Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2023-07-13
ECLI:NL:GHSHE:2023:2339
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
2,279 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 13 juli 2023
Zaaknummers: 200.318.554/01 en 200.318.548/01
Zaaknummers eerste aanleg: 9938402 OV VERZ 22-5739 en 9938403 OV VERZ 22-5740
in de zaken in hoger beroep van:
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. M. Roggeveen,
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de rechthebbende/betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de rechthebbende, de betrokkene, of [de rechthebbende/betrokkene] ,
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader of [de vader] ,
[de bewindvoerder 1]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [de bewindvoerder 1] of de bewindvoerder,
advocaat: mr. N. Boelhouwer,
[de bewindvoerder 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [de bewindvoerder 2] of de bewindvoerder,
advocaat: mr. N. Boelhouwer,
[belanghebbende 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [belanghebbende 1] ,
advocaat: mr. N. Boelhouwer,
[belanghebbende 2] ,
wonende op een bij het hof bekend adres,
hierna te noemen: [belanghebbende 2] ,
advocaat: mr. N. Boelhouwer,
[belanghebbende 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [belanghebbende 3] ,
advocaat: mr. Roggeveen,
[belanghebbende 4]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [belanghebbende 4] ,
advocaat mr. M. Roggeveen.
5De beschikking van 20 april 2023
5.1.
Bij de beschikking van 20 april 2023, hersteld bij beschikking van 13 juli 2023, heeft het hof, kort samengevat, bepaald dat [de bewindvoerder 1] en [de bewindvoerder 2] als bewindvoerders worden ontslagen met ingang van 1 juli 2023 over de goederen van [de rechthebbende/betrokkene] . Voorts is met ingang van 1 juli 2023 de heer [opvolgend bewindvoerder] te [plaats] tot opvolgend bewindvoerder benoemd. Partijen zijn voorts naar Bureau Mediation verwezen teneinde via bemiddelingsgesprekken te trachten overeenstemming te bereiken over het tussen hen bestaande geschil omtrent de benoeming van een mentor. De beslissing op het verzoek aangaande de mentor is aangehouden pro forma tot 20 juli 2023.
6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1.
Het hof heeft nadien ontvangen:
- het V8-formulier van 1 mei 2023 van mr. Roggeveen, met bijlage, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;
- het V6-formulier van 4 mei 2023 van mr. Boelhouwer, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;
- het V8-formulier van 1 juni 2023 van mr. Roggeveen, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;
- het V8-formulier van 13 juni 2023 van mr. Roggeveen, ingekomen bij het hof op diezelfde datum.
6.2.
Het hof acht zich voldoende geïnformeerd en doet de zaak op de stukken af.
7De verdere beoordeling
7.1.
[verzoeker] , [de vader] en [belanghebbende 4] hebben – samengevat – aangevoerd dat de mediation niet is geslaagd en dat zij graag zo snel mogelijk een uitspraak willen over het verzoek ten aanzien van het mentorschap. Zij willen graag dat er een onafhankelijke mentor wordt benoemd die met alle partijen afzonderlijk gaat bekijken hoe de zorg voor de moeder kan worden verdeeld en ingevuld. Wel zouden alle broers en zussen op de hoogte gehouden moeten worden over medische aangelegenheden die hun moeder betreffen. Als mentor is aangedragen mevrouw [mentor] .
7.2.
[de bewindvoerder 1] , [de bewindvoerder 2] , [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] hebben – samengevat – aangevoerd dat zij niet akkoord zijn met de benoeming van een professioneel mentor. Het levenstestament is naar hun mening nog steeds geldend. Ook lost het de problemen rondom de dagelijkse zorg voor de moeder niet op. Er wordt daarom verzocht om het verzoek in hoger beroep inzake het mentorschap af te wijzen. Mocht het hof toch besluiten een onafhankelijk mentor te benoemen, dan is de voorgestelde mentor akkoord.
7.3.
Het hof overweegt als volgt.
7.3.1.
Ingevolge artikel 1:450 lid 1 BW kan de kantonrechter ten behoeve van een meerderjarige een mentorschap instellen indien de meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
Het mentorschap kan ingevolge lid 3 eveneens worden ingesteld, indien te verwachten is dat een meerderjarige binnen afzienbare tijd in de in het eerste lid bedoelde toestand zal
verkeren.
7.3.2.
Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of er een mentorschap dient te worden ingesteld ten behoeve van de betrokkene. De gesprekken hierover bij de mediator waar partijen door het hof naar zijn verwezen hebben niet tot beslechting van het geschil geleid.
7.3.3.
Het hof is op grond van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen van oordeel dat de betrokkene vanwege haar geestelijke toestand duurzaam niet in staat is om haar haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen. Niet in geschil is dat er bij de betrokkene sprake is van dementie en dat zij hierdoor haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard niet meer zelf kan behartigen.
De betrokkene heeft op 4 juli 2022 een levenstestament op laten maken en daarin een voorziening getroffen voor het geval zij zelf niet meer in staat zou zijn tot een behoorlijke waarneming van haar niet-vermogensrechtelijke belangen. In dit levenstestament is, kort gezegd, een volmacht opgenomen die erop is gericht geen mentorschap te hoeven aanvragen. Mocht de rechter toch een mentorschap instellen, dan heeft de betrokkene de uitdrukkelijke voorkeur om [de bewindvoerder 2] , [de bewindvoerder 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 1] tot mentor te benoemen.
7.3.4.
Uitgangspunt is dat een dergelijk levenstestament met daarin opgenomen voornoemde volmacht in beginsel een passende voorziening vormt voor het geval de betrokkene niet meer tot een behoorlijke waarneming van haar belangen in staat is. Een dergelijk levenstestament dient in beginsel te worden geëerbiedigd door de rechter. Het hof is echter van oordeel dat er in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat de instelling van een mentorschap aangewezen is. De ernstig verstoorde familieverhoudingen tussen de broers en zussen onderling maken dat het levenstestament in de praktijk niet uitvoerbaar is gebleken of zal zijn. De huidige slechte verstandhouding tussen de broers en zussen, in de stukken wordt gesproken over twee kampen, maakt dat de voor de betrokkene belangrijke beslissingen niet of zeer moeizaam genomen kunnen worden. Het staat voor het hof voorop dat de belangen van de betrokkene zo goed mogelijk gediend moeten worden. Daar is op dit moment geen sprake van. Het hof zal gelet op het voorgaande daarom overgaan tot de benoeming van een mentor.
7.3.5.
Ingevolge artikel 1:452 lid 1 BW benoemt de rechter bij het uitspreken van het mentorschap of zo spoedig mogelijk daarna een mentor.
Dictum
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg , van 10 augustus 2022, voor zover het de beslissing aangaande het mentorschap betreft;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
stelt, met ingang van de dag nadat deze beschikking is verzonden, een mentorschap in ten behoeve van [de rechthebbende/betrokkene] , wonende in ( [postcode] ) [woonplaats] aan [adres] ;
benoemt tot mentor: mevrouw [mentor] ;
bepaalt dat de mentor voor haar (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het mentorschap gemoeide kosten de in artikel 4 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de betrokkene mag brengen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. N. Veenendaal, C.D.M. Lamers en A.M. Bossink en is in het openbaar door mr. A.M. Bossink uitgesproken op 13 juli 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.