19 april 2024 heeft de deskundige per mailbericht aangegeven het dossier nog niet te hebben ontvangen.
Op 22 april 2024 heeft de griffier het dossier per beveiligde USB-stick aan de deskundige verzonden. De termijn voor het indienen van het deskundigenrapport is nader bepaald op
16 juli 2024.
De deskundige heeft bij mailbericht 11 juni 2024 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige heeft een nieuwe indicatie van het voorschot toegezonden, waaruit blijkt dat een aanvullend voorschot van € 1.784,75 (inclusief BTW) toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen. De deskundige verzoekt voorts de termijn voor het inleveren van zijn rapport te verlengen met een termijn van anderhalf tot twee maanden.
Op 12 juni 2024 heeft de griffier van het hof een brief aan de advocaten van partijen verzonden met betrekking tot het aanvullende voorschot en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.
Cardif heeft per akte van 25 juni 2024 laten weten dat zij zich refereert aan het oordeel van het gerechtshof.
[appellant] heeft per mailbericht van 27 juni 2024 aangegeven geen bezwaar tegen het aanvullend voorschot te hebben.
Partijen hebben telefonisch bericht dat zij, omdat eerder een niet geheel juist bedrag was doorgegeven, instemmen met het aanvullend voorschot van € 1.784,75
Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
13De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 1.784,75 (inclusief BTW);
bepaalt dat [appellant] laatstgenoemd bedrag zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 22 oktober 2024;
verwijst dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van [appellant];
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.W.A. van Geloven, E.H. Schulten en T.J. Dorhout Mees
en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 juli 2024.
griffier rolraadsheer
Volledig
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.297.676/01
arrest van 23 juli 2024
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant],
advocaat: mr. A. Koert te Rotterdam,
tegen
BNP Paribas Cardif Schadeverzekeringen N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Cardif,
advocaat: mr. V. Kortenbach te 's-Gravenhage,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 14 september 2021, 23 mei 2023 en 28 november 2023 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/377058 / HA ZA 20-564 gewezen vonnis van 16 juni 2021.
11Het tussenarrest van 28 november 2023
Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door [de oogarts]. Verder is bepaald dat het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) voorlopig ten laste van [appellant] komt. De zaak is vervolgens naar de rol van 5 maart 2024 verwezen in afwachting van het deskundigenbericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
12Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling
[appellant] heeft op 25 januari 2024 het voorschot van € 2.087,25 (inclusief BTW) op de aangegeven wijze voldaan.
Op 29 januari 2024 is aan de deskundige per brief medegedeeld dat het voorschot is voldaan en dat het onderzoek aanvang kan vinden.
Op 19 april 2024 heeft de deskundige per mailbericht aangegeven het dossier nog niet te hebben ontvangen.
Op 22 april 2024 heeft de griffier het dossier per beveiligde USB-stick aan de deskundige verzonden. De termijn voor het indienen van het deskundigenrapport is nader bepaald op
16 juli 2024.
De deskundige heeft bij mailbericht 11 juni 2024 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige heeft een nieuwe indicatie van het voorschot toegezonden, waaruit blijkt dat een aanvullend voorschot van € 1.784,75 (inclusief BTW) toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen. De deskundige verzoekt voorts de termijn voor het inleveren van zijn rapport te verlengen met een termijn van anderhalf tot twee maanden.
Op 12 juni 2024 heeft de griffier van het hof een brief aan de advocaten van partijen verzonden met betrekking tot het aanvullende voorschot en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.
Cardif heeft per akte van 25 juni 2024 laten weten dat zij zich refereert aan het oordeel van het gerechtshof.
[appellant] heeft per mailbericht van 27 juni 2024 aangegeven geen bezwaar tegen het aanvullend voorschot te hebben.
Partijen hebben telefonisch bericht dat zij, omdat eerder een niet geheel juist bedrag was doorgegeven, instemmen met het aanvullend voorschot van € 1.784,75
Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
13De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 1.784,75 (inclusief BTW);
bepaalt dat [appellant] laatstgenoemd bedrag zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 22 oktober 2024;
verwijst dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van [appellant];
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.W.A. van Geloven, E.H. Schulten en T.J. Dorhout Mees
en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 juli 2024.
griffier rolraadsheer