Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2024-03-28
ECLI:NL:GHSHE:2024:1294
Strafrecht
Hoger beroep
8,968 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000033-22
Uitspraak : 28 maart 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 23 december 2021, in de strafzaak met parketnummer 01-880066-19 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1993,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De rechtbank heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van ‘ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag en een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. De benadeelde partij [benadeelde] is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen met betrekking tot de opgelegde straf en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en, in zoverre opnieuw rechtdoende:
de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken en een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis;
de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk zal verklaren.
De raadsvrouw van de verdachte heeft:
primair vrijspraak bepleit;
subsidiair, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, bepleit dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging op grond van afwezigheid van alle schuld;
met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] :
o primair bepleit dat vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen dan wel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering;
o subsidiair bepleit dat de schadevergoeding aanzienlijk wordt gematigd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust:
met aanvulling van gronden;
met aanvulling van de overwegingen omtrent de strafbaarheid van de verdachte;
met uitzondering van de opgelegde straf;
met aanvulling van de overwegingen omtrent de beslissing op de vordering van de benadeelde partij.
Aanvulling bewijsmiddelen
I
Het hof vult aan de verklaring van de [benadeelde] , als tweede bewijsmiddel opgenomen op pagina’s 2-3 van het vonnis. Dit bewijsmiddel wordt vervangen en komt als volgt te luiden.
Proces-verbaal (ZD/PD) van verhoor [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] (p. 116 - 122), voor zover inhoudende:
(p. 120)
V: Bijlage 1: Wat weet je nog over de afspraak met deze persoon?A: Dit is in Tilburg.
V: Waar vond deze afspraak plaats?
A: In Tilburg, in een hotel.
V: Via welke site/app is de afspraak met deze persoon gemaakt?A: Seksjobs.
V: Welke seksuele handelingen hebben er met deze persoon daadwerkelijk plaatsgevonden?A: Gewoon seks, gepijpt en verder niks.
V: Hoe lang duurde deze seksafspraak?A: Een uur.
V: Hoe komt het dat je dit allemaal nog zo goed weet?A: Omdat dit één van de laatste mannen is waarmee ik had afgesproken.
V: Hoeveel betaalde deze persoon voor de seks?A: 170 euro.
V: Hoe vaak heb je met deze persoon een seksafspraak gehad?A: 1 keer.
V: In het contact met deze persoon spraken jullie over het meenemen van een “condom sleeve”. Wat kan je daarover verklaren?A: (lacht) Dat was de eerste keer dat ik er één zag. Het was een roze ding en het moest zogenaamd lekker zijn. Het was een vervanging voor een condoom.
V: Nam die persoon ook een “condom sleeve” mee?A: Ja.
II
Het hof vult aan het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het WhatsApp-gesprek, als vierde bewijsmiddel opgenomen op pagina’s 3-4 van het vonnis. Dit bewijsmiddel wordt vervangen en komt als volgt te luiden.
Proces-verbaal (ZD/PD) van bevindingen WhatsApp-gesprek klant (p. 19 - 22), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :
(p. 19)
Op 3 augustus 2019 werd op aanwijzing van het slachtoffer de door haar genoemde “werktelefoon” een iPhone SE met telefoonnummer [telefoonnummer 1] in haar ouderlijke
woning aangetroffen en in beslag genomen ter waarheidsvinding.
Door mij werd het extractierapport van de IPhone SE, onderzocht en geanalyseerd. In de geanalyseerde gegevens van het extractierapport werd door mij een WhatsApp-gesprek aangetroffen tussen [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 1] .
(p.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,
mr. A.M.G. Smit en mr. G.C. Bos, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.E. van Dijk, griffier,
en op 28 maart 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
20)
Onderstaand enkele fragmenten uit het gesprek.
Tijdstip
[telefoonnummer 2] @whatsapp.net
Tijdstip
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam]
31-7-2019 21:41 uur
Kan je vanavond
31-7-2019
21.42 uur
Hoe lang?
31-7-2019
21:46 uur
Uurtje?
