Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-01-26
ECLI:NL:GHSHE:2024:1426
Strafrecht
Hoger beroep
6,415 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-001620-23
Uitspraak : 26 januari 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 1 juni 2023 in de strafzaak met parketnummer 02-128120-20 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van medeplegen van oplichting veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis. Voorts heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 650,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel, de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaard en de verdachte veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij. Tot slot is de teruggave gelast aan de verdachte van het inbeslaggenomen horloge.
Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis en de teruggave aan de verdachte zal gelasten van het inbeslaggenomen horloge. Voorts heeft de advocaat-generaal het hof verzocht om ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij te beslissen conform de politierechter.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 4/5 januari 2020 te Middelburg, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[benadeelde] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
650 euro, althans een hoeveelheid geld, door zich voor te doen als bonafide verkoper van een iPad via Marktplaats.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 4 januari 2020 in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid
[benadeelde] heeft bewogen tot de afgifte van 650 euro,
door zich voor te doen als bonafide verkoper van een iPad via Marktplaats.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
1. Het proces-verbaal van aangifte met bijlage d.d. 20 februari 2020 (dossierpagina’s 39-51), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde] :
Plaats delict: Garmerwolde, binnen de gemeente Groningen
Pleegdatum/tijd: zaterdag 4 januari 2020 om 22:19 uur
Achternaam : [benadeelde]
Voornamen : [benadeelde]
deed aangifte en verklaarde het volgende over het in de aanhef vermelde incident, dat plaatsvond op de locatie genoemd bij plaats delict, op zaterdag 4 januari 2020 om 22:19 uur.
"I wanted to buy IPad Pro 12.9 inch from the seller on Marktplaats. The seller's name was [naam 1] . So, we agreed the price 650 Euro and that he can ship it to me. He sent me tikkie request for paying 650 EURO. I payed it. Destination IBAN is [rekeningnummer 1] (het hof begrijpt: [rekeningnummer 1]).
He also gave me his personal data:
[naam 1] , [adres 2] .
Heeft de verkoper iets geleverd? nee
Heeft u de verkoper betaald voor het product? ja, 650 euro via tikkie
(On)roerende goederen:
IPAD PRO 12.9 INCH 3E GEN 64GB
Merk: APPLE
Type: IPAD PRO 12.9' ' 3E GEN, 64GB
Advertentiegegevens:
Advertentietitel: Ipad pro 12.9’'3e gen 64GB spacegrey
Advertentienummer: m1499649058
Accountnaam verkoper: [naam 1]
Hoe is de verkoper volgens u te werk gegaan om u te benadelen?
I called the seller using phone number [telefoonnummer] , and also using WhatsApp on the same number. We agreed that I pay the lot and he sends it to me. So he sent me tikkie request for 650 EURO and I payed it. Then the seller disappeared.
Verkoper:
Telefoon: [telefoonnummer]
Betaling:
Hoe hebt u betaald? Betaalverzoek
Rekeningnummer: [rekeningnummer 1]
Bedrag aankoop in euro's: 650,00
Datum betaling: 04-01-2020
Tijd betaling: 22:19
Ik doe aangifte van online handelsfraude (Art.326e WvSr) dan wel oplichting (Art. 326 WvSr). Had ik geweten dat de verdachte een beroep of gewoonte maakt van het niet leveren van een goed, na betaling daarvan, dan wel doordat de verdachte een valse naam en/of valse hoedanigheid aannam en/of gebruik maakte van listige kunstgrepen/samenweefsel van verdichtsels, en ik daardoor werd bewogen tot de afgifte van geld en/of een goed, dan zou ik niet tot afgifte van geld/goed zijn overgegaan.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 maart 2020 (dossierpagina’s 153 en 154) voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Door middel van een vordering verstrekking historische gegevens zijn de gegevens omtrent advertentie ml499649058 opgevraagd.
Te zien is dat de advertentie is aangemaakt door het gebruikersID 707599 met de volgende gegevens:
Email: MPNL [e-mailadres]
Gebruikersnaam: [naam 1]
Plaats: [adres 2]
Datum aanmelding: 03-03-2005 12:33:23 uur
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 maart 2020 (dossierpagina’s 133 en 134) voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Uit onderzoek is gebleken dat het IBAN nummer [rekeningnummer 1] (het hof begrijpt: [rekeningnummer 1]) op naam staat van Hr. [naam 2] .
