Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-05-06
ECLI:NL:GHSHE:2024:1733
Strafrecht
Hoger beroep
5,070 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-002304-23
Uitspraak : 6 mei 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 9 augustus 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-082733-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte voor:
diefstal (feit 1),
diefstal (feit 2),
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod (feit 3),
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de politierechter een beslissing genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder feiten 1, 2 en 3 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de rechthebbende zal gelasten.
Door de verdediging is primair vrijspraak bepleit van het onder feit 3 tenlastegelegde. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij
op of omstreeks 24 maart 2023 te Roermond een pet en/of een trui, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander, toebehoorde(n,) heeft weggenomen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 24 maart 2023 te Roermond tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, diverse kledingstukken, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.
hij op of omstreeks 24 maart 2023 te Roermond opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,69 gram (8 pillen), in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij op 24 maart 2023 te Roermond een pet en een trui, die aan [bedrijf 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op 24 maart 2023 te Roermond diverse kledingstukken, die aan [bedrijf 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.
hij op 24 maart 2023 te Roermond opzettelijk aanwezig heeft gehad 2,69 gram (8 pillen) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Limburg, dossiernummer PL2300-2023045588, gesloten d.d. 21 juni 2023, op ambtsbelofte opgemaakt door J.Frazier, hoofdagent van politie Eenheid Limburg, (doorgenummerde pagina's 1 tot en met 92).
Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Dictum
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Feiten
Het hof volstaat op de voet van het bepaalde in artikel 359 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering met een opgave van de bewijsmiddelen met betrekking tot het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde, aangezien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit.
1. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 maart 2023 (pg. 45 t/m 50), voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte;
2. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 maart 2023 (pg. 8 t/m 10), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 1] , die namens het slachtoffer [bedrijf 1] aangifte deed;
3. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 24 maart 2023 (pg. 6 t/m 7), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangever 2] , die namens het slachtoffer [bedrijf 2] aangifte deed;
4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 maart 2023 (pg. 16), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] ;
5. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 maart 2023 (pg. 11 t/m 13), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige] .
Feit 3
1. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 24 maart 2023 (pg. 35 en 36), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Wij verklaren het volgende. Op 24 maart 2023 werd door ons te Roermond overgenomen de op 24 maart 2023 (het hof begrijpt: te Roermond) aangehouden verdachte:
Voornamen: [verdachte]
Achternaam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedag] 2003
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboorteland: Roemenië
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 maart 2023 (pg. 21 t/m 22), inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Tijdens de insluitingsfouillering werd in de portemonnee van [verdachte] een gripzakje aangetroffen. Ik zag dat in dit gripzakje pillen zaten De inhoud van het
gripzakje werd onderworpen aan een indicatieve (het hof begrijpt: test).
De uitslag van deze test was positief op XTC.
Verdachte
Achternaam : [verdachte]
Voornamen : [verdachte]
Geboren : [geboortedag] 2003
Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Roemenië.
3. De kennisgeving van inbeslagneming (pg. 66), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :
Plaats: Roermond
Omstandigheden: Bij de insluiting van de verdachte werd in zijn portemonnee een gripzakje met daarin 8 pillen aangetroffen.
Goednummer: PL2300-2023045574-1593375
Bijzonderheden: 8 roze kleurige pillen
Beslagene:
Achternaam : [verdachte]
Voornamen : [verdachte]
Geboren : [geboortedag] 2003
Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Roemenië.
4. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 12 mei 2023 (pg. 27 t/m 28), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] en [verbalisant 5] :
Sporendrager
Goednummer: PL2300-2023045574-1593375
SIN: AAQG0023NL
Relatie met SIN: AAQE2257NL
Gewicht netto: 2,69 gram
Aantal monsters: 1
Omschrijving: Het betrof 8 rood gekleurde diamantvormige tabletten
met aan één zijde een afbeelding van een doodshoofd en
aan de andere zijde een breuklijn.
Monster A:
SIN: AAQE2257NL
Relatie met SIN: AAQG0023NL
Monster afkomstig uit goed met SIN AAQG0023NL
Bijzonderheden: monster betreft het volledige goed.
5. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag ‘Rapport NFiDENT’ d.d. 12 mei 2023, zaaknummer 2023.05.12.095 (aanvraag 001), opgesteld door NFI-deskundige forensische drugsanalyse ing. [rapporteur], rapporteur (pg. 29), voor zover inhoudende:
Vraagstelling: Bevat het materiaal amfetamine, cocaïne, heroïne, metamfetamine en/of MDMA?
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AAQE2257NL
tablet, rood, uit 2,69 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: een
Bevat MDMA
Aanvullende informatie
Opiumwet
MDMA is vermeld op lijst I van de Opiumwet.
Bewijsoverwegingen
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep – op gronden zoals verwoord in de pleitnota – vrijspraak bepleit van het onder feit 3 tenlastegelegde. Daartoe is in de kern aangevoerd dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van het MDMA bevattende materiaal in zijn heuptas. Volgens de verdediging is het mogelijk dat een andere persoon de pillen in het tasje van de verdachte heeft geplaatst. Derhalve kan niet uitgesloten worden dat de verdachte geen wetenschap heeft gehad van de aangetroffen pillen. Voorgaande maakt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van het onder feit 3 tenlastegelegde te komen, aldus de raadsman.