31-7-2019
21:47 uur
Miss 2 maar hoe veel is dat dan
31-7-2019
21:48 uur
340
31-7-2019
21.49 uur
Uurtje dan denk ik
31-7-2019
21.49 uur
Hoe laat zou je in Tilburg kunnen zijn?
31-7-2019
21.50 uur
11 uur?
31-7-2019
21.50 uur
Ik ga ff kijken of k hotel kan fixen
31-7-2019
21.50 uur
Kan het niet bij jou thuis?
31-7-2019
21.50 uur
Zou in principe kunnen maar ik ben daar altijd voorzichtig mee…
31-7-2019
21.52 uur
Hahah ik ben een escort he geen dief
31-7-2019
21.53 uur
Wat is je afkomst
31-7-2019
21.53 uur
[afkomst] (…) Ben heel undercover. Mijn pa slacht mij. Drm.
31-7-2019
22.04 uur
Er is [hotel] voor 70
31-7-2019
22.06 uur
Heb je nog een goeie foto voor me dan reserveer ik die
31-7-2019
22.06 uur
(Er wordt een attachment verstuurd)
(
p.
Inleiding
21)
31-7-2019
22:11 uur
Ben er rond half 12
Stuur me bevestiging van de boeking aub
31-7-2019
22:18 uur
(Er wordt een attachment verstuurd)
31-7-2019
22:22 uur
Vind je goed als k zon condom sleeve meeneem ipv condooms
31-7-2019
22:25 uur
Oke
31-7-2019
23:07 uur
Stuur me adres door
31-7-2019
23:10 uur
[adres 2]
31-7-2019
23:22 uur
Je weet dat het betalen is bij binnenkomst
170
31-7-2019
23:25 uur
Nee geld is er
(…)
Heb je wissel van 30
31-7-2019
23:25 uur
Haal je me beneden op
31-7-2019
23:35 uur
Kom boven
31-7-2019
23:47 uur
Welk kamer nr
31-7-2019
23:48 uur
628
31-7-2019
23:49 uur
Ik sta bij die deur boven
Je moet open komen maken
Aanvulling bewijsoverwegingen
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit wegens gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen. Daartoe is, op gronden zoals nader verwoord in de pleitnota, het volgende aangevoerd.
De verdachte heeft consistent verklaard dat er geen seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Hij heeft de seksuele afspraak niet laten doorgaan toen hij er in het hotel tijdens de ontmoeting met [benadeelde] mee werd geconfronteerd dat zij niet voldeed aan de omschrijving in de advertentie. De verklaringen van [benadeelde] , waarin zij zegt dat er wel seks heeft plaatsgevonden, zijn ongeloofwaardig en onbetrouwbaar. Voorts vinden haar verklaringen geen steun in ander bewijs.
Het hof verenigt zich met de bewijsoverwegingen van de rechtbank op pagina’s 4 en 5 van het vonnis. In aanvulling op die overwegingen overweegt het hof het volgende.
Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342, tweede lid, Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal (vgl. HR 22 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1459).
Het komt dus aan op de vraag of voldoende steunbewijs aanwezig is. Voor die beoordeling zijn geen algemene regels te geven. In ieder geval is niet vereist dat het steunbewijs betrekking heeft op de tenlastegelegde gedragingen (vgl. HR 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:717) en evenmin dat het rechtstreeks de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde feit bevestigt (vgl. HR 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:717). Anders gezegd: daderschap van de verdachte kan nog steeds worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige, mits de door die ene getuige gereleveerde feiten en omstandigheden niet op zichzelf staan en steun vinden in ander bewijsmateriaal. Het steunbewijs hoeft dus niet zo specifiek te zijn dat het onderdelen van de tenlastelegging rechtstreeks bevestigt, het hoeft daarop geen directe betrekking te hebben. Dat zal doorgaans ook zeer moeilijk te bewijzen zijn, vooral in zedenzaken, omdat de enige persoon die uit eigen waarneming of ondervinding over die gedragingen kan verklaren in zedenzaken nu juist de getuige zal zijn.