De ING Bank heeft het rekeningoverzicht verstrekt in de periode van 1 januari 2020 00:00 uur en 14 januari 2020 23:59 uur.
Feiten
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte een rol in de tenlastegelegde oplichting van aangever heeft gespeeld. Daartoe is – op gronden zoals verwoord in de pleitnota – kort gezegd, aangevoerd dat:
de verklaring van [getuige] onbetrouwbaar is;
medeverdachte [medeverdachte] continu contact had met [getuige] ;
de verdachte niet in verband te brengen is met de Marktplaats advertentie, de (app)gesprekken met de koper of met het rekeningnummer waarop € 650,00 is gestort;
geen herkenning op de camerabeelden mogelijk is;
het fysiek pakken van het geld niets zegt over een strafbaar feit en
uit het dossier niet volgt dat de verdachte de Engelse taal beheerst.
Derhalve kan niet worden vastgesteld dat de verdachte opzet had op het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling, noch dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [medeverdachte] , aldus de verdediging.
Op grond van de bewijsmiddelen stelt het hof vast dat aangever [benadeelde] het slachtoffer is geworden van oplichting. Door [benadeelde] is in verband met een advertentie op Marktplaats.nl voor een iPad op 4 januari 2020 om 22.19 uur een bedrag van € 650,00 middels een tikkie betaald. De verkopende partij was sinds 2005 actief op Marktplaats.nl, deed zich voor als [naam 1] wonende te [adres 2] en maakte gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Voornoemd bedrag is wel betaald op de rekening van [naam 2] maar de aangeboden iPad werd nooit opgestuurd.
Een half uur nadat voornoemd bedrag op de bankrekening van [naam 2] is gestort, is door [medeverdachte] en [verdachte] een bedrag van € 640,00 van deze zelfde bankrekening gepind bij een automaat van de ING bank te Middelburg.
Het hof stelt vast dat [medeverdachte] en [verdachte] zich hebben voorgedaan als bonafide verkoper, met een account dat sinds 2005 actief is op Marktplaats.nl en dat zij tegenover aangever gebruik hebben gemaakt van een valse naam. Daarnaast volgt uit het dossier dat zowel via de communicatiemogelijkheid op Marktplaats.nl als via WhatsApp contact is geweest, zodat niet alleen uit het enkel plaatsen van de advertentie op Marktplaats.nl bij aangever de indruk werd gewekt dat de verkopende partij daadwerkelijk over de iPad beschikte, maar die indruk werd door middel van het berichtenverkeer bewust versterkt door onder andere een schermafbeelding te sturen waarop te zien is dat er door Marktplaats.nl een code zou zijn gestuurd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] . Door deze gedragingen werd aangever bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van € 650,00.
Voor medeplegen is een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten vereist, waarbij de bijdrage van de verdachte intellectueel en/of materieel van voldoende gewicht moet zijn. Of daarvan sprake is, hangt af van de concrete feiten en omstandigheden van het geval.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte gebruik maakte van het vermelde telefoonnummer [telefoonnummer] , dat hij al dan niet tezamen met een van zijn medeverdachten WhatsApp contact heeft gehad met de verkoper en dat hij van zaterdag 4 januari 2020 omstreeks 19:00 uur tot zondag 5 januari 2020 omstreeks 18:30 uur bij medeverdachte [medeverdachte] is geweest, dat hij samen met haar naar de betaalautomaat op de Markt in Middelburg is gegaan en dat zij samen het geld hebben gepind. De telefoon was in het bezit van verdachte ten tijde van het plegen van het feit. Niet is het hof gebleken dat de telefoon in vermelde periode zonder zijn toestemming voor dit tenlastegelegde oogmerk bij een ander in gebruik is geweest. Verdachte beschikte over de telefoon waarmee contact met de koper plaatsvond, de koper heeft op het telefoonnummer van verdachte met een man gesproken waarvan het hof aanneemt, gelet op alle feiten en omstandigheden, dat dat verdachte moet zijn geweest, en voorts is verdachte op beelden te zien als degene die het door de koper, op een bankrekening van een derde, gestorte en kort daarna door de medeverdachte gepinde geldbedrag fysiek in ontvangst heeft genomen.
