Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-05-30
ECLI:NL:GHSHE:2024:1824
Civiel recht
Hoger beroep
3,069 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 30 mei 2024
Zaaknummer : 200.338.883/01
Zaaknummer eerste aanleg : 10450928 \ EZ VERZ 23-133
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant]
,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
gemachtigde: mr. M.J.M. Jansen-van Beek te Eindhoven ,
tegen
[verweerder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. F. Boukhris te Heerlen,
belanghebbenden:
a. mevrouw [belanghebbende 1],
wonende te [woonplaats] ,
b. mevrouw [belanghebbende 2],
wonende te [woonplaats] ,
c. de heer [belanghebbende 3],
wonende te [woonplaats] ,
d. mevrouw [belanghebbende 4],
wonende te [woonplaats] ,
e. mevrouw [belanghebbende 5],
wonende te [woonplaats] ,
f. de heer mr. [executeur] LL.M., in zijn hoedanigheid van benoemde executeur,
gevestigd te [vestigingsplaats] , kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,
hierna te noemen: de executeur [executeur] .
Procesverloop
Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 7 april 2023, waarbij de zaak is verwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Limburg, locatie Roermond. Het hof verwijst daarnaast naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 14 december 2023 (waarvan beroep), waarbij de kantonrechter [appellant] als executeur in de nalatenschap van de heer [erflater] heeft ontslagen en in zijn plaats [executeur] tot executeur heeft benoemd en heeft bepaald dat de executeur loon toekomt tegen een tarief overeenkomstig de Recofa-richtlijnen.
Procesverloop
2.1.
Bij beroepschrift met producties (nr. 1 t/m 21, waaronder het procesdossier eerste aanleg), ingekomen ter griffie van dit hof op 11 maart 2024, heeft [appellant] – kort weergegeven – geconcludeerd dat de beschikking van 14 december 2023 moet worden vernietigd en dat het verzoek om [appellant] te ontslaan als executeur moet worden afgewezen.
2.2.
Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van dit hof op 25 april 2024, heeft [verweerder] het hof verzocht om het hoger beroep van [appellant] niet-ontvankelijk te verklaren, ongegrond
te verklaren of af te wijzen, als zijnde ongegrond en/of onbewezen met veroordeling van [appellant] in de kosten van beide instanties.
2.3.
Het hof heeft verder kennisgenomen van de inhoud van:
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de kantonrechter van 6 november 2023;
de aanvullende producties (nr. 22 t/m 26) namens [appellant] , ingediend bij V6-formulier en ingekomen ter griffie van dit hof op 2 mei 2024 en
de op de mondelinge behandeling in hoger beroep namens [appellant] en [verweerder] overgelegde en voorgelezen pleitaantekeningen.
2.4
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 mei 2024. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
[appellant] , bijgestaan door mr. Jansen-van Beek;
[verweerder] , bijgestaan door mr. Boukhris;
mevrouw [belanghebbende 1] ;
mevrouw [belanghebbende 2] ;
de heer [belanghebbende 3] ;
mevrouw [belanghebbende 4] ;
de executeur [executeur] en
de heer D. Aydin, tolk in de Turkse taal (tolkennummer 10011).
Feiten
3.1.
Het hof gaat uit van de volgende feiten.
a. Op [datum] 2020 is te [woonplaats] overleden de heer [erflater] (hierna: erflater), geboren te [geboorteplaats] , Turkije, op [geboortedatum] 1939. Erflater was laatstelijk woonachtig te [woonplaats] en heeft vermogen in Nederland en Turkije nagelaten.
Erflater en zijn vrouw (hierna: de moeder) zijn op 4 april 1957 in Turkije met elkaar gehuwd. Erflater heeft zich rond 1965 eerst in België gevestigd en is sinds 1969 in Nederland komen wonen. De moeder is met hun kinderen in augustus 1979 in Nederland komen wonen. Op 6 juli 1979 heeft erflater een woning in [woonplaats] gekocht. Sinds januari 1993 woonden erflater en de moeder feitelijk gescheiden van elkaar.
Bij testament verleden op 26 september 2019 ten overstaan van notaris [notaris] te [woonplaats] heeft erflater zijn zoon [appellant] als executeur benoemd en zijn zeven kinderen – [verweerder] , [appellant] en de vijf belanghebbenden onder sub a t/m e – tot zijn erfgenamen benoemd. De moeder van de kinderen is onterfd. In het testament heeft erflater een rechtskeuze voor het Nederlandse recht uitgebracht.In Turkije heeft erflater een testament met dezelfde inhoud laten opstellen, dat door moeder in een juridische procedure wordt bestreden.
[appellant] heeft zijn benoeming tot executeur aanvaard.
Eerste aanleg
3.2.
[verweerder] heeft de kantonrechter verzocht om [appellant] te ontslaan als executeur wegens gewichtige redenen en een onafhankelijke executeur te benoemen.
3.2.1.
De kantonrechter heeft [appellant] als executeur in de nalatenschap van erflater ontslagen en in zijn plaats de executeur [executeur] benoemd. De kantonrechter heeft vastgesteld dat er in de onderhavige zaak een verschil van mening bestaat tussen [verweerder] en [appellant] , en eveneens tussen de overige erfgenamen, over de wijze van informatieverstrekking door [appellant] als executeur. [verweerder] en een aantal andere erfgenamen koesteren daarnaast wantrouwen jegens [appellant] omdat de nalatenschapsgelden niet op een ervenrekening staan maar op de eigen privérekening van [appellant] . Een ander belangrijk punt waarover volgens de kantonrechter onrust tussen de erfgenamen bestaat, is de gerechtelijke procedure tegen de moeder in Turkije en alles wat daarmee samenhangt. Volgens de kantonrechter heeft een en ander ertoe geleid dat de verhoudingen tussen [verweerder] en twee zussen enerzijds, en [appellant] en twee zussen en een broer anderzijds, gaandeweg zijn verslechterd. Daarvan is ook duidelijk ter gelegenheid van de mondelinge behandeling gebleken. De kantonrechter is van oordeel dat de onderlinge verhoudingen tussen de erfgenamen op het moment van de beschikking dusdanig slecht zijn, dat daardoor de goede en voorspoedige afwikkeling van de nalatenschap in het gedrang komt en dat er dan ook gewichtige redenen bestaan om [appellant] als executeur te ontslaan.