Bij de toepassing van de regel van art. 342, tweede lid, Sv moeten twee beslissingen van elkaar worden onderscheiden, te weten enerzijds het oordeel dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar is en anderzijds het oordeel dat haar verklaring in ander bewijsmateriaal voldoende steun vindt. Dat zijn twee afzonderlijke beslissingen. Het feit dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar wordt geacht kan niet op zichzelf als voldoende steunbewijs dienen. Een gebrek aan voldoende steunbewijs voor de verklaring van het slachtoffer kan dus niet worden gecompenseerd door een gemotiveerd oordeel dat die verklaring betrouwbaar is. Het steunbewijs zal voorts dienen te zien op feiten en omstandigheden die niet in een te ver verwijderd verband staan tot de aan de verdachte verweten gedragingen. Andersom kan het wel. De omstandigheid dat de verklaring van het slachtoffer in ander bewijsmateriaal steun vindt, kan bijdragen aan het oordeel dat die verklaring betrouwbaar is.
Voor zover het verweer berust op de stelling dat niet voldaan is aan het bewijsminimum voorschrift ex artikel 342, lid 2, Sv, wordt het verweer verworpen omdat van een dergelijke situatie op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen geen sprake is. Uit de WhatsApp-gesprekken blijkt evident dat vooraf een seksafspraak is gemaakt, waarin onder meer de locatie, prijs, tijd en tijdsduur is afgesproken.
Inleiding
Het is de verdachte die, conform afspraak, de kamer in het [hotel] -hotel heeft geboekt, eerder in het hotel is verschenen, heeft ingecheckt en in de hotelkamer op [benadeelde] heeft gewacht. Enige tijd later arriveerde [benadeelde] , ging zij linea recta naar de zesde verdieping waar zich de kamer bevond en 54 minuten later verliet zij het hotel weer. Ook overigens wordt de verklaring van [benadeelde] contextueel bezien voldoende ondersteund door ander bewijsmateriaal dat bovendien niet in een te ver verwijderd verband staat.
Over de betrouwbaarheid van de verklaringen van [benadeelde] overweegt het hof als volgt.
Het hof ziet in hetgeen de raadsvrouw in hoger beroep heeft aangevoerd geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van [benadeelde] . Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat zij in de kern consistent heeft verklaard. Voor zover haar verklaringen op enkele punten discrepanties bevatten, maken deze haar verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Een en ander kan immers te wijten zijn aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen, ontstaan door het delict of tijdsverloop. In haar verklaring bij de raadsheer-commissaris d.d. 13 november 2023, vier jaren na het tenlastegelegde, geeft zij ook diverse keren te kennen dat zij zich bepaalde dingen niet meer kan herinneren. De door de raadsvrouw aangevoerde discrepanties doen in elk geval geen afbreuk aan de kern van haar verklaringen. Dat geldt ook voor het nieuwe detail in haar verklaring bij de raadsheer-commissaris dat zij last had van een schimmelinfectie en het ‘praktisch gezien’ niet mogelijk was om seks te hebben omdat dit veel pijn deed. Het hof merkt op dat zij hier bij de politie op 10 oktober 2019, kortere tijd na het feit en toen zij zich verschillende specifieke details over de afspraak met verdachte zei te herinneren, niet ten aanzien van deze verdachte daarover heeft verklaard. Maar als hiervan al sprake was tijdens de afspraak met de verdachte, doet dit niet af aan haar verklaring bij de politie over het seksueel contact dat zij met de verdachte heeft gehad. Ook in dat geval kunnen de seksuele handelingen waarover zij heeft verklaard hebben plaatsgevonden en in strafrechtelijke zin zijn voltooid. Het hof wijst er in dat kader ook op dat [benadeelde] bij de raadsheer-commissaris verklaart dat het wel is geprobeerd.
