Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-04-25
ECLI:NL:GHSHE:2024:1449
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
670 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 25 april 2024
Zaaknummer: 200.334.661/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/290143 FA RK 21-1137
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader]
,
wonende te [woonplaats] (België),
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. J. Jansen,
tegen
[de moeder]
,
wonende op een bij het hof bekend adres,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.H.J.M. Stassen.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
vestiging: [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de raad.
In het kort:
Deze zaak gaat over de minderjarige:
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats].
Procesverloop
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 11 augustus 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
Procesverloop
2.1.
De vader is in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking.
2.2.
Bij e-mailbericht van 20 maart 2024 heeft (de advocaat van) de vader het hoger beroep ingetrokken.
2.3.
Bij V8-formulier van 21 maart 2024 heeft (de advocaat van) de moeder laten weten met de intrekking in te stemmen.
2.4.
Gelet hierop heeft de mondelinge behandeling die bij het hof gepland stond geen doorgang gevonden.
Beoordeling
3.1.
Het hof maakt uit voormeld bericht van de vader op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat vader niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.
3.2.
Het hof zal, gelet op de aard van de procedure, de proceskosten in hoger beroep compenseren, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.
Dictum
Het hof:
verklaart de vader niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep;
compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, J.C.E. Ackermans-Wijn en F. Dunki Jacobs en is op 25 april 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.