Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2023-09-14
ECLI:NL:GHSHE:2023:4407
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
2,646 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 14 september 2023
Zaaknummer: 200.276.951/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/220659 / FA RK 16-1624
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder]
,
wonende op een bij het hof bekend adres,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M. Dorgelo,
tegen
[de vader]
,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. A. Hollman.
Deze zaak gaat over [minderjarige] (hierna ook: [minderjarige] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2012.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
Stichting [stichting] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI).
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio [regio] , locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.
5De beschikking van 11 mei 2023
Bij die beschikking heeft het hof de GI verzocht het hof uiterlijk 15 juni 2023 schriftelijk te informeren over een door de GI op te stellen plan van aanpak welke middelen de GI inzet om tot het einddoel te komen: zijnde fysieke omgang tussen [minderjarige] en de vader. Het hof heeft daarbij overwogen:
“Het hof verwacht dat de GI hiertoe een concreet en gedetailleerd stappenplan opstelt, inhoudende dat na het versturen van een aantal kaartjes op korte termijn na deze beschikking overgegaan wordt op beeldbellen (via bijvoorbeeld Facetime of whatsapp), aanvankelijk onder begeleiding van de GI of een andere professional. Voorts kan daarna op heel korte termijn (binnen een paar weken) overgegaan worden op (aanvankelijk) begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] . Het hof verwacht dat de GI dit plan opstelt en hieraan ook daadwerkelijk uitvoering gaat geven in de komende periode.”
Partijen hebben vervolgens tot 22 juni 2023 de gelegenheid gekregen schriftelijk te reageren op het stappenplan van de GI.
Het hof heeft de voortzetting van de mondelinge behandeling gelast op 22 augustus 2023 en de GI uitdrukkelijk opgeroepen te verschijnen en een medewerker te sturen die inhoudelijk op de hoogte is van de laatste stand van zaken.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1.
Het hof heeft nadien ontvangen:
- de mail, met bijlage, van de GI van 8 juni 2023, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;
- het V6-formulier van 22 juni 2023, met bijlage, van de advocaat van de moeder, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;
- het V6-formulier van 27 juni 2023 van de advocaat van de vader, met bijlage, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;
- het V6-formulier van 28 juli 2023, met bijlage, van de advocaat van de vader, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;
- de brief van de GI van 3 augustus 2023, ingekomen bij het hof op 4 augustus 2023.
6.2.
Het hof heeft bij brief van 6 juli 2023 de raad verzocht om te verschijnen op de mondelinge behandeling van 22 augustus 2023 en aangegeven dat het door het hof verzochte contactherstel met bijbehorend stappenplan niet van de grond komt. Het hof heeft de raad verzocht navraag te doen bij [instantie] , de GI en partijen over de problematiek van de minderjarige en de mogelijkheden en wenselijkheid van herstel van het contact te onderzoeken en zo mogelijk het hof voorafgaand aan de mondelinge behandeling schriftelijk te informeren, dan wel op de mondelinge behandeling te adviseren.
6.3.
De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2023. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. N.S. van Es, waarnemend advocaat, en voor wie als tolk heeft opgetreden H. Ahmad (tolknummer 14781);
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en voor wie als tolk heeft opgetreden M. Kadro (tolknummer 20643);
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
7De verdere beoordeling
7.1.
De vader voert – samengevat – het volgende aan. De vader wil dat het contact tussen hem en [minderjarige] wordt hersteld. De vader heeft de afgelopen periode regelmatig geprobeerd contact te leggen met de GI en met [instantie] , maar hij heeft geen reactie gekregen. Ook is eerder al door de vader voorgesteld om het contact eventueel via zijn advocaat te laten lopen, maar ook met de advocaat van de vader is geen contact gelegd door de GI. De vader heeft kaartjes en een pakketje naar [minderjarige] gestuurd, maar de vader heeft vanuit de GI hierop nooit een terugkoppeling ontvangen. Ook heeft de GI nog altijd niet het door het hof verzochte stappenplan gemaakt. De vader is bang dat de GI niet aan het contactherstel gaat werken.
7.2.
De moeder voert – samengevat – het volgende aan. De moeder acht contactherstel tussen [minderjarige] en de vader het niet in het belang van [minderjarige] . In de afgelopen periode is er rust gekomen en die heeft geleid tot een goede ontwikkeling van [minderjarige] . Het is niet in zijn belang om dit te doorkruisen, zeker niet nu [minderjarige] zelf zo duidelijk aangeeft geen contact te willen met de vader.