De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat [benadeelde] in de seksadvertentie heeft gelogen over haar werkelijke leeftijd en in eerste instantie een identiteitsbewijs dat niet van haar was aan de politie heeft getoond. Dit zou haar sluwheid en capaciteit om te bedriegen illustreren. Het hof overweegt hierover het volgende. Dat [benadeelde] over haar leeftijd loog, had gezien het procesdossier als reden om online een seksadvertentie (waarbij de minimumleeftijd van 21 jaar gold) te kunnen aanmaken en zo de seksafspraken vermeend legaal tot stand te brengen en – in het geval van het tonen van het ID-bewijs van haar zus – om inmenging en onderzoek van de politie met betrekking tot haar sekswerk te voorkomen. Zij is ook open over het feit dat zij daarover de klanten en de politie heeft misleid. Die leugens maken haar verklaring met betrekking tot het seksuele contact dat zij met de verdachte heeft gehad niet zonder meer onbetrouwbaar.
Het hof vindt daarbij ook nog het volgende van belang. Zoals de rechtbank al overwoog, heeft [benadeelde] in zijn algemeenheid niet onnodig belastend willen verklaren over de klanten. Zij heeft zelf nooit aangifte willen doen tegen de klanten. Uit haar verklaringen komt juist naar voren dat zij de strafrechtelijke consequenties voor de klanten als gevolg van deze zaak nimmer heeft gewild. Ook in haar politieverhoor van 10 oktober 2019 ten aanzien van de verdachte spreekt zij zich hier duidelijk over uit. Zo verklaart zij dat zij niet wil getuigen, dat zij er elke nacht wakker van ligt, dat zij het gevoel heeft dat ze de verdachten achter hun rug om verlinkt, dat er door haar verklaring een rechtszaak komt, mensen worden veroordeeld en komen vast te zitten, dat zij hen dat niet gunt en daar erg mee zit (p. 119). Dat neemt niet weg dat zij ten aanzien van de verdachte een gedetailleerde verklaring heeft afgelegd die steun vindt in andere bewijsmiddelen. Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat zij doelbewust en in strijd met de waarheid een onjuiste, voor de verdachte belastende, verklaring heeft afgelegd.
Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat [benadeelde] niet heeft verklaard over bepaalde kenmerkende fysieke eigenschappen van de verdachte, merkt het hof op dat de verdachte hier zelf ook niet over heeft verklaard. Zoals de rechtbank al overwoog, heeft [benadeelde] daarentegen wel degelijk over een aantal specifieke herinneringen aangaande de seksafspraak met de verdachte verklaard. Op de vraag waarom zij zich dit allemaal goed kon herinneren, verklaarde zij dat de verdachte één van de laatste personen is geweest met wie zij heeft afgesproken.
De raadsvrouw heeft in het kader van de betrouwbaarheid van [benadeelde] nog aangevoerd dat haar verklaring niet wordt ondersteund door enig ‘fysiek’ bewijs. De raadsvrouw noemt daarbij het ontbreken van biologische sporen zoals DNA en het feit dat de zogeheten “condom sleeve” niet is aangetroffen. Ook deze omstandigheden zaaien naar het oordeel van het hof echter geen twijfel over de verklaring van [benadeelde] dat er seksueel contact heeft plaatsgevonden met de verdachte. In de eerste plaats blijkt niet uit het dossier dat er überhaupt nader onderzoek is verricht in de hotelkamer waar de afspraak heeft plaatsgevonden. Dat zou ook weinig zin hebben gehad, nu de prostitutiecontrole waarmee de zaak aan het licht kwam ruim een dag na deze afspraak plaatsvond en de kamer op dat moment naar alle waarschijnlijkheid al was schoongemaakt. En dat in het dossier niet terugkomt dat de condom sleeve is gevonden, maakt nog niet dat deze er niet is geweest en niet is gebruikt. Het is de verdachte zelf die in chatberichten vooraf vraagt of het goed is als hij een condom sleeve meeneemt, waarop [benadeelde] antwoordt dat dit ‘oke’ is. Wanneer [benadeelde] hier door de politie naar gevraagd wordt, verklaart zij dat dit de eerste keer was dat zij er één zag, dat deze roze was en een vervanging was voor een condoom en dat de verdachte deze condom sleeve ook daadwerkelijk heeft meegenomen.
