Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2024-07-15
ECLI:NL:GHSHE:2024:2265
Parketnummer : 20-001265-22 Uitspraak : 15 juli 2024 VERSTEK (onip) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 25 mei 2022, in de strafzaak met parketnummer 96-297109-19 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, het bewezenverklaarde feit niet strafbaar verklaard en de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep en de strafbeschikking zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een geldboete van € 150,00, subsidiair 3 dagen hechtenis. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 13 oktober 2019 in de gemeente Goes, op een openbare plaats, te weten de [locatie] , heeft deelgenomen aan een samenscholing en/of zich onnodig heeft opgedrongen en/of heeft gevochten en/of door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven tot ongeregeldheden, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar een ander persoon een kopstoot gegeven en vervolgens een rechterhoek, tengevolge waarvan die persoon "out" is gegaan en op de grond is gevallen; Zijnde de terminologie in deze tenlastelegging, voor zover daaraan betekenis is gegeven, gebezigd in de zin van Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Goes. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 13 oktober 2019 in de gemeente Goes op een openbare plaats, te weten de [locatie] , heeft gevochten, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar een ander persoon een kopstoot gegeven en vervolgens een rechterhoek, tengevolge waarvan die persoon "out" is gegaan en op de grond is gevallen. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Zeeland, Basisteam Oosterscheldebekken, zaaknummer 002154319. Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. 1. Het proces-verbaal van overtreding d.d. 19 december 2019, inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] : Overtredingsgegevens / waarnemingDatum: 13-10-2019Gemeente: GoesLocatie: [locatie]Soort weg: Een voor het openbaar verkeer openstaande weg Wij kregen te horen dat er in de [locatie] een vechtpartij geweest was. Ter plaatse zagen wij dat er een jongeman, dhr. [slachtoffer] , op de grond zat met een aantal mensen er om heen. [slachtoffer] had een kopstoot en een klap gekregen van [verdachte] . [slachtoffer] gaf aan dat hij geen aangifte wilde doen van mishandeling. Door collega [verbalisant 3] werden de camerabeelden in de [locatie] op het bureau bekeken en op de camerabeelden was te zien dat verdachte [verdachte] driftig op slachtoffer [slachtoffer] inliep, zijn armen Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of het in artikel 2:1, eerste lid, van de APV Goes 2018 verboden “vechten” niet de in artikel 141 Sr strafbaar gestelde gedragingen dupliceert. Deze vraag moet naar het oordeel van het hof ontkennend worden beantwoord. Het hof overweegt in dit verband dat de gedragingen die onder de reikwijdte van artikel 141 Sr vallen vereisen dat deze gedragingen tezamen en in vereniging met een of meer anderen zijn gepleegd. Het vechtverbod zoals opgenomen in artikel 2:1, eerste lid, van de APV Goes 2018 is daarentegen gericht op het voorkomen van vechtpartijen in de openbare ruimte die de rust en veiligheid verstoren, waarbij niet vereist is dat het feit in vereniging gepleegd wordt. Het hof is daarom van oordeel dat het bepaalde in artikel 2:1, eerste lid, van de APV Goes 2018 voor zover dit inhoudt een verbod op ‘vechten’ in zijn algemeenheid een toelaatbare aanvulling vormt op de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht, in het bijzonder het bepaalde in artikel 141 van dit wetboek. Het hof ziet daarom geen grond om deze APV-bepaling onverbindend te achten wegens strijd met het bepaalde in artikel 121 van de Gemeentewet. In dit concrete geval blijkt voorts uit niets dat het tenlastegelegde geweld daadwerkelijk werd gepleegd door de verdachte tezamen en in vereniging met een of meer andere personen. Reeds hierom bestaat evenmin grond om het bepaalde in artikel 2:1, eerste lid, van de APV 2018 voor zover dit inhoudt een verbod op ‘vechten’ in dit concrete geval buiten toepassing te laten wegens strijd met het bepaalde in artikel 121 van de Gemeentewet. Ook overigens zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die aan de strafbaarheid van het bewezenverklaarde in de weg staan. Kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: overtreding van artikel 2:1, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Goes 2018. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 2:1, eerste lid, van de APV Goes 2018 door te vechten. Daarbij heeft de verdachte een ander persoon een kopstoot gegeven en vervolgens een rechterhoek, waarna die persoon "out" is gegaan en op de grond is gevallen. Bovendien vond het voorval plaats op een openbare plaats, waardoor meerdere omstanders getuige zijn geweest van het geweld, hetgeen bijdraagt aan gevoelens van onveiligheid in de openbare/publieke ruimte. Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 29 april 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk voor een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld. Uit voornoemd uittreksel blijkt voorts dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Alles omstandigheden afwegende acht het hof, evenals de advocaat-generaal, oplegging van een geldboete van € 150,00, subsidiair 3 dagen hechtenis passend en geboden. Ten aanzien van de berechting binnen een redelijke termijn overweegt het hof het volgende. Het hof stelt voor