Op grond van deze handelingen is het hof van oordeel dat de verdachte aan deze oplichting met zijn gedragingen een zodanige bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte] . De verdachte heeft ook opzet gehad op deze samenwerking. Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting, zoals is tenlastegelegd.
Het hof verwerpt mitsdien het verweer in alle onderdelen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
medeplegen van oplichting.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Meer in het bijzonder overweegt het hof het navolgende.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt medeplegen van Marktplaats-oplichting. Door zich voor te doen als bonafide verkoper op Marktplaats is de koper bewogen tot afgifte van het aankoopbedrag van € 650,00. Hij heeft hierbij alleen uit winstbejag gehandeld en heeft zich geen enkele rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. Niet alleen brengen oplichtingspraktijken als deze bij de gedupeerden een hoop ergernis teweeg en financiële schade toe, maar zij schaden ook het vertrouwen in het financiële verkeer en daarnaast het vertrouwen dat personen in elkaar moeten en kunnen hebben als ze onderling zaken met elkaar doen via websites zoals Marktplaats. Het is derhalve een ernstig feit waaraan de verdachte zich heeft schuldig gemaakt.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 6 november 2023 waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk door de rechter is veroordeeld. Dit zijn evenwel geen veroordelingen voor soortgelijke strafbare feiten.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Alles afwegende acht het hof oplegging van een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, passend en geboden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij [benadeelde] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 850,00, bestaande uit € 650,00 ter zake van materiële schade en € 200,00 ter zake van immateriële schade.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis;
gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
een horloge (omschrijving: G2140837, zilverkleurig, merk: Seiko).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;
legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 13 (dertien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;
bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 5 januari 2020.
Aldus gewezen door:
mr. A.C. Bosch, voorzitter,
mr. H.A.T.G. Koning en mr. P.J.D.J. Muijen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.C.J.M. Hillebrandt, griffier,
en op 26 januari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. P.J.D.J. Muijen is buiten staat dit arrest mede te onderteken.
Onder dit kopje wordt telkens - tenzij anders vermeld - verwezen naar dossierpagina’s van het doorgenummerde eindproces-verbaal van politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, District Zeeland, Districtsrecherche Zeeland, Onderzoek Skarn, Onderzoeksnummer ZW1R020009, proces-verbaalnummer PL2600-2020001499 met sluitingsdatum 6 mei 2020, doorgenummerde dossierpagina's 1-171. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
Inleiding
Daarop is te zien dat er op 4 januari 2020 om 22:19 uur een bedrag van 650 euro door middel van een tikkie is overgemaakt op deze rekening vanaf [benadeelde] IBAN nummer [rekeningnummer 2] . Ook is te zien dat er op 4 januari 2020 om 22:42 uur een bedrag van 640 euro wordt gepind bij een automaat van de ING bank op [adres 3] .
4. De eigen waarneming van het hof op de afbeelding van een bankpas van ING op naam van [naam 2] die als bijlage (dossierpagina 109) bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2020 van verbalisant [verbalisant 2] inhoudende:
Op de bankpas is te zien de naam: Hr. [naam 2] en de bankrekening: [rekeningnummer 1] .
5. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 februari 2020 (dossierpagina’s 142 en 143) voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Naar aanleiding van de vordering van beelden van de bewakingscamera van de ING-bank aan de Markt te Middelburg heb ik deze op 10 februari 2019 (het hof begrijpt 2020) ontvangen en bekeken.
Ik zag dat er op 4 januari 2020 om 22:41:51 uur twee personen aan komen lopen die rechtstreeks naar de pinautomaat lopen. Ik zag dat het een jonge blanke vrouw betrof met lange blonde haren. Naast haar liep een man, donkere huidskleur gekleed in donkere jas met capuchon en aanmerkelijk langer dan de vrouw. Aan de hand van eerdere door mij geziene filmbeelden uit onderzoek Pyroxeniet en een verhoor in dat onderzoek herkende ik twee hieronder te noemen [medeverdachte] en [verdachte] . Ik herkende ze met name aan de signalementen en de combinatie van de twee personen.