Gelet op het vorenoverwogene in combinatie met de overwegingen in het vonnis waarmee het hof zich verenigt, acht het hof de verklaringen van [benadeelde] evenals de rechtbank betrouwbaar. Hetgeen overigens is aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.
Het hof heeft bij dit een en ander ook nog de aannemelijkheid en geloofwaardigheid van de verklaring van de verdachte betrokken. Het hof verwijst uitdrukkelijk naar de bewijsoverwegingen in het vonnis, waarmee het hof zich verenigt, met dien verstande dat de laatste vier volzinnen van de eerste alinea op pagina 6 van het vonnis komen te vervallen en worden vervangen door de volgende overweging:
Daar komt nog bij dat de verdachte vóór de afspraak, naast de advertentiefoto(’s), desgevraagd een foto van [benadeelde] heeft ontvangen. Deze foto heeft hem kennelijk geen aanleiding gegeven om twijfels te hebben over haar afkomst althans af te knappen op haar uiterlijk. Integendeel, hij antwoordt met “Haha echt Marokkaans” en op de vraag van [benadeelde] “En jij?” antwoordt hij: “Ik ben niet zo knap”. Nadat [benadeelde] vraagt om een foto, kapt de verdachte dit af en zegt hij dat ze hem straks wel ziet. Vervolgens reserveert de verdachte de hotelkamer (p. 32-33). Op geen enkele wijze is aannemelijk geworden dat de verdachte zich door (het uiterlijk van) [benadeelde] misleid heeft gevoeld en daarom van de seksafspraak heeft afgezien.
Inleiding
De verklaring van de verdachte op dit punt wordt dan ook als onaannemelijk terzijde geschoven.
Aanvullende overwegingen met betrekking tot strafbaarheid van de verdachte
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Daartoe is, op gronden als nader verwoord in de pleitnota, aangevoerd dat de verdachte een beroep toekomt op afwezigheid van alle schuld als gevolg van misleiding/verschoonbare dwaling omtrent de leeftijd van het slachtoffer, [benadeelde] . De verdachte is namelijk in contact gekomen met [benadeelde] via een website waarvoor de minimale leeftijd 21 jaar is en hij heeft om haar identiteitsbewijs gevraagd bij aanvang van de ontmoeting. [benadeelde] heeft vervolgens een kopie van een identiteitskaart laten zien waarop stond vermeld dat zij 21 jaar was. Daar komt bij dat [benadeelde] een volwassen voorkomen had en er niet uitzag als een minderjarige. Onder de gegeven omstandigheden kon van de verdachte niet meer worden gevergd dan hetgeen hij ter verificatie van de (volwassen) leeftijd heeft ondernomen.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank, zoals opgenomen op pagina’s 7-8 van het vonnis. Hetgeen de raadsvrouw in hoger beroep heeft betoogd, leidt niet tot een ander oordeel. Het hof volgt de verdediging niet in haar stelling dat hiermee de lat voor een geslaagd beroep op afwezigheid van alle schuld voor seksafspraken in het niet-vergunde circuit te hoog wordt gelegd.
Het hof merkt nog op dat [benadeelde] bij de raadsheer-commissaris d.d. 13 november 2023 heeft herhaald dat er nooit door een klant om haar legitimatiebewijs is gevraagd. Het hof ziet geen reden om aan die verklaring te twijfelen. Het dossier bevat geen enkele aanwijzing dat door de verdachte om een identiteitsbewijs is gevraagd. Het hof gaat uit van de verklaring van [benadeelde] en schuift dus de verklaring van de verdachte terzijde dat hij haar identiteitsbewijs heeft gevraagd en zij dit heeft getoond. Hierbij merkt het hof nog op dat het tonen van een kopie van een identiteitsbewijs onvoldoende is om aan de vergewisplicht als klant van een prostituee in het niet-vergunde circuit te voldoen.
