Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2023-11-29
ECLI:NL:GHSHE:2023:4000
Strafrecht
Hoger beroep
4,086 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-000260-23
Uitspraak : 29 november 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, locatie
‘s-Hertogenbosch, van 19 januari 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-165449-22 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ten aanzien van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis.
De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
De verdachte had aanvankelijk eveneens hoger beroep ingesteld, maar bij akte van 15 november 2023 is dit hoger beroep ingetrokken.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde zal bewezen verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is bepleit de verdachte overeenkomstig de rechtbank vrij te spreken van het primair tenlastegelegde en het subsidiair tenlastegelegde bewezen te verklaren. Voorts is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 30 maart 2022 te Best, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een tractor (met aan de voorzijde een frontgewicht en vorenpakker en aan de achterzijde een ploeg), daarmede rijdende over de weg, de Oude Baan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam te handelen als volgt: verdachte is rijdende op de Oude Baan (komende uit de richting van de Schietbaanlaan en gaande in de richting van de Sint-Oedenrodeseweg), terwijl de vorenpakker niet deugdelijk was bevestigd aan de voorzijde van de tractor en/of terwijl de vorenpakker niet was bevestigd zoals de fabrikant heeft voorgeschreven in de gebruikershandleiding, iets naar rechts gegaan en/of gestuurd, en/waardoor ter hoogte van het beschadigde bermbeton de vorenpakker is losgekomen van het frontgewicht van de tractor en/of (vervolgens) is gaan rollen en in botsing is gekomen met een tegemoetkomende wielrenner (komende uit de richting van de Sint-Oedenrodeseweg en gaande in de richting van de Schietbaanlaan), waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] , zijnde die wielrenner) werd gedood;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 30 maart 2022 te Best, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een tractor met aan de voorzijde een frontgewicht en vorenpakker en aan de achterzijde een ploeg), daarmee rijdende op de weg, de Oude Baan, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers is verdachte rijdende op de Oude Baan (komende uit de richting van de Schietbaanlaan en gaande in de richting van de Sint-Oedenrodeseweg), terwijl de vorenpakker niet deugdelijk was bevestigd aan de voorzijde van de tractor en/of terwijl de vorenpakker niet was bevestigd zoals de fabrikant heeft voorgeschreven in de gebruikershandleiding, iets naar rechts gegaan en/of gestuurd, en/waardoor ter hoogte van het beschadigde bermbeton de vorenpakker is losgekomen van het frontgewicht van de tractor en/of (vervolgens) is gaan rollen en in botsing is gekomen met een tegemoetkomende wielrenner (komende uit de richting van de Sint-Oedenrodeseweg en gaande in de richting van de Schietbaanlaan).
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:
op 30 maart 2022 te Best als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een tractor met aan de voorzijde een frontgewicht en vorenpakker en aan de achterzijde een ploeg, daarmede rijdende over de weg, de Oude Baan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig te handelen als volgt: verdachte is rijdende op de Oude Baan komende uit de richting van de Schietbaanlaan en gaande in de richting van de Sint-Oedenrodeseweg, terwijl de vorenpakker niet deugdelijk was bevestigd aan de voorzijde van de tractor en terwijl de vorenpakker niet was bevestigd zoals de fabrikant heeft voorgeschreven in de gebruikershandleiding, iets naar rechts gestuurd waardoor ter hoogte van het beschadigde bermbeton de vorenpakker is losgekomen van het frontgewicht van de tractor en vervolgens is gaan rollen en in botsing is gekomen met een tegemoetkomende wielrenner komende uit de richting van de Sint-Oedenrodeseweg en gaande in de richting van de Schietbaanlaan, waardoor een ander, genaamd [slachtoffer] , zijnde die wielrenner, werd gedood.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Omwille van de leesbaarheid van dit arrest worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aan dit arrest gehechte bewijsmiddelenbijlage. De daarin vervatte bewijsmiddelen maken integraal deel uit van dit arrest.
Bewijsoverwegingen
I.
Feiten
II.
De verdediging heeft vrijspraak ten aanzien van het primair tenlastegelegde bepleit. Daartoe is – op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – in de kern het volgende aangevoerd. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.
Weliswaar was de vorenpakker volgens de VOA niet conform de handleiding bevestigd en is daarmee gehandeld in strijd met een wettelijke bepaling, doch dat levert in dit concrete geval nog geen aanmerkelijke onvoorzichtigheid op. Voor de verdachte was gelet op de specifieke omstandigheden van deze zaak niet voorzienbaar dat de vorenpakker los zou raken. De verdachte hanteerde net als collega-boeren deze bevestigingswijze al jaren en de verdachte reed er al jarenlang probleemloos mee over hobbelige akkers en over allerlei wegen. Buiten de door de verdachte zelf gemaakte bevestigingswijze zonder dat voorzienbaar was dat een ongeval zou plaatsvinden, valt geen extra verwijt aan de verdachte te maken. Zo heeft de verdachte voor vertrek gecontroleerd of de vorenpakker goed was bevestigd, heeft de verdachte zich tijdens de rit aan de verkeersregels gehouden en minderde hij vaart en week uit toen hij de groep wielrenners zag naderen.
Het hof overweegt als volgt.