Ik zag dat zij om 22:42:09 uur bij de pinautomaat stonden en dat de vrouw een beweging met haar rechterhand naar de automaat maakte, kennelijk om een pas erin te stoppen. Ik zag vervolgens dat zij handelingen op de automaat verrichtte en dat de donkere man er pal naast bleef staan en meekeek wat ze deed. Ik zag dat de donkergekleurde man om 22:42:39 uur zijn rechterhand naar de pinautomaat bewoog en daar kennelijk bankbiljetten uitpakte. Hij hield deze vervolgens bij zich in zijn hand waarna hij omdraaide en samen met de vrouw wegliep. Ik zag dat die twee personen om 22:42:57 uur gezamenlijk weer wegliepen in de richting waar ze vandaan gekomen waren.
6. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 april 2020 (dossierpagina’s 169 en 170) voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Uit de ontvangen aangifte van het LMIO bleek dat de verkoper gebruik had gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] .
De aangever stelde in het gesprek voor om de betaling via Marktplaats gelijk oversteken te laten verlopen. De verkoper gaf aan dat hij deze service van Marktplaats niet kon activeren. De verkoper stuurde een schermafbeelding waarop te zien is dat er door Marktplaats een code is gestuurd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] . De verkoper gaf aan dat hij deze sms niet had ontvangen. De aangever gaf aan dat er op deze manier geen bescherming is voor hem als koper. Hierop zegt de verkoper dat hij toch zijn telefoonnummer heeft en vervolgens geeft hij ook bovenstaande persoonsgegevens door.
De aangever heeft ook via de applicatie WhatsApp met de verkoper gesproken op het telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit was na het gevoerde gesprek op Marktplaats.
Uit dit WhatsApp gesprek blijkt onder andere dat de aangever op 5 januari 2020, omstreeks 10:05 uur, aan de verkoper heeft gevraagd om de iPad terug te zetten naar fabrieksinstellingen voordat hij hem zou verzenden. De verkoper heeft hier op 5 januari 2020, omstreeks 12:16 uur, nog op gereageerd dat hij dit uiteraard zou doen.
Ik heb telefonisch contact gelegd met de aangever. Ik hoorde de aangever vertellen dat hij die avond 4 januari 2020, omstreeks 22:00 uur, via WhatsApp gebeld heeft met de verkoper en dat dit een man betrof.
Ik heb het telefoonnummer [telefoonnummer] in de politiesystemen opgevraagd. Dit telefoonnummer staat gekoppeld aan de verdachte [verdachte] . Hij heeft in de aangifte die hij op zondag 5 januari 2020 heeft gedaan, onder proces-verbaal nummer 2020004568-1, verklaard dat dit zijn telefoonnummer is. In deze aangifte verklaart hij ook dat hij op zaterdag 4 januari 2020, omstreeks 19:00 uur, bij verdachte [medeverdachte] was en dat hij daar is gebleven tot het moment dat de diefstal met geweld op hem werd gepleegd, te weten zondag 5 januari 2020, omstreeks 18:30 uur.
7. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 29 april 2020 (dossierpagina’s 23-30), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte [verdachte] :
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte
O: Opmerking verbalisant
V: Wat voor een telefoon had jij toen?
A: Een Samsung, ik weet niet meer wat voor type het was.
V: Was dat die telefoon die op zondag 5 januari 2020 is weggenomen bij de overval?
A: Ja dat klopt. Ik heb dat ook benoemd in mijn aangifte.
V: Welk telefoonnummer gebruikte jij toen?
A: Die weet ik nu niet meer.
V: Je hebt dat nummer toen wel opgegeven in de aangifte.
A: Ja dat klopt.
V: Leen jij je telefoon wel eens uit?
A: Als iemand die ik ken mij vraagt of hij/zij even mag bellen of internetten dan mag dat wel als ik erbij ben. Het is niet zo dat ik mijn telefoon aan een vreemde geef ofzo.
O: Kort nadat aangever het bedrag voor de Ipad Pro had overgemaakt wordt er een bedrag gepind vanaf de rekening van [naam 2] . Dit wordt gedaan bij de geldautomaat van de ING bank op de Markt in Middelburg.
V: Wat kun jij hierover verklaren?
A: Ik weet alleen dat ik die avond met [medeverdachte] naar de bankautomaat ben gegaan.
Bewijsoverwegingen