Naar het oordeel van het hof is derhalve niet gebleken dat de verdachte zich op enigerlei wijze heeft ingespannen om zekerheid te krijgen over de precieze leeftijd van de minderjarige en nam hij kennelijk uitsluitend genoegen met de in de advertentie vermelde meerderjarige leeftijd van 21 jaar. De omstandigheid dat de verdachte heeft gereageerd op een datingapp waarvoor de minimale leeftijd 18 jaar is maakt niet dat de verdachte zomaar van de juistheid van die informatie mocht uitgaan, ook niet nu het meisje er naar zijn mening als meerderjarige uitzag. Zoals hierboven overwogen acht het hof niet aannemelijk geworden dat de verdachte een identiteitsbewijs van [benadeelde] heeft gevraagd. Al hetgeen overigens is aangevoerd maakt dit oordeel van het hof niet anders.
Het voorgaande betekent dat in deze geen sprake is van een situatie waarin de verdachte er redelijkerwijs geen verwijt van kan worden gemaakt dat hij met een minderjarige prostituee van doen had, zodat het beroep op afwezigheid van alle schuld wordt verworpen.
Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige prostituee, [benadeelde] . Dit is strafbaar gesteld in artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht. In dit artikel staat de bescherming van minderjarigen centraal. Zij moeten kunnen opgroeien in een omgeving waar zij zich veilig kunnen ontwikkelen, ook op seksueel gebied. Blootstelling aan prostitutie op minderjarige leeftijd past daar niet bij. De wetgever heeft hen op seksueel gebied willen beschermen tegen oudere, verder ontwikkelde personen. Daarom is het plegen van seksuele handelingen tegen betaling met personen beneden de 18 jaren strafbaar, ook wanneer dit met wederzijdse instemming gebeurt. Minderjarigen bevinden zich immers in een gevoelige ontwikkelingsfase van hun leven en moeten gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht worden niet of in onvoldoende mate in staat te zijn zelf hun seksuele integriteit te bewaken en de reikwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien.
De verdachte heeft op geen enkele wijze de leeftijd van [benadeelde] gecontroleerd en vertrouwde er kennelijk op dat de op de website vermelde leeftijd van 21 jaar juist was. Aldus heeft de verdachte het ongeoorloofde risico genomen dat hij seks zou hebben met een minderjarige prostituee en heeft hij bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie en mensenhandel. Het hof neemt de verdachte dit kwalijk.
Dat het slachtoffer zich in de advertentie voordeed als (ruim) meerderjarig, ontslaat de verdachte zoals hiervoor overwogen niet van alle rechtsvervolging, maar weegt het hof wel mee in de strafmaat. In die zin, dat op geen enkele wijze is gebleken dat de verdachte op zoek is geweest naar betaalde seks met een minderjarige prostituee of dat hij op enig moment twijfels heeft gehad over haar meerderjarigheid. Pas achteraf, toen hij was aangehouden en de politie hem dat vertelde, kwam hij erachter dat [benadeelde] minderjarig was.
Verder houdt het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 9 januari 2024 is de verdachte niet eerder veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit en de reclassering heeft gerapporteerd dat zij vermoeden dat sprake is van een lage kans op recidive. Verder weegt het hof mee dat het voor zich spreekt dat deze strafzaak en dit strafproces voor de verdachte op zich al ingrijpend is, nu hij zich nooit aan dit strafbare feit schuldig heeft willen maken en de veroordeling forse consequenties kan hebben, omdat de verdachte vreest dat hij hierdoor in de toekomst geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) zal verkrijgen voor een door hem geambieerde baan als advocaat. Uit openbaar toegankelijke informatie blijkt dat de kans dat de verdachte een VOG zal worden geweigerd voor een baan als advocaat aanzienlijk is.
Gelet op het voorgaande acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken niet passend en geboden. Wel acht het hof een forse taakstraf op zijn plaats. Gelet op de omstandigheid dat het taakstrafverbod van toepassing is, kan niet worden volstaan met oplegging van enkel een taakstraf. Om die reden zal het hof tevens een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 dag aan de verdachte opleggen.
Alles afwegende acht het hof, evenals de rechtbank, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag en daarnaast een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, in beginsel passend en geboden.