Op 30 maart 2022 omstreeks 18:48 uur heeft er op de Oude Baan te Best een ongeval plaatsgevonden. De verdachte reed met zijn tractor, met aan de achterzijde een ploeg en aan de voorzijde een vorenpakker, over de Oude Baan te Best en zag een groep wielrenners aankomen. De verdachte heeft vaart geminderd en is naar rechts gestuurd om de wielrenners meer ruimte te geven. Bij het naar rechts sturen is de verdachte over het beschadigde bermbeton gereden, waardoor de vorenpakker is losgekomen van de haak van het frontgewicht van de tractor. De vorenpakker is vervolgens de weg over gerold. Een aantal van de wielrenners heeft deze 1.327 kilo wegende vorenpakker kunnen ontwijken, maar [slachtoffer] lukte dit niet waardoor de vorenpakker in botsing is gekomen met [slachtoffer] . Als gevolg van deze botsing heeft [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel opgelopen waarna hij in het ziekenhuis op [datum 1] is komen te overlijden.
Uit het proces-verbaal Forensisch Onderzoek Verkeersdelict blijkt dat er onderzoek is gedaan aan de tractor, de ploeg en de vorenpakker. De combinatie had een lengte van 11,77 meter. De vorenpakker had een breedte van 270 centimeter. De vorenpakker is van het merk Lemken, type Variopack (S) 110 WPD 70, gewicht 1327 kilo met 27 ringen.
De verbalisanten beschrijven dat aan de front driepuntshefinrichting een frontgewicht hing bevestigd door middel van een driepuntskoppeling. Aan de voorzijde van het frontgewicht was geen mogelijkheid om een gedragen uitrustingsstuk te bevestigen door middel van de driepuntskoppeling.
De verbalisanten zagen aan de voorzijde van de vorenpakker een metalen dwarsprofiel en hefstang met vangprofiel. Ze zagen dat er geen mogelijkheid was om een topstang te bevestigen omdat op deze locatie een haak was gemonteerd.
De vorenpakker hing met de haak in het frontgewicht, waarbij het metalen dwarsprofiel op het frontgewicht rustte. De verbalisanten relateren dat bij deze bevestigingswijze de vorenpakker niet gezekerd was om loskomen van de vorenpakker bij een noodremming, uitwijkmanoeuvre of slecht wegdek te voorkomen. Ze zagen dat de haak waarmee de vorenpakker aan het frontgewicht was bevestigd, niet was gezekerd.
In de gebruikershandleiding van Lemken worden de voorschriften voor veiligheid en ongevallenpreventie beschreven. Op pagina 12 onder punt 6 staat (onder meer) dat om de vorenpakker op de tractor aangebouwd te kunnen transporteren de vorenpakker met een driepuntsbok moet zijn uitgerust.
[verbalisant 1] heeft een proces-verbaal opgesteld met betrekking tot de eisen die worden genoemd in de Regeling Voertuigen.
Een vorenpakker wordt in de Regeling Voertuigen aangemerkt als een ‘verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk’. In artikel 5.18.6 lid 4 van de Regeling Voertuigen is voorgeschreven dat verwisselbare gedragen uitrustingsstukken deugdelijk zijn bevestigd met geschikte vastzetsystemen, zekeringssystemen en stuwagemiddelen.
Voorts blijkt hier uit dat de vorenpakker 1,20 meter te ver voor de tractor uitstak, de markering niet voldeed, de gedragen uitrustingsstukken waren voorzien van scherpe delen die niet waren afgeschermd en de vorenpakker niet deugdelijk was bevestigd.
De conclusies van het VOA-rapport, welke conclusies het hof overneemt, luiden dat bij de bevestiging van de vorenpakker aan het frontgewicht de vorenpakker niet gezekerd was om loskomen van de vorenpakker bij een noodremming, uitwijkmanoeuvre of slecht wegdek te voorkomen.
Tevens was de vorenpakker niet bevestigd zoals de fabrikant heeft voorgeschreven in paragraaf 3.3. van de gebruikershandleiding. In de handleiding van de gebruikte vorenpakker is omschreven dat de vorenpakker moet zijn uitgerust met een driepuntsbok die op de kant wordt aangeschroefd.
De vorenpakker was voorts niet overeenkomstig de Regeling Voertuigen deugdelijk bevestigd met het voor die bevestiging geschikte vastzetsysteem.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij niet in het bezit was van een driepuntsbok en dat de vorenpakker niet was gezekerd.
Verder heeft de verdachte verklaard dat hij niet op de hoogte was van de bepalingen uit de Regeling Voertuigen alsmede dat hij niet op de hoogte was van de juiste bevestigingswijze zoals omschreven in de gebruikershandleiding. De verdachte heeft de vorenpakker bevestigd zoals hij heeft afgekeken bij collega’s, inhoudende dat de vorenpakker hing aan een haak en ruste op het frontgewicht van de tractor.
Het hof is van oordeel dat de verdachte als bestuurder van een zwaar landbouwvoertuig, te weten een tractor met daaraan bevestigd aan de achterzijde een ploeg en aan de voorzijde een vorenpakker, een combinatie met de lengte en breedte zoals boven beschreven, zich ervan had moeten vergewissen wat de juiste bevestigingswijze was van onderdelen daarvan zoals de vorenpakker. Door het niet in acht nemen van de door de wet en de gebruikershandleiding voorgeschreven veiligheidsnormen bij het bevestigen van een 1.327 kilo wegende vorenpakker heeft de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld. Daaraan doet niet af dat de verdachte deze werkwijze, zoals hij zelf heeft verklaard, heeft gezien bij collega’s alsmede dat hij, naar zijn zeggen, al jarenlang probleemloos met de door hem gehanteerde bevestigingswijze met de vorenpakker reed.
De verweren worden aldus verworpen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het primair bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis;
ontzegt de verdachte ter zake van het primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar;
bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door:
mr. J. Platschorre, voorzitter,
mr. S. Riemens en mr. dr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,
en op 29 november 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.