7.3.
De GI voert – samengevat – het volgende aan. Volgens de GI kan er niet zonder schade worden toegewerkt naar fysiek contact binnen een afzienbare periode. [minderjarige] wil geen contact met de vader en is daar heel duidelijk in. [instantie] heeft meerdere keren geprobeerd de vader te bereiken, maar de vader heeft niet gereageerd. Mocht het hof wel vinden dat er contactherstel tussen [minderjarige] en de vader moet komen dan vraagt de GI om een verkort onderzoek van de raad, om te onderzoeken welke begeleiding en hulpverlening nodig is om het contact tot stand te kunnen brengen.
7.4.
De raad voert – samengevat – het volgende aan. Het is in het belang van [minderjarige] om het contact tussen de vader en [minderjarige] te herstellen. Hoe langer daarmee gewacht wordt, hoe groter de verwijdering tussen de vader en [minderjarige] wordt. [minderjarige] is pas 11 jaar, niets doen is niet acceptabel. Het voorstel is om eerst paar maanden een rustperiode te gelasten. Daarna in januari 2024 beginnen met contactherstel door het versturen van kaartjes onder professionele begeleiding, waarna een begeleide omgangsregeling opgestart kan worden.
7.5.
Het hof overweegt als volgt.
7.5.1.
Ingevolge artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW) stelt de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
7.5.2.
Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof hebben de ouders overeenstemming bereikt over een traject waarin de vader kaarten zal gaan sturen naar [minderjarige] . Op advies van de raad zal er voor [minderjarige] eerst een periode van rust zijn tot en met december 2023. [minderjarige] wordt door de GI, of de door de GI in te schakelen hulpverlening, al op korte termijn voorbereid op het feit dat hij vanaf januari 2024 kaartjes zal gaan ontvangen van de vader. [minderjarige] kan dan in de komende periode gaan wennen aan dit idee.
Het hof verwacht van de GI dat zij een hulpverlenende instantie zal inschakelen die zowel de moeder, de vader als [minderjarige] gaat begeleiden in het verzenden en ontvangen van deze kaarten. De kaartjes dienen met een zekere regelmaat en frequentie verstuurd worden, waarbij te denken valt aan twee keer per maand.
Dictum
Het hof:
stelt de volgende voorlopige contactregeling vast:
tot en met december 2023 is er een rustperiode, [minderjarige] wordt al wel ingelicht door de GI dat hij vanaf januari 2024 kaarten gaat krijgen van zijn vader;
in deze rustperiode zoekt de GI een neutrale hulpverlenende instantie voor [minderjarige] en de vader en de moeder (die de ouders ieder afzonderlijk) kunnen begeleiden bij het sturen en ontvangen van de kaarten;
de kaartjes worden door de vader verstuurd met ingang van januari 2024 in zeer regelmatige frequentie (dat wil zeggen circa twee keer per maand);
mocht er in januari 2024 nog geen hulpverlenende instantie beschikbaar zijn dan zal de GI de taak op zich nemen om de ouders en/of [minderjarige] te helpen bij het versturen en ontvangen van de kaarten;
verzoekt de GI uiterlijk 15 december 2023 het hof schriftelijk te informeren over de stand van zaken met betrekking tot hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 7.5.2. tot en met 7.5.5, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift van die brief aan de advocaten van de moeder en de vader en de raad;
stelt de advocaten van partijen en de raad in de gelegenheid te reageren binnen veertien dagen na ontvangst van de brief van de GI, dat wil zeggen uiterlijk op 29 december 2023;
verzoekt de GI uiterlijk 1 juni 2024 het hof, met afschrift aan partijen en de raad, schriftelijk te informeren over het in juli 2024 op te starten begeleide omgangstraject en de stand van zaken, zoals overwogen in rechtsoverweging 7.5.2 tot en met 7.7.5;
stelt de advocaten van partijen en de raad in de gelegenheid te reageren binnen veertien dagen na ontvangst van de brief van de GI, dat wil zeggen uiterlijk op 14 juni 2024;
verzoekt de advocaten van de moeder en de vader en/of de raad het hof tussentijds bij stagnatie of bijzonderheden schriftelijk te informeren over de stand van zaken;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, H. van Winkel en
E.M.C. Dumoulin en is in het openbaar uitgesproken door mr. A.J.F. Manders op
14 september 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.