Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-04-25
ECLI:NL:GHSHE:2024:1439
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
1,252 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 25 april 2024
Zaaknummer: 200.310.935/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/298105 / FA RK 21-4152
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader]
,
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. R.P.H.W. Haas,
tegen
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. R.P.F. Rober.
Deze zaak gaat over [minderjarige 1] ([minderjarige 1]), geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats]. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:De Raad voor de Kinderbescherming,hierna te noemen: de raad.
5De beschikking van 8 juni 2023
5.1.
Het hof heeft in deze zaak bij beschikking van 8 juni 2023 de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 4 mei 2022 vernietigd voor zover daarbij het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij hem te bepalen is afgewezen. In zoverre opnieuw rechtdoende heeft het hof de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] alsnog bij de vader bepaald.
5.2.
Het hof heeft de beslissing met betrekking tot de zorgregeling zes maanden aangehouden in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening en het hof heeft opdracht gegeven aan de raad om het onderzoek te hervatten en een definitief advies uit te brengen over de zorgregeling. Iedere verdere beslissing is pro forma aangehouden tot 15 december 2023.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- het rapport van de raad d.d. 22 februari 2024;
- het V8-formulier d.d. 26 februari 2024 van de zijde van de moeder;
- het V8-formulier d.d. 4 maart 2024 van de zijde van de vader.
7De verdere beoordeling
7.1.
De raad besluit in het raadsrapport van 22 februari 2024 om het onderzoek naar de opvoedingssituatie van [minderjarige 1] af te sluiten onder verwijzing van de ouders naar de gemeente [woonplaats moeder] voor het initiëren van een structureel contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
7.2.
De raad adviseert het hof om met betrekking tot [minderjarige 1] de behandeling van het verzoek dat ziet op de verdeling van zorg- en opvoedingstaken aan te houden in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening voor [minderjarige 1] en de raad de opdracht te geven om het onderzoek na zes maanden te hervatten, teneinde een definitief advies te geven.
7.3.
Blijkens de reacties van partijen en [minderjarige 1] op het raadsrapport, zoals weergegeven onder 11. van het raadsrapport, kunnen de ouders en [minderjarige 1] zich conformeren aan het advies van de raad. Partijen hebben het hof voorts bij voornoemde V8-formulieren van respectievelijk 26 februari 2024 en 4 maart 2024 bevestigd dat zij kunnen instemmen met het advies van de raad.
7.4.
Het hof overweegt als volgt.7.4.1. Gelet op het advies van de raad en het feit dat partijen zich kunnen vinden in dit advies, zal het hof de beslissing over de zorgregeling aanhouden in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening. Het hof geeft de raad daarbij de opdracht om het onderzoek zes maanden na afsluiting van het onderhavige raadsonderzoek te hervatten, derhalve uiterlijk 22 augustus 2024, en een definitief advies uit te brengen over de zorgregeling.
Indien de raad daartoe aanleiding ziet en/of de ingezette hulpverlening stagneert, kan de raad eerder een terugkoppeling aan het hof geven.
Partijen zullen vervolgens door het hof in de gelegenheid worden gesteld binnen twee weken schriftelijk te reageren op het rapport en het advies van de raad.
7.4.2.
Dictum
Het hof:
houdt de beslissing met betrekking tot de zorgregeling zes maanden aan in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening en geeft de opdracht aan de raad om het onderzoek te hervatten en een definitief advies uit te brengen over de zorgregeling;
verzoekt de raad tijdig vóór de hierna te noemen pro forma datum rapport en advies uit te brengen aan het hof, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen;
houdt iedere verdere beslissing PRO FORMA aan tot 22 oktober 2024.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, H. van Winkel en A.M. Bossink en is op 25 april 2024 uitgesproken in het openbaar door mr. E.M.C. Dumoulin in tegenwoordigheid van de griffier.