Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2023-10-19
ECLI:NL:GHSHE:2023:3469
Civiel recht; Insolventierecht
Hoger beroep
1,494 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 19 oktober 2023
Zaaknummer : 200.323.425/01
Zaaknummer eerste aanleg : [nummer]
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant]
,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. Q.J. van Riet te Venlo.
als vervolg op het door dit hof op 15 juni 2023 gewezen tussenarrest.
5Het tussenarrest van 15 juni 2023
Bij genoemd tussenarrest heeft het hof de behandeling van de zaak aangehouden en daarbij de bewindvoerder verzocht om, uiterlijk op de in het dictum van genoemd tussenarrest vermelde pro-forma datum (zijnde 21 september 2023) en waar mogelijk ondersteund door schriftelijke bewijzen, het hof (schriftelijk) nader te informeren over het verloop van de schuldsaneringsregeling vanaf 1 juni 2023 tot aan de eerder gememoreerde pro-forma datum. Daarbij heeft het hof benadrukt dat gedurende deze periode alle voor [appellant] uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende kernverplichtingen onverkort voor hem van kracht zullen blijven.
6De verdere loop van de procedure
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de brief met vier bijlagen van de bewindvoerder d.d. 18 september 2023 alsmede van het emailbericht met twee bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 20 september 2023.
Beoordeling
7.1.
Uit de hiervoor genoemde stukken blijkt dat de nakoming van de voor [appellant] uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende kernverplichtingen, en dan met name de nakoming van de (actieve) informatie- en de boedelafdrachtverplichting, ook gedurende de periode na 15 juni 2023 nog steeds te wensen over laat.
7.2.
Uit de overgelegde verklaring van de werkgever van [appellant] d.d. 20 september 2023 blijkt dat [appellant] bij zijn volgende contractverlenging een fulltime dienstbetrekking zal worden aangeboden (36 uur per week in de winterperiode en 40 uur per week in de zomerperiode). Doordat de inkomsten uit arbeid voor [appellant] als gevolg van deze urenuitbreiding zullen toenemen zouden alsdan de extra uren boven de tot aan het moment van zijn contractverlenging door [appellant] gewerkte 32, 8 uur per week alsnog aan de boedel kunnen worden ‘gecompenseerd’, aldus de bewindvoerder. Het hof begrijpt dit als (te verwachten) inkomsten voor de boedel. Door het overleggen van deze verklaring heeft [appellant] bovendien ook (alsnog) voldaan aan zijn (spontane) informatieplicht met betrekking tot de door de bewindvoerder verlangde informatie omtrent de (recente) ontwikkelingen in het kader van de arbeidsbetrekking van [appellant] .
7.3.
Een hogere inkomst uit arbeid zou logischerwijs gevolgen kunnen hebben voor de hoogte van de op dit moment door [appellant] ontvangen toeslagen. De vraag of er (op enig moment) door [appellant] te hoge toeslagen (zullen) worden ontvangen ligt, voor zover door hem bedragen zijn ontvangen die niet in de boedelafdrachten verdisconteerd zijn, in beginsel in zijn eigen risicosfeer.
7.4.
Al het vorengaande in ogenschouw nemende is het hof van oordeel dat [appellant] , er onverkort van uitgaande dat hij stabiel blijft en niet zal terugvallen in verslavingsgedrag, het voordeel van de twijfel dient toe te komen en zijn schuldsaneringsregeling op grond van de thans voorhanden zijnde informatie maximaal, derhalve tot 27 oktober 2025, dient te worden verlengd.
In haar brief van 18 september 2023 heeft de bewindvoerder het hof in overweging gegeven om in het licht van de wetswijziging van 1 juli 2023 de schuldsaneringsregeling van [appellant] te verlengen met 18 maanden, oftewel tot 27 april 2023. Het hof merkt op dat deze nieuwe regelgeving gezien het overgangsrecht niet van toepassing is op ten tijde van de inwerkingtreding (nog) lopende schuldsaneringen (zie artikel II van wet 10 februari 2023, Stb. 2023, 87, als in werking getreden per 1 juli 2023, Stb. 2023, 175). Bovendien betreft het in onderhavige zaak door [appellant] erkende tekortkomingen gedurende de (bijna) eerste twee jaren van een op 27 oktober 2020 uitgesproken schuldsaneringsregeling zodat de thans (uiteindelijk) -voor verlenging- voldoende geachte gedragingen van [appellant] vallen onder de nakomingsverplichtingen gedurende de reguliere looptijd.
7.5.
Samengevat is het hof op grond van het vorengaande van oordeel dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] bij wijze van laatste kans voortgezet dient te worden en dient te worden verlengd met een termijn van twee jaren. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en het op 29 december 2022 gedane verzoek van de bewindvoerder tot een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van [appellant] zal alsnog worden afgewezen.
8De uitspraak
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
en opnieuw rechtdoende:
wijst alsnog af het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van:
[appellant] , wonende te
[postcode] [woonplaats] , aan de
[adres] ;
verlengt de duur van de schuldsaneringsregeling van [appellant] met 24 maanden, derhalve tot 27 oktober 2025;
wijst de zaak terug naar de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, in verband met de voortzetting van de schuldsaneringsregeling;
wijst af het meer of anders verzochte.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.P. Zweers-van Vollenhoven, R.R.M. de Moor en T. van der Valk en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2023.