Hoger beroep
3.3.
[appellant] heeft in zijn beroepschrift één grief aangevoerd. Daarmee betoogt hij – kort en zakelijk weergegeven – dat er geen gewichtige reden bestaat om tot ontslag van [appellant] in zijn hoedanigheid van executeur over te gaan. Volgens [appellant] zijn alle erfgenamen van meet af aan op de hoogte gebracht of hadden op de hoogte kunnen zijn van de huurovereenkomst die gesloten is met één van de erfgenamen. [appellant] heeft ook van meet af aan de erfgenamen geïnformeerd dat er geen ervenrekening kon worden geopend omdat de notaris bleef weigeren om een verklaring van erfrecht af te geven en dat op zijn rekening nalatenschapsgelden staan. Hoe de gerechtelijke procedure in Turkije tot wantrouwen zou leiden bij de erfgenamen is voor [appellant] niet duidelijk, omdat niet hij maar de moeder deze procedure is gestart en de bezwaren van de erfgenamen niet weg worden genomen als er een nieuwe executeur wordt benoemd.
3.3.1.
Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling op 15 mei 2024 heeft [appellant] hieraan – kort en zakelijk weergegeven – desgevraagd nog toegevoegd dat hij niet aan zijn moeder heeft gevraagd wat haar inkomsten tijdens het huwelijk waren en of er sprake is geweest van vermogensvermeerderingen zoals bedoeld in het advies van notaris [notaris] van 9 november 2021 (productie 16 bij beroepschrift). Volgens [appellant] moet hij eerst de verklaring van erfrecht ontvangen.
3.4.
[verweerder] heeft zowel bij verweerschrift als bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep verweer gevoerd tegen de stellingen van [appellant] . Kort gezegd komt dit verweer erop neer dat er gewichtige redenen aanwezig zijn voor het ontslag van [appellant] als executeur. Voor zover thans relevant zal het hof bij de beoordeling nader ingaan op het verweer van [verweerder] .
3.5.
Ter zitting hebben de belanghebbenden a tot en met c het hof laten weten het niet eens te zijn met het ontslag van [appellant] , omdat hij zijn taak als executeur goed vervult.Belanghebbende d heeft aangegeven dat zij geen vertrouwen meer heeft in het optreden als executeur door [appellant] .
3.6.
Het hof komt tot de volgende beoordeling.
3.6.1.
Artikel 4:142 lid 1 BW bepaalt dat een erflater bij uiterste wilsbeschikking een of meer executeurs kan benoemen. De executeur heeft ingevolge artikel 4:144 lid 1 BW voor zover de erflater niet anders heeft beschikt, tot taak de goederen der nalatenschap te beheren en de schulden der nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan. Op grond van artikel 4:149 lid 1 onder f BW eindigt de taak van een executeur door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent. Het ontslag wordt hem op grond van artikel 4:149 lid 2 BW verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve. De vraag die het hof moet beantwoorden is of sprake is van gewichtige redenen op grond waarvan [appellant] als executeur moet worden ontslagen. Het hof beantwoordt die vraag bevestigd en licht dat toe.
3.6.2.
Het hof stelt voorop dat het aannemelijk is dat [appellant] zijn uiterste beste heeft gedaan om aan de wens van erflater te voldoen om de rol van executeur naar eer en geweten en naar beste kunnen te vervullen. Het hof is echter van oordeel dat er gewichtige redenen zijn om [appellant] te ontslaan als executeur, omdat de afwikkeling van de nalatenschap van erflater een zeer ingewikkelde juridische kwestie is en aan het hof is gebleken dat [appellant] dit niet althans niet voldoende heeft onderkend, althans daar onvoldoende naar gehandeld heeft. Uit het advies van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, zoals is ingewonnen door de notaris [notaris] (zie productie 16 bij beroepschrift), blijkt dat het Turkse huwelijksvermogensrecht van toepassing is op de relatie tussen vader (erflater) en moeder, dat het wettelijke stelsel van huwelijksvermogensrecht sinds 1 januari 2002 in Turkije is gewijzigd van een uitsluiting van iedere gemeenschap naar een verrekenstelsel en dat de moeder misschien nog een vordering op de nalatenschap van erflater heeft. Dit afhankelijk van de vraag of de waarde van de verwervingen van erflater tijdens het huwelijk – naar het hof voorshands begrijpt vanaf 2002 tot datum overlijden – hoger waren dan de verwervingen van de moeder en dat beide partijen dus inzicht moeten geven in het verloop van hun vermogen. Verder geldt dat op de nalatenschap van erflater het Nederlandse erfrecht van toepassing is en dat op zijn vermogen gelegen in Turkije het Turkse erfrecht geldt. Dat kent een legitieme portie voor onder andere de langstlevende echtgenoot, en wel een vierde deel van de nalatenschap.
Dictum
Het hof:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.R.M. de Moor, A.P. Zweers - van Vollenhoven en M.W.M. Souren en is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2024.