Het hof stelt voorop dat voor de vraag of sprake is van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen in de zin van artikel 2 onder C van de Opiumwet vereist is dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van de verdachte hebben bevonden. Daarnaast is vereist dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van materiaal bevattende amfetamine, althans wetenschap van de aanmerkelijke kans daarop. Niet behoeft te worden vastgesteld dat de verdovende middelen aan de verdachte toebehoorden.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Op 24 maart 2023 hebben verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] tijdens de insluitingsfouillering 8 pillen aangetroffen in de portemonnee van de verdachte. Na onderzoek bleek het te gaan om 2,69 gram van een materiaal bevattende MDMA. Het hof stelt in dit verband voorop dat de pillen in de bij de insluitingsfouillering aangetroffen portemonnee van de verdachte zaten en derhalve in zijn machtssfeer zijn aangetroffen. Verondersteld mag worden dat de verdachte als eigenaar en gebruiker van zijn portemonnee – behoudens contra-indicaties voor het tegendeel – weet heeft van en verantwoordelijk is voor de aanwezigheid van de daarin aangetroffen verdovende middelen.
De verdediging voert het verweer dat een andere persoon de pillen in het heuptasje heeft geplaatst, dat dit gebeurd moet zijn op een verjaardagsfeestje twee dagen voor verdachtes aanhouding, dat de verdachte in de tussentijd niet meer in zijn heuptasje heeft gekeken en dat de verdachte aldus geen enkele wetenschap had van de aanwezigheid daarvan in zijn heuptasje.
Verdachte spreekt in zijn verhoor (p. 48) over een (Calvin Klein) heuptas en een schoudertas die bij hem zijn aangetroffen. Naar mag worden aangenomen wordt een schoudertas niet snel aangezien voor een portemonnee. Dit ligt mogelijk anders voor wat betreft een heuptas., hoewel mag worden verwacht dat de politie het verschil tussen een portemonnee en een heuptas wel kan maken en dat ook maakt in de diverse processen-verbaal. Wat daar verder ook van zij, de door de verdediging beschreven toedracht – namelijk dat een ander deze pillen in de heuptas van de verdachte heeft geplaatst – is naar het oordeel van het hof niet geloofwaardig. Niet alleen heeft de verdachte dat zelf niet verklaard, hij heeft het er louter over dat hij op een verjaardagsfeestje is geweest twee dagen tevoren, maar tevens ziet het hof zonder nadere relevante informatie, die door de verdediging niet is gegeven, niet in waarom een onbekend gebleven ander dat zonder de wetenschap van de verdachte en ook nog eens zonder (bedenkbare) reden zou hebben gedaan. Het hof acht deze toedracht, gelet op het hiervoor overwogene, onaannemelijk. Het hof schuift dit alternatieve scenario van de verdediging dan ook ter zijde en is van oordeel dat de verdachte op 24 maart 2023 te Roermond opzettelijk 2,69 gram van een materiaal bevattende MDMA aanwezig heeft gehad.
Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging.
Resumerend acht het hof, gelet op het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen
– in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Het onder feit 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal.
Het onder feit 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet
gegeven verbod.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep primair verzocht om te volstaan met een geheel voorwaardelijke straf, nu uit onderzoek volgt dat kortdurende gevangenis-straffen ineffectief blijken te zijn. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting een geldboete als uitgangspunt nemen indien sprake is van een eenvoudige winkeldiefstal alsmede het aanwezig hebben van 0-10 gram harddrugs. Subsidiair is door de raadsman verzocht om te volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, in combinatie met een voorwaardelijke strafdeel.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich op 24 maart 2023 schuldig heeft gemaakt aan diefstal bij twee verschillende kledingwinkels. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de verdachte mitsdien op strooptocht is gegaan in de Designer Outlet Roermond, door op dezelfde dag bij twee verschillende winkels meerdere kledingstukken te stelen. Uit het dossier volgt dat de gestolen kledingstukken in totaal een aanzienlijke waarde hadden. Dergelijk handelen levert voor winkeliers veel overlast en ergernis op en hindert hen in de bedrijfsvoering. Daarnaast houdt het hof rekening met de omstandigheid dat ook de maatschappij als geheel schade ondervindt van winkeldiefstallen als de onderhavige, doordat de kosten die gemoeid zijn met het nemen van veiligheidsmaatregelen tegen diefstallen uiteindelijk door de consumenten worden betaald. Door zijn handelswijze heeft de verdachte bijgedragen aan deze nadelige gevolgen. De verdachte heeft voor die gevolgen kennelijk geen oog gehad en zich slechts laten leiden door eigen financieel gewin.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid harddrugs.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 4 STK Schoenen (Omschrijving: PL2300-2023045448-1593281, groen, merk: Nike);
- 1 STK Zonnebril (Omschrijving:PL2300-2023045448-1593517, bruin, merk: Guess).
Aldus gewezen door:
mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,
mr. J.F. Dekking en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L. van Harskamp, griffier,
en op 6 mei 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.